Er rent een eekhoorn over de stoep aan de andere kant van de straat. Ik zie het beestje rennen en het beestje ziet mij en verdwijnt onder een auto. Van de andere kant komt ook een auto aanrijden en de lampen van die auto jagen het diertje weer onder de auto uit. Even lijkt ze te twijfelen, weegt haar mogelijkheden af en daarna rent ze de straat over en klimt in een boom, een metertje of drie van me af waar ze na twee meter stopt met klimmen en me aankijkt. Ons hondje heeft niets door, snuffelt wat in het gras en ik kijk naar de eekhoorn, een okerbruin vachtje en op haar kop een donkerbruin toefje. Ik doe niets, de eekhoorn doet niets, we kijken rustig elkaar aan. Dan komt het hondje in beweging, nog altijd heeft ze de eekhoorn niet gezien maar het bewegen van het hondje schrikt haar af en ze rent naar boven. Ze maakt vreemde geluidjes tijdens het rennen, een geluid dat ik altijd aan duiven toedichtte. Ons hondje is nu wel alert, zoekt tussen de takken en rent naar voren, de eekhoorn zit meters hoog en ze ziet haar niet meer. Ik zie haar nog wel, met het pluimpje op de kop kijkt ze over een tak naar beneden. We lopen verder, ons hondje heeft de aandacht verlegd naar een andere hond een eindje verderop.
Varen…
Tijdens de verhuizing gaf een vriendin aan, na opmerkingen van ons dat we ze niet wilden, dat ze de varens wel over zou willen nemen. Vandaag vraag ik aan mijn zoon of hij een poging wil wagen om de varens in de achtertuin uit te willen steken en ik stuur een berichtje naar de vriendin om aan te geven dat we er mee bezig zijn. Het mislukt. De wortels van de varens geven zich niet gewonnen, in elk geval niet zonder het stenen bouwwerk erachter mee te nemen. Ik stuur een nieuw berichtje, voor in de tuin staan nog meer varens en die kunnen we wel proberen maar die in de achtertuin worden niks. Ze komen het toch proberen en uiteraard help ik. Het grootste probleem vormen de sierstenen. Stenen die je normaal in een dun laagje op de grond strooit maar die hier, in onze voortuin, de eerste laag van twintig centimeter vormen. Met onze vingers graven we ze weg, maar steeds wanneer we de spade in de grond zetten horen we het tikken van nieuwe stenen, en graven we verder. Uiteindelijk lukt het de spade er onder te krijgen maar de wortels geven niet zomaar op. Van alle kanten steken we, duwen de spade omlaag en halen verder stenen weg. Dan, met een krakend geluid laat de varen los van de grond. Er blijft een gat en twee bergen steentjes achter. Vrienden nemen de varen mee en ik beloof te bellen zodra ik de rest er uit heb gehaald. Dat wordt het voorjaar. Ik ga terug naar binnen, nog een laatste klus voor vandaag, en ik vraag de jongens om de klinkers in de tuin terug te kloppen en het gat te vullen. Ik loop naar boven en ruik de verf. Een van de grootste klussen werd juist afgerond, een klus die Annemiek op zich nam, het verven van alle deuren en kozijnen, koofjes en lambriseringen op de eerste verdieping. De grauwe en houtkleuren zijn weg en het resultaat is prachtig. Terwijl ik bezig ben met het ophangen van een lamp hoor ik het gehamer in de voortuin. Ik rond mijn klus af en als ik later een blik buiten werp zie ik dat ik de stenen niet beter terug had kunnen timmeren.
Naaien…
Er zit een gat in mijn joggingbroek. Het is al een oude broek met rafelige randen maar hij zit erg lekker en ideaal om ’s avonds aan te doen nadat werk, in winkel of in huis gedaan is. In het kastje vind ik naalden en onderin het bakje een doosje met klosjes garen waar ik de kleur uitzoek die het meest op die van de broek lijkt. Het duurt even voor ik het dunne draadje door het oog gestoken krijg. Steeds botst het draad op metaal waardoor het buigt en ik, met wat speeksel, het draadje weer in een rechte punt vorm. Uiteindelijk lukt het. Ik pak mijn broek erbij en begin iets buiten de scheur te naaien. Ik steek de naald in, trek de draad strak en een millimeter of twee verderop steek ik weer de draad in. Een rustiek werkje in de avond. Op het laatst haal ik de draad door de lus die ontstaat na een steek en trek het weer strak. Het knoopje zit er in, de draad vast. Met het kleine, vlijmscherpe koperen schaartje knip ik het draadje door. Ik kijk naar de hechting, trek er even aan maar het gat is weg, de broek kan weer gedragen worden.
Kermis…
Ik loop in de lunchpauze door de stad. Ik combineer mijn wandeling met het afstorten van geld en het eten van lunch. Ik wandel voorbij het schnitzelparadies waar bordjes met biergarten op het terras prijken. Er zitten een oudere man en vrouw. Zij heeft een kopje thee voor zich, hij een klein bierpulletje. Verderop, in het kleinste café van Venlo, zit een man aan de bar met een flesje fris en op het terras van grenswerk, dat gesloten is, zit een groepje mensen met een plattegrondje. Ik wandel verder en stop op de brug bij de werf. Ik eet mijn brood en kijk naar de nog gesloten kermis. Een gesloten kermis heeft iets treurigs over zich. Hoe meer licht, geluid en beweging een toestel in actie heeft, hoe beklemmender het toestel in stilstand. Bij een paar attracties zie ik kinderen staan, ze kijken naar de kermisexploitanten die bezig zijn om hun attractie klaar te maken voor de dag. Ik hoor de roep van een meeuw en ik houd het dier in de gaten, voor het geval een aanval op mijn brood overwogen wordt. In een halve cirkel glijdt het dier door de lucht en duikt dan onder me door, onder de brug. Ik wandel verder. Bij de ijskraam is het al druk, mensen genieten van het warme weer. Ik wandel voorbij de botsauto’s waar een vrouw bezig is met een plumeau die ze over de wagentjes haalt. Dat vind ik mooi, zoiets zachts als een plumeau gebruiken bij botsauto’s.
Vogel…
Ik schrik op van de doffe bons op de ruit. Ik weet wat die klap betekent en ik loop naar het raam en zoek op de klinkers. Ik zie eerst niets maar dan, rechts tussen twee plantenbakken, ligt een vogel. Ik kijk er even naar en zie dat het diertje de vleugel iets beweegt. Ze is nog niet dood. De kans dat dat alsnog gebeurt acht ik groot en terwijl ik bezig ben met het aanbrengen van afdekzeiltjes en afplaktape voor een flinke schilderklus kijk ik met regelmaat even naar buiten. Na een tijdje zie ik de vogel schuin door een pootje gezakt maar wel iets rechterop zitten. Ik koester hoop en nu ik zie dat het diertje overeind komt en ik hoop dat er niet toevallig een hongerige poes passeert. Ook dat gebeurt niet en weer een tijdje later zie ik opeens hoe de vogel een beetje onbehendig opvliegt en in het linkerboompje in onze voortuin landt. Ik ga verder met de zeiltjes en tape en fluit er een melodietje bij, de vogel in ons boompje hopelijk snel ook weer.
Opgroeien…
We bekijken de foto’s van het uitwisselingsprogramma van mijn zoon. Hoewel de reis naar Angers uiteraard onderdeel uitmaakt van zijn studie, met name het onderdeel Frans, toch bekijken we eigenlijk gewoon vakantiefoto’s. Foto’s van prachtige uitzichten, mooie kathedralen en kastelen, vrienden en klasgenoten. Geen foto’s van ons, wij waren er niet bij. Hij bezoekt met de groep Saint Malo en we bekijken de foto’s van een plek waar we enkele jaren geleden zelf op vakantie waren, nu door de ogen van mijn zoon. We bekijken foto’s van de bootjes in de haven en het eilandje dat nu omringd wordt door water en waar ik me de foto’s van onze eigen vakantie nog van herinner toen het eb was en we naar het eiland toe konden wandelen. Een foto van Annemiek halverwege het strand met het handje van onze zoon vast. Groot is hij nu, beiden zijn ze groot. De foto’s van onze oudste zoon en alles wat hij mee heeft gemaakt op bijna duizend kilometer afstand van ons bevestigen dat. Zelfstandigheid is een groot goed, dat stimuleren we, het kent echter een prijs, onafhankelijkheid en loslaten. Dat is moeilijk. Vanaf de geboorte is het beschermen, beschermen, beschermen. Daarna opvoeden, beschermen en opvoeden. Nu komt een nieuwe fase waar naast beschermen en opvoeden ook de term loslaten bijhoort. Hij krijgt een eigen leven, zijn eigen vrienden en afspraken. Dat is prachtig maar het is ook wennen.
Schuren…
Een vriend die we een aantal dagen geleden tegen kwamen in een restaurant zei dat hij het wel een beetje gehad had met de klusverhalen. Dat snap ik. Vaak als ik ’s avonds een klusverhaal tik voel ik in mijn armen het klussen van de dag en het schrijven erover haalt de reden van die zeurende pijn terug. Zo ook vanavond. Het grootste deel van vandaag heb ik doorgebracht met een kurken schuurblokje en schuurpapier. De muren in de woonkamer onderhanden nemen. Mijn zoon helpt, hij krijgt stof in zijn ogen en net voor ik zeg dat hij niet moet wrijven smeert hij zijn gezicht vol wit stof. Ik sta op een trapje en schuur en vijf centimeter voor me gaat het brandalarm af. Ik schrik en val bijna van het trapje als ik me realiseer dat het brandalarm ook op stof reageert. Ik druk op de knop om het alarm te stoppen. Mijn zoon vindt het erg grappig. Daarna doorschuren, mijn armen en schouders vinden het al lang niet zo grappig meer. Na het schuren komt het poetsen, vegen, zuigen en dweilen. Rond acht uur zijn we klaar, de muren glad, de vloeren schoon. Morgen een volgende dag, weer klussen. Misschien wel weer een klusverhaal.
Dasty…
“Beste voorzitter van de Dasty fanclub, ik ken u niet en u kent mij niet maar in de afgelopen periode hadden we een zelfde passie, Dasty. Dit schoonmaakmiddel voor verrekte weinig euries, bleek een wondermiddel voor menig schoonmaakklus tijdens de verbouwing die we nu aan het afronden zijn. Nu we echter de klustijd achter ons laten en het schoonmaken weer een meer huishoudelijke klus begint te worden blijkt dat Dasty niet alleen schoonmaakt maar ook een redelijk permanente film nalaat. De enige manier om iets echt schoon te maken is om na dasty ook water te gebruiken om het vervelende laagje te verwijderen, en daarna te boenen want de achtergebleven laag is hardnekkig en daarom, meneer de voorzitter, met pijn in mijn hart, meld ik me af bij de fanclub en stap ik over op andere schoonmaakmiddelen.”
Hij bestaat echt, de fanclub, voor het product van de Wibra. Het spul kost bijna niets en dat zal zeker een bijdrage leveren aan het succes en de populariteit er van. Voor zover ik weet is er geen fanclub voor glorix of andy. En Dasty kent heel veel variaties en, waar ik de laatste tijd achter gekomen ben, elke variant heeft een probleem. De allesreiniger en het spul voor ramen laten een dunne laag achter die maar zeer hardnekkig weg te boenen is. Gebruik het op je vloer met dweilen en na een tijdje zie je precies waar meer gelopen is. Het ontkalk spul voor badkamer werkt niet. Het ruikt heerlijk maar kalk verdwijnt er niet mee en zo is er met elke fles van de Wibra wel iets. Prima tijdens de verbouwing maar nu we wat meer gesetteld beginnen te raken haak ik af en stap over op de producten die altijd gebruikte. Drie keer zo duur, maar die werken wel.
Strikken…
Ik lees een boek uit, strikken, van Domenico Starnone. Op de kaft staat, als teaser denk ik, ‘Het ontbrekende stukje in de Elena Ferrante-puzzel’, geschreven, the new york times. Nu vind ik dat nogal raar om op een boek te zetten want ik heb niets met Elena Ferrante en ik weet eigenlijk ook niets van de schijnbare puzzel. Daar heb ik eerst google voor nodig om er achter te komen dat Elena Ferrante kennelijk een pseudoniem is en dat onderzoekers al een tijdje bezig zijn om er achter te komen wie achter die naam zit. Starnone is kennelijk verdacht. De Napolitaanse romans van Ferrante zijn waanzinnig populair en strikken is dat vooralsnog niet, terwijl onderzoekers beweren dat stijl en taalgebruik zozeer overeenkomen dat het niet anders kan. Ferrante is Starnone of andersom. Ik leg de discussie naast me neer. Strikken is een prachtig geschreven boek. Het beschrijft ongelukkige levens, een poging tot het ontsnappen daaraan maar ook de onverbiddelijke terugkeer. Ik zou het zo nog eens lezen.
Avond…
Ik kom thuis na een vermoeiende dag bij Koops. Er is net weer een kwartaal verstreken en dat betekent cijferwerk. Niet mijn favoriete bezigheid, wel noodzakelijk. Gisteren ging ook al op aan cijfers en ook de avond werkte ik tot tien minuten voor het slapengaan door. Ik begin wel het einde aan de lange cijferreeksen in zicht te krijgen en hoop morgen de belastingen af te kunnen ronden, de laatste stap in de klus. Thuis staat de keukenlade op het aanrecht. Hij liep heel stroef en Annemiek wijst op het stukje in de rails dat ontbreekt en dat ik onderin het keukenkastje terugvind. Ik duw het in de rails, zet de lade er weer op en hoor het ding weer vallen. Bij de tweede poging weer en ook de derde keer dat ik de zware lade terug probeer te zetten hoor ik de troosteloze tik van vallend kunststof. Nu vergelijk ik rechts en links eens goed en ik zie een rood dingetje die rechts hoger zit dan links, ik duw het links ook omhoog en het klikt vast en de vierde poging met de la is succesvol. Ik moet tijdens de pogingen iets te zeer geleund hebben op het kastdeurtje want het scharnier is los dus ik loop terug naar de schuur om een schroevendraaier te halen. Als ik even later wat zeezout over de tomaten wil malen heb ik opeens de hele dop van het molentje vast en ligt vrijwel al het zout in de schaal. Ik zucht. Als ik na het eten mijn boek oppak valt de boekenlegger er uit en waardoor ik niet meer weet waar ik ben gebleven en bij het oppakken van mijn handdoek vallen alle andere handdoeken direct op de grond. Soms is de dag eerder met je klaar dan jij met de dag. Daar dien je je bij neer te leggen. Te gaan zitten, een boek erbij en niet al te veel te bewegen. Wel nog even zoeken waar ik ook alweer gebleven was.