Ik zit in bad met Nicole Krauss, of, althans, met haar laatste nieuwe roman, zo groot is ons bad nu ook weer niet. Het is nog vroeg, een uur of zeven en ik verwen mijn pijnlijke rug even met het warme water voor ik begin aan de laatste klusdag. Voorlopig. Het is ongelofelijk wat we gedaan hebben in de afgelopen twee en een halve maand. Een complete transformatie. Elke vrije minuut staken we in acties die het huis mooier maakten, kilo’s stuc, liters verf en meters schuurpapier. We zijn zo ongelofelijk blij met het resultaat, het beeld dat we voor ogen hadden toen we het huis voor het eerst zagen is nu verwezenlijkt. Aanpassingen waarvan anderen direct zeiden, zou je dat nu wel doen, pakken perfect uit en dezelfde anderen geven nu toe dat het er fantastisch uitziet. Vandaag rond ik dingen af, nog een laatste paar lagen lak op de deuren, een muurtje in de hal van wit naar licht grijs brengen en daarna vooral opruimen. De laatste maanden lag er altijd wel ergens iets van een schroevendraaier of afplaktape, een fles terpentine of een inbussleutel. Ik ruim het allemaal op, poets het huis en ik eindig met het opruimen van de Makita. Elke keer dat ik het apparaat ter hand moest nemen de afgelopen maanden floot ik Chiquitita van Abba, omdat het klinkt als. Nu ik de koffer met Makita naar de schuur til omdat het klussen voorlopig achter de rug is, voel ik me zowaar weemoedig in plaats van de opluchting die ik had verwacht. Het is mooi geweest, ik zet de koffer in de schuur en het op slot draaien ervan voelt symbolisch. Nu even een tijdje niet meer klussen, het zal even wennen zijn om af en toe gewoon niets te doen te hebben, te kunnen zitten en lezen.
Bouwmarkt…
Ik loop de bouwmarkt binnen met in mijn hand twee cilindersloten en een blik verf. In mijn zak een kassabon. Een meisje komt bij de servicebalie op me af. Ik wijs naar het blik verf en de bon, die wil ik ruilen met bon en ik wijs naar de sloten en zeg dat ik hier eerder mee aan deze balie stond, ik kan de bon waar deze dingen op stonden nergens meer vinden en de medewerker destijds zei dat, als ik de datum en tijd van aankoop wist hij de bon zou kunnen reproduceren. Na thuis gezocht te hebben, zoeken op de naam van de bouwmarkt in de bankapp geeft helaas in deze tijd schrikbarend heel veel dure resultaten, zijn er drie aankopen waarvan één waarschijnlijk de aankoop van de cilindersloten bevat. Het meisje aan de balie belt met een collega en geeft de datum door en het bedrag van de aankoop, het is lang stil, daarna vraagt ze om de tijd maar die heb ik niet en dat geeft ze weer door en daarna is het weer lang stil. Dan zegt ze dat het niet op die bon staat en ik laat mijn telefoon zien waar de volgende transactie op staat en ook dat zorgt weer voor veel zoeken en vragen en weer zonder resultaat en natuurlijk is het pas de derde, weer de vragen en de stiltes en dan opeens straalt ze, gevonden, zegt ze met een brede lach. Ze loopt even weg en komt met een bon terug, ze scant mijn sloten retour, pakt de bon die ik heb liggen en het blik verf. Het blijkt niet de juiste bon. Ik zeg dat ik het blik even terug zal zetten in mijn auto, ze opent de deuren en ik ren snel op en neer naar de auto. Terug in de winkel is het druk geworden bij de balie. Achter de wachtende mensen herkent ze mij en geeft me mijn retourbon.
Zaterdag…
De dag begint in eerste instantie vroeg, te vroeg omdat we de wekker die om zes uur doordeweeks afgaat vergeten zijn uit te zetten op deze zaterdag. Even verwart dat, het duurt voordat het besef komt dat het zaterdag is en dat het de wekker is die fout zit. Gelukkig weten we daarna nog in slaap te vallen en begint de dag pas echt rond half negen, ik ga koffie zetten, de oudste moet wakker want moet werken en met koffie en krantje keer ik terug naar bed, nog even ontspannen. Dan begint de dag pas echt echt. Kluskleren aan, en met zeiltjes en afplaktape aan de slag, een laatste weekend waarin we er vol tegen aan gaan. Na het afplakken is de jongste terug met broodjes en we eten eerst voor we de penselen ter hand nemen. Ik boven, Annemiek beneden die deuren verft en gordijnen naait en ondertussen soep maakt voor het bezoek die tegen de avond zal arriveren. Ik heb alleen mijn plafond. Gister in de grondverf gezet, dat kostte precies vijf uur, ik hoop dat vandaag de tweede laag iets sneller gaat want ik zie op tegen nog een dag balanceren op de randjes van de badkuip en op het trapje. Het gaat sneller, in vier uur zet ik de tweede laag er op. Waarschijnlijk morgen nog een laag, dan slechts de grote vlakken en die gaan heel snel dus ik denk dat ik na twee uur morgen het badkamer plafond kan afvinken van de to-do lijst.
De drager…
Ik lees een boek uit, De drager van Jan Vantoortelboom. Ik las eerder zijn boek meester mitrailette en ook de man die haast had. Met name de laatste vond ik een meesterwerk dus mijn verwachtingen zijn hooggespannen. Eigenlijk kan het alleen maar tegenvallen. Dat doet het niet. Ook in de drager laat Vantoortelboom zijn prachtige, nuchtere vertelstijl zien, een boeiend opbouw van het verhaal en een totaal onverwacht, zinderend einde. Voor mij althans, dat onverwachte, soms zeg ik dat ik een slot niet zag aankomen, of het nu boek, film of muziek betreft en iemand anders zegt direct dat je dat toch van kilometers afstand aan had kunnen zien komen, ik niet, ik laat me kennelijk graag verrassen en dat gebeurt ook in dit boek. Een boek over vriendschap en over twee levens die los van elkaar geleid worden maar waarin die vriendschap belangrijk blijft. Een vriend blijft alleen, de ander krijgt een gezin, een zoon en die zoon is ziek. Erg ziek. Het zorgt voor druk in het gezin en voor extra generositeit van de vriend die hem overlaadt met cadeaus. De vader, die werkt in de natuur denkt meer in Darwinistische termen waarin de sterkste overleeft en zijn zieke zoon past slecht in dat beeld. Een prachtig boek waar het verhaal van het lieveheersbeestje op het eind het verhaal duidt. Niet eerder luisterde is zo nadrukkelijk naar een lieveheersbeestje.
Meisje…
Mijn collega is bezig de naam te noteren van de klant. Een buitenlandse naam en de vrouw kijkt mee op het scherm en wijst waar de naam niet goed geschreven is. Het dochtertje van de vrouw staat voor de balie, ze pakt een Enkhuizer almanak en klapt die open en leest een stukje en legt het boekje dan terug. Ze komt voor me staan, het meisje heeft rode lippen. Heeft u ook make-up, vraagt ze. Ik zeg dat we geen make-up hebben, vooral boeken en ook kantoorartikelen. Ze zegt dat ze niet van lezen houdt. Ze pakt een pasje van de balie waarmee je online een stukje van de nieuwe Tommy Wieringa kunt lezen en vraagt of je met dat pasje kunt pinnen, ze houdt het kaartje boven ons pinapparaat. Ik zeg dat je daar ook mee kunt lezen en ze houdt het pasje voor haar neus en met haar duim op de rand van het pasje doet ze alsof ze wil bladeren en ze zegt dat dat niet lukt. Ik zeg dat het voor de computer is maar computers vindt ze ook stom. Iphones vindt ze wel leuk zegt ze, kan ze lekker mee bellen. En appen naar je vriendinnen, zeg ik, maar ze schudt haar hoofd en fluistert dat ze niet mag appen van haar moeder. Ze loopt naar de molen met leesbrillen en probeert er twee. Ze vraagt of we ook brillen hebben waarmee ze groter lijkt, ik heb geen idee wat ze bedoelt, maar ik zeg dat we alleen maar leesbrillen hebben. Ook weer lezen, zucht ze. Haar moeder loopt met mijn collega mee naar achter en noemt haar naam, nadrukkelijk. Ik moet met mijn moeder mee, zegt ze, ik zeg doei en kijk hoe ze door de winkel achter haar moeder aan stuift.
Meningen…
Ik lees een discussie op twitter over meningen. Aanleiding zijn ingezonden brieven in de Limburger over het kazernekwartier en de post op twitter zorgt voor meer meningen, discussie dus. Feitelijk draait de discussie om de vraag of een ingezonden brief naar een krant, waarbij de mening ongefundeerd geventileerd kan worden, onderdeel is van vrijheid van meningsuiting. Je moet kunnen zeggen wat je wil. Daar ben ik het deels mee eens, ik vraag me alleen af of een krant, brenger van, als het goed is, nieuws gebaseerd op feiten, hier het meest ideale podium voor is. Dat waag ik in tijden waarin nepnieuws een redelijk frequent onderdeel van gesprek is zelfs ernstig te betwijfelen. Het vervuilt de waarheidsbeleving van de krant. Journalisten dienen te fact-checken op wat zij schrijven, een redactie zou dat ook mogen doen op ingezonden brieven. Er zijn subjectieve en objectieve meningen. Als ik iets niet mooi vind, is dat een mening die ik prima kan en mag ventileren, het is mijn mening en volstrekt subjectief. Ieder ander kan van mening zijn dat exact hetzelfde voorwerp wel mooi is. Dan kan ik argumenten aandragen waarom ik het niet mooi vind, net zoals de ander met tegenstrijdige argumenten kan komen. Bij een objectieve mening draait de discussie om feiten. Wanneer iemand schrijft dat negenennegentig procent van de bevolking iets niet wenst, dan vraag ik me toch ernstig af waar die cijfers vandaan komen. Ik verwacht dat de rechterduim van de schrijver behoorlijk rood zal zijn, zo hard heeft hij erop moeten zuigen om deze cijfers er uit te krijgen. Spreken over wat dé Venlonaar, de burger of de belastingbetaler wil. Het zorgt ervoor dat mijn haren recht overeind gaan staan. Nieuwskanaal nu.nl heeft jarenlang ook zo’n uitlaatklep voor kritisch nederland gevoerd, de pagina nujij.nl die uiteindelijk met name gevuld werd door rechts populistisch nederland. Nu.nl heeft uiteindelijk wijselijk besloten dat zij de brengers van nieuws zijn, waarbij ze pogen om dat nieuws zo objectief mogelijk te brengen en het nujij kanaal werd gesloten, ik hoop dat de krant deze wijze keuze snel volgt.
Buutplekker…
Ik hoorde te term voor het eerst toen we hier net woonden, buutplekker, en eerlijk gezegd had ik geen idee wat het betekende. Het klonk niet iets positiefs, iets wat je wil worden of zijn en het woord werd ook verwijtend gebruikt door het ene jongetje richting het andere, dich bis eine buutplekker. Later hoorde ik het nog een keer langskomen, veelvuldig ditmaal toen twee kindjes aan het opsommen waren welke van hun vriendjes allemaal de kwalificatie buutplekker hebben. Dae is d’r eine, en dae, en dae… Bij een naam ontstaat een korte discussie en uiteindelijk verliest het kamp voor buutplekker en wordt de genoemde naam gevrijwaard van het vonnis. Wat dat vonnis ook mag zijn. Maar vanaf vandaag weet ik het, ik zie het gebeuren wanneer ik het hondje uit ga laten na het sporten en een groepje kinderen voor schooltijd verstoppertje aan het spelen zijn. Vanuit mijn ooghoek zie ik her en der kindjes verschuilen achter geparkeerde auto’s. Het jongetje bij de lantaarnpaal blijft bij de lantaarnpaal. Eventjes loopt hij ervan weg, een meter of twee en dan loopt hij snel weer terug. De lantaarnpaal blijkt de buut, daar moeten de andere kinderen zich vrij tikken maar doordat het jongetje niet gaat zoeken is de rest kansloos. Een jongetje komt vanachter de auto vandaan en geeft zijn schuilplaats op en loopt richting het jongetje bij de paal die hem uit tikt. Het telt neet, roept het jongetje al van ver en ook andere kinderen geven hun schuilplaats op, want dich bis eine buutplekker.
Afval…
We hebben gft, we hebben pmd, we hebben rest, we hebben papier en we hebben glas. Afval is niet zo maar meer een prullenbak openen en het niet langer gewenste er in mieteren. Sinds we hier wonen moeten we bij afval even nadenken. Uiteraard ben ik een groot voorstander van gescheiden afvalinzameling, het is en stuk beter voor het milieu dus daar werken we graag aan mee, maar in het begin is het even puzzelen. Waar laat je al die afval alvorens het in de grote container verdwijnt en hoe voorkom je dat je niet toch telkens weer naar de grijze of groene bak wandelt achter in de tuin. Inmiddels hebben we een werkend systeem. Na lang zoeken hebben we een prullenbak systeem gevonden dat in een keukenkastje past en waar twee bakjes inzitten. Die gebruiken we voor rest en pmd, waarbij we nu al merken dat het merendeel aan afval in de categorie pmd valt dus die krijgt het grootste bakje. Buiten, net om het hoekje staat onze ‘oude’ afvalemmer, daar hangen we een composteerbare zak in en daar gaat het gft gebeuren in. Ik ben er ook al achter dat die zak te snel composteert want je kunt hem aan het eind van de week niet uit de bak tillen want dan gaat hij kapot en zit je met een metalen bak vol troep. De hele bak in één keer omkieperen in de grote groene bak werkt het best. Oud papier in een mandje en het glas in de kelder. Een kind kan de was doen. Of eigenlijk doet de vaatwasser dat al.
Boos…
Ik vraag de medewerker achter de balie om het nog één keer uit te leggen en nog voordat hij zijn verhaal echt kan beginnen onderbreek ik hem. Dat is niet netjes, niet aardig ook, maar ik ben boos, en niet eens op hem, hij zit daar maar, achter zijn computerscherm die hem precies vertelt wat hij mag zeggen en doen zonder dat hij zelf logisch mag nadenken en daarnaar handelen en eigenlijk maakt dat mij nog het meest boos. Wat er aan de hand is: bij het inloggen bij het internetbankieren ging er iets mis waardoor een collega drie keer een poging waagde en geblokkeerd werd. Kan gebeuren, is ook goed dat na drie pogingen de blokkade optreedt, dat is veilig. Vervolgens vraag je een nieuw wachtwoord aan en na een paar dagen krijg je een brief dat het nieuwe wachtwoord klaarligt bij de bank en dat je die kunt ophalen. Je moet de brief meenemen, identificatie, indien die er is een bankpas en pincode en indien er geen bankpas is dan moet het rekeningnummer mee. Ik neem alle gevraagde bescheiden mee, behalve de bankpas want die heb ik niet. Heb ik ook niet nodig op deze rekening, de rekening voor stadsgidsen en wandelingen, want daar is totaal geen sprake van contant geld. Alles gaat op rekening. Volgens de medewerker heb ik echter wel een betaalpas, hetgeen ik ontken. Volgens mijn systeem wel, is zijn argument, een argument waar ik altijd erg allergisch op reageer. Hij blijft veiligheid ook steeds noemen als reden waarom ik, zonder mijn pas die ik volgens zijn systeem heb, mijn nieuwe wachtwoord niet meekrijg. Stoom komt inmiddels uit mijn oren en ik begrijp best dat mijn luide stem inmiddels de aandacht trekt van alle andere aanwezigen in de bank, het interesseert me niet. Hij zegt dat hij de klacht kan noteren, hij wil van me af. Ik zeg dat hij ten minste moet toegeven dat het krom is, hij schudt zijn hoofd en begint weer over veiligheid. Ik zeg, stop, en vervolg, had ik bij het aanvragen van de rekening het vinkje betaalpas niet aangezet dan had ik met alles wat ik bij me heb mijn nieuwe wachtwoord meegekregen, maar, omdat ik dat kennelijk wel heb aangezet maar nooit een bankpas gezien heb, laat staan een pincode, krijg ik het niet mee, geef toe dat dat krom is. Hij kijkt me even aan alsof hij nu het licht gezien heeft en hij knikt, ja, dat is krom, maar ik… Ik interrumpeer weer, wederom onbeleefd, ja, in je systeem mag het niet, en dat is juist wat ik ergerlijk vind, dat jij begrijpt dat je systeem krom is maar je niet in staat bent om die idiote regels te omzeilen waardoor ik de komende twee weken, in afwachting van een nieuw pasje, de stadsgidsen en restaurants niet kan betalen. Een pasje die ik, nadat hij binnenkomt, overigens direct zal deactiveren. Wel nadat ik mijn wachtwoord er mee heb opgehaald. Ik wens hem nog een fijne dag en loop het bankgebouw uit, de gezelligheid van de kermis in.
Moe…
Tijd blijkt redelijk beïnvloedbaar, energie minder. Om er voor te zorgen dat, voordat de voor ons beiden drukke november en december maand aanvangen, ons huisje in een staat gebracht is waarbij we in de avonduren kunnen zitten zonder te te denken aan alle klussen en klusjes die nog gedaan moeten worden hebben we beiden in de maand oktober extra dagen vrij genomen om te klussen. En dat doen we, we gaan weer in het tempo van de eerste dagen na de sleuteloverdracht en soms zelfs daar een schepje bovenop, avonden waarin we door werken tot na negen uur zijn weer terug, overgeslagen lunches en makkelijke maaltijden. Met de resultaten zijn we blij. De enorme klus op de eerste verdieping is klaar en het resultaat prachtig, ook de woonkamer nadert voltooiing, we hebben weer plinten! Het enige wat tegen begint te werken zijn onze lichamen. Spierpijn, pijnlijke gewrichten en last van de rug. Het belemmert het werk en de tijd die we hebben. Toch gaan we door, we dansen kleine victorie dansjes wanneer er weer een klusje afgerond is, en gaan door naar de volgende. Aan het eind van de dag staan de spullen weer op de juiste plek, de woonkamer is ontdaan van klusspullen. Moe zijn we. Maar het resultaat aan het eind van de dag zorgt dat we een volgende dag toch nog weer een dagje doorgaan.