Statiegeld…

Ik kom met de auto aan bij de supermarkt waar we sinds kort naar toe rijden. Net iets verder dan de twee andere supermarkten die dichter bij ons in de buurt liggen maar zoveel groter en met zo veel meer vers producten dat we de extra meters voor lief nemen. Ik zie de man met het versleten daklozen krantje staan. Hij staat er tot nog toe elke keer dat ik hier was. Ik pak het krat met statiegeld flessen uit de achterbak en loop naar de wagentjes, steek het muntje er in en plaats het krat. Ik duw het wagentje richting ingang en de dakloze met het krantje wijst naar de inhoud van mijn wagentje en zegt dat ik verkeerd ben, de flessen moeten daar, hij wijst. Ik heb vooral flesjes bij me en ik denk dat hij me naar de glasbak wil sturen en zeg dat het statiegeld is maar hij zegt kom, en loopt voor me uit, pakt een afgewaaid blad van een boom van de stoep en steekt die in een prullenbak en wappert een eindje verderop met zijn daklozenkrantje voor de schuifdeur die daarop opent en me de twee statiegeld flessen stations onthuld. Ik dank de man en steek de flesjes in de rechter machine. Halverwege komt een andere man binnen die ik groet. Hij pakt de linker machine die na drie flessen een melding geeft vergezeld met een vervelend geluidje. Ik steek de laatste fles er in, druk op de knop en krijg een bon, de man links van me gaat verder op mijn machine en ik loop terug naar de winkel. Ik bedank de man met de daklozen krant die weer bij de ingang staat, hij glimlacht.

Advertenties

Lars…

Het rustgevend getik van een typemachine klinkt deze middag door de boekwinkel. Een mooi geluid, het geluid van de creatie van alles wat hier om me heen staat. Lars van der Werf zit aan een tafeltje bij de ingang en maakt gedichtjes, versjes voor ieder die dat wil. Hij zet een blaadje in zijn typemachine, tikt een regel, draait aan de knop om het blaadje een beetje verder te krijgen en tikt een volgende regel, en een volgende. Het duurt een tijdje voor er niemand aan zijn tafeltje zit en er ook niemand aan de balie staat om een boek in te laten pakken en ik ga op de stoel zitten voor zijn tafeltje. Hij is Rotterdammer, hij vindt Venlo mooi, nooit geweest, maar is direct verkocht. Venlo is een goed bewaard geheim, zeg ik hem en hij zegt dat we dat geheim goed moeten bewaren anders loopt iedereen opeens hier rond. Ik zeg dat ik ook wel een versje wil, dat we lootjes trekken voor surprises en ik zeg hem wie ik heb getrokken. Hij denkt na en tikt zijn versregels, vraagt nog een keer de naam voor wie het bedoelt is en schrijft de naam erboven. Aan het eind van de middag informeert hij naar de Klep. Bij elk stadsbezoek, en hij doet er nogal een aantal aan tijdens zijn tour, bezoekt hij een bijzondere kroeg en in Venlo zou dat de Klep moeten zijn. Ik wandel met hem mee, de weg wijzend. Klaasstraat uit, Ursulastraatje door richting het Keizerstraatje waar ik hem wijs op de Köpkes die hij fantastisch vindt en hij is blij dat ik met hem mee ben gelopen om hem er op te wijzen ander was hij er vast en zeker langs af gelopen. Ik neem afscheid voor de deur van de Klep, ik loop terug, hij naar binnen.

Ruit…

Ik loop de receptie annex wachtruimte van het autoglas bedrijf binnen. De vorige keer dat ik hier was om een ster in de ruit te laten repareren was deze ruimte in onderhoud en moesten we in de werkplaats zitten. Het is bloedheet in de ruimte. De jongen die me aan de balie ontvangt neemt de gegevens op en vraagt of ik het een probleem vind dat de deur naar de werkplaats open blijft staan om de warmte een beetje te laten ontsnappen. Ik zeg dat het inderdaad behoorlijk warm is en hij geeft toe dat ze nieuwe verwarmingen hebben en vergeten zijn die uit te zetten. Ik zeg dat het in elk geval prima nieuwe verwarmingen zijn. Ik ga zitten en begin aan een nieuw boek, zuivering van Tom Lanoye, het boek brengt al in de eerste pagina’s met regelmaat een glimlach op mijn gezicht. Af en toe kijk ik door de glazen wand de werkplaats in. De jongen die me ontving lijkt al het werk te doen. Er lopen nog twee andere mannen maar die lijken slechts klusjes af te werken en op te ruimen. De jongen snijdt met een draad het raam uit de sponning, ontvangt nieuwe klanten die binnen komen lopen in de receptie, haalt de ruit uit onze auto en gooit het in de grote grijze bak, hij beantwoord een telefoontje en brengt de zwarte kit aan die de nieuwe ruit, die hij zelf plaatst, op zijn plek moet houden. Zijn collega’s pakken een zwart onderdeel die achterin onder de motorkap geplaatst moet worden, maar de jongen schroeft het vast. Als zijn collega’s bezig zijn met spray om de voorruit schoon op te leveren komt hij me halen en excuseert zich dat het iets langer heeft geduurd. Om mijn collega’s wat meer van de werkzaamheden bij te brengen, zegt hij en ik geef aan dat ik het idee had dat hij alles heeft gedaan op wat afwerking na. Hij kijkt even de werkplaats in, ziet zijn collega’s de nieuwe ruit boenen en knikt, zegt verder niks. Ik ga nog even zitten en een collega komt even later en zegt dat het klaar is. Ik pak mijn boek en sleutels en rij de auto de werkplaats uit.

Doorporn…

De voordeur klemt een beetje. Op zich niet zo’n heel groot probleem maar met het sluiten van de deur klinkt een vrij fors dreunend geluid en zeker in de ochtend heb je het idee de hele buurt in een beweging wakker gemaakt te hebben. Tijd voor actie, ook al is het in een klusvrije periode. Ik begin met een poging met schuurpapier onder de deur. Daar is niet veel ruimte dus lastig schuren en na een half uur geef ik het op. Ik zie aan het schuurstof dat ik wel wat werk heb verzet maar de deur dreunt nog altijd bij het sluiten. Volgend plan, de deur uit de scharnieren tillen. Daar zie ik wat tegenop. De deur ziet er erg massief uit en massief betekent zwaar. De deur er uit halen is een ding, de deur terug in de scharnieren krijgen een tweede. Toch ga ik ervoor. Ik tik de pennen uit de scharnieren waarbij het me opvalt dat niet in elke scharnier de ringetjes zitten waar de deur op zou moeten steunen. De deur schiet uit de scharnieren. Ik heb planken op de vloer gelegd zodat de deur niet diep valt en daarna leg ik hem plat. De deur is, zoals ik al had verwacht, loodzwaar. Met een bandschuurmachine bewerk ik de onderkant zonder daar heel veel resultaat te boeken. Een bandschuurmachine zuigt zich normaal gesproken door planken heen, niet door deze deur. Het duurt lang voor ik eindelijk wat resultaat zie. Het terughangen van de deur blijkt de zwaarste klus. Geholpen door een hefboomsysteem die ik maak met planken en latjes weet ik uiteindelijk het ding terug op zijn plek te krijgen. Het dreunen bij het dichtgaan is minder maar nog zeker niet weg. Ik stap over op het tweede plan, de ontbrekende ringen in de scharnieren, en rijd op mijn fiets naar de bouwmarkt op deze niet klusdag. Daar blijken de ontbrekende ringen niet los te verkrijgen, tenzij je peperdure scharnieren koopt en daar slechts de ringetjes van gebruikt. Daar heb ik geen zin in. Zoeken dus. Ik vind zakjes met metalen ringetjes waarvan ik verwacht dat vier of vijf ervan hetzelfde effect zullen hebben. Thuis gekomen probeer ik het. Ik tik de pennen weer uit de scharnieren, vijf ringetjes moet ik er met de hamer intikken, voorzichtig, steeds van een andere kant om ze bij elkaar te houden. Daarna de pin er van bovenaf doorheen en dat drie keer. Het lukt. Ik open de deur, sluit hem weer en er is geen enkele weerstand en slechts de lichte klik is te horen wanneer de deur in het slot valt. Pure doorporn.

Verwarming…

De verwarming op zolder doet het niet. De buizen eronder worden warm maar het warme water passeert de verwarming en zoekt de weg naar beneden. Het lijkt alsof de thermostaatknop niet functioneert en gelukkig heb ik er nog een in de schuur liggen, de buizen zitten er nog aan, maar het ding blijkt makkelijk los te koppelen, een tegendraadse draai en de knop laat los. De knop op de verwarming laat minder makkelijk los, ik draai op eenzelfde manier maar er is geen beweging in te krijgen. Ik kijk beter, in de kop van de kraan zit een klein schroefje die ik met een inbussleuteltje los weet te draaien maar zelfs dan wil de knop niet los. Ik google de naam van de thermostaatknop en vind direct verhalen van collega doe-het-zelvers die de knop ook niet los weten te krijgen. Het advies dat ik lees is vaak het losdraaien van het kleine schroefje, maar dat heb ik al gedaan en dat hielp niet. Dan lees ik een bericht op internet, achter de thermostaatknop, in de buis, zit een klein palletje, die wil nog wel eens vast zitten en met een goede tik kan het probleem wel eenss opgelost zijn. Met een engelse sleutel geef ik een aantal flinke tikken en jaag mijn zoon, die net zijn huiswerk aan het maken is, de stuipen op het lijf. Het helpt niet en bij de tweede serie klappen waarschuw ik eerst mijn zoon. Daarna hoor ik het water lopen, het probleem is opgelost, de verwarming wordt warm.

Batteraven…

Hij komt mijn kantoortje binnenlopen met een daverend ‘jongeman’ en ik beantwoord zijn binnenkomst met een luid ‘oude heer’. Daar moet hij om lachen en hij vraagt, met zijn neus wijzend richting de stoel, of hij even mag gaan zitten. Dat mag. Natuurlijk. Hij vraagt of ik iets weet over het nieuwe restaurant in de Klaasstraat, Loft23, of de oude eigenaren weg zijn of dat ze onder deze nieuwe naam doorgestart zijn. Ik vertel hem dat er nieuwe eigenaren inzitten, dat er flink verbouwd is de afgelopen maand en dat Loft23 eigenlijk pas vanaf vandaag geopend is. Dat vindt hij mooi, zo’n vloeiende overgang van de ene naar de andere uitbater zonder dat er leegstand ontstaat. We hebben het over uitgaansleven en over zijn zware operatie. Afgelopen zaterdag dronk hij zijn eerste biertje in maanden. Op doktersadvies mocht hij er twee. Ik zeg dat het een mooi moment is om weer een biertje te mogen, op elf van elf. Hij zegt dat hij niet zo heel veel meer doet met de vastelaovend, viert het vooral overdag, de avonden en nacht laat hij voor wat ze zijn. Vroeger was dat anders zegt hij en hij haalt een anekdote op van zijn vriendengroep, de batteraven die meededen met de optocht, ze hadden een draaiorgel nagebouwd en liepen met bakjes rond om geld op te halen. Aan het eind van de optocht hadden ze vierhonderd euro bij elkaar verzameld, een behoorlijk bedrag voor die tijd, en die hebben ze in wilhelmina opgedronken. Behoorlijk zat waren ze er van. Ik vraag nog eens naar de naam van de vriendengroep, ik denk dat ik het niet goed verstaan heb. De batteraven, herhaalt hij. Ik zeg dat elke generatie uiteindelijk met vastelaovend zijn eigen raven heeft.

Loopband…

Soms loopt het lopen gewoon even niet, ook niet op een loopband. Ik stap op het apparaat, stel de tijd in, twintig minuten, en mijn leeftijd en gewicht. Daarna op start en ik druk het hendeltje rechts van me naar boven totdat de teller op zes kilometer per uur staat. Het is een behendigheidje om de teller op exact de gewenste snelheid te krijgen, je moet een stuk eerder loslaten dan het moment dat je de cijfers ziet, maar ook weer niet te vroeg want dan blijft de vaart een halve kilometer per uur te laag, iets wat ik niet merk, maar ik vind de halve kilometers niet leuk uit zien op het display en het is vijf keer tikken tegen het hendeltje om de snelheid op het gewenste te krijgen. Ik wandel twee minuten, daarna druk ik het hendeltje weer naar voren en de vaart naar tien. Ergens tussen de zes en de tien begin ik met rennen, altijd een ongemakkelijk moment omdat ik eerst nog te langzaam ga om te rennen en te snel om te wandelen, dus loop ik eerst onhandig snel en ren ik daarna onhandig langzaam. Bij de tien loop ik rustig de drie volgende minuten om een beetje warm te worden. Ik voel mijn benen een beetje en vooral een licht zeurend gevoel ik mijn onderrug. Na vijf minuten druk ik het hendeltje weer naar voren, dit keer naar twaalf. Normaal gesproken is dit mijn prettige snelheid, een vaart die ik goed kan volhouden zonder echt vermoeid te raken, vandaag voel ik echter mijn hartslag toenemen en begin ik al snel door mijn mond in en uit te ademen. Na vijf minuten duw ik de knop weer naar voren, naar veertien nu, dat is flink doorrennen en dat doe ik twee minuten en ik ben blij wanneer die voorbij zijn en ik de knop eindelijk eens naar achteren kan bewegen om de snelheid terug naar twaalf te brengen, iets wat als uitlopen hoort aan te voelen, maar vandaag meer als een redding. Slechts een minuut loop ik op twaalf en daarna druk ik de linkerknop naar voren en zet de helling op tweeënhalve graad. Bergop rennen, ik voel het direct in mijn kuiten en weer gaat mijn hartslag omhoog. Twee minuten ren ik met twaalf kilometer per uur de berg omhoog en daarna zet ik de snelheid terug naar tien, wel nog altijd de helling op. Nog een minuutje, dan de helling naar nul en direct de knop van snelheid naar voren, zestien per uur, even een soort van sprintje, een minuut mijn benen onder mijn lijf vandaan rennen. Ik kijk op het display de seconden weg, ben blij wanneer de minuut voorbij is en zet de snelheid terug naar tien, een minuutje uithollen en daarna terug naar zes om nog twee minuten te wandelen. Zweet loopt in mijn ogen, ik drink wat, hang mijn handdoek om de schouders en houd mijn handen op de hartslagmeter. Ik zit boven de honderdvijfenzeventig, terwijl ik normaal onder de honderdzeventig blijf. Dat is hoog. Ik kijk naar de teller terwijl ik doorwandel, het gaat snel omlaag en na twee minuten wandelen ben ik al onder de honderdtwintig. De oefening stopt, ik stap af en haal wat schoonmaakspullen om mijn zweet weg te poetsen, daarna loop ik door naar de apparaten voor wat spieroefeningen en sluit af met nog tien minuutjes fietsen. Het liep niet zo lekker, maar is evengoed een heerlijk begin van de dag.

Eros…

Ik loop met het hondje over het hondenpad, even het kleine, inmiddels vertrouwde, rondje voor ik naar de winkel fiets. Ik kom een kennis tegen die ook haar hondje uit laat en even snuffelen de twee beestjes aan elkaar en dan lopen we elk een andere kant op. Een eindje verderop komt er weer een baasje met een hond, een iets grotere hond dit keer en ze zegt dat ze de hond even een beetje kort houdt omdat ze niet weet hoe hij zal reageren. Voorzichtig laten we de honden dichter bij elkaar komen en het lijkt goed te gaan, neusjes worden tegen elkaar gedrukt, de vriendschap bezegeld. Ze legt uit dat het niet haar hondje is, slechts een logeetje die morgen weer terug gaat naar de eigen baasjes. Ik zeg dat ik het een mooie hond vind, de vrouw knikt terwijl ze naar de hond kijkt alsof ze hem voor het eerst ziet. Ze hebben hem Eros genoemd, zegt ze en ze kijkt er wat ongemakkelijk bij. Ik moet er om lachen en zeg dat dat nu net niet de naam is die je in de nacht wilt roepen als je je hond kwijt bent. Ze moet er ook om lachen, hoofdschuddend. Ik wens haar een fijne dag en loop  verder, het paadje af, de stoep op waar ons hondje besluit alsnog een hoopje neer te leggen. Een eindje verderop weet ik een prullenbak te staan en ik wandel er heen met het plastic zakje met de nog warme drol.

Prachtig…

Niet alleen de stad, maar heel Limburg kleurt bij de start van het nieuwe carnavalsseizoen. Ik zie de filmpjes passeren op de verschillende social media. Kleurrijke mensen, lachende gezichten, joekskapellen en groepjes die zingen. Vastelaovend verbindt, het laat onderlinge verschillen verdwijnen, werk, afkomst, geloof of geaardheid, het doet er niet meer toe, je bent vierder. Het contrast met de Poolse demonstratie voor een wit Europa kan niet groter zijn en raakt me daarom harder dan anders. Nog erger, de Poolse minister van binnenlandse zaken noemt de mars een prachtig gezicht. Onverdraagzaamheid en haat is in zijn ogen prachtig. Het leed van mensen die huis en haard verlaten om te hopen op een beter maar onzeker plekje ergens anders in de wereld, prachtig. Mensen die hun kinderen op een bootje wegsturen omdat er niet genoeg geld is om allemaal te vluchten, hoe wanhopig moet je zijn als ouders om dat te doen, nee, prachtig. Het zijn berichten die me steeds meer pijn doen, zeker vanwege de stupiditeit, een wit europa. Wie is er nu wit. Niemand is er wit. Maar dan opeens dringt het besef tot me door. De afgelopen periode was ik ook af en toe wit. Echt wit. Na het stucadoren. En wie staan er alom bekend om hun goede stucadoors? Juist, de Polen. Een wit Europa is geen racistische oproep, het is reclame voor de Poolse stucadoorbranche, Polen die bang zijn dat ze hun markt verliezen nu er steeds meer mensen zelf de troffel, plakspaan en spackmes ter hand nemen. Ze gaan de straat op, ze vrezen voor hun werk, ze eisen een wit europa, voor hen, de Polen, die aan komen rijden in het witte busje en even wit als dat busje uren later een huis verlaten, de eigenaren achterlatend met een strak muurtje. Al die benauwde stucadoors, in protest bij elkaar, een prachtig gezicht.

Stort…

Ik stop voor de open slagboom bij de stort. Bekend terrein waar ik de afgelopen periode vaak kwam. Ik stap de auto uit, pak mijn portemonnee en haal mijn identiteitsbewijs er uit. De man vraagt de postcode en daarna wat ik in de auto heb liggen. Een hoop plastic, wat metaal en wat hout, zeg ik en ik moet vier euro pinnen. Hij gooit een wit pinapparaat door het luik en ik voltooi de transactie, loop terug naar de auto en rijd naar boven, naar de containers waar ik de auto achteruit parkeer bij restafval. Een medewerker loopt naar ons toe en kijkt in de auto, hij is een gemakkelijke, wijst bij bijna alles naar de grote bak met restafval direct achter de auto. Dan ziet hij de stofzuiger die we vergeten zijn beneden in de bak met elektrische apparaten te gooien. Hij zegt tegen Annemiek dat hij net zo’n stofzuiger heeft gekocht, hij klinkt een beetje ongerust, onze stofzuiger ziet er ook nog nieuw uit. Annemiek stelt hem gerust, onze stofzuiger heeft tijdens de verbouwing zware tijden gekend. De hoeveelheid stof na het schuren van de vloeren en het nog dunnere stof na het stucwerk werd het apparaat fataal. De man knikt, kijkt of hij de steel van de stofzuiger ziet maar die is bij een vorige rit naar de stort al weggegaan. Helaas. We gaan verder met het leegmaken van de achterbak. Hij trekt aan de verwarming die er ligt, een zwaar ding en hij loopt weg. Ik pak de verwarming er uit, steek hem omhoog zodat ik hem recht in mijn armen heb. Dan zie ik dat hij weer terug komt lopen met werkhandschoenen. Hij kijkt naar mij en de verwarming en steekt de handschoenen weer weg. Ik loop met het gewicht naar de container voor metaal, de bak is bijna leeg en de verwarming komt met een harde klap op de bodem terecht.