Timing…

Het is droog tegen de tijd dat we gedrieën richting Tegelen fietsen voor de badminton training. Mijn jas is wel nog nat. Toen ik terug naar huis fietste vanuit de binnenstad kreeg ik op het laatste stukje een buitje over me heen. Later, op de terugweg van de supermarkt, was het een heel harder gaan regenen en kwam ik behoorlijk nat thuis. En voor wat kleine klusjes waarvoor ik gereedschap uit de schuur moet halen moet ik steeds de tuin door. Ik ben wel een beetje klaar met alle nattigheid. In de zomervakantie was het weer niet echt om over naar huis te schrijven en de hoop op een lekker warme nazomer begint, na het lezen van de weersverwachtingen, ook te vervliegen. Op de terugweg is het alweer droog, tijdens de training heeft het kennelijk wel flink geregend want de fietsen zijn nat en er staan nog plassen op de weg. We fietsen terug naar Venlo, een auto komt ons tegemoet rijden en in zijn lampen zien we de waterdamp van de straat opstijgen. Kennelijk heeft er toch genoeg zon geschenen om de straat te verwarmen. Waarschijnlijk toen ik in een vergaderzaal of op kantoor zat. Misschien is het wel prima weer en is het slechts een geval van timing. Op de regenmomenten binnen zijn en door een heerlijk najaarszonnetje naar huis fietsen.

Advertenties

Wimpers…

De man aan de balie levert een papieren boekenbon in. De papieren bon is jaren geleden vervangen door een cadeaukaart die we opwaarderen maar nog altijd komt zo nu en dan een papieren variant binnen. De man zegt dat hij blij is dat hij er eindelijk aan gedacht heeft want hij vergeet de bon steevast wanneer hij naar de boekwinkel komt. Ik zeg dat we net de ReadR app hebben gelanceerd waar je de boekenbonnen in kunt lezen waardoor je, wanneer je je telefoon bij je hebt, ook je boekenbonnen bij je hebt. En je telefoon heb je meestal wel bij je. Ik niet, antwoord de man, die vervolgt dat hij een hekel aan die dingen heeft. Zijn vrouw staat naast hem en knikt, daar doet hij niks mee. Ik was ook de laatste inwoner van Venlo die op internetbankieren over is gegaan, gaat hij verder, en ik sprak de medewerkster van de bank die dat maar raar vond er op aan en zei dat mensen zoals ik de reden waren dat zij nog werk had. Ik vertel dat ik zakelijk ook vaak bij de bedrijvenbalie kwam voor kleingeld of briefjes van vijf, maar als ik tegenwoordig briefjes van vijf nodig heb loop ik naar het grenswisselkantoor. De man zegt dat het toch raar is dat zo’n kantoortje de echte bankzaken over heeft genomen. Hij vertelt dat hij er op een gegeven moment toch niet meer omheen kon en over moest op internetbankieren. Weer een tijd later was hij nog een keer in de bank en informeerde naar de vrouw met de mooie wimpers en kreeg te horen dat zij er niet meer werkte. Tsja, dat krijg je dan, zegt hij. Ik zeg dat de vrouw met de mooie wimpers nu wellicht bij het grenswisselkantoor werkt. Hij lacht en wijst op zijn vrouw, ik heb al wimpers, zegt hij.

Meer stuc…

Ik kan heel veel klussen in huis opnoemen maar zodra ik tegen iemand zeg dat ik een muurtje ga stucen krijg ik standaard de opmerking, ga je dat zelf doen? Als je zegt dat je een muurtje met latex gaat verven zal niemand de vraag stellen of je het gaat uitbesteden. Toch is het niet veel anders dan stucen, het grootste verschil is dat stuc veel dikker is en dus niet met een roller is aan te brengen. Daar heb je een raapbord en een speckmes voor nodig. Verder is het hetzelfde, je moet met enige precisie de meters die voor je liggen op een nette manier bedekken. Vandaag zijn het bijna tien meters granol die ik moet laten verdwijnen en het is al bijna één uur voor ik aan de klus kan beginnen. Daarvoor was ik bezig met het hangen van gordijnrails, die nog op maat gemaakt moesten worden en een stang in de badkamer voor een gordijntje, en nu twijfel ik een beetje of ik die tien meters nog wel af ga krijgen. Halverwege stoppen is geen optie, dat ga je zien. Ik besluit dat ik ervoor ga. Ik saus de muren in met voorstrijkmiddel, maak een grote bak stuc klaar en zet de eerste banen. De hoekjes zijn het lastigst. Zodra ik daar voorbij ben kan ik meters maken. Letterlijk. Half zeven ben ik klaar. De tien meter granol zijn verdwenen en een strakke wand is er voor terug gekomen. Ik ben blij met het resultaat, het kostte veertig kilo stuc, een middag en wat zweet. Het was het waard.

Stuc…

Ik plak de rand van de lambrisering af terwijl ik me af vraag hoe vaak ik die rand nu al heb afgeplakt. Vaak. Daarna zeiltjes op de vloer en buiten bij de schuur ook een zeil op de grond waar ik de emmer op zet die ik voor driekwart gevuld heb met roodband. Stuc. Ik pak de tuinslang en vul de emmer met water. Even wacht ik tot de bubbeltjes wegtrekken en daarna zet ik de mixer die ik op de boormachine heb gezet er in. Eerst voorzichtig en daarna steeds sneller, af en toe wat water erbij, en uiteindelijk een mooie smeuïge brij. Ik til de emmer naar de kamer en pak het gereedschap, troffel en raapbord, reilat en sponzen. Ik pak de troffel en schep uit de emmer de eerste hoeveelheid stuc op het raapbord die ik vervolgens over de muur smeer. Dit is het makkelijke stuk, het vullen van de muur met stuc. Daarna volgt het lastigere stuk. Eerst met de reilat, daarna het speckmes. Mooie namen voor hulpmiddelen om een muurtje glad te krijgen, en ik krijg ze glad. Het meeste werk is de uitstulpende balk op de muur waar ik omheen moet. Drie korte vlakken, twee scherpe hoeken die niet mee willen werken, maar ook die verdwijnt netjes in de stuc. Een paar kleine plekjes dienen nog bijgewerkt, dat komt morgen. Ik kijk naar het resultaat. Het ziet er strak uit, ik ben tevreden. Morgen doe ik een hele lange muur.

Schuur…

De kast in de schuur staat verkeerd, zoveel is wel duidelijk. Tijdens de verhuizing is de kast, op onze aanwijzing, aan de rechterkant van de schuur opgebouwd, maar door die positie versmallen we de schuur en staat de ruimte met vier fietsen erg vol. Reden dus om de kast te verplaatsen naar de kopse kant. Ik besluit het in de ochtenduren te doen. Eerst ruimte scheppen, zakken met stuc, cement en voegmiddel verplaatsen, strooizout en een gereedschapskist. Vervolgens de kast ontdoen van de zware delen die er op en er in staan zodat het verplaatsbaar is. Ik probeer mijn vingers achter hout en muur te krijgen en het lukt net niet. Ik probeer het aan alle kanten maar slechts de topjes van mijn vingers passen tussen de ruimte en daarmee krijg ik net niet genoeg kracht om de kast van de muur te trekken. Ik kijk in de gereedschapskist en pak een breekbeitel, zet hem tussen muur en kast en schuif de kast zo eenvoudig tien centimeter van de muur. Daarna verder op kracht. De vloer is niet recht waardoor de kast af en toe toch niet verder wil en ik moet tillen maar na een tijdje staat de kast tegen de achtermuur. Ik zet spullen terug, pak de drie verhuisdozen uit die nog onaangeraakt in de schuur stonden en maak de dozen plat. Ik kijk op de klok, het is bijna negen uur. Ik ga naar binnen, was mijn handen en maak me klaar om naar de winkel te gaan, ik heb er al een flinke klus op zitten.

Mens…

Kijk, ik ben geen robot. Of althans, ik ben vrij zeker van mijn zaak wanneer ik deze stelling poneer. Overtuigd van mijn menselijkheid. Toch zijn er steeds meer beveiligde websites waar ik de systeembeheerders moet overtuigen van dit simpele feit. Het begint vaak met het plaatsen van een vinkje bij het vakje met als onderschrift “ik ben geen robot”. So far, so good, alhoewel ik dan direct bedenk dat elke robot dat vinkje ook wel kan zetten. Maar dan komt het. Een scherm verschijnt met zestien vakjes, die samen een redelijk wazige foto vormen en hier staat in het onderschrift dat ik alle vakjes waar een verkeersbord in te zien is moet aanvinken. Naar eer en geweten doe ik dat, maar ik krijg de melding dat het niet goed is en ik krijg een nieuwe foto. Dit keer met auto’s. Weer fout. Nieuwe poging. Een huis. Ik klik de vakjes waar ik huis zie aan terwijl ik inmiddels al enorm aan mijn menselijkheid begin te twijfelen. Zou ik dan toch… Ik klik op akkoord. Ik mag verder, ik ben een mens, ik wist een huis te herkennen.

Lunch…

Ik steek de envelop in mijn jaszak en fiets naar de bank om deze in het geldstort apparaat te steken. Bij de pinapparaten staan een man en een vrouw en ze discussiëren over geld, de vrouw kon kennelijk niet pinnen. Ze vindt kennelijk dat ze door iets of iemand benadeeld is geworden en dat er nu nog slechts acht euro op haar rekening staat in plaats van de twintig die ze daar verwacht had te kunnen pinnen. Ik voel me een beetje ongemakkelijk naast deze discussie met mijn envelop geld en ben blij dat de barcodelezer ditmaal in één keer de code leest en de schuif opent. Vaak sta ik de envelop oneindig vaak voor de lezer te houden voor het bevrijdende zoemen van het luikje klinkt. Ik steek de envelop in de koker, zie hoe de schuif weer omhoog gaat en wacht op de bon. Daarna fiets ik door naar huis, vijf minuutjes fietsen, om samen met mijn schoonvader die de trap naar zolder aan het schilderen is te lunchen. Ik zet mijn fiets voor het huis, we eten samen in de tuin, half in een lekker zonnetje en daarna loop ik nog snel eventjes een rondje met het hondje. Het hondje oogt blij, en zo voel ik me eigenlijk ook wel een beetje.

Trots…

Tien jaar. Tien jaar geleden stierf mijn vader op nine eleven. De dag waarop de wereld de aanslagen op de twin towers herdacht blies hij zijn laatste adem uit. Nu zijn we tien jaar verder. De kinderen zijn tien jaar verder. Mijn jongste zit nu in de brugklas. Toen mijn vader zijn onheilstijding kreeg berustte hij daar heel natuurlijk in, het was niet anders. Als hij naar zijn kleinkinderen keek veranderde dat soms, hij had ze zo graag wat groter zien worden, of, zoals hij het zo mooi zei: dat ik ze niet naar de universiteit zie gaan, daar heb ik vrede mee, maar de middelbare school was wel fijn geweest. Die middelbare school is nu ook voor de jongste een feit. En wat zou hij trots zijn geweest, op de jongste die zijn eerste stappen op de grote school zet, en op de oudste die al naar de derde gaat. Op ons in ons nieuwe huis dat ik hem zo graag had laten zien. Ons nieuwe plekje. Op Annemiek die haar plek bij de werkgever die hij niet gekend heeft zo fantastisch heeft gevonden en op mij, met Koops, die de crisis doorstaan heeft en daar sterker uit is gekomen. Papa kon trots zijn. Dat straalde dan helemaal van hem af. Dat mis ik soms, op een dag als vandaag wat meer.

Bouwmarkt…

Ik loop de bouwmarkt in met mijn jongste zoon. Ik weet waar ik moet zijn dus hebben we een normaal wandeltempo, in tegenstelling tot de slenterende mede winkelgangers. De plek waar ik moet zijn is helemaal aan de andere kant van de winkel, de profielenwand. In elke bouwmarkt vind je ze terug. Tientallen vakjes van tien bij tien centimeter met daarin profieltjes verborgen van twee meter zeventig lang. Ik weet wat ik moet hebben maar er staan een man en vrouw voor me bij de profieltjes kast en je trekt niet zo maar twee meter zeventig uit een kast wanneer er twee mensen voor je aan het discussiëren zijn, dus ik wacht. Hij zegt welk profieltje het moet zijn en zij zegt dat het een ander is en dat zij het wel kan weten want zij is degene die het in huis geschilderd heeft. Ze trekken nog een paar profieltjes uit de schachten die ze telkens weer terug duwen en hij zegt dat ze het dan nog wel even na zullen kijken en zij trekt een profieltje er uit en zegt dat ze die gewoon meeneemt. Daarna lopen ze weg. Ik kijk naar de vrijgekomen profieltjes kast, kijk op de afmetingen die op de labeltjes staan en trek twee profieltjes uit de kast die ik aan mijn zoon geef. Nog even naar de schroefjes. Halverwege kom ik het stel die net nog bij de profielen stond tegen. Hij heeft een deur vast. We lopen ze voorbij, naar de schroefjes waar ik even moet zoeken voor ik de juiste vind.

Trompet…

Ik luister naar de gedempte trompetgeluiden tijdens mijn avondwandeling met het hondje. Zodra ik de hoek om kwam lopen en bij het hondenpad aankwam hoorde ik het. Trompet in de nacht, het is bijna magisch. Ik kijk om me heen, er zijn geen andere wandelaars, geen andere honden en er rijden geen auto’s of fietsen voorbij. Het is stil, behalve die gedempte klanken van de trompet. Het is alsof iedereen even de adem inhoudt om te luisteren. Dan is het voorbij. Verderop komen twee baasjes met hun hond, ik zie de koplampen van een auto mijn kant op komen en achter me draaien twee jongens luid kletsend de straat op. De adempauze is voorbij. Ik steek de straat weer over en loop terug richting huis. In het kleine straatje waar de slager aan ligt is het weer stil en hoor ik vanuit de verte toch weer even de trompet.