Open…

En dan blijven eindelijk, voor het eerst sinds jaren, de deuren na zessen gewoon open. Ergens in coronatijd moesten de deuren dicht. Waren er avondklokken en verdween de koopavond van de kalender, en iets wat verdwenen is blijkt moeilijk weer te herintroduceren. We hebben een aantal pogingen gedaan. De gedachte geopperd in de straat. Zullen we weer beginnen met de koopavond. Gelobbyd, als wij samen, dan volgt de rest misschien ook. Tevergeefs. De winkels bleven dicht in de avond en wij ook. Het bleef echter wel knagen. Koopavonden zijn leuk en klanten die komen zijn altijd erg blij dat het ook in de avond kan. Dus proberen we het nog een keer. Dan maar met z’n tweeën. Zij aan zij met gamemania die al langere tijd als enige de koopavond open bleef. Het mooie is dat de klanten niet verbaasd zijn. Ze komen gewoon weer. Klagen wel over de andere winkels die gesloten zijn en zijn verbaasd dat het voor ons ook weer de eerste keer sinds lang is dat we open zijn. Om acht uur willen we sluiten. Dat lukt niet. Een gezin met kinderen wil nog naar binnen en dat mogen ze uiteraard en de drie kinderen mogen boeken uitkiezen omdat het Kinderboekenweek is. Even later komt nog een stel voor een rekenmachine. Ze komen terug aan de balie en ze hebben ook nog een scheurkalender gevonden. Dat is een cadeautje dus pak ik dat nog even in. De kinderen kiezen na een tijdje hun boeken uit en om twintig over acht sluiten we de deuren. Het was voor het eerst sinds lang en we hadden er daardoor niet veel van verwacht. Gedacht dat de klanten langzaam maar zeker weer moeten weten dat we open zijn, maar het liep direct weer goed door waardoor je toch gaat denken aan de hoeveelheid klanten die de afgelopen jaren tevergeefs aan de deur hebben gestaan. Hiervoor onze excuses, maar we zijn weer open!

Rennen…

Ik ren in de vroege ochtend door de straten van Venlo. Geen hardlooptraining voor de Venloop dit keer, maar noodzaak om op tijd bij mijn volgende vergadering te zijn. Ik zat zojuist ook in vergadering en die was gepland tot tien uur, het exacte tijdstip van de volgende vergadering. De afgelopen jaren gingen de meeste vergaderingen online. In het ergste geval kwam je iets te laat bij je volgende overleg omdat je even een sanitaire stop moest maken of een kop koffie ging pakken. Nu is het weer rennen. De meeste winkels zijn nog dicht en dat scheelt in de hoeveelheid mensen op de straat. Om twee over tien log ik in. Ik ben niet de laatste die inlogt. Ik ben wel de enige zonder kop koffie. De vergadering gaat over verbeteringen in ons automatiseringssysteem. Een systeem dat we delen met een hoop andere Libris boekwinkels en veranderingen die doorgevoerd worden gelden voor iedereen. Dat maakt het gesprek soms lastig, omdat iedereen een ander soort winkel heeft en er andere werkwijzen op nahoudt. Toch lukt het in de gesprekken steeds weer om de gulden middenweg te vinden en het systeem weer een stapje beter te maken.

Drab…

En opeens drupt er groene drab door het plafond in de winkel. Eén van de knuffelpoezen die we bovenop de kasten hebben liggen pakt de volle laag. Het arme beestje. Maar ik ben de knuffel dankbaar want het voorkomt dat heel veel boeken onder de, wat later blijkt, epoxyhars komen te zitten. Het is het resultaat van een reparatieactie op een kapotte afvoerleiding van de bovenwoning. Het lekte. Een beetje. Voelde niet goed, als water eenmaal een uitgang heeft gevonden dan weet het die uitgang altijd te vergroten. Het bedrijf dat ging repareren zag al snel dat de buizen niet meer te redden laat staan te repareren waren. Oud. Poreus. Op. Besloten werd om een nieuwe flexibele buis door de oude buis te duwen. Dat klinkt als een prima oplossing, tot blijkt dat de oude buis zo poreus is dat het onmiddellijk uit elkaar spat bij de minste aanraking. En dat gebeurt dus in de winkel. We trekken direct zoveel mogelijk boeken weg uit de hoek waar de troep naar beneden valt. Voorkomen meer schade. Dekken de kasten af. En er wordt nagedacht over een oplossing. En vooral het moment wanneer die oplossing er moet komen. Een winkel die altijd open is heeft niet de gelegenheid om oplossingen uit te laten uitvoeren voor het leidingwerk van de bovenburen. Dat komt altijd ongelegen en is nooit goed voor de omzet. We kiezen voor de avond. Ook niet ideaal maar het beste van alle slechte scenario’s. Dus ik wacht in de winkel terwijl er gewerkt wordt aan een oplossing. Een tijdelijke oplossing zo blijkt want er dient veel meer te gebeuren om het probleem echt uit de wereld te helpen. Dat is balen. De sympathieke man die de reparaties aan het uitvoeren is vraagt wanneer de winkel gesloten is. Ik zeg nooit. Ja, de zondagochtend. Misschien een optie. Hij gaat er over nadenken. Ik ook.

Druk…

Ik geloof niet dat ik het eerder zo druk zag in Venlo. De Krefeldseweg staat vol met auto’s die de fietsoversteekplek waar ik overheen moet blokkeren. Op de Goltziusstraat staat het muurvast en ook de rotonde van de Koniginnnsingel beweegt niet. Wel klinkt een hoop getoeter en zie ik automobilisten naar elkaar gebaren. Alsof de ander er iets aan kan doen dat op deze Duitse dag onze oosterburen de stad zo massaal bezoeken. Of is het mijn perceptie. Was het op deze dagen altijd zo druk en chaotisch in het verkeer en heeft het beeld van lege steden in de corona periode mijn beeld van drukte vertroebeld. Tegen de tijd dat ik naar huis rijd aan het eind van de middag zie ik nog altijd lange rijen auto’s vast staan en ik vraag me af of ze op de heen of terugweg zijn. In het begin van de avond rijd ik naar Roermond waar ik een symposium over de toekomst van binnensteden bezoek. De rij Duitsers die vanaf het outlet center komen staat tot aan de snelweg, van daaruit begint de drukte op te lossen. Het symposium is druk bezocht. Honderdtien belanghebbenden zijn aanwezig en luisteren naar ieders inzichten over problemen en kansen. Als ik om half elf weer terug richting Venlo rijd komen er nog altijd Duitse auto’s van de parkeerpleinen rond het outlet center gereden en sluit ik achter de rij aan die voor de stoplichten wacht.

Kans…

Ik rijd het bezorgrondje op de Tripl. Het is heerlijk weer en dan is het geen straf om met het gekke wagentje over de straten van Venlo te vliegen. Ik neem de brug naar Blerick en loop de adresjes af die ik vooraf in het route bepaal systeem, daar is volgens mij geen woord voor, heb ingevoerd. Dat systeem is echt een uitkomst sinds we dagelijks de weg op gaan en een hoop adressen moeten bezoeken. Je geeft het start en eindadres in, vervolgens importeer je alle andere adressen en klikt op bepaal route en het systeem bepaalt wat de meest handige route is om te rijden. Ideaal. Ik rijd naar het volgende adres waar ik een doos af mag geven waar vooral schrijfmateriaal in zit. Collegeblokken, pennen en potloden. Ik rijd naar het grote pand en er staan een jonge man en vrouw voor de ingang een sigaret te roken. De man spreekt me aan in het Engels. Complimenteert ons wagentje. Ik raak met ze in gesprek en heb het over het mooie weer en dat het dan fijn is om te bezorgen maar dat het soms in Nederland ook wel afzien is wanneer het koud wordt. Ze komen uit Oekraïne en dat maakt dat mijn opmerkingen over slecht weer tijdens bezorgen een beetje ongemakkelijk voelen. Ik zeg dat het een moeilijke tijd is waar ze doorheen moeten en dat ze zo ver van huis moeten verblijven. De jonge vrouw schudt haar hoofd en zegt, It’s a great opportunity for us to be safe. Die zin blijft de rest van de dag en dagen door mijn hoofd zingen. It’s a great opportunity for us to be safe. Je bent jong. Je hebt een leven voor je waarin je alle kansen wilt grijpen die er zijn, maar één ding is belangrijker. Veiligheid. Overleven. En daardoor kom je in Nederland terecht. Tegen je zin, want je wilde thuis zijn en je toekomst vorm geven maar die mogelijkheid zit er even niet in. Dus ben je hier waar je eigenlijk niks te doen hebt. Waar je je dagen slijt met spelletjes op je telefoon en als het weer een beetje meezit een wandelingetje om het blok. Een toekomst afhankelijk van de grillen van een ander. En dan nog positief blijven. Ik hoop dat de rust snel wederkeert. Dat ze terug kunnen naar waar ze woonden, met enige vertraging de toekomst weer kunnen omarmen. En als dat terugkeren er niet meer in zit hoop ik dat er heel snel een toekomst voor ze hier ligt. Er komt een groepje jongens aangewandeld die zich bij de man en vrouw voegen. Ze spreken met elkaar in de taal die ik niet spreek. Ik groet, stap op de Tripl en rijd achteruit het pad af tot ik kan keren en nog een keer zwaaiend mijn weg vervolg.

Eekhoorn…

Er ligt een dood eekhoorntje aan de voet van een boom. Ik had het dode diertje niet gezien, de hondjes wel, die staan met z’n tweetjes uitgebreid te snuffelen aan het dode diertje tot ik zie wat ze doen en ze er van terugtrek. Er zitten heel veel eekhoorntjes in oost. Op de heide, waar we tot voor vijf jaar geleden woonden en zo ongeveer met een voet in het bos stonden met ons huis, zag ik ze nooit. Wel herten. Die zie ik in oost dan weer niet. Eekhoorntjes zoeken duidelijk bewoonde gebieden waar ze genoeg eten kunnen vinden. Wat dat betreft zijn ze niet beter dan ratten. Maar dan wel de leuke variant ervan. Het dode diertje aan de voet van de boom ziet er volstrekt intact uit. Geen auto die het beestje geschept heeft, zo lijkt het. Een natuurlijke dood. Ik verbaas me daar wel eens over. Niet nu, bij het zien van de dode eekhoorn, maar eigenlijk bij het ontbreken van dode dieren. Er vliegen steevast zwermen spreeuwen door de lucht. Honderden vogels. Daarnaast duiven, mussen, merels, kraaien. Toch is het altijd maar een enkele dode vogel, muis of eekhoorn die ik zie. Er moeten er meer zijn, maar waar blijven die dan. Is er ergens in het geniep een groot vogelkerkhof waar vogels, net als olifanten, heen trekken? Ik weet het niet. Hoe dan ook, deze eekhoorn heeft die plek niet bereikt maar blijft achter aan de voet van een boom op een hondenpad waar nog menig hondje aan het diertje zal snuffelen.

Hagel…

En opeens valt de hemel naar beneden. De hagelstenen kletteren op de straat en kleuren het dek wit. Als je binnen staat, zoals ik, is het een mooi gezicht, als je buiten bent is het duidelijk minder prettig. Ik zie wandelaars rennen naar beschutting en fietsers afstappen en tegen een muurtje gedrukt staan om enige bescherming voor het vallende ijs te vinden. En ik zie de man, een kennis, onverstoord de bui trotseren, een halve glimlach op zijn gezicht. Hij loopt nog op de Begijnengang maar ik weet zeker dat hij naar de winkel op weg is dus ik loop vast naar voren om de deur voor hem open te houden. Ik maak een opmerking over het weer en over het weinige aan bescherming dat de haast ontbrekende haren op de kruin van zijn hoofd hem nog bieden. Hij wuift het slechte weer weg alsof het er niet is en begint te neuzen tussen de boeken. Zelf wacht ik met naar buiten gaan om de postpakketten weg te brengen tot de bui weg is en tegen de tijd dat ik terug ben staat de kennis net af te rekenen. Ik wil doorlopen naar achteren maar zie het nieuwe boek van Jimmy Nelson liggen en attendeer hem daarop. Ik weet dat hij van fotografie houdt. Als ik na een tijdje weer terugkom staat hij nog bij het boek. De fotograaf komt dertig oktober bij ons langs, dat is bijzonder. Toen ik hem uitnodigde had ik niet durven dromen dat hij ja zou zeggen op het verzoek. Toch deed hij dat. De kennis snapt hoe bijzonder het is. Waardeert de foto’s ook. Vraagt, half mededelend, het is een Engelsman toch. Ik beaam dat. Zo knap wat hij met de Nederlandse luchten heeft gedaan in zijn foto’s, zegt hij. Dat vind ik mooi. Het zijn foto’s van Nederlanders in klederdracht. Sommige eeuwen oud. Die foto’s knallen eruit, maar de kennis heeft gelijk. Ze knallen er uit juist vanwege die Nederlandse luchten. Het dreigende. Hij is er mee opgegroeid, zegt hij. In Friesland, daar kleurden de dreigende luchten net als op de foto’s, daar leerde hij ook dat zo nu en dan een buitje, hagel of regen, niet erg is. Hij koopt het boek niet, het is behoorlijk duur, dat klopt, maar, zegt hij, als hij het thuis zou hebben liggen dan zou hij er zeker dagelijks even in kijken. Hij verlaat de winkel. Het is droog. De hagel is gesmolten en laat een natte straat achter.

Geslaagd…

Ik luister naar de wetenschapper op de radio die vertelt over het succes dat nasa heeft geboekt door een satelliet met hoge snelheid op een meteoriet te laten klappen in een poging om aan te tonen dat hierdoor een meteoriet die in een baan richting aarde gaat van koers veranderd kan worden. Niet dat dit op dit moment het geval is, maar je wil voorbereid zijn op de toekomst wanneer dit wellicht wel zo is. Hij noemt de missie geslaagd en de komende tijd zal gekeken worden of de meteoriet ook daadwerkelijk, hoe klein beetje dan ook, uit de koers is geraakt. Ik luister naar zijn enthousiasme maar blijf een beetje sceptisch. Niet door het raken. Dat vind ik knap. Ik vergelijk het in mijn hoofd met iemand die een flink brok steen met een goede vaart vooruit werpt, en ik, die met een zandkorrel de voorbijvliegende steen probeert te raken. De kans dat dat lukt is klein. Er is aardig wat wetenschap en metingen voor nodig om de zandkorrel de steen te laten raken in een perfecte worp. Maar doet de zandkorrel iets met de baan van de steen. Ik vraag het me af. Ik ben benieuwd de komende weken, en hoop de wetenschapper nog iets enthousiaster te horen zijn. Dat zou fijn zijn. Dan vind ik het ook geslaagd.

Vouwwagen…

Meer dan tien jaar geleden reden we de vouwwagen achteruit het pad door en stalde hem bij mijn ouders in de tuin. Grote tuin, de vouwwagen stond niet in de weg en we zochten nog even naar een oplossing voor het gevaarte. Die oplossing kwam er niet en nu meer dan tien jaar later, moet de vouwwagen ook weer uit de tuin. Het idee is om het ding eerst een stukje vooruit te duwen, een halve slag te draaien en daarna naar de parkeerplaats van het sportpark te duwen vanwaar het containerbedrijf, die we nu al een aantal maal in hebben geschakeld, de vouwwagen op zal halen. De praktijk: met z’n tweeën, mijn broer en ik, staan we achter de vouwwagen op de oorspronkelijke plek. Ik tel af. Drie, twee, een. En we duwen. Uit alle macht. En geen millimeter beweegt de vouwwagen. Helemaal niks. We kijken naar de banden die leeg zijn en in de jaren het zand in zijn gezakt, het wieltje bij koppeling zit heel diep en die graaf ik met mijn handen uit. Met een nieuw plan gaan we eerst de vouwwagen draaien zodat de koppeling naar voren staat. Dat lukt. Met heel veel moeite. Maar ook dan wil de vouwwagen niet verder. Ik stel voor een auto met trekhaak in te zetten en die blijken we beiden niet te bezitten maar de buren wel en die geven zonder bezwaren de sleuteltjes van de auto. Nu gaat het beter. Hoewel ik steeds in het smalle pad via de rechterkant van de auto uit moet stappen om de vouwwagen aan te haken. Dat moet een paar keer. Om de vouwwagen uit het zand te trekken. Los te koppelen. Auto iets naar voren te rijden. Stevig duwend de vouwwagen weer iets verder te krijgen zodat we hem de bocht in kunnen trekken. Weer aankoppelen. Nu gaat de bocht wel en trekt de auto de vouwwagen langzaam over het pad. Waar het ding meer dan tien jaar gelden voor de eerste keer reed en nu voor het laatst.

Vriendschap…

Ik lees een boek uit. Land van echo’s van Mark H. Stokmans dit keer. Een prachtig boek en ook een overweldigend boek. Het boek gaat over Herman. Een Nederlandse jongen die tijdens de grote oorlog, de eerste wereldoorlog, voor het Duitse leger vocht. Een gegeven waarmee hij niet thuis kon komen bij zijn vader nadat de oorlog eindigde en waardoor hij ging dwalen. Dwalen tot hij een thuis vond in Spanje, een verlaten huis, de Alqueria, waar hij bij toeval op stuit en waar hij verliefd op wordt. Samen met een vriend begint hij het vervallen huis op te knappen, waar hij steeds meer hulp bij krijgt van anderen die ook graag mee willen helpen en wat geld willen verdienen, iets wat Herman hen graag biedt maar op weerstand van het regime stuit. Herman gaat in tegen een lange traditie van het uitbuiten van arbeiders waarbij gevreesd wordt dat andere arbeiders in opstand gaan komen. Herman weet de kritieken te stillen en gaat door met de opbouw van zijn landgoed. De mensen die voor hem werken, gaan hem Don Germán noemen. Het boek is aangrijpend. Loodst je door een geschiedenis van Spanje heen die we wellicht kennen maar nooit echt tot ons door hebben laten dringen, ik niet in elk geval. De milities van de communisten, die alles wat niet hetzelfde gedachtengoed aanhing vermoorde, verkrachtte of in het beste geval vastzette. De opkomst van Franco en wederom milities die nu alles wat communist was om zeep hielp. Het is een zeer ingrijpend verhaal. Drie oorlogen, twee liefdes, een strijd, luidt de ondertitel van dit prachtige boek. Vriendschap ontbreekt in de ondertitel. Die had er bij gemogen. De vriendschap tussen Herman en Vicente. Maar ook tussen Paco en Levi. De nieuwe generatie. Het is een prachtig boek. Een echte aanrader. Heftige geschiedenis maar de liefde en vriendschap is wat je bij blijft.