Ik wandel naar de stad door straatjes die aan de rechterkant baden in het zonlicht waardoor ik steeds rechts blijf lopen en voor het eerst in twee weken weer een gevoel van lente krijg. Bij het plein voor het station is de fontein nog een grote ijspegel maar ook hier zie je dat het ijs het aan het verliezen is tegen de onverbiddelijke stijging van de temperatuur. Ik steek de zebrapaden over en kijk naar de werkzaamheden bij het finishvak van de Venloop, de reden waarom ik de stad wandelend benader. Zowel het park als het museumplein zijn niet meer door te komen. Ik zoek naar de streep van de finishlijn die ik een aantal dagen geleden ook al zocht. Voorgaande jaren stond die streep nog voordat er sprake was van het opbouwen van tenten en tribunes en dat vond ik mooi, symbolisch. Eerst waar het om gaat, die streep waar zo ontzettend veel renners overheen gaan en zichzelf overwinnen. De kinderen die de vijfhonderd meter rennen en waarbij het vaak de ouders zijn die vijfhonderd meter dan toch vrij ver blijken te vinden tot aan de lopers die de halve marathon weten te volbrengen. Elke afstand heeft winnaars, elke afstand telt overwinningen. Of je er nu een, vijf, tien of eenentwintig rent, mijn respect heb je. Zelf ren ik die laatste afstand en er is geen jaar waarin mijn voorbereidingen slechter geweest dan dit jaar. Elke keer was er wel iets wat mijn programma in duigen smeet, de laatste week nog wel het meest. Toch heb ik er zin in, ik heb het parcours in mijn hoofd, ik weet waar ik het meest lol ga hebben en ik weet waar ik het meest pijn ga krijgen. Ik weet dat ik hem zal voltooien, ik heb geen last van blessures maar ik weet ook dat het geen gemakkelijke zal worden dit jaar en juist daardoor, en misschien juist door de situatie waarin we ons op dit moment bevinden, weet ik dat ik de kracht heb om vol te houden.
Wiskunde…
Ik overhoor mijn jongste zoon. Wiskunde. Gisteren overhoorde ik geschiedenis, biologie, duits en nederlands, eenvoudig te overhoren vakken. Wiskunde is net iets anders, wiskunde moet je doen, dus laat ik hem papier halen die hij van zijn kamertje haalt waardoor ik eventjes tijd heb om de materie door te nemen. Lijnen, lijnstukken, loodlijnen, parallellen, hoeken, graden. Duidelijk. Hij komt terug met het papier en potlood en geodriehoek en ik laat hem lijnen tekenen, laat hem er loodlijnen opzetten en matrixen tekenen waarin hij coördinaten moet plaatsen en lijnen moet trekken. Hij doet het allemaal probleemloos en met enthousiasme, hij vindt dit soort wiskunde leuk, beter dan de vermenigvuldigingen met breuken die ik een vorige keer moest overhoren. Ik klap het boek dicht na twintig minuten. Hij kent het.
Koud…
De wind snijdt. Ik kruip dieper weg in de hoge kraag van mijn winterjas en trek de muts, die ik eigenlijk al opgeborgen had in de lade met winterkleding en niet meer nodig dacht te hebben dit jaar, nog eventjes iets verder over mijn oren. Het hondje begrijpt het ook al niet. Niet dat we gaan lopen, dat idee vond ze wel leuk, maar vanaf het moment dat we naar buien stapten kijkt ze met enige regelmaat om alsof ze wil zeggen, moet dit nou. Op de Hertog Reinoudsingel heeft de wind pas echt vrij spel en waait de sneeuw pijnlijk in mijn ogen waardoor ik voorovergebogen door wandel terwijl het hondje snel haar plas doet, geen aanstalten maakt om ook nog het tweede hondenpad te lopen maar direct links af slaat, langs de slager af en terug naar huis loopt. Terug de warmte in. Over een paar dagen begint de lente. Meteorologisch is die al begonnen. Vandaag is het gevoelsmatig nog behoorlijk winter.
Haard…
Ik houd van kachels. Vroeger al, thuiskomen in een huis waar de kachel brandt, zitten, staren en in slaap vallen, vuur maakt moe. De warmte, flakkerende vlammen. Heerlijk. Nu woon ik in een wijk waar kachels veelvuldig branden. Zelf hebben we er geen maar buiten wandelend ontkom je niet aan de heerlijke geuren en ik snuif de lucht genietend op. Tot voor kort althans, want nu zijn er onderzoeken over de schadelijkheid van dat snuiven. Fijnstof is het toverwoord en schadelijkheid voor het milieu, en stoken van hout schijnt bijzonder schadelijk te zijn. Ik wandel door mijn wijk, ik ruik de kachels en in plaats van diep inademen houd ik even mijn adem in. Het effect van berichten in de krant, ik wil mijn longen niet vervuilen met fijnstof maar eigenlijk wil ik weer even weer terug naar vroeger toen ik rustig in slaap dommelde voor de haard en geen weet had van de gevolgen.
Apotheek…
Ik draai de auto het parkeervak in, draai de sleutel om, de lichten uit en druk op de knop om de veiligheidsgordel los te maken. Standaardhandelingen. Ik stap uit, deur dicht en in mijn broekzak druk ik op het knopje om de deuren te vergrendelen. Automatisme. Aan de overkant van de weg staat een goede vriendin. Zij heeft meegekregen hoe onze laatste achtenveertig uur er uit heeft gezien en ze doet dat waardoor ze die lieve vriendin is, ze geeft een knuffel en luistert naar mijn verhaal, niet te lang want ze begrijpt dat ik door moet en ik zeg haar dat ik nog eerst even naar de apotheek ga. In de apotheek trek ik een nummertje uit het automaat en ga zitten naast een kennis. Ik vraag hoe het gaat en voeg eraan toe dat het wellicht beter zou gaan wanneer er geen noodzaak is om hier in de apotheek op onze beurt te zitten wachten. Hij zegt dat het wel gaat behalve dat hij al een jaar verkouden is. Ik zeg dat ik ook nog altijd verkouden ben nadat ik inmiddels een maand geleden een griepje kreeg. Een hardnekkig hoestje blijft vervelen en dat met de venloop in aantocht is vervelend. Hij vraagt of ik mee ren, en ik bevestig dat en voeg er aan toe dat ik het dit jaar in een rustig tempo zal gaan doen. Pling, zegt het bord en hij kijkt op zijn papiertje en zegt dat hij aan de beurt is. Ik kijk op mijn briefje. Nog twee nummers. Een oude vrouw komt door de schuifdeuren binnen net achter een jongere man die direct een nummertje pakt en gaat zitten. Zij stopt bij het bord waar de man voor haar iets op deed waardoor er een nummertje verscheen en ze kijkt een beetje wanhopig rond waardoor ik opsta en zeg, zal ik u even helpen. Ik loop naar het bord en druk op het scherm en onderin verschijnt het papiertje en die trek ik er uit en geef aan haar en ze kijkt naar het papiertje en dan naar mij en bedankt me. Ik ga weer zitten. De vrouw loopt verder met haar nummertje, stopt, kijkt naar het scherm waarop de geroepen nummertjes staan, kijkt nog eens op het papiertje en zegt dan dat ze hier nog wel eventjes zit. Ik zeg dat dat wel meevalt, dat het meestal heel snel gaat. Het is pas de tweede keer dat ik hier ben, de vrouw naast me zegt, inderdaad, meestal.
Selectief…
De aangekondigde salarisverhoging van de topman van ING die zijn toch al niet te misselijke salaris van bijna twee miljoen met vijftig procent laat stijgen heeft voor een behoorlijke rel gezorgd. Eerst was er de publieke opinie, die werd door de politiek opgepakt die in deze tijden net voor de verkiezingen natuurlijk ook niet te beroerd zijn om mee te surfen op de grote golf van het publieke ongenoegen. Uiteindelijk trok ING de keutel in, willen een aantal partijen nog altijd een wet die in de toekomst voorkomt dat dit soort excessen kunnen voorkomen en zijn er weer andere politieke partijen die het tegen die tijd dan wel weer zullen bekijken. Wie dan leeft, wie dan zorgt. Terwijl de stukken van de kapot geknipte oranje bankpasjes nog aan het neerdwarrelen zijn lees ik een klein artikeltje over de salarisverhoging van de Volkswagen topman. Zijn salarisverhoging bedraagt het salaris van de ING topman, na de niet doorgegane verhoging van vijftig procent. Het salaris van de VW topman stijgt van zeven komma drie, naar tien komma één miljoen euro. In het licht van de VW topman is de salarisverhoging bij ING een schijntje, toch hoor ik daar niemand over. Zelfs niet na het hele dieselschandaal waardoor veel vervuilendere auto’s de weg op zijn gereden dan had gemoeten. Dat is recentelijk gebeurd, daar zou je iemand op af kunnen rekenen. Dat wordt gedaan, in klinkende munt naar tien miljoen euro, en nergens zie ik op social media een eigenaar van een volkswagen zijn autosleutel met een hamer beslechten of zijn auto bij de sloop de pers inrijden. Principieel zijn is kennelijk gemakkelijker als het een bank betreft dan in het geval van een autofabrikant.
Park…
De ochtend is gevuld met allerlei kleine klusjes en wanneer ik bijna bij het station ben op weg naar het grenswisselkantoor om briefjes van vijf bij te halen zie ik dat het al bijna twaalf uur is, dus ik ben blij dat ik in het kleine kantoortje direct aan de beurt ben en ook ben ik blij dat de briefjes niet uit de kluis hoeven te komen die op tijdslot zit en altijd wachten betekent. De vrouw achter het dikke glas heeft problemen met de computer en wappert paniekerig met haar handen in de lucht en roept dat ze helemaal zenuwachtig wordt. Ik vraag of dat door mij kom maar ze heeft zich alweer herpakt en weet in twee transacties twee bonnen uit het systeem te halen die samen het door mij te betalen bedrag vormen. Ik pin het bedrag en loop met de briefjes weer naar buiten en snel naar de winkel waar ik zeg direct door te gaan naar huis om te lunchen. Ik duw mijn fiets naar buiten de Begijnengang op en fiets naar rechts, bij café de loco het hoekje om en daarna richting jongerenkerk. Dan het paadje naar het park. Vanuit de verte zie ik hekken staan die het park afsluiten. Een week voor de start van de Venloop al, ik baal, ik zie daardoor ook niet de goede bekende die me tegemoet komt fietsen en in het voorbijgaan hard hallo roept. Ik kijk om, zie het gezicht bij de hallo en roep het hard terug.
On stage…
Ik zet mijn spulletjes op een nog niet bezet tafeltje waar even later de enige blauwe ballon die in de zaal aanwezig bleek afgehaald wordt door het team van Albert Heijn. Ik zoek mijn naambordje en plaats die ook nog op het tafeltje en daarna verlaat ik de koude manege en loop terug naar het warme restaurant waar ik champignonsoep in een kommetje schep en een broodje ernaast op een bordje leg en samen met een glaasje sinaasappelsap loop ik naar een tafeltje. Ik stel me voor aan jongen die daar al aan zit te eten. Hij is er namens een bedrijf voor groenvoorziening. Even later schuift nog een man aan en dat blijkt een wethouder van de gemeente Peel en Maas te zijn. De jongen van de groenvoorziening vraagt of hij ook tot de deelnemende bedrijven hoort maar de wethouder lacht en zegt dat hij de gong moet luiden wanneer een nieuwe ronde begint. Ik praat met de wethouder en al snel gaat het gesprek over parkeren en over politiek. Over verkiezingen. Ik kijk op mijn klok en zeg dat het tijd wordt om mijn tafeltje te bemannen. Ik schud de wethouder de hand, wens hem succes met de gong en groet de jongen van de groenvoorziening, wens hem ook succes. Terug bij de tafel gaat het beginnen. Alle deelnemende bedrijven, zo’n tweehonderd, scharen zich langs de rode loper. Dan wordt er afgeteld, zeven, zes, vijf, vier, drie, twee, een, nul. Iedereen langs de rode loper klapt terwijl honderden leerlingen passeren. Sommigen vinden het mooi en kijken hun ogen uit, anderen schermen de ogen af om maar niet gezien te worden. De enorme meute schaart zich voor het podium waar de prijsuitreiking voor de ontwerpen van de visitekaartjes plaats vindt en vervolgens gaat de gong en krijgen de honderden leerlingen drie kwartier om een match te maken met een bedrijf. Het is indrukwekkend om te zien hoe al die jeugd op onze tafeltjes af komen. Sommigen heel doelgericht, anderen een beetje zoekend. Bij de eerste groep heb ik het druk. Veel leerlingen komen met me praten en vragen stellen over ondernemerschap en al snel heb ik vier matches, leerlingen die binnenkort een dagdeel mee komen draaien om kennis te maken met de werkzaamheden in een winkel. Na drie kwartier verdwijnen de leerlingen van de eerste groep en komen de volgende scholen binnen. Het zijn er meer dan de eerste keer dus staan we langer te klappen bij de rode loper. In de tweede groep heb ik uiteindelijk één match, de focus van deze leerlingen ligt veel meer bij techniek en natuur. Een groepje jongens die met z’n vieren nog een match zoeken maar nog nooit van het woord ondernemen hebben gehoord wijs ik af. Dat wordt geen match. Bij de derde groep volgt hetzelfde protocol, rode loper, klappen, de gong en de vloed aan leerlingen die tussen de tafeltjes door lopen. In de derde groep zijn weer veel leerlingen die ofwel van boeken houden ofwel het ondernemerschap zien zitten. Ik plaats er nog een paar bij mijn ochtend programma voor de ‘ik doe’ dag en daarna begin ik een beetje oogcontact te vermijden, mijn balboekje zit vol. Een paar matchmakers die ervoor zorgen dat zwervende jeugd toch bij een geschikt bedrijf aan tafel komt, lopen langs en vragen hoe het gaat. Ik zeg dat het erg goed gegaan is, dat ik eigenlijk al een beetje vol zit. Een matchmaker komt nog met een meisje aangelopen. Ze kijkt niet erg gelukkig. Ze zoekt iets met muziek maar dat is er niet en de matchmaker probeert het nog eens bij mij, vraagt of ik ook boeken over muziek heb, en dat bevestig ik. Ik vraag haar of de liefde voor muziek schuilt in het maken of in het erover lezen of luisteren. Het blijkt het maken. Ik zeg dat ik denk dat we dan geen match hebben en ze lijkt opgelucht dat ik dat zeg en ze loopt verder met haar matchmaker.
Vlautin…
Ik lees een boek uit, ‘laat me niet vallen’ van Willy Vlautin van wie ik me steeds afvraag hoe ik die achternaam moet uitspreken. Het boek raakt me. Ik lees de laatste pagina twee keer om het slot goed ik me op te nemen, het raakt me twee keer. Toch ben ik niet lyrisch over het boek. Het werd gekozen als boek van de maand bij de wereld draait door, het krijgt enkel lovende recensies maar zo onvoorwaardelijk enthousiast ben ik niet. Zo is er het begin van het boek. Een beetje stuntelig, zoekend naar stijl en houvast lijkt het wel om het verhaal te vertellen, waren het niet al die lovende berichten en een schrijver, auteur, die een goede kennis van me is die het niet lezen van het laatste boek van Vlautin een literair gemis noemt, laten me voort lezen. En terecht, maar zelfs in het voort lezen zit ik af en toe met stukken, hoeveel honden kun je op teken controleren, poten nakijken en klitten wegknippen en een nieuwe vlooienband omdoen, waarom laat je je tijdens elke bokswedstrijd helemaal tot pulp slaan en beschrijf je vervolgens dat bij elke wedstrijd de slagen van de tegenstander geen kracht hebben. Dat zijn de minpunten, in mijn ogen. De enige minpunten want deze Vlautin doet me van begin tot eind denken aan John Willams. Hij schreef meesterwerken met Stoner en Butcher’s crossing. Don’t skip out of me, de oorspronkelijke titel had in zijn rijtje gepast. Niet onvoorwaardelijk lyrisch maar inderdaad, het was een literair gemis geweest wanneer ik het niet had gelezen.
Toeval…
Hij speelt twee nummers en daarna gaat Ron van der Burgt, als muzikant wellicht beter bekend als Skinnie, in gesprek met Frans. In praten blijkt zijn kracht niet te zitten, hoe comfortabel hij op het podium staat met een gitaar om zijn nek met een band waar hij tot voor een paar uur geleden nooit mee samen speelde, hoe moeizaam gaat het gesprek. Skinnie is geen prater maar heeft wel een prachtig verhaal. Als achttienjarige met een uitgeverscontract liedjes schrijvend voor een band die belangstelling van Hilversum genoot, schrijvend voor de band waarin hij zelf gitaar speelde tot aan de band die de echte doorbraak vormde en waarmee hij op Pinkpop stond, North Sea Jazz en in het voorprogramma van level 42. Dat zijn volle zalen, volle velden en vanavond staat hij in de Boermans zaal in de Maaspoort en volgende week in Vinl’eau, het prachtige wijncafé op de Begijnengang. Er zijn beslist artiesten die de volgorde Pinkpop naar Vinl’eau een achteruitgang zouden vinden. Skinnie niet, zo zegt hij, zonder dat alles stond ik hier nu niet. En dat is waar, waarschijnlijk, want naast de muziek van Skinnie en uiteraard de muziek van Frans is de toevalligheid het thema van de avond door de andere gast van de avond, professor Klaas Landsman die het boek ‘naar alle onwaarschijnlijkheid’ heeft geschreven. En dat gaat over toeval en over verhaallijnen van verschillende levens die elkaar kruisen waardoor toeval ontstaat zonder dat het toevallig is, ze wisten het enkel niet van elkaar. Ik heb de boeken van Landsman in mijn tas, waarschijnlijk was ik de enige in de zaal die wist dat hij kwam en het mooie is dat ik na afloop, bij de boekenverkoop waar Landsman signeert, een trouwe klant treft die gisteren in de winkel heeft staan zoeken naar zijn boek en het niet vond. Dat klopt want zijn boeken stonden op mijn kantoor omdat een grote stapel van de relatief onbekende professor wellicht vragen zou opwekken. Maar het feit dat hij die boeken zocht, ik nu hier sta om die boeken te verkopen, hij nu ook aanwezig is in de Maaspoort en de auteur er ook is om iets in zijn boek te schrijven, dat is toch wel erg toevallig.