Het regent een beetje. Ik loop naar de schuur en pak mijn fiets. Het is nog donker dus ik klik de lampen aan en fiets even later door de stille straat. Bij de meeste huizen brandt al licht. Op de Hertog Reinoudsingel is al wel wat meer leven. Op het hondenpad zie ik baasjes van honden die ik al vaker heb gezien en in de verte zie ik de vader van een collega met zijn twee honden aan komen rennen en ik herken hem al van ver omdat één van de twee honden een halsband draagt met rode lampjes. Ik kom voor zevenen aan bij de sportschool die eigenlijk pas om zeven uur opent maar ik zie al verschillende sporters in de weer met gewichten en apparaten. Ik scan het poortje open en neem de trap naar de kleedkamer. Stop mijn spullen in kluisje tweeënzeventig en doe het hangslotje erop. Ik kijk rond, er zijn meer kluisjes met hangslotje dan er sporters beneden zijn. Na het sporten begrijp ik waarom. Een man haalt de inhoud uit zijn kluisje en die bevat een heel scala aan producten. Een of andere ontbijtshake die hij aan het maken is, maar ik zie ook mondwater, tandenborstel en allerlei andere lichaamsverzorging spullen. Hij blijft intensief schudden met het flesje shake en tegen de tijd dat ik me heb omgekleed om terug naar huis te fietsen om me daar te douchen begint hij te drinken.
Sprinkhaan…
Er valt een felgroene sprinkhaan van het plafond in de badkuip waarin ik aan het douchen ben. Het diertje herkent direct het gevaar en begint de weg omhoog over het gladde witte oppervlak. Dat traject haalt het beestje wel maar de weg verder omhoog, de tegeltjes op zijn moeilijker. Moeizame pasjes en kleine valletjes en daarna weer verder omhoog. Ik hoor mijn zoon de trap oplopen en vraag of hij even wil helpen, een bekertje en iets om het bekertje af te dekken. Hij ziet het gevaar voor de sprinkhaan en sprint weg om even later terug te komen met bekertje en een papiertje. Ik houd het bekertje onder de moeizaam klimmende sprinkhaan en denk dat deze wel in het bekertje zal vallen maar op het laatst springt het beestje van de muur en landt wederom in de badkuip. Dit keer in het water en ik zie het richting het afvoerputje drijven en ik hoor mijn zoon, neeee, roepen maar net op tijd schep ik het beestje met het bekertje uit het water. Mijn zoon schermt het bekertje af met het papier en zet het diertje buiten. Redding geslaagd. Later die dag komt hij met een nieuwe redding beneden. Een wesp die hij op zijn kamer ving, bakje op een boek. Hij klinkt nogal kwaad, zegt hij. Ik zeg dat soms een ferme tik ook een oplossing kan zijn, maar daar gelooft hij niet in.
Boekenvak…
Een aantal dagen geleden schreef een auteur een artikel op Facebook over de manier waarop boekverkopers hun boeken inkopen. Dat kan. Wat niet kan is dat hij de boekverkoper beschuldigt van het niet willen inkopen van boeken waar de hoofdpersoon niet blank is. Dat is zo belachelijk dat ik het naast me neer zou moeten leggen maar dat lukt me niet. Het is tevens een persoonlijke aanklacht want het betreft (ook) de boeken van de auteur zelf, dat wat hij de boekhandel aanrekent is dat het vijfde deel van een kinderboekenserie, waarin de hoofdpersoon een kleurtje heeft, niet uitgegeven wordt. De uitgever heeft gezegd dat de boekhandel niet meer wil inkopen, dus dat verwijt de auteur de boekhandel. En dat klopt, uiteraard. Een auteur schrijft een boek zodat de lezer het boek kan lezen. Om die twee bij elkaar te brengen, en er een verdienmodel aan over te houden, zijn er twee andere partijen nodig, de uitgever en de boekhandelaar. Zodra een schrijver een manuscript heeft geschreven beoordeelt een uitgever of dat manuscript goed genoeg is om uit te geven. De meeste manuscripten vallen hier af. Ziet een uitgever wel brood in een manuscript dan gaan ze het uitgeven en op beurzen proberen ze de boekhandelaar te overtuigen van de kwaliteit. Dit is het, voor de auteur en uitgever, makkelijke traject. Moeilijker wordt het om ons te overtuigen bij een tweede boek van eenzelfde auteur en nog erger, bij een serie. Want dan hebben wij, de boekverkopers, opeens een tegenargument. Cijfers. We kijken naar onze inkoop en onze verkoop en baseren hierop of we een volgend boek van dezelfde auteur of serie nog inkopen. En dat is dus direct gerelateerd aan de verkopen. Koopt een lezer de boeken van een auteur niet, of haken ze af bij het volgende boek in een serie, dan zal de boekverkoper de boeken niet meer inkopen en uiteindelijk de uitgever een volgend boek niet uitgeven. Dan is de lijn tussen auteur en lezer doorbroken. Dat is vervelend, maar simpel een gevolg van de lezer die het geschrevene niet wil lezen. Waarom de lezer afhaakt is de lastige vraag die een auteur zich zou moeten stellen, de reden waarom boekhandelaar en vervolgens ook de uitgever dat doen is een logisch gevolg.
Loslaten…
Het is vroeg, voor een zaterdagochtend. De wekker gaat om zes uur, ik druk op het knopje om het geluid te stoppen en stommel naar beneden waar ik zie dat er nog geen krantje op de mat ligt, op zaterdag mag de bezorger ook wat langer blijven liggen, en loop door naar de keuken om koffie te zetten. We maken de jongens wakker, half zeven. Mijn oudste zoon is direct wakker en begint direct met de laatste spulletjes bij elkaar te verzamelen. Dan naar beneden, ontbijten en weer naar boven om op te frissen. Twintig over zeven zitten we in de auto, koffers en tassen in de achterbak. Op de hogeweg, vijf minuutjes rijden, zijn we op onze bestemming. Ik parkeer de auto, de grote witte bus staat er al en de spullen van mijn zoon gaan de bus in. Daarna gaat hij bij vrienden staan en wij wachten. Het is droog maar er staat een flinke herfstwind en ik zie een vader op en neer springen om de kou te verdringen. Ik sta stil, ik voel de wind maar heb het niet koud. Dan komt het moment dat de jeugd naar de bus gaat, laatste knuffels worden uitgedeeld en daarna stapt hij in. Hij gaat zitten op de achterbank en het duurt nog even voor de bus vertrekt omdat er nog een klasgenoot ontbreekt. De bus zou om kwart voor acht moeten vertrekken en de ontbrekende klasgenoot komt om tien voor aan. De auto van die ouders staat schuin en net voor de bus waardoor deze, nu hij eindelijk kan vertrekken, eerst een stukje achteruit moet rijden. Dan vertrekt de bus echt. We zwaaien, hij zwaait terug, net als alle kinderen. Het voelt heel dubbel. Natuurlijk gun ik hem een week in Frankrijk, een week waar hij veel zal leren, zal meemaken, ervaringen op zal doen. Aan de andere kant wil ik hem zo dicht mogelijk bij me houden, zoals elke ouder een kind bij zich wil hebben om te beschermen en te behoeden. Terwijl de bus zich van ons verwijdert begin ik de term loslaten te begrijpen.
Meters…
Ik word wakker met een stevige spierpijn in mijn buikspieren en dat brengt me direct terug bij het moment, een dag eerder, toen ik bezig was met beenspieroefeningen en een man een eindje verderop zag zwoegen op een apparaat die ik nog niet gebruikt had maar die de buikspieren aardig leken te raken en die ik ook besloot uit te proberen. Dat raken is gelukt. Met elke beweging voel ik mijn buikspieren en dan staat er nog een dag klussen voor me. Ik begin op de kamer van mijn oudste zoon, eerst zijn bed weg, laden eruit en schuiven. Dan afdekken, platen op de grond en zeil over de valletjes. Daarna schilderen, een kleine klus maar een mooi resultaat. Op- en afbreken kost meer tijd dan het daadwerkelijk schilderen. Daarna door naar de woonkamer. Boeken uit de kasten zodat ik ze kan verplaatsen. Kast voor kast, boeken eruit in twee stapels per plank, kast verplaatsen en daarna de boeken weer terug er in. Zeil op de grond en daar kartonnen platen op. Muren bewerken met voorstrijkmiddel en dan naar buiten om een emmer stuc te maken, met de boormachine maak ik een mooie gladde brei. Ik heb al aardig wat meters muur gestucd, toch moet ik steeds weer de draai vinden, de plakspaan vullen en aanzetten, omhoog trekken in een schuine hoek en de muur gelijkmatig bedekken. Het gaat me weer goed af en aan het eind van de middag heb ik weer een heel stuk van de muren ontdaan van granol. Meer strakke muren. Ook meer stof, dat zal nog wel even een probleem blijven tijdens het stuccen. Ik hoop aan het eind van het weekend klaar te zijn met de zakken roodband. De gang en het trappenhuis schuiven we door naar volgend jaar. Het idee dat het eind, voorlopig, van het stuccen in zicht komt is vreemd, er komen andere klussen voor terug. Voorlopig zijn we nog even bezig maar we proberen eind oktober een punt te bereiken waarop we in ons nieuwe huis onderuit kunnen zakken zonder het gevoel te hebben dat we nog even iets moeten doen.
Glitch…
Een collega komt het kantoor binnen en zegt dat er in de winkel iemand voor me is. Ze omschrijft de man en ik gok een naam maar als ik meeloop zie ik dat het iemand anders is, een goede kennis die ook in Belfeld opgroeide en waar ik nog mee op school heb gezeten. Hij vraagt of ik wist dat de Readshop, aan het begin van de Klaasstraat gesloten is. Ik reageer duidelijk verbaasd genoeg want hij vervolgt dat hij dacht dat ik dat wel zou weten en dat beaam ik, meestal weet ik al een tijd voordat een winkel sluit of het ‘te huur’ bord verschijnt dat een winkel er mee gaat stoppen, dit keer niet. Ik loop met hem mee naar de straat en ik kijk naar links en zie de kranten uitstallingen en de groene parasol van de Readshop en zeg dat hij daar toch nog gewoon ligt. Nu is het zijn beurt om nogal verbijsterd te kijken en samen lopen we richting de Readshop, hij met zijn fiets aan de hand. Bij de gewoon geopende winkel blijven we even staan, net was hij nog weg, stamelt hij, en zegt, ik ben toch niet gek. Ik wijs naar de gesloten winkel naast de Readshop die wel leeg is en waar een te huur bord op staat en zeg dat hij zich vermoedelijk net met dat pand vergist heeft. Een beetje hoofdschuddend kijkt hij naar de twee panden. Dan sluit hij zijn fiets en loopt richting de ingang terwijl ik terug begin te lopen naar Koops. A glitch in the matrix, roept hij me nog lachend na.
Tondeuse…
Ik sta voor het schap met tondeuses in de mediamarkt. Er is enorm veel keus. Teveel naar mijn zin, ik zoek gewoon een apparaat dat eens in de zoveel weken mijn haar kortwiekt. Niet meer. Niet minder. Vanmorgen hield de tondeuse die ik al jaren gebruik er halverwege de klus mee op, iets wat je niet wilt. Vanaf het moment dat ik het apparaat aanzette deed het al niet erg overtuigend zijn best, het bromde wat en liep af en toe vast in het haar, maar in elk geval ging mijn haar er af. Halverwege beet het ding nog een keer vast in mijn haar en liet niet meer los. Na een beetje trekken schoot het toch los, en wat tikken en blazen later begon er toch weer iets leven in te komen en wist ik ook de andere helft van mijn haar in de zelfde lengte te korten en besloot ik direct om een nieuwe tondeuse aan te schaffen waarvoor ik nu dus voor het schap sta. Je kunt tondeuses kennelijk voor een aardige variëteit aan haar gebruiken, hoofd, baard, snor, neus, oor en lichaam. En dan sta ik nog slechts te kijken bij de mannen afdeling met tondeuses. Er zijn apparaten waar je digitaal de gewenste haarlengte kunt aangeven, apparaten met toebehoren waar ik me geen beeld bij kan vormen wat ik er mee zou moeten doen en dat met prijzen die variëren van een paar tientjes tot ver over de honderd. Uiteindelijk vind ik er een die ik lijk te begrijpen, de reclame op de doos is dat het ding twee keer zo snel haar snijdt dan anderen. Hoe, dat zal ik thuis wel gaan merken, de prijs is in elk geval redelijk.
De acht bergen…
Ik lees een boek uit, de acht bergen van Paolo Cognetti. Een prachtig boek waarin de auteur met eenvoudig maar rake zinnen heel beeldend een wereld in de bergen schept. Een boek over familie, over vriendschap en over de dood. Een boek dat draait om twee vrienden, Bruno en Pietro, de laatste is de verteller van het verhaal. Het verhaal speelt grotendeels af in Grana, de plek waar Bruno opgroeit in de bergen en waar Pietro met zijn familie komt om in de bergen te wandelen. Een mooi stuk in het boek is wanneer de vader van Pietro bij een beekje die voort kabbelt hem de vraag stelt ‘Stel nou dat het water de tijd is die verstrijkt. Als hier waar wij staan het heden is, waar denk je dan dat de toekomst is?’ Als kind geeft hij het verkeerde antwoord, later begrijpt hij het pas, en daarmee ook de drijfveer van zijn vader die berg na berg blijft beklimmen. De vriendschap met Bruno is er een met tussenpozen, maar daardoor niet minder sterk en hecht. Twee jongens die mannen worden en zoeken naar een manier om gelukkig te worden, een zoektocht die niet altijd zonder tegenslagen verloopt maar steeds weer vinden ze troost in hun vriendschap. Na het lezen van de acht bergen heb ik het gevoel Grana te kennen en het pad omhoog te kunnen lopen, de bergen in, twee kilometer klimmen langs de beek, de alm van Bruno’s oom en dan verder omhoog, het laatste stukje en dan zal ik het meer zien liggen, en aan de andere kant van het meer, in de schaduw van de berg zal het huisje liggen, en daar zal Bruno wachten.
Training…
Nu ik weer wat vaker als hulptrainer bij het badminton op de baan sta merk ik dat de slagen, die roestig waren geworden door de jaren zonder racket in mijn hand, weer langzaam terug beginnen te komen. Het opslaan lukt weer redelijk, de klier en de dropshot gaan best wel weer aardig en de smash ziet er in elk geval al weer uit als een smash. Toch zijn er veel slagen die nog niet lukken, en is ook mijn reactiesnelheid niet wat het geweest is en dat merk ik nu ik speel tegen één van de betere spelers van de groep. Toch kom ik aardig mee, het spel gaat gelijk op terwijl een aantal maanden geleden hij me nog aardig van het veld speelde. Ik kom zelfs voor te staan en ook nog met een redelijk verschil waarna ik hem weer dichterbij laat komen omdat het natuurlijk wel leuk moet blijven en hij er is om te leren en ik daar niet ben om te winnen. Het wordt gelijk, achttien tegen achttien en dat is iets verder dichterbij dan ik wilde en hij gaat zelfs voorbij naar negentien achttien en dat trek ik gelijk, en daarna kom ik weer voor maar dat trekt hij gelijk. Dan komt hij weer voor en maakt het daarna af, de twee benodigde punten verschil heeft hij binnen. Ik heb het er warm van gekregen, ik feliciteer hem. De volgende keer als ik tegen hem speel neem ik geen gas terug, neem ik mezelf voor terwijl ik even aan de zijkant op een bankje uitpuf.
Klusdag…
Het ruikt naar verse popcorn in de woonkamer. Drogend stuc ruikt, gek genoeg, naar popcorn. Ik kijk naar de muren, de witte vlekken waar het aan het drogen is en de donkere nog vochtiger plekken. Vandaag hebben we veel werk verzet, op de eerste verdieping gingen de kozijnen, die ik vrijdag schuurde, in de lak. Het verschil is enorm. Beneden ging ik verder met stuc. Eerst de moeilijke hoeken bij het raam, daarna een lange muur tot aan de deur. Meters. Het voelt goed terwijl mijn lijf pijn doet. Mijn handen doen zeer, speckmes doet de naam eer aan en ik snij me meerdere malen aan het ding. Het diepst op het eind van de dag, en bloed vermengt zich met het witte stuc op mijn handen. Mijn schouders en armen spelen ook op, maar eigenlijk voelt dat ook wel lekker. Het is net als op de sportschool, je wil wel voelen dat je iets gedaan hebt. En we hebben wat gedaan. Op zaterdag leek het niet erg op te schieten en gelukkig kon een collega voor me invallen op zondag zodat we door konden werken en het verschil wisten te maken. Weer is ons huisje een stuk mooier geworden. We zijn er nog niet, nog lang niet, maar we komen elke dag dat we zo kunnen doorwerken een heel stuk dichterbij.