Ik wil een begin maken met het verwijderen van het nogal massieve stuk opgeworpen tuin in onze achtertuin. Het is een combinatie van steen, zand, planten en een vijvertje en dat in allerlei verdiepingen. Ik begin met zand weg te spitten en met vrijwel elke steek van de spade in de grond kom ik weer dikke stenen tegen, maasstenen, bakstenen en een zeer poreuze steensoort die in lange blokken in de grond zit. Mijn jongste zoon komt helpen en zodra mijn oudste zoon klaar is met zijn huiswerk hij ook. Dat vind ik mooi. Het is zwaar werk, de stenen gaan we met steenbeitel en hamer te lijf om ze los te krijgen en de aarde met spade en schep, toch komen ze ongevraagd helpen. Ik leg mijn jongste zoon uit waarom je een cirkel van steen van binnen baar buiten stuk moet slaan nadat hij /tevergeefs met de hamer ligt te kloppen op de buitenkant van de cirkel. Andersom werkt beter, hij tikt vrij snel een stuk los en met een stuk los laten ook de andere stenen snel los. We werken gestaag door en gooien de stenen op een hoop en scheppen de aarde naar de andere kant. De berg stenen aan het eind van de middag verbaast me, het lijkt hoger dan de getrapte tuin die nu een zandberg is geworden. Voor het zand moet nog een oplossing komen, het liefst iemand die de zand nodig heeft en anders een container. Daarna komt nog de klus om het terras te leggen waar nu nog zand ligt, dan hebben we plek voor de tafel en de stoelen en onder het afdakje de loungebank. Het begin is gemaakt. Het einde nog niet in zicht.
Rennen…
Ik begin aan mijn eerste wat langer afstand loop. Voor de Vastelaovend liep ik al twee keer net boven de tien maar daarna kwam dus die Vastelaovend en daaropvolgend een griep en flinke verkoudheid, vervolgens een koudefront waardoor ik niet buiten durfde te rennen met mijn nog altijd sluimerende verkoudheid en vandaag weet ik dat het nog nu en volgende week is om mijn benen te laten wennen aan een langere afstand. Conditie is geen probleem, ik heb het idee dat ik qua conditie ook wel een marathon zou kunnen rennen, mijn benen spreken dat tegen en dat weet ik. Beginnen aan een vijftien kilometer is één ding, vijftien kilometer rennen is een ander. Ik ren de straat uit, Kaldenkerkerweg op, even oversteken zodat ik niet op de Koninginnesingel voor de stoplichten moet wachten, dan de spoorbrug onderdoor en de Spoorstraat op. Daarna naar rechts en dan zit ik op de route van de Venloop, die ik volg, langs Natteweg, naar Tegelen, door Tegelen en naar Steijl waar ik bij het veer de bocht maak en nu eindelijk de wind in de rug voel, dat voelt prettig. Terug richting Venlo. Ik twijfel nog of ik Blerick erbij pak, maar bij de nieuwe brug aangekomen zit ik op elf kilometer en ik wil vijftien rennen en Blerick erbij zal daar ver overheen gaan en ik voel mijn benen al flink. Doorrennen dus. Twaalf bij de oude brug, dertien bij het stadhuis en na het stadhuis draaf ik over de parade waar ik over twee weken ook overheen zal draven maar dan zullen er meer mensen staan om me de laatste meters te helpen door te komen, nu kijkt er niemand en ik passeer bij het Limburgs Museum de finishlijn die er nog niet is en ik ren door, de Kaldenkerkerweg weer op, het straatje weer in en als ik de klok stop dan mis ik tweehonderd meter op de teller. Bijna vijftien. Ik vind het genoeg, mijn benen zeker. Volgende week nog een keer, daarna voor de echt.
Storing…
Ik loop op de man af die een klein bruin doosje hoog houdt in zijn linkerhand en zijn rechterhand naar me uitsteekt en ik schud die hand. Hij stelt zich voor, Rob, en zegt dat hij voor de storing op het pinapparaat komt en hij wijst naar mijn werkende pinapparaten in de winkel en zegt dat hij zich pas bij het zien ervan realiseerde dat hij voor een ander pinapparaat komt. Ik zeg dat dat klopt en hij loopt achter me aan naar het kantoortje waar ik de mobiele pin die defect is in de oplader heb liggen. Rob vraagt wat het probleem is, ik zeg dat het contactloos pinnen feilloos werkt maar het lezen van de chip niet. Ik doe het voor, toets een bedrag in, steek mijn pasje in het apparaat en in plaats van de vraag om mijn pincode schiet ik terug naar het hoofdmenu. Ik zie het al, zegt Rob, omwisselen. Hij maakt het bruine doosje open en haalt er een nieuw apparaat uit, trekt de achterkant open en plaats een nieuwe simkaart. Hij start het apparaat op, geeft een code in waarna direct Koops Boeken in het scherm verschijnt en ik vraag naar die code en hij zegt dat elke winkel een unieke code per pinapparaat heeft en zodra hij die ingeeft staan alle instellingen in een klap goed. Dat is mooi. We wachten tot het apparaat verder opstart en net als er een controlestrookje uitgeprint moet worden valt het apparaat uit. Vreemd, zegt Rob, en hij start het apparaat nog een keer op, en zelfs een derde keer nadat de tweede keer ook onsuccesvol bleek. Tsja, zegt hij, dan moet ik een nieuwe halen uit de auto en hij loopt weg naar het Arsenaal plein. Tien minuutjes later komt hij terug met een volgend bruin doosje. Voor hij daar aan begint bedenkt hij zich iets. En hij plaatst de eerste nieuwe pin op de verwarming, zegt dat hij iets gelezen heeft over te koude pinapparaten. Ik denk even na, in eerste instantie klinkt het onzinnig maar aangezien het thermische printers zijn is het misschien toch wel logisch. Helaas blijkt het niet te helpen dus hij pakt de volgende nieuwe pin uit het doosje. Een herhaling van zetten volgt. Simkaart, code, opstarten. Op exact hetzelfde punt staakt het apparaatje ermee. Rob kijkt verbaasd. Haalt het ding uit het oplaadpunt en steekt de stekker rechtstreeks in de pin, ik wist niet eens dat dat kon. Nu start het apparaatje wel helemaal op waardoor Rob de conclusie trekt dat het oplaadpunt defect is en hij vertrekt andermaal naar zijn auto waar hij wederom tien minuten later, zonder doosje, van terugkomt. Hij heeft er geen meer liggen in zijn auto. Hij pakt zijn telefoon om een filmpje van het probleem te maken en hij plaatst de pin weer in het oplaadpunt maar dit keer functioneert alles normaal. Hij zegt dat hij het niet begrijpt, probeert van alles om het niet meer te laten werken maar tevergeefs. De pin blijft het doen. In elk geval ontvang je nog een nieuw oplaadpunt, zegt Rob, nadat hij er geen vond in zijn auto had hij al gebeld en een nieuwe wordt opgestuurd. Ik zeg dat ik dan in elk geval een reserve heb voor het geval deze het alsnog begeeft. Ik geef hem een hand en Rob vertrekt, op naar een volgende storing.
Service…
Ik loop met mijn in januari gekochte overhemd terug naar de winkel in de Vleesstraat. Het hemd heb ik een keer of drie gedragen en na de laatste keer kwam het uit de wasmachine met een flinke scheur. Niet wat ik direct verwacht na het beperkte gebruik. Zonder bonnetje loop ik de winkel binnen en ik verwacht een kleine discussie te moeten voeren, vandaar dat ik ook een printje heb meegenomen van de pintransactie. Van discussie is echter geen sprake. De vrouw neemt mijn kapotte overhemd aan en scant een bonnetje in het kledingstuk waar ik het bestaan niet eens van wist. Ze zoekt een paar seconden in de computer en print het bonnetje met beide overhemden uit, kijkt nog even in haar computer en zegt dat ze dit model zelf niet meer voorradig hebben maar dat ze even gaat navragen of een ander filiaal het nog wel heeft liggen. Ik vind dat een prima plan. Ze zegt dat ze me nu het geld terug betaalt, en ik moet een bonnetje tekenen dat ze dat bedrag ook daadwerkelijk terug heeft gegeven. Dat doe ik. Ik laat mijn naam en mijn telefoonnummer achter en ze zegt me te bellen als het hemd binnenkomt maar ook als het niet meer te krijgen is. Ik dank haar voor haar service en loop de winkel uit met het blijde gevoel dat goede service nog altijd bestaat.
Energie…
Het nuon mannetje stapt me met uitgestrekte arm tegemoet. Ik schud zijn hand en kijk hem vragend aan. U was er gisteren niet, begint hij en dat vind ik al een slecht begin, een gesprek beginnen met een beschuldiging. Nu vind ik dit soort gesprekken altijd erg amusant en ik moet altijd erg mijn best doen om mijn geërgerde blik richting de energie aanbieders, die ongevraagd mijn winkel binnen komen lopen, vol te houden. Hij zegt dat hij in zijn systeem heeft gezien dat wij zakelijk gebruik maken van een hoog en een laag tarief. Ik zeg hem dat ik dat niet prettig vind dat hij, ik heb immers niets met nuon van doen, loopt na te kijken op welke manier ik mijn elektra afneem. Ik zeg hem dat ik toch ook niet voor zijn raam met een verrekijker sta te gluren naar zijn boekenkast om te kijken welke must-reads daarin ontbreken. Ik zeg hem dat ik er toch al niet van gediend ben dat hij ongevraagd binnen komt lopen en hij vraagt hoe hij het dan anders had moeten aanpakken. Ik zeg dat hij vooraf telefonisch contact op had kunnen nemen om te zien of ik een afspraak met hem wil maken. Hij zegt dat bellen weinig zin heeft, dat er meestal opgehangen wordt. Ik zeg, precies, omdat ondernemers niet gediend zijn van al die ongevraagde aanbiedingen. Ik bedenk me dat ik kan zeggen dat ik een telefoon kan ophangen maar hem niet, maar dat klinkt wel heel zwaar dus ik houd het voor me, zeg dat het gesprek me al echt teveel tijd heeft gekost een dat ik verder ga met iets nuttigs te doen.
Voorbereidingen…
Ik vul mijn flesje op de gang naast de ingang van de kleedkamer voor mannen. Ik laat het water even lopen tot het koud is en daarna vul ik het flesje half, drink een paar slokken en vul het flesje dan helemaal. Daarna naar beneden, de fitnessruimte in en ik loop naar het raam naar de loopbanden. Meestal sport ik vroeg in de ochtend, dan is het nog rustig, nu, een paar uurtjes later zijn veel loopbanden bezet. Links van de loopband die ik kies wandelt een vrouw, rechts van me wandelt een man. Ik stel de tijd in op een uur. Doe eerst nog even wat rekoefeningen en druk dan op start. De band begint te draaien en ik verhoog de snelheid naar zes kilometer per uur. Twee minuutjes warm wandelen waarin ik nog een paar keer een slok van het water neem. Daarna de snelheid omhoog naar twaalf per uur, een snelheid die ik vijfentwintig minuten volhoud en dan zet ik hem naar elf. Een kilometertje meer of minder klinkt weinig maar is een wereld van verschil. Ik ren rustig door, of een uur of tien kilometer heb ik mezelf voorgenomen. Het blijkt bijna op hetzelfde neer te komen. Na drieënvijftig minuten springt de teller op tien. Ik laat de snelheid dalen naar zes en wandel nog twee minuutjes uit. Daarna poets ik met een doekje het apparaat schoon en ga op een hometrainer zitten waar ik nog tien minuutjes rustig peddelend mijn hartslag zie dalen. Het zijn nog maar een paar weken tot aan de Venloop, vastelaovend en griep hebben mijn voorbereiding geen goed gedaan. Is ook niet erg, ik ga niet voor een record, ik ga voor het plezier en ik zal in alle rust de halve marathon gaan rennen.
Poëzie…
Phishing mails. Iedereen die over een computer beschikt en er een mailaccount op nahoudt kent ze. Krijgt ze. Herkent ze. Verwijdert ze. Soms zijn ze erg moeilijk van echt te onderscheiden, de mails van de bank die keurig netjes in de huisstijl zijn opgemaakt, de afzender van de mail is de afzender van de bank, alles klopt, behalve dat ene linkje dat je aan moet klikken. Wanneer je er met de muis over beweegt zie je het vreemde adres, vaak iets Russisch, niet op klikken dus. Ik heb ze ook gehad van verlopen telefoonrekeningen van een aanbieder waar ik geen telefoon van heb maar het mooiste zijn altijd de mails die automatisch vertaald zijn. Onbegrijpelijke taal en een linkje. Ik kan me werkelijk niet voorstellen dat iemand ooit op zo’n link zou klikken. Tot vandaag. Nu begrijp ik het. Vandaag ontving ik de volgende mail.
Hallo, mijn lieve.
Vrouw in je stad wacht voor u
Klikt
Dat is toch pure poëzie. De eerste zin was het onderwerp van de mail. Hallo, mijn lieve. Ik vind de punt daar ook erg mooi. En dan die volgende zin. Vrouw in je stad wacht voor u. Dat is toch prachtig en dan afsluitend met het woordje klikt, met daarin de phishing link. Eigenlijk verdient deze mail het om er op te klikken. Ik doe het toch maar niet.
Verliefd…
Ik ga zitten op het kleine bankje. Annemiek en de kinderen gaan zitten op de bankjes rechts en tegenover me. Direct naast het bankje waar ik ga zitten staat een houten stellage. In de houten stellage ligt zeil met een vloermotief en daarop een speelkleed voor kinderen, zo eentje met straten en huisjes. Boven het kleed hangt een warmtelamp en op het kleed vijf puppies van iets meer dan drie weken oud. We hebben net twee uur gereden om hier op kraamvisite te gaan, om hier ons nieuwe hondje te ontmoeten waar we nog een kleine vijf weken op mogen wachten maar nu voor het eerst zien. Het is elke minuut, elke liter benzine waard. De beestjes slapen veel en soms kruipen ze over elkaar heen en likken elkaar. Dan komt de mama die ons vanaf haar plek naast de kachel ongeïnteresseerd gade sloeg en ze stapt over de houten rand en terwijl ze nog staat happen de hongerige hondjes al naar haar tepels en het kost haar moeite om te gaan liggen om zo alle hondjes de gelegenheid te geven om te drinken. Het is een prachtig beeld. Vijf hondjes en tien tepels. De hongerige diertjes drinken en wisselen daarna naar een andere tepel. Na een tijdje vallen sommigen weer in slaap, anderen ook maar met het drinkreflex nog in werking. We hebben onze keus laten vallen op één van de twee beige gevlekte hondjes, ze zijn allebei geweldig. Nog een paar weken en eentje komt er mee naar huis waar ons hondje wacht die nu nog niet weet wat haar te wachten staat. Fotootjes op een telefoon zijn aan haar niet besteed. Ik denk dat dat wel goed zal gaan, dat ze het leuk zal vinden om niet meer het enige hondje te zijn, dat ze de momenten dat ze wil spelen en ik zeg dat ik daar eventjes geen zin in heb zal gebruiken om met ons nieuwe hondje te spelen. Wij hebben haar al in ons hart gesloten, zelfs zonder exact te weten welk hondje het wordt kun je er al genoeg liefde voor voelen dat het pijn doet haar weer met twee uur rijden achter ons te laten. Nog een paar weken wachten, dan kunnen we haar halen en dan begint een vermoeiende tijd. De eerste weken met een puppy is als de eerste weken met een baby. Korte en onderbroken nachten. Gelukkig duurt die periode met een hondje maar kort. Hopelijk.
Straat…
Het is even na zessen en ik trek de deur van de winkel achter me dicht, stap op de fiets en kijk in het lachende gezicht van een man. Hij zegt dat hij me al heel lang de hand heeft willen schudden, en steekt zijn hand uit. De man ruikt behoorlijk naar alcohol. Ik schud zijn hand, kijk naar hem, een wollen mutsje, zonnebril, voornamelijk zwarte kleding en een half ontbrekend gebit. Hij slaat zijn arm half om me heen en ik let er een beetje op dat hij zijn hand niet op mijn rugzak legt waar ook mijn portemonnee in zit en ik schaam me er een beetje voor dat ik daar op let. Hij laat mijn hand los en begint een verhaal dat ik niet kan volgen, hij spreekt binnensmonds en heeft een behoorlijk buitenlands accent. Uiteindelijk vraagt hij ook om geld voor de nachtopvang. Ik zeg dat de nachtopvang op dit moment, gezien de koude gratis is, maar hij schudt zijn hoofd, het kost geld, iets meer dan zeven euro, een bedrag dat, gezien de kegel die hij heeft, hij waarschijnlijk al in veelvoud aan drank heeft besteed vandaag. Hij zegt dat hij niet hoeft te gaan stelen en bedelen als hij gewoon naar de nachtopvang kan en ik zeg dat stelen nooit een goede oplossing is maar dat ik hem vandaag niet zal helpen. Hij zegt dat dat geen probleem is, nog een keer schudt hij mijn hand, en hij zegt dat het wel zal lukken vannacht. Het doet me wel wat om hem zo achter te laten. Het liefst zou je hen een huisje bieden, de daklozen van de stad, werk en zekerheid maar ik weet ook dat dat wat ik als zekerheid ervaar voor hen weinig betekent en de straat en de drank een te grote aantrekkingskracht zullen hebben. Wat ik meeneem is zijn lach en zijn overtuiging dat het vannacht wel weer zal lukken, zijn hand op mijn arm en mijn rugzak waar de portemonnee onberoerd in achter is gebleven.
Politiek…
Binnenkort zijn er gemeenteraadsverkiezingen en omdat ik nooit heel vast in mijn politieke overtuiging zit maar me, zeker lokaal, meer laat leiden door de persoon die de partij voorzit en de ambities die uit het partijprogramma spreken, lees ik die ook daadwerkelijk. Nu maakt dat de keuze er niet per definitie gemakkelijker op want partijprogramma’s lijken in grote lijnen nogal op elkaar. Het zijn de nuances en de accenten die de verschillende partijen van elkaar onderscheiden en die bepalen waar de onderlinge partijen vinden dat het meeste geld naartoe moet gaan. Want het gaat ergens over, wellicht zelfs over meer dan bij landelijke verkiezingen want de partijen die samen een coalitie gaan vormen, die met een grote afvaardiging in de raad zitten gaan meebeslissen over zaken als jeugdzorg, zwerfafval, cultuur, blauwe zones, veiligheid, woningbouw, hulp aan ouderen, overlast, enzovoort om maar even zeer willekeurig onderwerpen te noemen die in ieders straatje passen. Dat verdient een weloverwogen keuze en dat verdient partijen die serieus omgaan met deze lokale onderwerpen, met deze lokale politiek. En dat brengt me tot de pvv. Kijk naar de, voorbedrukte, verkiezingsposterzuilen. Er zijn een aantal partijen die slechts een slogan weergeven en andere partijen tonen hun lijsttrekker in al zijn of haar beminnelijkheid. En je hebt de poster met de tronie van Wilders. En die doet niet mee aan de Venlose verkiezingen. Dat is Fijnje. Maar kennelijk wil de pvv helemaal niet laten zien wie je de gemeenteraad in stemt, net zo min als de pvv landelijk wil laten zien dat er nog meer tweedekamerleden zijn van de pvv naast Wilders, want meestal komen die slechts naar voren in uiterst gênante filmpjes van hun optreden op het spreekgestoelte dus laten we daar niet te veel aandacht op vestigen. Je stemt niet op Fijnje, die uiteindelijk wel natuurlijk lokaal de beslissingen moet gaan nemen, nee, in Venlo stem je gewoon op Geertje, en met die insteek hoopt de pvv natuurlijk lokaal een afspiegeling van landelijk te bereiken. En dat baart mij meer dan grote zorgen. Want, als die afspiegeling gaat kloppen, zitten wij straks met een gemeenteraad vol lieden zonder enige politieke ervaring, die om de andere zin roepen dat de Moskeeën in Venlo gesloten moeten worden, en de-islamisering hoogste prioriteit heeft. Ik denk dat de maasbrug binnenkort maar weer beschilderd moet worden, dit keer met, hoe dan Fijnje. Want is dit thema landelijk al behoorlijk hoog gegrepen, het behoeft zelfs een grondwetswijziging, lokaal is het zelfs helemaal geen thema. Je kunt nu eenmaal geen Moskeeën sluiten en dat is maar goed ook, het is namelijk onderdeel van onze grondrechten, van onze vrijheden, vrijheden die niet zijn gebaseerd op aangeprate angst van de afgelopen decennia, maar van zorgvuldige eeuwenlange ontwikkeling. En daarom mag iedereen in Nederland geloven wat hij of zij wil, naar een school van eigen keuze gaan, verliefd worden op man of vrouw ongeacht welk geslacht je zelf bent en je mening geven aan eenieder die dat wil horen. Dat is de duidelijkheid die alle andere partijen bieden. Zij gaan voor de onderwerpen waar je lokaal daadwerkelijk verschil kunt maken, zonder onzinnige beloften. Zij verdienen het dat je hun programma even leest, en je keuze daarop baseert. De pvv maakt het je lokaal makkelijk, zij hebben geen programma, dan kun je daar in elk geval ook niet voor kiezen.