Televisie…

Ik kijk naar de foto die mijn zoon heeft doorgestuurd. Een foto van de afstandbediening van onze televisie. Op de onderkant van de afstandsbediening zitten heel veel krassen. De bovenkant is weg. Linksboven zie ik een rood draadje, rond, en rechtsboven grijze sprietjes waar voorheen een knopje zat. Mijn eerste gedachte is Lotje. Hoewel ze zich nog niet eerder aan afstandsbedieningen of andere elektronica vergreep lijkt zij me de voor de hand liggende dader in dit geval. Ons oudere hondje Izzie ligt al zeven jaar naast de afstandsbedieningen op de bank en heeft er nog nooit een krasje op gemaakt. In elk geval krijgen we de televisie niet meer bediend. We kunnen het geluid nog wel instellen met knopjes aan de zijkant maar we kunnen niet het kanaal kiezen waar onze smartbox op staat. Ik loop naar de mediamarkt, daar hebben we de televisie gekocht maar de afstandsbedieningen daar zijn specifiek voor een aantal merken en het is niet ons merk. Door naar de handyman, of in elk geval de winkel die vroeger de handyman heette want ik vergeet altijd hoe de winkel nu heet en die heeft wel een universele afstandbediening waar ons merk televisie bij staat en ik koop hem en de medewerker zegt heel vaak breng hem terug als het niet werkt maar hij zegt ook vaak dat deze afstandsbediening zelden terugkomt en daardoor denk ik dat ik een oplossing voor ons probleem heb gevonden. Ik heb het mis. Ondanks vele pogingen krijgen we de televisie met de nieuwe afstandsbediening niet aan de praat.  Ik overweeg inmiddels de optie om een nieuwe televisie aan te schaffen door het feit dat de afstandsbediening niet meer werkt, ik bel zelfs onze verzekering waar ik te horen krijg dat dieren die met toestemming in ons huis aanwezig zijn en schade veroorzaken buiten de dekking vallen en ik twijfel even over de term toestemming. Nog een laatste poging, ik zoek op internet en vind een afstandbediening die precies op die van ons lijkt. Die ga ik bestellen, als het goed is komt die vrijdag aan, als het nog beter is werkt het op onze televisie. Als niet dan mopper ik in gedachten nog even flink op ons hondje en dan koop ik toch een nieuwe televisie.

Advertenties

Normaal…

De dagen beginnen steeds meer op normale dagen te lijken. Onze vakantie in Frankrijk is voorbij, de herinneringen blijven als een warme deken om ons heen hangen net als de temperaturen hier. De zomerparkfeesten liggen achter ons maar de de optredens en de gesprekken met vrienden dreunen nog na maar ook de wekker, om zes uur in de ochtend dreunt. Ik word wakker, loop naar beneden en zet de koffie aan. Ik pak de riemen van de hondjes en om tien over zes loop ik met de hondjes naar buiten voor het eerste rondje. Daarna koffie en een krantje, Annemiek die naar haar werk vertrekt, meer koffie en het openen van de mailbox, de eerste mailtjes, de eerste factuurtjes, de dag is begonnen. Rond negen uur loop ik naar boven, maak ik onze jongste zoon wakker om te zeggen dat ik vertrek en dat hij nog door mag slapen wat hij doet en ik fiets naar het centrum. Mijn fiets wiebelt alsof iemand tijdens de parkeermomenten op het parkfeest erop heeft gesprongen, daar moet ik toch eens naar kijken. Ik fiets langs het park dat ontmanteld wordt, Vrachtwagens op het zandpad waar ik de afgelopen nachten mijn weg naar huis koos.Het is ook weer druk in de winkel, eindelijk na al die warmte lopen er weer mensen door de straten, er worden veel schoolspullen gekocht, nog een weekje en dan wachten de bankjes weer om op gezeten te worden maar ook verdwijnen nog steeds de vakantiestapeltjes de winkel omdat iemand heeft wat wij al gehad hebben. Ik wens ze een fijne vakantie. Ik heb heerlijke herinneringen, zij hebben verwachtingen die hopelijk heerlijke herinneringen zullen worden.

Leky…

Ik lees een boek uit, ‘vanuit hier zie je alles’ van Mariana Leky dit keer. Met dit boek won ze de duitse boekhandelsprijs, de prijs die in Nederland Murat Isik ten deel viel en ik vind het een goede reden om het boek te gaan lezen, of anders wel vanwege de quote van het Duitse tijdschrift Stern op de kaft: Dit boek maakt je gelukkig. Na het uitlezen van het boek staar ik nog een tijdje naar die quote en ik vraag mij af, maakte het lezen van dit boek me nou gelukkig of verdrietig en hoe dun is die scheidingswand dan. Wat ik wel zeker weet is dat het een prachtig boek is, bijna een sprookje over een oude vrouw, Selma, die soms droomt over een okapi en wanneer ze daar over droomt sterft binnen een dag iemand. Het kleine dorpje waar Selma woont is dan ook in rep en roer op het moment dat het woord naar buiten komt waar Selma over heeft gedroomd. Er is de opticien, die ergens in het boek een naam krijgt wanneer hij de monnik, waar Louise, de hoofdpersoon in het boek, verliefd op is geworden belt, en zijn naam zegt die de monnik niet herkent waarop hij zegt, de opticien, en hij is verliefd op Selma, zijn hele leven lang en samen doen ze alles, zijn er voor de kleindochter Louise en haar vriendje Martin alsof ze hun ouders zijn. En dan is er de hond Alaska, het grote, oude, lelijke dier. Een prachtige zin in het boek is dat Alaska tussen de vele levens die hij heeft vergeten is om dood te gaan. Maar de dood vergeet niemand. En juist dat gegeven maakt het boek van Leky, prachtig, lees ik het met een veelvuldige glimlach en is het boek soms ook heel verdrietig. Is dat de definitie van geluk zoals op de kaft staat, ik weet het niet, wat ik wel weet is dat dit boek een absolute aanrader is.

Park…

En dan loopt de vakantie ten einde, een moment waar je vooraf enorm tegenop ziet maar waar je, als het zich aandoet al een paar dagen klaar voor bent. Niet dat ik het Franse leven beu ben, het campingleven of de prachtige uitzichten maar op het laatst ben ik ook wel weer toe aan Venlo, de winkel, ons straatje ons huis. We pakken alles in. De twee tenten die versleten zijn blijven achter, een mooi eind voor een tent, vinden we zelf, om in een zuid-franse kliko te belanden en we rijden naar huis en ondervinden het gebruikelijke oponthoud in Lyon, en een beetje in de Ardennen door wegwerkzaamheden en dan rijden we door Luik en schieten we Maastricht in en moeten we een beetje omrijden omdat er gewerkt wordt aan de A73 en dan opeens zijn we thuis, in ons huis waar alles hol klinkt en een flinke stapel kranten op me ligt te wachten. Waar het normalere leven op ons wacht en we de vakantiespullen schoonmaken en opruimen, talloze wasjes draaien en wegwerken en weer aan het werk gaan, en aan het eind van de dag in het zwembad vallen omdat het zo warm is en juist dat zorgt ervoor dat het nog niet helemaal serieus als een werkweek voelt. En de week vliegt voorbij en in de volgende week begint het zomerparkfeest. Op woensdag met de sponsor en vriendenavond en ik ben er elke avond bij, met muziek, met cultuur en met vrienden. Ik zie prachtige optredens maar soms ook voorstellingen waar me of de tenen of mijn trommelvliezen van krommen. Maar vooral geniet ik. Het zomerparkfeest voelt, na een lekker lange vakantie, als thuiskomen. Het feit dat we op loopafstand wonen helpt daarbij. Even naar de hondjes kost een half uur, heen en weer. Daarna weer onderdompelen in het feest, tussen de mensen wandelend naar de verschillende podia en onverwacht mooie dingen zien zoals op vrijdag Muyayo Rif, een spaanstalige ska-band die het voor elkaar kreeg om iedereen in beweging te krijgen. Het zijn de pareltjes waar je per ongeluk tegen aan loopt terwijl je op hetzelfde moment op een ander podium iets mist, of iets bij je vrienden iets mist. En wellicht is dat de charme van het park, je mist altijd iets maar vindt altijd van alles.

Toiletgebouw…

Waar vroeger de toiletten op campings nogal eens een uitdaging vormden doordat je moest hurken of hangen terwijl je op de een of andere manier de meegebrachte toiletrol moest vasthouden terwijl je ook je kleren niet ergens op de grond moest zien te laten slepen, beschikken tegenwoordig de meeste campings over ‘normale’ en goed schoongemaakte toiletten. Op de tweede campingplaats hebben ze zelfs zelfreinigende toiletten waarbij het toilet registreert wanneer je gaat zitten, ziet wanneer je opstaat en vervolgens de toiletbril drie rondjes laat draaien langs een schoonmaakmechanisme waar met veel water de bril gereinigd wordt. Dat is prettig. Meestal. Want soms zit ik op de wc en hoor ik opeens het piepje dat voorafgaat aan de poetsbeurt van de wc bril en het eerste wat dan gebeurt is dat er aan de achterkant een straal water over de bril heen gaat, of, als je er nog op zit, over je billen, waardoor ik mijn toiletbezoek zonder het maken van enige onverwachte bewegingen probeer af te ronden.
Daar waar ik me bij de eerste campingplaats in de douches tegen de muur moest drukken om iets van het water op me krijgen en de knop om de anderhalve seconde ingedrukt moest worden om te voorkomen dat het water helemaal stopt, is er op de tweede campingplek geen gebrek aan water en is het eerder een probleem dat het water na het indrukken van de knop soms helemaal niet meer stopt. Het douchehokje heeft een klein plateautje, een dubbele haak voor kleren en een stang voor de handdoek. Er is veel water dus op het moment dat ik ga douchen loop ik  slechts gehuld in een sportbroek naar het toiletgebouw. Elke meer meegebrachte kleding wordt nat omdat de plank waarachter de kleren hangen smal is en het water overvloedig. Het soms niet willen stoppen van het water zorgt voor lastige perikelen. Ik probeer me af te drogen in de heel erg kleine ruimte bij het deurtje terwijl ik het water nog over mijn benen voel gaan. Ik til mijn linkerbeen op, steek die alvast in mijn sportbroek die ik hoog optrek, vervolgens probeer ik hetzelfde met mijn rechterbeen om zo te voorkomen dat mijn broek kletsnat wordt. Bij mijn rechterbeen gaat het mis, mijn natte voet blijft haken in de binnenbroek en ik verlies mijn evenwicht. Achter me stroomt de douche nog steeds vrolijk door dus die kant moet ik niet op en hinkelend met mijn voet nog altijd vast in mijn broek val ik tegen het deurtje waar mijn elleboog feilloos het slot van open weet te duwen en ik struikelend met mijn broek op de enkels midden in het toiletgebouw tot stilstand kom. Ik kijk beschaamd om me heen terwijl ik de broek, nu toch nat geworden, snel omhoog sjor. Er is niemand. Wonderlijk. Ik pak de rest van de spullen uit het hokje waar de douche nog altijd stroomt en loop terug naar onze plaats.

Campinggasten…

Kijken naar mensen en afvragen wat hun verhaal is, dat is mooi op een camping omdat je op een camping niet onzichtbaar kunt zijn. Je leeft buiten, veel van je hebben en houwen staat buiten en vaak is het slechts een invulplaatje. Je ziet de kampeerders die voor het eerst samen of met hun gezin op vakantie gaan en alle spullen nieuw hebben aangeschaft en vertwijfeld met een tentstok in de hand de gebaren van de partner, die op twee meter afstand ook met een tentstok in de hand staat, te begrijpen, wat niet lukt, waardoor de gebaren steeds wilder worden en helemaal niet meer interpreteerbaar zijn. Ik zie de twee oude mannen met hun grote caravan en ik vraag me af wat hun verhaal is, hadden hun vrouwen geen zin meer om op hun leeftijd de ongemakken die een camping met zich meebrengt nog een jaartje op te zoeken of is er een ander verhaal. De ene man is heel mager en de andere heeft een imposante buik waardoor ik ze in gedachte tot Laurel en Hardy heb omgedoopt. De buren aan de zijkant van de tent zijn Nederlanders en hebben jonge kinderen. Elke ochtend begint het, papa… Papa… Papa… PAPA!!! Daarna horen we de bassende slaapstem van de vader. Ja, jongen. Ik heb een krekel gevangen, zegt het kindje. Even is het stil en dan vervolgt hij, en dat is superknap, want op dit tijdstip slapen de meester krekels nog. Elke ochtend vind hij een ander diertje, een mier die een steentje draagt, superknap voor een mier, of een wesp met een stukje brood. Aan de achterkant van de tent staat eveneens een Nederlands gezin waarvan de jongste met enige regelmaat zijn moeder helemaal stijf scheldt. De moeder reageert steevast met enorm veel geduld, ze legt uit waarom het niet kan wat hij zegt en dat het ook op de camping niet kan omdat iedereen hoort wat hij roept. Na een tijdje wordt hij weer rustig, ik heb bewondering voor die moeder die telkens weer de rust vindt bij het kereltje die, buiten de sporadische woede-uitbarstingen zeer vriendelijk en beleefd is. Telkens wanneer hij ons ziet groet hij, eerst in het Frans en later, als hij merkt dat wij ook Nederlanders zijn, in het Nederlands. Op een moment loop ik terug van het hondjes uitlaten en kom ik in de buurt van de speeltoestellen wanneer ik het kereltje uit het diepst van zijn hart, bonne journée godverdomme, hoor roepen. Naar wie en waarom hij het roept is me niet duidelijk maar de memorabele uitdrukking houden we er de rest van de vakantie in, op gedempte toon weliswaar, want op de camping hoor je alles.

Tijd…

Het verstrijken van tijd werkt anders op een camping. In de ochtend worden we redelijk vroeg wakker en dan lopen we naar het toiletgebouw aan het begin van de camping want daar zit ook de ingang van het terrein waar de hondjes een plas kunnen doen. We wisselen elkaar af zodat iedereen aan de beurt komt op het veld en in het toiletgebouw en daarna lopen we terug. Op de campingplaats zet ik koffie. Eerst water koken, dan opschenken. Het is de lekkerste koffie van het jaar. We pakken onze boeken erbij en lezen en drinken koffie. We halen brood, dat voelt altijd heerlijk Frans, met twee baguettes over de camping struinen. Terug op de plaats drinken we nog wat koffie en wachten we op de jongens die wakker worden, daarna ontbijten, lekker uitgebreid en het gevolg van ontbijten is een wandeling met een teiltje afwas naar het toiletgebouw. De warmte van de dag komt weer opzetten dus gaat elke handeling rustiger aan. Zo is de ochtend verstreken. In de middag bezoeken we vaak een van de mooie dorpjes of, als we het echt rustig aan willen doen, blijven we op de camping en gaan we zwemmen. En dan kijk je naar de tijd en zie je dat het opeens acht uur in de avond is geworden en moet je na gaan denken over het eten. Vaak eten we pas rond negen uur. Dan weer met het teiltje vaat op pad. De meeste Fransen beginnen nu ook langzaam aan met koken, vaak liggen daar de saucijsjes nog op de barbecue als ik de rond middernacht met mijn toilettas onder de arm geklemd de laatste wandeling maak.

Aankomst…

We rijden door het landschap dat verandert van plat naar heuvels, met in de verte de eerste tekenen van de Alpen. We laten de rijstvelden en het water achter ons en verruilen het voor druiven en olijfboompjes, het voelt als thuiskomen, hetgeen ook een klein beetje zo is want het is de eerste keer dat we naar een camping rijden waar we al eens geweest zijn. Al vaak namen we het ons voor wanneer we van een campingplaats wegreden, hier komen we terug, maar niet eerder hielden we ons aan onze belofte en trokken we het andere jaar toch weer naar een ander gebied. Sinds twee jaar geleden verhuizen we tijdens de vakantie een keer van de ene naar de andere camping en dat maakt het minder bezwaarlijk om naar eenzelfde plek te trekken. Eerst naar een nieuwe omgeving en daarna naar iets vertrouwds. Ik rijd de bocht om en daar ligt het dorpje opeens links van ons, ik wist dat het er lag en toch beneemt het beeld me eventjes de adem, zo mooi. Ik rij door naar de eerste rotonde, naar links en bij de volgende rotonde moet ik heel eventjes opletten want ik moet niet direct naar rechts maar een afslag later pas en dan is het een eindje rechtdoor rijden en ligt rechts de camping, badend in de zon. We stappen de auto uit en worden welkom geheten door de cigales, de grote vliegende krekels die een constant geluid produceren in de Provence maar die in de Camargue veelal afwezig bleken. We lopen de receptie in waar we onze nieuwe plek krijgen toegewezen, van soixante treize op de vorige camping naar trente huit hier. De code voor de slagboom is nog gelijk aan de code twee jaar geleden, zelfs dat voelt vertrouwd. We rijden de auto er doorheen, rijden langs de plek waar we toen stonden, maken aan het eind van het pad de bocht en rijden terug naar onze nieuwe, erg ruime plek. De auto kan weer uitgepakt, de tenten gebouwd. Het tweede deel van de vakantie kan beginnen.

Verhuisdag…

De wekker om zeven uur maar een half uur eerder worden we wakker. Eerst de hondjes uitlaten, op de terugweg wisselen Annemiek en ik elkaar af bij het toiletgebouw zoals we elke ochtend doen, dan blijft zij bij de hondjes zodat ik het gemak op kan zoeken. Daarna terug naar de campingplek, soixante treize waar de jongens nog slapen. Ik zet het water voor de koffie op en we beginnen voorzichtig wat volgende zaken in te pakken. Dan de jongens wakker maken waarna ze ook de laatste rit op deze camping naar het toiletgebouw aanvangen. Daarna gaan we pas echt stevig aan de slag terwijl om ons heen de camping ontwaakt. De haringen van de tenten gaan er uit, de jongens houden zich bezig met hun eigen tentje die vrij snel al ingepakt bij de auto ligt, daarna helpen ze ons met de rest, haringen die in het daarvoor bestemde zakje moeten, laatste spulletjes die naar de auto gedragen worden en met pijn en moeite krijgen we de achterklep van de auto na twee mislukte pogingen, wat voor gelach bij onze overburen zorgt, dicht. We kijken nog een keer naar de overburen maar nu kijken ze niet, we hadden op z’n minst een applausje verwacht. Nog een keer rondwandelen op de campingplaats en dan de auto in, alles gaat mee behalve de gehuurde koelkast, die blijft op het nu kale veldje achter.

Flamingo…

In de Camrgue leven Flamingo’s. Veel Flamingo’s. Toen we jaren geleden een keer hier waren reden we het gebied in waar we de wonderlijke roze dieren zouden kunnen aantreffen en we stopten de auto direct toen we er eentje zagen. Voorzichtig slopen we naderbij om het dier te fotograferen, vanuit zo veel mogelijk hoeken. Toen we er eindelijk genoeg van kregen reden we de bocht om en zagen een plas water met honderden flamingo’s. Vol goede moed rijden we dit keer het gebied weer in. Richting kinderen refereren we aan bovenstaande ervaring en dat we dus niet voor de eerste de beste flamingo moeten stoppen, maar altijd een bochtje verder moeten rijden. We rijden heel wat bochtjes verder maar nergens zien we op een fotografeerbare afstand een flamingo. Soms zien we op kilometers afstand witte puntjes in het water die met een beetje fantasie flamingo’s zouden kunnen zijn maar heel zeker weten we het niet. Uiteindelijk vinden we een plek waar we, nog altijd op flinke afstand, met de telelens een aantal flamingo’s op de gevoelige plaat weten te krijgen. Erg bevredigend voelt het echter niet, niet gezien onze ervaringen een aantal jaar geleden. Als we een aantal dagen later besluiten om nog een poging te wagen om ze te vinden lopen we er direct tegen aan, direct naast het dorpje staan er tientallen in alle rust met de kop in het water op een meter of vijf van de kant. We parkeren de auto en lopen er voorzichtig naar toe. De dieren zijn niet bang, maar zodra je ze nadert beginnen ze wel met z’n allen heel rustig van ons weg te lopen, ze nemen niet de moeite om hun kop boven water te halen.