De ochtend is gevuld met allerlei kleine klusjes en wanneer ik bijna bij het station ben op weg naar het grenswisselkantoor om briefjes van vijf bij te halen zie ik dat het al bijna twaalf uur is, dus ik ben blij dat ik in het kleine kantoortje direct aan de beurt ben en ook ben ik blij dat de briefjes niet uit de kluis hoeven te komen die op tijdslot zit en altijd wachten betekent. De vrouw achter het dikke glas heeft problemen met de computer en wappert paniekerig met haar handen in de lucht en roept dat ze helemaal zenuwachtig wordt. Ik vraag of dat door mij kom maar ze heeft zich alweer herpakt en weet in twee transacties twee bonnen uit het systeem te halen die samen het door mij te betalen bedrag vormen. Ik pin het bedrag en loop met de briefjes weer naar buiten en snel naar de winkel waar ik zeg direct door te gaan naar huis om te lunchen. Ik duw mijn fiets naar buiten de Begijnengang op en fiets naar rechts, bij café de loco het hoekje om en daarna richting jongerenkerk. Dan het paadje naar het park. Vanuit de verte zie ik hekken staan die het park afsluiten. Een week voor de start van de Venloop al, ik baal, ik zie daardoor ook niet de goede bekende die me tegemoet komt fietsen en in het voorbijgaan hard hallo roept. Ik kijk om, zie het gezicht bij de hallo en roep het hard terug.