Ik wandel naar de stad door straatjes die aan de rechterkant baden in het zonlicht waardoor ik steeds rechts blijf lopen en voor het eerst in twee weken weer een gevoel van lente krijg. Bij het plein voor het station is de fontein nog een grote ijspegel maar ook hier zie je dat het ijs het aan het verliezen is tegen de onverbiddelijke stijging van de temperatuur. Ik steek de zebrapaden over en kijk naar de werkzaamheden bij het finishvak van de Venloop, de reden waarom ik de stad wandelend benader. Zowel het park als het museumplein zijn niet meer door te komen. Ik zoek naar de streep van de finishlijn die ik een aantal dagen geleden ook al zocht. Voorgaande jaren stond die streep nog voordat er sprake was van het opbouwen van tenten en tribunes en dat vond ik mooi, symbolisch. Eerst waar het om gaat, die streep waar zo ontzettend veel renners overheen gaan en zichzelf overwinnen. De kinderen die de vijfhonderd meter rennen en waarbij het vaak de ouders zijn die vijfhonderd meter dan toch vrij ver blijken te vinden tot aan de lopers die de halve marathon weten te volbrengen. Elke afstand heeft winnaars, elke afstand telt overwinningen. Of je er nu een, vijf, tien of eenentwintig rent, mijn respect heb je. Zelf ren ik die laatste afstand en er is geen jaar waarin mijn voorbereidingen slechter geweest dan dit jaar. Elke keer was er wel iets wat mijn programma in duigen smeet, de laatste week nog wel het meest. Toch heb ik er zin in, ik heb het parcours in mijn hoofd, ik weet waar ik het meest lol ga hebben en ik weet waar ik het meest pijn ga krijgen. Ik weet dat ik hem zal voltooien, ik heb geen last van blessures maar ik weet ook dat het geen gemakkelijke zal worden dit jaar en juist daardoor, en misschien juist door de situatie waarin we ons op dit moment bevinden, weet ik dat ik de kracht heb om vol te houden.

Plaats een reactie