Groet…

De vertegenwoordigster van kaarten komt de winkel binnen lopen zonder afspraak en mijn collega belt of ik even tijd voor haar heb. In mijn kantoortje zucht ik een keer, niet vanwege de vraag maar wel vanwege het onaangekondigd binnenlopen. Ik deel mijn tijd liever zelf in, iets wat toch al een kunst is in een winkel waar je afhankelijk bent van klanten, van telefoontjes en van mailtjes en andere manieren waarop eenieder ons weet te bereiken. In die gestructureerde chaos zie ik de vertegenwoordigers het liefst op momenten die ik plan, en die mij schikt. Ik loop de winkel in waar de dame om mij staat te wachten. Ze biedt me haar elleboog aan en ik zeg nee dank je. Ik zie haar een beetje betrekken maar ik vind oprecht de nieuwe manier van begroeten, zogenaamd coronaproof, volstrekt ridicuul, al is het maar vanwege het belachelijke gezicht dat telkens getrokken wordt zodra de houding aangenomen wordt. Ze wil kerstkaarten verkopen. Ik zeg dat we die al maanden geleden ingekocht hebben en dat ik niet zit te wachten op nog meer. Ze stelt een klein display voor. Ik zeg nee. Ze zegt dat hun assortiment niet slechts uit kerstkaarten bestaat, ik wijs naar de hoeveelheid molens met kaarten, zeg dat ik geen plaats meer heb. Ze trekt haar ipad tevoorschijn, ik zeg dat ze me kan laten zien wat ze wil, ik ga geen kaarten kopen. Ik zie haar betrekken, twijfelen, kan ze me nog iets aanbieden waar ik wel op hap en dan besluit ze dat dat niet gaat lukken. Ze bedankt me voor haar tijd. Gelukkig laat ze haar elleboog bij haar vertrek laag.

Nog steeds…

Ach verdorie papa, dertien jaar alweer. Ik was vijfendertig, het was tweeduizendzeven en we wisten nog niet dat we al snel met z’n allen in een enorme economische crisis zouden belanden waar we pas vijf jaar later uit zouden kruipen en over onze schouders konden zien wie gevallen was. Jij zou er een mening over hebben gehad, over de instortende huizenmarkt en de bankencrisis net zoals je een mening zou hebben gehad over de situatie dertien jaar later, nu, en ik zou zo graag je mening even horen.Het stukje bezinning, het relativerende en de optimistische kijk. We zouden een hapje gaan eten en een drankje drinken want op een lege maag kun je niet denken. Ik mis je. Niet meer elke dag want verdriet slijt, dat blijkt gelukkig te kloppen maar er zijn nog altijd de momenten dat ik vol kan schieten, zelfs na dertien jaar. Als ik, omdat ik zie dat er nog een kassabon op mijn naam openstaat, switch naar mijn naam en zie dat het laatste boek wat ik daar gescand heb heet, ik mis je papa, en dat ik me niet kan herinneren dat ik een boek met die titel heb gescand. Dan komt het binnen. Of als ik muziek hoor die me terugtrekt naar die laatste dagen of als ik mijn zonen zie en waar jij zo trots op zou zijn geweest. Dan ga ik stuk. Dertien jaar, in een vreemd jaar. Ik ben niet gelovig, geloof ook niet in een leven na dit leven, maar soms heb ik het gevoel dat je over mijn schouder meekijkt. Op die momenten durf ik niet om te kijken. Bang de ballon te prikken. Maar goed, dertien jaar. Het gaat goed met ons, nog steeds, en we missen je, nog steeds.

Sorry…

Van mij zou Grapperhaus niet af hoeven te treden. Hij heeft geblunderd, dat is duidelijk, maar goed, als iedereen na een blunder zijn werkzaamheden zou moeten staken kreeg het uwv het nog druk. En natuurlijk is het cru dat hij zijn eigen opgelegde regels overtrad, maar ik wil, als voorbeeld, ook niet weten hoeveel politieagenten in privétijd ook wel eens de maximum snelheid in hun auto overschrijden. Moeten zij ook direct allemaal hun ontslag aanvaarden? Ik vind van niet. Ik vind dat we in een maatschappij zouden moeten kunnen leven waarin fouten gemaakt worden. Zelfs door degene die de regels oplegt, want ook dat is slechts een mens. Waarom ik wel vind dat Grapperhaus moet aftreden is de groep onbenullen die zijn fout aangrijpen om van mening te zijn dat daardoor wetten niet meer gelden. De fout van de een mag geen excuus vormen voor de fout van de ander en dat gebeurt nu wel. Als hij geen afstand bewaard, dan doe ik dat ook niet. En de houding van die groep maakt de positie van Grapperhaus moeilijk. Zij denken namelijk niet na. Over feilbaarheid en dat iedereen daarmee te maken heeft. Soms klein, soms groot. Maar niemand is perfect alleen hebben sommigen van ons daar camera’s op staan. En daardoor kunnen we wijzen. Wijzen met een vingen die we ook op onszelf zouden kunnen richten.

Filmpje…

Een collega ondernemer deelt een filmpje in een reactie op een bericht op social media. Ik klik op de link. Redelijk standaard werk, goed vormgegeven, een prettige maar wel belerende vrouwenstem vertelt wat we allemaal zien in het filmpje. Hopen onzin gelardeerd met feitelijkheden maar zo subtiel gedaan dat je al snel op het verkeerde pad gestuurd bent. Onderliggende boodschap is dat de mainstream media en de politiek er slechts op uit zijn om de waarheid niet te vertellen, en de waarheid is dat het corona virus slechts een griepje is. Elk bewijs, onderzoek of wetenschap ontbreekt in het filmpje. Het is een mening maar gebracht als een feit. Het is een griepje. Ik zou iedereen die dat beweert eens naar New York willen sturen en in het centrum van de uitbraak te roepen ‘Het is maar een griepje’ tussen de koelwagens waar normaal eten in vervoerd wordt maar die nu vol liggen met slachtoffers van de pandemie. In Nederland vallen de aantallen slachtoffers mee als je het vergelijkt met landen om ons heen, en de aantallen zou je kunnen vergelijken met de aantallen die eerdere jaren vielen met een griepepidemie. Dan ga je direct voorbij aan de impact die dit virus heeft, ook op de overlevenden, en op de lange revalidatie die mensen moeten doorlopen. Verschil in aantallen is ook dat we er hier op tijd bij waren. De maatregelen goed genomen, een premier die het serieus nam. Vergelijk ons met landen als de UK, de USA en Brazilië, dan weet je eigenlijk gevoelsmatig dat er hier toch wel goed gehandeld is. Is elke maatregel daarmee logisch en blijven er niet groepen erger geraakt dan nodig? Uiteraard niet en daar moet naar gekeken worden, maar dat er onredelijkheden zijn betekent niet dat er niets aan de hand is. Dat een ondernemer een filmpje deelt geeft de onmacht aan. De weggeslagen omzetten, de onzekerheid over de toekomst. Je hebt het niet meer zelf in de hand. Je verlangt naar iets anders, naar vroeger, naar een tijd waar een virus een griepje was en je hoopt daarop en je deelt daarop. Ik snap het maar deel het niet. Ik geloof wel in de maatregelen en ik houd me daaraan. Ik vind het prettig om op terrassen of in restaurants te zitten waar ik duidelijk merk dat er nagedacht wordt over veiligheid, zoals ik ook in mijn winkel doe. Een ondernemer die een filmpje deelt die de huidige crisis afdoet als een griepje doet de ernst naar mijn mening geen eer aan, is niet respectvol naar de slachtoffers en de zorgverleners die de klok rond mensenlevens lopen redden. Ik kwam er vaak, bij de collega, de komende tijd maar even niet, ik ga liever naar plekken die zichtbaar mijn zorgen delen.

Ik weet het niet…

Ik weet het niet. En die onwetendheid is zowel een geruststelling als een onzekerheid. Want ik weet het niet. Maar zij weten het ook niet. De politici, de economen, de virologen en de epidimologen. En al helemaal weten de roeptoeters op de sociale media het niet, die enkel en alleen schoppen tegen dat wat van hogerhand gezegd wordt. De roeptoeters vind ik het ergst, want als de overheid niet snel genoeg reageert eisen ze een totale lockdown en zodra er een intelligente lockdown is waarin echt nog veel mag, sommeren ze meer verlichting. Het is ook nooit goed, verzuchte Rutte en ik geloof hem. Ik geloof hem terwijl ik nooit op hem heb gestemd en dat ook nooit zal doen omdat zijn partij mijn waarden niet nastreeft maar dat doet op dit moment niet ter zake. Hij regeert in een tijd waarop iedereen eigenlijk alleen maar kan zeggen, ik weet het niet. En daarin neemt hij keuzes, gebaseerd op informatie die geïnterpreteerd moet worden, want bij nieuwe virussen kun je niet zeggen, dit zijn de feiten, en die keuzes zijn misschien niet de juiste, maar er is niemand die nu weet of dat wel zo is. Ik ben eigenaar van een boekwinkel en ik zie mijn omzetten met meer dan de helft afnemen, en natuurlijk wil ik ook dat alles weer normaal is, dat de straten weer gevuld met klanten en mijn kassalade met geld, dat ik weet dat ik niet alleen nu maar ook over drie maanden mijn personeel kan betalen. Maar dat weet ik niet. Omdat er een simpele keuze wordt gemaakt. Er wordt gekozen voor mensenlevens. En dat eist offers. Zware offers. En misschien moeten we achteraf vaststellen dat de genomen maatregelen te draconisch waren. Misschien. En wellicht moeten we constateren dat we er veel te licht mee omgingen. In het eerste geval ging onze economie ten onrechte op slot, in het tweede geval stierven er onnodig veel mensen. Vandaag liep een goede kennis de winkel binnen. Hij liep direct dicht naar me toe dus ik stapte naar achter maar door zijn houding wist ik al genoeg. Zijn woorden bevestigde mijn gedachte. Hij had veel gelezen over het virus en zijn conclusies getrokken. De huidige aanpak is volledig verkeerd en de politiek niet te vertrouwen. Hij werkt aan zijn immuniteit, met vitaminen en een gezond levenspatroon. Ik zei dat het zo niet werkt met virussen. Dat een gezonde levensstijl zeker helpt, maar dat het niets te maken heeft met immuniteit. Zijn glimlach zei me genoeg. Hij begreep dat ik ook te veel geloof hecht aan nieuws en politici. Ik zie niet wat hij ziet. Wat hij leest. En juist dat maakt dat ik een hekel heb aan de meningen op social media. Er zijn namelijk mensen die ze geloven. De goede kennis is de zeventig gepasseerd. Hij loopt gevaar, maar door allerlei nieuwsberichten nog veel meer. Maar zoals gezegd. Ik weet het niet. Jij weet het niet. Wij weten het niet. Dus laten we onze meningen nu eens voor een keer ondergeschikt maken aan onze onzekerheid. En laten we een klein beetje voorzichtig zijn.

Punt…

Het was tweeduizendelf toen ik het besluit nam om een dagelijks stukje te tikken. Acht jaar geleden inmiddels. In die acht jaren schreef ik zo’n driehonderd dagen per jaar elke dag gemiddeld een stukje tekst van zo’n tweehonderdvijftig woorden. Dat zijn er vijfenzeventigduizend per jaar, dat zijn er zeshonderdduizend in totaal. Dat zijn een aantal heel erg dikke boeken die ik schreef zonder dat er ooit een boek kwam. Ik schreef voor Krag en ik schreef voor Jocus. Ik schreef. Elke dag rond elf uur in de avond ging ik zitten achter mijn laptop en ik tikte de letters die een dag later gelezen werden. Het schrijven kostte geen moeite en de reacties waren vaak hartverwarmend. De laatste maanden dacht ik wel eens aan stoppen. Niet met schrijven maar wel met bloggen. Denken over stoppen maakte me onrustig. Ik doe dit al zo lang. Ik ken de lezers die de ochtend starten met een kop koffie en mijn schrijfsels. Stoppen voelt als teleurstellen. Toch werden de gedachten tot stoppen steeds dwingender, daardoor werd het schrijven minder leuk. Na de vakantie heb ik altijd veel verhalen te vertellen over wat er gebeurd is, wat ik gezien heb, wat bijzonder was. Die verhalen heb ik, en ik wil ze graag delen, maar niet meer via het geschreven woord. Niet meer hier. Ik zet er een punt achter. Ik blijf schrijven, of het in de openbaarheid komt weet ik nog niet, wellicht via social media, ik zoek nog een medium dat bij me past. Lezers bedankt voor alle tijd en reacties hier, ik stop de dagelijkse blog maar we houden contact. Punt.

Vakantie…

De laatste dag voor mijn vakantie. Het is de dag waar ik al een week of twee naar toe werk. Waar ik in de ochtend heel vroeg in de winkel ben en thuis in de avond tot laat doorwerk. De dag waarop ik alle puntjes op de i moet zetten die er gezet moeten worden. Ik moet de btw aangiften doen van onze twee bedrijven, de boekwinkel en het vvv kantoor, de lonen moeten opgemaakt en ingepland, alle facturen moeten ingelezen, verwerkt en vervolgens weer ingepland over de weken die komen waarin ik niet aanwezig ben maar de facturen wel betaald moeten worden. Het is een race tegen de klok en ik lijk hem dit jaar te winnen. Om half zes stel ik mijn afwezigheidsassistent op mijn mailbox in. Dat doe ik eens per jaar. Afwezig zijn. Ik pak mijn tas in, ruim de laatste spulletjes op en ik loop nog even de winkel in waar ik afscheid neem van mijn collega’s. Net zoals ik met deze blog afscheid neem van de trouwe lezers, de lezers die in de ochtend met een kopje koffie even lezen wat ik die dag te vertellen heb. De laptop gaat dicht en de vakantie begint, een paar weken waarin ik wel schrijf maar niet online, waarin ik herinneringen bewaar voor later. Die lezen jullie dan, wanneer mijn vakantie achter de rug is en ik weer stukjes schrijf. Maar eerst heb ik vakantie.

Bookaroo…

Ik denk dat vandaag de rook regelmatig uit de servers van bookaroo kwam. Vorige week donderdag ging de site live, de site die sympathiseert met de fysieke boekwinkels in nederland, de site die een vuist wil maken tegen bol.com. Eigenlijk de eerste keer dat er in het boekenvak iemand het lef heet om dat gewoon te benoemen, we gaan de strijd aan met bol.com. Ze pleiten voor het behoud van de boekwinkel in de binnenstad, de boekwinkel die het in veel gevallen zwaar heeft nu de online markt, lees bol.com inmiddels meer dan veertig procent van de markt over heeft genomen. Een uitgever nam het initiatief, heel veel auteurs omarmden het idee, heel veel boekwinkels sloten aan en enorme aantallen boekliefhebbers bestelden hun boeken. De afgelopen dagen ging dat prima, maar vandaag met de officiële livegang en extra reclame ligt een groot gedeelte van de dag de site plat. De ontwikkelaars van bookaroo hebben zichzelf een doel gesteld. Tienduizend bestellingen in twee weken. Op het moment dat ik deze blog schrijf, iets voor elf in de avond, staat de teller op achttienhonderdvierentachtig. Dag één. Een dag waarbij de techniek frequent de vraag niet kon bijbenen. Had het dat wel gekund dan was de tweeduizend ruim gepasseerd. Het zijn aantallen waar bol.com vermoedelijk de schouders voor ophaalt, maar het kan groeien, het zal groeien, de bewustwording bij boekenliefhebbers dat het bestellen van boeken online ook gemakkelijk lokaal kan. Dat kan via onze website en dat kan via bookaroo. Het liefst hebben we de klanten via onze website, maar uiteindelijk gun ik het een boekhandel in Groningen meer dan bol.com om een boek uit te leveren en daar zorgt bookaroo voor. Nu nog de rook uit de servers krijgen.

Zak…

Ik verzamel de spulletjes voor een bezorgrondje. Doos voor op de fiets, boeken er in, pakbonnen erbij. Ik check nog even een adres op mijn computer om te zien waar ik precies moet zijn en dan fiets ik weg. Aan het eind van de straat staat een man te schreeuwen tegen een ondergrondse afvalcontainer. Hij bezigt nogal wat expliciete terminologieën en eerlijk gezegd vind ik het nogal amusant. Ik herken zijn frustratie, zie de ronkende auto aan de kant van de weg en de volle zak in zijn hand en in zijn andere hand het pasje wat de container zou moeten openen, maar zijn explosieve reactie herken ik niet. Ik zou tussen mijn lippen door een verwensing er uit persen die slechts ik zou kunnen horen. Deze man, schreeuwend tegen een container, trekt nogal wat bekijks. Ik verwacht eerlijk gezegd ook niet dat de container zal zwichten onder de verwensingen. Ik fiets verder, bezorg de eerste boeken bij een adres die vanaf volgende week gesloten zal zijn in verband met de vakantie en vervolgens fiets ik om naar het tweede adres zodat ik na het derde adres langs de Maas terug kan fietsen. Dat vind ik heerlijk, toen we nog in Tegelen woonden nam ik meestal ook de omweg via de Maas, er waren meerde routes die me sneller naar Venlo konden brengen maar de Maas, het water, trekt. Ik kijk naar de golfjes, de boten en de watervogels die vlak over het water scheren. Ik kijk naar de mensen naast de waterkant, mensen die alle tijd hebben, met een grasspriet in de mond rustig kijkend naar het wassende water. Soms benijd ik dat, dan vraag ik me af hoe ze dat doen, waar ze de tijd vandaan halen om gewoon te zitten en te kijken. Het lukt me niet, stil zitten, dat hou ik een aantal minuten vol, daarna wil ik iets doen, moet ik iets doen. Als ik terug de straat in kom fietsen is de man bij de afvalcontainer weg. Er staat ook geen vuilniszak tegen het apparaat aan, wat wel vaker gebeurt wanneer het apparaat vol is of dienst weigert. De man heeft de zak mee terug genomen, of heeft het apparaat toch open weten te schelden.

Actie…

Het eerste rondje in de ochtend met hondjes. We zijn bijna bij de Hertog Reinousingel, en op de hoek van de Mecklenburgstraat zit, op de stoep, een heel klein vogeltje. Lotje heeft het vogeltje direct gespot. Bij Lotje gaan ongekende jagersinstincten in werking bij het zien van een vogeltje waarnaast Izzie vrolijk naar het vogeltje toe danst en denkt, wat een leuk vogeltje. Lotje is een hond, en als dusdanig nogal kansloos jegens vogeltjes, maar ik laat haar in de waan, zet de riem op uitloop zodat ze kan rennen en in gedachten grijpt ze het kleine diertje reeds. We zijn een meter of twee genaderd en opeens springt, vanuit het niets, een grote rode kat net naast het vogeltje. Of misschien wel er bovenop ware het niet dat het kleine diertje net van te voren het luchtruim kiest. De kat, balend dan ontbijt de vleugels heeft genomen staat nu opeens voor twee honden, de ene al in aanvalsstand. Lotje is echter al in bevriesstand, elk ander dier dan het heel erg kleine vogeltje, jaagt haar schrik aan. Even is er een grappige impasse, daarna kiest de poes eieren voor haar geld en springt terug over de stenen tuinafscheiding en verdwijnt in de struiken. Pas dan begint Lotje te blaffen naar het verdwenen beest en in de dakgoot hoor ik het kleine vogeltje fluiten. Ik kijk maar zie het kleine diertje niet.