Kraan…

Met de waterpomptang draai ik de schroeven van de oude kraan los en dat gaat makkelijk en na een paar slagen kan ik ze met mijn vingers verder los draaien en laat de kraan los. Een zware kraan en die leg ik even in bad neer. Een paar minuten voor dit moment stond ik beneden in de schuur en ik somde op, waterpomptang, tape, teflon en staalborstel, ik dacht na in de wetenschap dat een vergetelheid een extra keer terug naar de schuur lopen zou betekenen en nu, boven, pak ik de staalborstel en borstel de oude teflon uit de groeven van de schroefdraad. Daarna zet ik nieuwe teflon er op, zoals altijd moet ik even nadenken over de richting, schroef draait rechtsom dus teflon ook. Daarna zet ik de nieuwe kraan tegen de uitstekende delen en begin de schroeven aan te draaien, ik heb afplaktape om de schroeven gedraaid om ze te beschermen tegen de waterpomptang. Toch geef ik op het laatst net iets teveel kracht, onnodig veel, waardoor het papier scheurt en ik de schroef alsnog een beetje beschadig. Daar baal ik van. Dan naar benden om in de kelder de hoofdkraan weer open te draaien. Ik loop naar boven, in alle rust omdat ik weet dat het niet zal lekken en als het al zou lekken dan loopt het in het bad. Ik kijk naar de kraan en ik voel. Droog. Zo hoort het. Ik maak de andere slangen voor de douche vast en ik test warm en koud, het werkt. Ik raap alle spullen uit de badkuip en spoel het bad schoon. Weer klaar voor gebruik.

Advertenties

Beetje ziek…

De week begon met een lichte keelpijn die in de loop van de maandagmiddag uitgroeide tot een vervelende keelpijn en mij in de nacht van maandag op dinsdag wakker hield omdat ik het gevoel had telkens wanneer ik moest slikken ik een bal glasscherven tevergeefs weg probeerde te krijgen. Normaal let ik niet zo op slikken, tenzij ik aan het drinken of eten ben heb ik niet zo het idee dat ik vaak slik, op het moment dat het zeer doet lijkt het alsof het mijn enige bezigheid is, mijn nieuwe hobby, slikken. Dinsdag word ik wakker en ik klink als Barry White, iets wat mijn collega’s in de winkel wel amusant vinden en in de loop van de dag neemt de keelpijn af, al kan ik nog altijd een prachtige vertolking van my first, my last, my everything doen, maar neemt de druk op mijn longen toe. Ik stop wat eerder met werken en neem voor de zekerheid mijn temperatuur, zevenendertig komma acht, beetje verhoging. Ik ga op tijd naar bed, slaap slecht door het hoesten en ga op een gegeven moment naar beneden om op de bank te slapen in de hoop Annemiek niet wakker te maken met mijn gekuch. Na een slechte nacht besluit ik mijn temperatuur niet te meten, niet meten is niet weten immers, en ik fiets naar de winkel. De woensdag kom ik op het werk aardig door, keelpijn weg, druk op de longen is wat minder, hoesten is er nog wel en ik snotter ook nog als een dolle. Na zessen naar huis en toch nog maar eens meten. Bam. Achtendertig negen. Dat is flink. Dat zijn geen waarden waar ik morgen gewoon weer mee in de winkel kan staan, dus ik meld me af, ga vroeg naar bed, word daardoor ook vroeg wakker want ik slaap nooit zo lang en ik begin met de loonadministratie. Na twee uur is dat af. Dan ben ik moe, erg moe, en ik kruip om tien uur terug in bed en word om half een weer wakker. Duf. Ik ruim de vaatwasser uit en daarna ben ik weer moe en lig ik een tijdje op de bank. Dan dweil ik de kamer en daarna plof ik maar weer op de bank. Zo kom ik de dag door, een klusje en dan de bank. Het frustreert me, normaal alle energie van de wereld, nu even pas op de plaats.

Blauw…

Ik vraag de buurvrouw die ik aan zie komen lopen of ze wellicht een stukadoorsbedrijf aan het opstarten zijn, wijzend naar de verschillende witte en zwarte busjes die in onze straat geparkeerd staan met een pools kenteken. Niet normaal toch, zegt ze en ik schud ook mijn hoofd. Gisteren sprak ik een andere bewoner uit de straat die ook geen goed woord over had voor de hoeveelheid busjes en auto’s in de straat die niet van bewoners zijn en soms met gemak een paar weken geparkeerd staan. Begin van het jaar paste de gemeente de blauwe zone’s aan en op een zeer vreemde manier ontliep onze straat de lik blauwe verf. Onlogisch. De hele Hertog Reinoudsingel is wel tot blauwe zone gepromoveerd maar de Rooddorpstraat, een deel van de Zandstraat, Waldeck Pyrmontstraat en de Oranjestraat niet. Dat is vreemd. Ik neem aan dat een ambtenaar een passer plaatst in het stadhuis en vervolgens een mooie ruime cirkel hier omheen trekt. Hoe het dan logisch kan zijn dat de Hertog Reinoudsingel wel blauw gekleurd wordt en een aantal tussenliggende straten niet is me een raadsel. Er staan nogal wat grote huizen op de Hertog Reinoud, wellicht met bewoners die net wat meer in de gemeentelijke pap te brokkelen hebben. Dat mag je natuurlijk niet denken, niet zeggen, maar het lijkt me dat het of dat is, of dat er is een ambtenaar die echt heel erg slecht met een passer overweg kan. In augustus zou het opgelost moeten zijn, dan kunnen de onlangs aangebrachte dikke witte strepen weer van de weg gebrand en de in januari geplaatste bordjes weer verplaatst en krijgt ook onze straat de felbegeerde lik blauwe verf.

Gras…

Ik fiets door het park en kijk naar het lichtgroene, platgedrukt gras. Het is wonderlijk dat een week afdekken de kleur van gras zo kan beïnvloeden. Op verschillende plekken staan nog stapels pallets en aan het begin van het park een tent met een hoog puntig dak, wit, en twee mannen staan in die tent, de ene met een hamer en hij kijkt naar boven. in de verte staat het geraamte van een grotere tent, blinkende stangen glimmen in het licht. De zeilen zijn er al van af. Het zijn de laatste resten van een weekend gezelligheid zoals er de komende maanden steeds weer opnieuw een kleine aanslag gepleegd zal worden op de graszoden. Soms zullen ze eventjes opnieuw ingezaaid moeten  worden, soms, zoals nu, is een weekje rust genoeg. In elk geval staat het gras er na een week of twee, ingezaaid of opgekomen, weer als vanouds bij.

Schreeuwerd…

Ik wandel vanaf de winkel terug richting huis. Voor het oude postkantoor staat een jonge man met een rugzak voor het Heilig Hartbeeld, hij heeft een korte broek en wandelschoenen. Hij kijkt naar het beeld, naar het opschrift, regi suo cives, en dan laat hij zijn linkerarm langzaam, gestrekt, naar boven komen tot hij zijn arm uitstrekt naar het beeld. Vervolgens draait hij langzaam tot zijn gesloten vuist naar boven wijst en dan opent traag zijn hand. Zo blijft hij even staan. Ik loop aan hem voorbij. Voor het museum komt een lange magere man het plein oversteken. Halverwege begint hij opeens iets te schreeuwen. Ik kan niet verstaan wat hij roept maar plots schreeuwende kerels, zeker als ze alleen lopen, vind ik eng. Ik wijk een beetje naar links uit zonder dat ik helemaal linksaf sla want ik wil nou ook weer niet de indruk wekken dat ik de schreeuwerd eng vind, dat vindt hij misschien niet tof. Dus ik buig links af en hou hem in de gaten zonder hem echt aan te kijken, want schreeuwerds moet je niet in de ogen kijken, lijk me, of is dat alleen zo met een bepaald soort gorilla’s. Ik weet het niet, hij loopt langs en ik loop door en ik kijk hoe hij richting het postkantoor loopt. Misschien staat de andere man daar nog met zijn uitgestrekte art voor het Heilig Hartbeeld, ik hoop dat de schreeuwerd hem geruisloos passeert.

Vakantie…

We rijden naar Roermond voor de laatste vakantie inkopen. Of moet ik nieuwste vakantie inkopen zeggen want veel van de inkopen zijn een logisch gevolg van de aantekeningen die we bij onze vorige vakantie, twee jaar geleden, maakten. Er zat een jaartje tussen, een huis werd verkocht, een huis werd gekocht, er werd geklust, er werd verbouwd. Het waren dagen vrij van ons beider werk maar vakantie was het niet, het was hard werken en nu staan we op de vooravond van een echte vakantie en rondlopen bij de vrijbuiter maakt het gevoel echt, een winkel gevuld met spulletjes die we op vakantiebestemming kunnen gebruiken. We kijken vooral naar alles wat opvouwbaar is, inklapbaar en oprolbaar. De ruimte in onze auto is beperkt maar we hechten op locatie wel aan gemak, dus moet alles wat gemak brengt ook handelbaar zijn. We hebben al een opvouwbare klerenkast, een keuken, een dressoir en stoelen. Vandaag voegen we een oprolbare grote tafel toe aan het assortiment. We kiezen ook een grote koeltas, omdat we niet zeker zijn van een gekoelde optie tijdens ons eerste verblijf en een aantal andere spulletjes. Spulletjes die we op vakantie voor het eerst zullen gebruiken. Het is bijna zover, nog een weekje of drie. Niet eerder sprak ik de woorden, ik ben toe aan vakantie, na het overslaan van de vakantie vorig jaar en een behoorlijk bewogen jaar spreek ik ze voor het eerst uit: ik ben toe aan vakantie. Ik sleep de gekochte spullen naar de zolder, daar liggen ze eventjes niet in de weg maar ik kan niet wachten tot ik ze daar weer vandaan mag halen.

Geluk…

Ik luister naar de geluiden van de stad. Bij de buren is een feestje gaande, zonder muziek maar met het constante geluid van door elkaar pratende mensen, ik kan niemand verstaan maar iedereen horen. Bij het wandelen met de hondjes hoor ik meer geluiden. Een eindje verderop in de straat is ook een feestje aan de gang maar met minder mensen, daar klinkt het geluid in het voorbijgaan milder, minder groepjes, minder met elkaar verwevende gesprekken. Daarbovenop hoor ik het geluid van de stad, de stad in de avond. Geen geluid meer van verkeer, geen vogels, in de verte wel een sirene van een politieauto maar vooral het geluid uit het park, lekker Venlo, waar muziek vandaan komt en wat als een deken over de stad ligt. Ik wandel en luister, ik kijk naar de hondjes die vrolijk vooruit draven. De temperatuur is heerlijk, ik loop in mijn eentje met mijn hondjes terwijl de stad, mijn stad, leeft, bruist, en ik voel me gelukkig.

Lotje…

De eerste weken dat Lotje ons gezin kwam verrijken schreef ik bijna dagelijks over haar. Daarna af en toe en inmiddels schrijf ik even veel over haar als over Izzie, die al zeven jaar in alle vrolijkheid door ons leven sjokt. Toch is er wezenlijk iets veranderd aan ons gezin met de komst van Lotje. Izzie heeft een speelkameraadje in haar gevonden en de plastic worst die ze me in de avond voorhield om mee te spelen houdt ze nu aan Lotje voor. Spelen doen ze, de hele dag. Lotje groeit als kool en daardoor wordt hun spel steeds gelijkwaardiger. Het is niet vanzelfsprekend dat Izzie het spel om het worstje wint en ook houdt ze zich niet echt meer in als het spelenderwijs vechten wordt. Na afloop van spelen vallen ze bij elkaar op de bank in slaap. Soms wordt Lotje als eerste wakker en dan hangt ze aan de oren van Iziie, soms wordt Izzie als eerste wakker en dan haalt ze een speeltje en staat ze licht grommend met het speeltje voor Lotje zodat die wakker wordt. De dynamiek met twee hondjes is anders geworden. Ondertussen voeden we Lotje op. Zindelijkheid was de eerste prioriteit, dat gaat steeds beter, nu gaan we over op luisteren en netjes lopen, voet, kom voor, zit en mand zijn woordjes waarvan ze moet begrijpen wat er van haar verwacht wordt. Dat is een opgave met een enthousiast hondje, maar het gaat lukken, hoewel het niet altijd makkelijk is met Izzie erbij, die al die termen al kent en hard aan komt rennen en in de mand gaat zitten waar we Lotje met pijn en moeite net in de richting ervan wisten te bewegen.

Strips…

De klant staat bij de balie en zegt dat hij bericht heeft gekregen, een geautomatiseerd bericht, dat er drie boeken voor hem zijn binnengekomen. Stripboeken, voegt hij er aan toe en ik loop de winkel door naar het magazijn waar we de bestelde boeken hebben staan en ik zie dat er inderdaad drie stripboeken voor de klant klaar staan. Ik neem de boeken mee en laat ze aan de man die geduldig bij de balie staat te wachten zien. Hij knikt en ik scan de drie stickertjes op de achterkant van het boek zodat ons systeem weet dat de klant de boeken heeft afgehaald en steek ze daarna in een papieren zakje die ik vervolgens aan de klant geef. Hij pakt de boeken aan en zegt dat hij daarmee de series weer compleet heeft. Hij vertelt verder, hij heeft al meer dan duizend stripboeken verzamelt. Vroeger spaarde hij heel veel verschillende series, zegt hij, tegenwoordig beperkt hij zich tot drie of vier verschillende strips, die hij dan wel compleet wil hebben. Hij vertelt over bijzondere series die hij compleet heeft staan, en hij weet dat dat zeer waardevol is, niet alleen als verzamelaar zijnde maar ook in klinkende munt. Hij zegt dat hij wel denkt dat hij op een gegeven moment wat series zal gaan verkopen, ik knik, hij kijkt me aan en ik geloof dat ons beider gedachte is dat dat nooit zal gaan gebeuren, een fanatiek stripverzamelaar doet geen afstand van zijn series.

Glas…

Ik trek mijn schoenen aan voor de laatste avondwandeling met de hondjes. Ik pak de riemen van de verwarming en lijn als eerste Izzie aan, die door het geluid van het pakken van de riem al naar de deur is gekomen, daarna loop ik naar Lotje, die lui in haar mandje ligt, alle vier de pootjes van haar hangen over het randje en ik pak de vier pootjes vast en ik zeg, een bosje pootjes, tegen niemand in het bijzonder want ik ben met de hondjes als laatste over. Ik klik de lijn aan haar halsbandje, sta op en loop richting de deur, in de rechte weg, en als ik omkijk om te te zien of Lotje opstaat uit haar mandje zie ik dat ze dat daadwerkelijk heeft gedaan maar niet mij in mijn rechte weg volgt maar om het tafeltje heen loopt waardoor de riem het glas, achtergebleven op het tafeltje ervan af begint te vegen. Ik stop, Lotje loopt door, het glas nadert de rand, ik duik naar voren en voel het glas langs mijn vingers glippen en in duizend stukjes op de grond spatten. Lotje springt in schrik naar achteren en bekijkt vanaf een veilige positie de schade zoals ik het vanaf mijn positie ook doe. Een moment van niet opletten levert een hoop werk op, op de late avond. Eerst maar de hondjes uitlaten, langer wachten levert wellicht nog meer opruimwerkzaamheden op. Na het uitlaten zet ik de hondjes aan hun riem vast aan een stoel zodat ze zich niet in de buurt van de scherven kunnen begeven en ik pak stoffer en blik, eerst de grove stukken, daarna de stofzuiger voor de kleine scherven en als laatste de dweil omdat het glas niet helemaal leeg was en het beetje inhoud eerst over de vloer spatte en daarna door de stofzuiger werd uitgesmeerd. Het is een hoop werk wat voorkomen had kunnen worden indien ik iets eerder om had gekeken om te zien dat Lotje de verkeerde kant van het tafeltje koos, of een fractie van een seconde sneller het vallende glas van de ondergang had weten te behoeden. Maar dat gebeurde niet en dus veeg, zuig en dweil ik in de late avond de rommel weg.