Met een vochtig gemaakt doekje maak ik de waslijnen schoon. Elke lijn neem ik twee keer af, ik wandel met de lijn in het doekje boven mijn hoofd de ene kant op, vouw het doekje om en pak de lijn nog eens en loop weer terug. De eerste keer laat de lijn een diep zwarte streep op het doekje na, de tweede keer nagenoeg niet. Lijn voor lijn loop ik heen en weer, een noodzakelijk klusje na de winter om de schone was, die nog nat in de badkamer staat, niet direct weer vies te maken. Nadat ik klaar ben hang ik de was op, voor het eerst weer buiten dit jaar. Ik vind het een heerlijk huiselijk gezicht, wapperende was. Bovendien ben ik geen voorstander van onze wasdroger. Het is een noodzakelijk kwaad. In de winter droogt de was in de buitenlucht niet en in Nederland heb je nu eenmaal ook perioden waarin doorlopende regenbuien het buiten drogen in de weg staan. Maar de geur van de was die in de buitenlucht gedroogd is is zoveel lekkerder dan de muffe lucht die was in de droger krijgt en het is de grootste energieverbruiker die in een huishouden staat dus ook voor het milieu is het een stuk beter wanneer de droger een tijdje niet in gebruik is. Als ik de tweede lading was buiten op ga hangen is van de eerste lichting de helft al weer droog door het slappe zonnetje en de stevige wind. Met een wasmand vol heerlijk geurende droge was loop ik weer naar binnen.

Plaats een reactie