Garage…

Ik parkeer mijn auto en loop bij de receptie naar binnen waar een man aan het telefoneren is achter de balie, en zonder me aan te kijken zegt, de poort is open, en hij wijst achter me waar de poort nu inderdaad omhoog aan het gaan is.  Ik loop terug naar de auto en rijd naar binnen waar een hoop mannen staan met een kop koffie in de hand en eentje ervan houdt zijn wijsvinger in de lucht richting mij. Ik neem aan dat hij bedoelt dat ik de auto bij werkplaats één moet plaatsen wat ik dan ook maar doe. Ik stap uit en loop een kamer in waar ik stoelen zie staan en koffie en twee mannen in overalls staan binnen en zeggen dat dit hun kantine is en ze wijzen naar de wachtruimte een eindje verderop waar ik naartoe loop, koffie pak en de televisie uitzet, en met koffie en het meegebrachte boek zak ik in een van de twee kuipstoeltjes. Ik lees terwijl op de achtergrond de geluiden van een werkplaats klinken. Zoemende apparaten en vaak metaal op metaal en daartussen door naar elkaar roepende mannen die vervolgens weer heel vaak, hè, en wat terugroepen. Ik was de eerste van de dag, het was nog net niet licht toen ik aan kwam rijden en de groene lasers die van en naar de hoge toren schijnen waren nog heel goed zichtbaar. Als de auto klaar is en ik weer wegrijd is het licht en zijn de lasers weg.

Advertenties

Werk…

Mijn afspraak komt de winkel binnen wandelen om half elf. Gisteravond om kwart voor twaalf stuurde hij een mailtje om te vragen of hij op donderdag op dat tijdstip langs kon komen en ik twijfelde. Bedoelt hij morgen of volgende week donderdag. Ik reageerde op de mail en zei dat hij morgen welkom is. Precies daar hebben we het over in de smalltalk die meestal vooraf gaat aan het echte gesprek. Twee ondernemers om de tafel in drukke tijden. Werken stopt niet met het sluiten van winkel- of bedrijfsdeuren, het gaat door tot middernacht, of erna. We herkennen het in elkaar, bekijken elkaars wallen onder de ogen en het resulteert in een gevoel van respect en begrip. Als ondernemer ben je altijd vrij of nooit vrij, het is net waar je de klemtoon zet. Je moet niets maar doet alles. Zoiets. Het is moeilijk uit te leggen. Je steekt er heel veel uren in maar het voelt nooit als werk. Ik zeg ook nooit dat ik naar mijn werk ga, ik ga naar de winkel of naar de zaak maar niet naar mijn werk want naar het werk hoef ik niet te gaan, dat is er. Ook in de avond en daarom lees ik zijn mail die hij stuurt vanuit zijn werk of zijn zaak en maken we een afspraak en zit hij in de ochtend bij mij aan de tafel. Hij wil geen koffie. Ik wel.

Sfeer…

Het is vijf voor zes en ik sta op de ladder met de laatste kersttakken, die ik met een ijzerdraad aan elkaar heb verbonden en met hamer en een spijker. Ik tik de spijker in de muur en draai het eindje van het ijzerdraad eromheen waardoor het blijft hangen. Steek de stekker in het stopcontact en kijk tevreden naar de brandende lampjes. Vorige week begonnen we met het verwijderen van alle Sint uitingen uit de winkel. De mijters en pietjes werden vervangen door bomen en lichtjes. Deze week ging ik met de stagiaires verder aan het optuigen van de winkel. Veel deden ze zelf, bij timmerwerk hoog bij het plafond hielp ik. Op de tafel liggen nog twee goudkleurige, rieten kerstklokken. Die ga ik nog links en rechts van de zojuist opgehangen kersttakken hangen, dan is het klaar. Ik heb nu al ideeën over hoe we volgend jaar de winkel gaan versieren. Daar is nu geen tijd meer voor en we hebben de materialen niet. Direct na de kerst die er nu aan zit te komen gaan we beginnen met de voorbereidingen voor volgend jaar. Kerst is sfeer. Naar mijn mening moet die sfeer niet beperkt blijven tot de muziek en verlichting in de straten maar juist ook als je als bezoeker van de stad de straat verlaat en een winkel bezoekt. Winkelen moet een verlengstuk zijn van de beleving in de stad. Hoe meer winkels dat idee omarmen, hoe meer uitstraling een stad krijgt. Per winkel is het een kleine moeite en geringe investering, maar in totaliteit levert het zo veel op.

Vlees…

Ik ben opgegroeid in Belfeld, in een groot huis met daarachter een enorme tuin waar helemaal achterin, rechtsachter de kas, een ren stond met hoge hekken om de katten buiten te houden, met daarin rustig scharrelende kippen. Naast de ren een schuur en daar hadden we hokken met konijnen. Bij een vriendje waar ik vaak kwam hingen de gestroopte konijnen met enig regelmaat aan de waslijn uit te druppen, bij ons hupten ze in hun hokje of in de ren die ik nu en dan voor de diertjes optrok. Het gaas diep in de grond stekend om de gravers te beletten ervandoor te gaan. We hebben een keer een kip geslacht. Het diertje werd al een tijd lang door haar soortgenoten gepikt waardoor er uiteindelijk een kale kip overbleef, ineengedoken in een hoekje. We plaatsten de kip apart van de anderen, in een kleiner hok en na een tijdje ging het wel wat beter met het beestje maar eenmaal terug bij de rest begon het pikken opnieuw. Dieren zijn soms net zo gemeen als mensen. Die kip verdween in de soep en ondanks het feit dat je weinig terugziet van kip in kippensoep kon ik er toch geen hap van door mijn keel krijgen. Ik zag het arme en beschadigde diertje nog altijd in het kleine hokje en mijn verdriet dat we haar niet konden redden voorkwam dat ik de soep kon eten en ook bij de rest van mijn familie smaakte de soep wrang. Zodra een dier een gezicht krijgt wekt het meelij op, onbekend maakt onbemind en graag gegeten. In de Oostvaardersplassen is volgens mij hetzelfde gaande. Ik heb de film gezien, de nieuwe wildernis, en die film is prachtig. Dieren spelen de hoofdrol en als kijker ga je volledig met de paarden en herten meeleven. Het moment dat een paardje de winter niet overleeft is hartverscheurend en het enige wat je je voor kunt houden is, zo is de natuur, daar sterven de zwakken. Afschot is een lelijk woord en daarmee waarschijnlijk het enige juiste woord om te gebruiken bij wat er nu gebeurt in het natuurgebied. Achttienhonderd herten gaan een beslissing van een rechtbank niet overleven en daar zijn heel veel mensen boos over. Ik ben er niet boos over. Of laat ik het even nuanceren, ik ben niet specifiek hier boos over. In Nederland worden, als je het totaal aantal per jaar over de dagen uitspreid, één komma zeven miljoen dieren per dag gedood. Dat zijn er meer dan zeventigduizend per uur, twaalfhonderd per minuut. Waar heel veel actiegroepen zich nu druk over maken in de Oostvaardersplassen gebeurt jaar na jaar, elke anderhalve minuut in Nederland. De kippen en varkens die in terechte doodsangst vrachtwagens in gejaagd worden zijn anoniem, die zien we pas in een plastic bakje met folie in de supermarkt of in de vitrine van de slager, ontdaan van gezicht en emotie. De dieren in de Oostvaardersplassen hebben het geluk dat ze filmhelden zijn, en een filmheld dood je niet, eet je niet zoals ik de kip in de soep in mijn jeugd ook niet at. Ik zou graag stoppen met het eten van vlees maar ook mijn vlees is zwak en ik zwicht voor het lapje vlees dat nu en dan op mijn bord verschijnt. Vier tot vijf dagen in de week eten we thuis zonder vlees en daarmee heb ik in elk geval het gevoel bij te dragen aan het welzijn van dieren en het milieu. Niet door kwaad te worden op wat er nu gebeurt in de Oostvaardersplassen.

Lui…

Het is in de avond, net voor het slapengaan, dat ik besluit om in de ochtend te gaan sporten. Dat doe ik vaker, lekker een uurtje sportschool tussen zeven en acht en je begint heerlijk opgeladen aan de dag. Net zo snel als het idee ontstaat torpedeer ik het ook weer vanwege iets wat ik tussen zeven en acht in de ochtend nog moet doen. Met die wetenschap doe ik de lichten uit en sluit ik mijn ogen. Wanneer ik de andere ochtend wakker word weet ik nog dat ik niet kan sporten omdat ik iets moet doen tussen zeven en acht, ik kan me alleen totaal niet herinneren wat het is dat zo belangrijk is. Ik doe mijn normale dingen, laat de hondjes uit, zet koffie, lees de krant. Het wordt zeven uur. Ik publiceer mijn blog en kijk naar mijn mail, naar reacties op social media en probeer me even terug te verplaatsen naar het korte moment, gisteravond, tussen het plan om te gaan sporten en het inzien van de onmogelijkheid ervan. Niets. Zeven uur verdwijnt en acht uur verschijnt zonder dat me te binnen is geschoten waarom ik dit uur niet sportiever kon indelen. Ook de rest van de dag kom ik niets tegen wat ik in de ochtend had moeten regelen. Misschien loop ik de komende dagen er nog tegenaan maar ik begin steeds meer te geloven dat er niets was, slechts het gevoel iets te moeten zonder concrete invulling en dat gevoel heeft me een lekker luie start van de dag opgeleverd.

Podium…

Ik neem de drie treden het podium op en neem plaats op de meest links stoel achter de jurytafel. De andere twee stoelen zijn nog leeg, net als het podium op de muzikale opstelling van drumstel, gitaren en microfoons na. Ik ben jurylid van iets muzikaals. Er komen wat mannen die ik niet ken het podium op voor de soundcheck en wat ik nog niet wist is dat een grote box precies achter de jurytafel staat en het geluid dreunt in mijn oren waardoor ik direct na de soundcheck opsta en de lege zaal uit ren naar buiten. Daar zie ik links een grote tent die helemaal leeg is en die ren ik binnen en ik vind iemand die in het restaurant gedeelte wijnglazen aan het poleren is. Ik vraag hem of hij misschien oordopjes verkoopt en hij zegt me dat dat tegenwoordig toch helemaal niet meer nodig is. Hij houdt een glas tegen het licht een steekt daarna de droogdoek weer in het glas. Ik zeg hem dat ik precies voor een box geplaatst ben en hij haalt zijn schouders op, hij heeft geen oordopjes. Ik loop terug en zie verder niemand dus loop de zaal weer in. De zaal is inmiddels gevuld met een uitzinnig publiek en ik zie dat de gordijnen bij het podium gesloten zijn en ik hoor het scanderen van mijn naam. Omdat ik ontbreek kan het programma nog niet gestart worden dus ren ik door het middenpad richting podium waar ik weer de drie treden op ren en ik roep dat ik er ben en ik probeer me een weg door de gordijnen te banen en dat lukt niet waardoor het publiek begint te lachen en ik stop met mijn poging en loop naar het midden waar een microfoon staat en ik haal diep adem en ik zing, la belle histoire d’amour van Edith Piaf. Ik zing het met haar stem. Gelukkig. Niet de mijne, en de zaal is stil en ik zing het lied en als ik stil word na de laatste woorden is het nog even stil in de zaal en dan barst een applaus los en door dat applaus schrik ik wakker. Kijk ik naar de wekker. Het is iets na drie in de nacht. Ik draai me om en droom nog even verder.

Elf…

Ik stap de deur uit. Korte broek. Shirt. De wind waait. Hard. Ik begin te rennen, de straat uit terwijl de wind aan mijn kleren trekt. Aan het eind van de straat naar rechts en daar krijg ik de wind van opzij waardoor het af en toe mee en af en toe tegen waait. Bij het nieuwe kunstwerk aan de Maas kom ik mijn schoonvader- en moeder tegen met hun hondjes en eventjes stop ik om hallo te zeggen en de hondjes te aaien en daarna ren ik door richting Tegelen. Nu vol de wind in en zeker op de dijk is er geen enkele beschutting en voelt de wind als een constant duwen in de verkeerde richting. Een meter of tien voor me fietst een man en ik probeer hem in te halen om vlak achter hem wat meer beschut te rennen maar het lukt me niet dichterbij te komen. Als hij bij een bocht opeens van de dijk geblazen wordt en het hem even kost om weer op weg te zijn ben ik bij. Nu zit ik achter hem maar is zijn vaart er volledig uit dus haal ik hem in en ren verder. Hoofd iets omlaag in de wind. Het is zwaar maar ergens ook wel lekker, een beetje vechten tegen de elementen. Het is daarom dat ik aan het eind van de nieuwe brug besluit om nog richting Baarlo af te slaan en pas in Hout-Blerick weer de weg terug te kiezen. Nog een lange weg wind tegen en daarna de draai en de wind in de rug, de teller inmiddels op zeven kilometer maar terug gaat altijd sneller dan heen, gevoelsmatig. Terug is fijner, over de helft is beter. En daardoor is het tien kilometer wanneer ik de brug over draaf. Nu weer vol de wind in, aan het eind het trapje af strompel want mijn benen voel ik inmiddels wel flink en ik ren door, over het voetgangersbruggetje en daarna richting parade. Het voelt een beetje als het einde van de Venloop en waar de finishlijn van de Venloop is stop ik mijn hardloop op de telefoon. Elf.Elf staat er op de teller. Een mooi moment om te stoppen in het hartje van Venlo. De laatste kilometer rond ik wisselend af tussen wandelen en rustig rennen. Ik heb weer meer dan de helft van een halve marathon gelopen. In deze drukke tijd meer dan ik van mezelf had verwacht dus tevreden. In mijn hoofd ren ik volgende week vijftien, maar of dat haalbaar is vraag ik me tevens ten zeerste af.

Snoeien…

Ik haal de ladder uit het schuurtje en zoek een snoeischaar. Ik probeer de vier scharen die we hebben liggen in mijn hand uit en neem er uiteindelijk twee mee. Met scharen en ladder loop ik door het huis naar voor en in de voortuin zet ik de ladder bij het rechtse boompje. Ik begin met wat lage takjes waar ik de ladder nog niet voor nodig heb, knip ze dicht op de stronken af en leg de takjes een beetje geordend net achter het muurtje waar de stevige wind die er waait er geen vat op heeft. Als de lage takjes op zijn stap ik op het trapje en begin hoger. Ik loop naar de schuur om een zaag te halen waar ik de dikkere takken mee vel. Het rechter boompje begint steeds kaler te worden. Een man loopt langs met zijn twee kleindochters en hij zegt tegen de meisjes, kijk, een struikrover en dat vind ik gezien mijn bezigheid wel een grappige opmerking. Een tijd later ben ik klaar met de boompjes en ik pak de hondjes voor de middagwandeling en loop net de voordeur uit wanneer de man weer voor me staat met de twee meisjes. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Ik zeg dat dat uiteraard mag en kijk naar de twee meisjes die zichtbaar plezier hebben. Vindt u dat mijn oren op konijnenoren lijken, vraagt hij en hij beweegt zijn hoofd zodat ik zijn twee oren goed kan inspecteren. De meisjes gieren het uit en ik zeg nou, een beetje wel, inderdaad. Dat levert gejuich bij de meisjes op en de man loopt hoofdschuddend weg met aan elke hand een kleindochter. Ik loop er op een meter of tien achteraan en af en toe draait het rechter meisje om en zwaait naar de hondjes.

Glas…

Hij is een bijna buurman. Hij woont aan de andere kant van de straat die een andere straatnaam heeft als de onze maar hij woont zo dichtbij dat ik hem altijd buurman noem wanneer hij in de winkel is. Ik vraag hem, de buurman, wat ze aan het doen zijn in de straat waar hij woont. Hij zegt dat hij het niet weet. Stoepen gingen open, een dikke groene kabel ging in de grond en de stoep ging weer dicht. Ik vraag of hij weet waar de groene kabel voor dient en hij zegt, vragend, glasvezel misschien en ik vraag terug of er niet al glasvezel ligt in onze wijk en hij zegt dat dat wel is maar dat dit misschien nog beter glas is. Glas in lood kabel zeg ik waarop hij zegt te verwachten dat hij nu ook internet in kleur krijgt. Dat vind ik erg grappig. De klant blijft zijn stoïcijnse zelf, ook dat is mooi en grappig en hij rekent zijn stripboeken af en steekt ze in de meegebrachte tasjes. Twee. Eerst in de ene en daarna omgekeerd in de andere. Zo blijven ze zeker droog. Net als zijn humor.

Kassa…

Kassa één valt uit, en het is uiteraard altijd vervelend wanneer dat gebeurt maar op vijf december kunnen we dat helemaal niet gebruiken. Ik kom kijken en zie dat het probleem een volle harde schijf is. Dat is vreemd. Er staat geen software op de kassa, dat staat op de server en het enige wat geïnstalleerd is, is windows. Ik kijk en zie dat de vijfenzestig gigabyte inderdaad geheel in gebruik zijn. Ik gebruik de schijfopruimer, dat levert zo’n vijftig megabyte op waardoor de kassa weer even functioneert en tussen de klanten door kijk ik waar alle ruimte van de schijf door op gesoupeerd wordt en ik zie een map waar vijftig van de vijfenzestig gigabyte in zit en dat lijkt een backup. Ik word weggeroepen voor een andere vraag en vergeet het probleem op de kassa even tot ik word gehaald omdat de kassa het weer niet doet. Nu bel ik met mijn automatiseerder en die kijkt met me mee en ik wijs op de map met de vijftig gig en hij zegt dat dat klopt. Het is de backup van de server. Ik zeg dat je toch geen backup draait op de belangrijkste computer die er staat, dat dat toch ook had gekund op een van de andere pc’s en hij zegt dat het nu eenmaal de manier is waarop het is geïnstalleerd. Dat is wel fijn aan automatiseerder zijn, je hoeft niet meer te denken over de vraag of iets al dan niet logisch of gewenst is, je kunt je verschuilen achter het feit dat het zo is. Zelfs als je het zelf heb veroorzaakt. Terwijl ik hem aan de lijn heb gooit hij een map leeg die niet belangrijk is, zo heb ik weer 5 gigabyte zegt hij en wenst me een fijne dag. Een half uur later loopt de kassa voor de derde keer vast. Ik kijk en zie dat de vrijgemaakte ruimte weer is gevuld door de backup vanaf de server. Ik kijk in de mappen, zie er eentje met de naam backup dus die gooi ik leeg waarna de kassa het weer doet. Inmiddels ben ik geërgerd. Ik bel weer met mijn automatiseerder en stel opnieuw de gekozen manier van het maken van een backup ter discussie. Een backup is belangrijk maar niet op een kassa, zeg ik de man die ik aan de lijn krijg. Hij kijkt met me mee, is het nu wel met me eens en begint meer ruimte vrij te maken en wil ook nog wat instellingen wijzigen. Op het moment dat hij daarmee bezig is loopt mijn hele server vast. Waarschijnlijk is het toeval, of bestaat dat niet, maar nu moet ik alles herstarten, twee kassa’s die niet werken en klanten die gelukkig alle begrip tonen en een geschreven bonnetje in de handen gedrukt krijgen. Het duurt nog eens tien minuten voor alles weer werkt. Problemen met computers kunnen altijd voorkomen, maar er zijn dagen waarop je ze liever niet hebt.