Leeg…

Ik rol de grote grijze kunststof plaat op wieltjes, met het oranje koordje eraan, Klaasstraat 16 binnen. Ik kijk rond, nog een ritje of twee, schat ik zo in. Ik begin de dozen die ik bij me heb te vullen met de producten die nog in de schappen liggen. De dozen zijn erg snel vol, te snel, en ik trek de kar met producten terug naar Klaasstraat 17 en til elke doos naar de eerste verdieping. Dat proces herhaalt zich. Steeds weer kom ik terug op 16 en denk ik dat het nu toch echt wel bijna allemaal op de grijze plaat moet passen en steeds weer vergis ik me en sleep ik de volgende lading over de Klaasstraat, door de Begijnengang waar ik het metalen raster, die zorgt voor een open deur en daarmee verkoeling zonder dat iedereen maar in en uit kan lopen, van de deur wegtrek en de kar binnensleep en weer dozen naar boven begin te tillen. Ik blijk er de hele middag voor nodig te hebben. Uiteindelijk laat ik de grijze plaat achter op 17, versleep ik nog de laatste molentjes met verjaardagskalenders en een paar laatste resten op een kleinere kar. Dan is het half zes en het pand leeg. Ik loop nog een keer door de kelders en controleer in de winkel de schappen. Alles is leeg. Het voelt een beetje treurig, zo’n lege winkel, de echo van mijn stappen. We hebben iets meer dan een jaar gezeten op 16 en de keuze om het assortiment op te nemen in Klaasstraat 17 en alles weer onder één dak te brengen is de juiste keuze. Maar toch, dit is de plek waar we een jaar hebben gezeten, waar Koops vroeger naam heeft gemaakt en waar we de twee lijstjes met foto’s van Koops van net na de oorlog aan de muur hebben hangen. De winkel is leeg, de lijstjes laat ik hangen.

Lezen…

De klant, een jonge vrouw, neemt haar tijd bij het zoeken van een boek. Ze loopt de winkel door, kijkt bij de spannende boeken, in de top tien en bij de chicklits. Steeds pakt ze een boek of trekt er een uit de kast en leest de achterkant en zet hem daarna weer terug. Ze loopt zeker een half uur langs de literatuur kasten, haar hoofd schuin zodat ze de ruggen kan lezen en af en toe trekt ze er een uit. Soms neemt ze een boek een tijdje mee en later zet ze hetzelfde boek weer terug, keurig op de plek waar ze hem vond. Uiteindelijk pakt ze een boek van de tafel met nieuwe boeken waar ze al eerder bij stond en de boeken beoordeelde. Ze geeft het boek aan mij. Ik zeg dat ik niet geloof dat het een cadeautje is nadat ze er zoveel tijd voor uitgetrokken heeft. Ze zegt dat ze nooit had gedacht dat lezen iets voor haar was maar dat ze bijna haar eerste boek uitgelezen heeft en dat dit het eerste boek is dat ze ooit heeft aangeschaft. Ik ken het boek dat ze heeft uitgekozen niet maar ik hoop zo enorm dat ook dit boek haar mee zal nemen, weg zal voeren en betoveren. Lezen is fantastisch, soms tref je een rotte appel maar meestal vind je fantastische verhalen, emoties die later herinneringen vormen aan het prachtige boek dat je gelezen hebt. Ik hoop zo enorm voor haar dat dit boek dat teweeg brengt en haar tweede boek haar lust tot lezen verder aanwakkert, want lezen is heerlijk.

Lach…

De man op de fiets stopt net iets voor me bij de stoplichten. Hij heeft een kleine fiets, draagt wat slobberige kleren en heeft een alpinopet op zijn grijs blonde haren gedrukt. Naast hem staat een jonge vrouw en hij kijkt haar aan en lacht zijn bijna tandeloze mond bloot, daarna kijkt hij weer vooruit, de vrouw wat ongemakkelijk naast hem. Hij wacht niet tot het licht op groen springt, zodra het kan begint hij te fietsen en bereikt het midden van de weg terwijl een bus achter hem langs raast. Dat valt me vaker op, de groep mensen zonder vaste woon en verblijfplaats die op verschillenden plekken in Venlo te zien zijn, staan daar meestal uren aan een stuk. Blikje bier in de hand, peuk in de mond, schijnbaar doelloos. Tot ze zich gaan verplaatsen. Dan hebben ze plots haast, lopen veel sneller dan anderen en stoppen niet waar ze zouden moeten stoppen. Het stoplicht springt op groen en ik fiets verder. Bij het volgende stoplicht heb ik hem ingehaald, dit keer lukte het hem niet om alvast over te steken. Het stoplicht springt op groen en hij toont zijn verleidelijke lach weer naar twee meisjes die aan de andere kant van de straat wachten op groen, ze kijken hem niet aan maar pakken wel even elkaars arm vast. Hij fietst voor me uit tot aan de deur van het leger des heils. Daar zag ik hem vanmorgen ook toen ik naar het werk fietste. Mijn werkdag zit er op, die van hem kennelijk ook.

Sjouwen…

Ik til een volgende lege kaartenmolen via de smalle keldertrap naar de begane grond. Ze zijn net te hoog voor het lage plafond dus moet ik ze telkens behoorlijk schuin houden wat het tillen extra zwaar maakt. Uiteindelijk heb ik ze boven. Vijf legen kaartenmolens, drie molens voor kalenders en twee tafeldisplays, ook molentjes. We hebben een jaar op locatie Klaasstraat 16 gezeten en dat is het resultaat, veel lege molens, oud ijzer. Leveranciers van kaarten leveren gevulde molens. Als de verkoop tegenvalt worden de kaarten teruggevraagd en blijven de molens achter. Officieel in eigendom van de leverancier. Om die reden durf ik de krengen niet goed weg te gooien en tillen we de molens in ons andere pand maar weer naar boven, waar we ze bij de rest van de molens en rekken plaatsen. Na de kaartenmolens gaan we verder met de sint- en kerstspullen. Displays met inpakpapier en andere frivoliteiten. Het duurt nog een paar maanden voor die weer benodigd zijn maar deze locatie moet leeg. Nog twee weken te gaan. Het meeste is al weg, de grote vitrinekasten zijn er niet meer, er alleen al aan denken bezorgt me weer pijn in de rug. Nu is de kelder ook leeg. Stapje voor stapje naar een lege locatie. Telkens wanneer ik op 16 bezig ben spreekt iemand me wel aan, ging het niet, vragen ze dan, of sluit je de winkel weer. Elke keer neem ik de tijd om uit te leggen dat het wel ging, dat het zelfs goed ging, maar dat tegelijkertijd op twee locaties actief zijn een onprettige druk op de organisatie legde, een constant op en neer rennen en het gevoel hebben nooit op de juiste plaats op het juiste moment te zijn. Vandaar dat we gekozen hebben voor een verbouwing, voor veel meer ruimte op Klaasstraat 17 en om daar de producten onder te brengen. Alles weer onder één dak, de producten én de collega’s.

Concert…

Nadat we eerst op stoeltjes een beetje links van het podium zijn gaan zitten, verplaatsen we ons naar de stenen traptreden midden voor het podium zodra we zien dat anderen dat ook doen. Vanaf die plek zien we zittend het voorprogramma, zien we ook hoe net na het voorprogramma een mensenmassa de ruimte tussen het podium en de eerste traptreden vult en merken de mensen die op de onderste paar rijen stoeltjes zijn gaan zitten dat dit toch niet zo heel fijne plaatsen zijn want zodra alle mensen op de traptreden gaan staan bij de eerste klanken van de hoofdact is hun zicht weg. We hebben de band die speelt al vaker gezien, steeds weer zijn ze goed en ik zing mee met de bekendere nummers. Langzaamaan wordt het donker om ons heen waardoor het licht van het podium beter tot z’n recht komt. Achter het podium worden bomen verlicht door groene lampen. Het is de eerste vakantiedag van de jongens, dit concert stond al een tijd op het programma, ik kijk hoe ze opgaan in de muziek. Mooie momenten, onvergetelijk. Als alles goed gaat gaan we over een paar weken verhuizen, voorafgegaan door een periode van klussen. Met dit in het vooruitzicht hebben we vakantieplannen en reizen afgeblazen, dat doet een beetje pijn maar die pijn wordt verzacht door momenten als deze.

Muis…

Ik hoor iets. Ik loop in ons kleine tuintje en hoor een geluid dat er normaal gesproken niet is. Ik loop naar binnen maar meteen daarna toch weer naar buiten omdat ik wil weten waar het vreemde geluid, krassend, vandaan komt. Het lijkt te komen vanuit de krat met oud glas en lege flessen, ik loop er naartoe, kijk beter en zie hoe een muisje vast zit in een lege passata fles. Het diertje rent richting uitgang, de flessenhals, maar de fles staat net te schuin en een paar centimeter voor de bevrijding glijdt het diertje terug. In de tien seconden dat ik sta te kijken probeert het beestje zeker even zoveel keer te ontsnappen uit de ongewenste kooi. Ik roep mijn jongste zoon, hij houdt heel erg van dieren en ik zeg dat ik een muisje in een fles heb. Hij komt kijken en ik pak de fles en zet hem zo neer dat de muis kan ontsnappen en even kijkt het diertje me aan door het glas, heel even, en dan rent het naar buiten en verdwijnt in de struiken.

Tien…

Ik ga rennen, ik kondig het thuis aan en mijn jongste zoon wil mee. Ik ben van plan om ongeveer tien kilometer te gaan rennen en dat is twee keer zo ver dan hij eerder rende maar hij wil het graag proberen. We kleden ons om, drinken nog wat en vertrekken. Terwijl ik de deur afsluit staat hij een beetje op en neer te springen in de tuin en zegt dat hij het koud heeft. Ik vind het totaal niet koud en ik zeg hem dat hij dat over vijf minuten nog maar eens moet herhalen. We beginnen te rennen, straat uit, bij de paarden naar links, aan het einde van de weide naar rechts en bij de betonnen buizen slalommend naar links. Ik vraag of hij het nog koud heeft en hij zegt van wel. Gek, zeg ik. We rennen door, de afgravingen met het mulle zand die eindigt met de steile berg omhoog en daarna het lange pad die tot aan het café leidt bovenaan de berg dat altijd gesloten is. Dan het pad dat traag naar beneden loopt en daardoor lekker rent en daarna weer een klein stukje een klim. Ik vraag hoe het gaat, hij zegt dat hij wat last heeft van zijn schenen en zijn schouder. De spieren bij je schenen ga je het eerste voelen als je bergop en bergaf rent terwijl je nog niet genoeg getraind hebt, de pijn aan de schouder is de houding. Ik zeg dat hij even zijn armen los langs z’n lijf moet laten hangen. Dat rent niet makkelijk maar lucht wel op. De pijn verdwijnt. We rennen vijf kilometer, dan moet hij even stoppen, even een stukje lopen. We slaan het smalle paadje in waar ik twee weken geleden voor het eerst rende. Prachtige route maar wel zwaar, constant bochtjes, bergjes op en af. Soms vlieg je, soms strompel je. We doen het rustig aan, stoppen waar nodig en wandelen op andere momenten. We rennen een berg op en ik vraag hem of hij nog weet waar we vorige week waren. Hij moet even denken. Limburgs Museum, help ik hem. Opening van de nieuwe knooppuntenroutes waar foto’s getoond werden van de plekjes die de makers van de route de mooiste vonden. De foto van het houten uitkijk platform vond hij mooi, een week geleden. We bereiken de top van de berg en hij ziet hem direct, hij roept het uit van blijdschap, zegt dat hij dat niet verwacht had. We stoppen en nemen de tijd op het platform, je kunt daar heel ver kijken. In het dal horen we fietsers tegen elkaar roepen en iemand roept zijn hond, maar die mensen zien we niet.

Taurus…

Ik kom tien minuten voor half negen aan bij Taurus om mijn zoon en wat vrienden en vriendinnen op te halen. Op het moment dat ik uit de auto stap gaat mijn telefoon, Annemiek, die zegt dat ze net een berichtje heeft gekregen van mijn zoon dat ze vertraging hebben opgelopen en nu pas beginnen met het lasergamen. Wachten dus. Ik besluit maar naar binnen te gaan en ik ga aan de bar zitten waar niemand achter staat. Op het grote scherm links van me zie ik een voetbalwedstrijd, ik kijk even hoe de spelers links en rechts achter de bal aan hollen maar verlies al snel mijn aandacht. Voetbal is niet mijn sport. Ik lees nieuwsberichten op mijn telefoon, bekijk whatsapp en af en toe kijk ik rond of ik iemand van Taurus zie. Dat lukt pas na een kwartier wanneer een jongen met een krat met flessen curry achter de bar verschijnt. Hij kijkt me aan en ik zeg dat ik graag een kop koffie lust. Hij zegt dat de bar eigenlijk gesloten is, demonstratief plaats hij nu een bordje op de hoek waar op staat dat de laserbar gesloten is, maar hij zegt dat hij deze ene bestelling nog zal verzorgen. Dat gezegd hebbende loopt hij weg. De ouders van een vriendje komen bij me aan de bar zitten, de man vraagt aan zijn vrouw of ze ook wat wil drinken en gelukkig zegt ze nee want ik heb geen idee waar de jongen heen is gegaan. Vijf minuten later komt hij terug met een kopje koffie en ik zoek de twee euro twintig bij elkaar in mijn portemonnee. We kletsen over het einde van het jaar en over verhuizen, over vakantie en over hoe snel het jaar voorbij is gegaan. In de verte zien we de jeugd weer verschijnen, klaar met hun spel. Ze blijven bij elkaar staan terwijl de lerares de rekening gaat betalen, wat lang duurt. Daarna stromen de jongeren langs ons af richting de uitgang. We staan braaf op van onze kruk, tijd om in actie te komen en kinderen naar huis te brengen. Buiten groepen ze samen, bedankjes aan de mentor, een groepsfoto en als kadootje voor de vakantie krijgen ze te horen dat hun klas het volgende jaar bij elkaar blijft. Ze zijn blij. Morgen mogen ze nog hun rapport halen, maar dat is slechts een formaliteit, de punten kennen ze toch al. Nog even samen een ijsje eten en dat afscheid voor zes weken.

Musical…

We zijn de laatsten die overblijven, naast de overgebleven leraren waar we afscheid van nemen. Een leraar zegt, jullie waren er altijd en dat is niet vanzelfsprekend en ik dank haar voor die woorden en zeg dat ik het ook altijd leuk heb gevonden, het meegaan op kamp, op sportdagen en speurtochten. De avond begon op het plein. De twee leraren die de rode loper uit aan het rollen waren maar waar de wind teveel vat op kreeg. Pionnen werden aangerukt om tegenwicht te bieden maar zelfs dat bleek niet genoeg en uiteindelijk zat ik op mijn hurken met duct tape de matten aan de grond te tapen. Even later kwamen de kinderen, onder luid applaus het plein op gelopen, over de rode loper en de school binnen, voor de laatste keer. Na de laatste leerling en de leerkrachten van groep zeven en acht volgde het publiek om in de zaal een plekje te zoeken. De musical is prachtig, er zijn slechts vijftien schoolverlaters dus hebben alle kinderen een dubbelrol, en zijn er veel duetten en solo zang partijen. Kippenvel. De avond eindigt met het afscheidslied, het Toermalijn lied. Toermalijn we gaan je nu verlaten. Een meisje op het podium heeft het te zwaar, haar tranen stromen terwijl de rest door zingt. Het einde nadert, een lang applaus klinkt. Na afloop nog een drankje en afscheid nemen van de leerkrachten, herinneringen ophalen en handen schudden, kussen. En dan het moment, over de drempel naar buiten. Het is nu onze school niet meer maar een school, een school waar onze kinderen gegroeid zijn, in alles, waar we heel veel mooie momenten gedeeld hebben, gesprekken gevoerd en herinneringen opgebouwd. De Toermalijn is nu niet meer onze school, we hebben geen reden meer om er naar binnen te lopen zoals zoveel ouders gewoon nog zullen blijven doen, maar ze zal toch altijd onze school blijven.

Bos…

Ik loop met mijn oudste zoon en hondje richting bos. Halverwege de asfalt straat maakt hij de riem los bij het hondje. Elke andere wandeling doe ik dat pas wanneer we bij het bospad zijn en het hondje rent nu onwennig vooruit tot ze bij het bospad is en daarna loopt ze pas rustig, is het weer vertrouwd zo lijkt het. We lopen verder en kletsen wat, over de musical waar zijn broer nu in zit en hoe het was toen hij er in zat. Ik zeg dat ik het wel een dingetje vind, zijn broer die nu ook klaar is met school. Tien jaar liepen we daar rond, gingen mee op kamp en deden aan ouderhulp en elke maandag en vrijdag pikte ik hen op van school, stond ik voor de klassen te wachten en keek ik naar de gekke bekken die ze naar me trokken. Nu sluiten we dat stuk af. We zullen volgend jaar niet meer voor lokalen staan te wachten tot ze naar buiten komen. Dat is goed, voor hen en voor ons. Bij de eerste die de lagere school verlaat voelde ik dat niet zo. Nu wel. We slaan een pad in en ik zie een man en een zwarte hond ons tegemoet lopen. Opeens verdwijnt de man naar beneden, het dal in. De hond loopt door, die heeft ons hondje gezien. Hij gromt wat en ons hondje gromt terug. De twee naderen elkaar en de zwarte hond kijkt om en ziet dan pad dat hij alleen is en hij draait om en loopt snel terug. Grappig. De man komt terug naar boven en heeft een rood plastic krat in zijn handen. Wat mensen al niet in het bos achterlaten, moppert hij. De twee hondjes staan elkaar een meter van elkaar af aan te staren. Hij zegt dat hij het verderop bij een prullenbak zal plaatsen, een stukje verder zag hij ook al een rolluik liggen, die legt hij erbij. We lopen verder, mijn zoon vraagt zich af wie de moeite neemt om troep in het bos achter te laten, ik zeg dat het mensen zijn die geen vier euro over hebben voor het milieustation. Dat vindt hij gelukkig onvoorstelbaar.