De Duitse vrouw begint in het Engels tegen me te praten en dat vind ik wel prettig want dat gaat me beter af dan een gesprek in het Duits. Ze heeft wat kantoorartikelen uitgezocht en die rekent ze af maar eigenlijk wil ze het hebben over boeken. Dat lukt, even, maar voor in de winkel is het druk en loopt het gesprek dood doordat andere klanten staan te wachten en dan voelt het toch niet prettig om door te kletsen. Tien minuten later sta ik achterin de winkel en nu is het rustiger en de vrouw komt terug en ze zegt dat ze in een leesclubje zit in maar dat daar voornamelijk oudere andere leden in zitten, zij is de jongste en ze hebben onlangs een boek gelezen van Gebrand Bakker en daar was ze heel enthousiast over maar de rest van de leden iets minder. Ze heeft ook gehoord dat een ander boek van Bakker, boven is het stil, ook heel mooi moet zijn en ik bevestig dat en ze vraagt ook of ik de boeken van Maarten ’t Hart ken en die ken is en daar is ze ook zeer vol van en ik breng Tim Krabbé in het gesprek omdat ik weet dat die ook vertaald is en ik eindig met de auteur die niet vertaald hoeft te worden want Seethaler schrijft al Duits. Ze kent hem. Heeft het tweede boek dat in het Nederlands vertaald werd gelezen en ik zeg dat het eerste wat vertaald werd mooier was dan het tweede en ze neemt zich voor om dat boek ook te lezen en zo praten we verder, een Duitse en een Nederlander in het Engels over boeken die wel of niet vertaald zijn in een taal die we kunnen lezen. Dat zijn leuke gesprekken.
Lotje…
Lotje ligt op de bank en ze slaapt. Als ze slaapt droomt ze vaak en soms heeft ze daarbij nog het zuigreflex die een puppy richting haar moeder heeft. Dan smakt en zuigt ze in het luchtledige en als je dan je pink tegen haar bekje drukt dan zuigt ze op je pink. Ze groeit snel, de verhoging richting keuken die de eerste dagen een probleem vormde springt ze nu als vanzelfsprekend op. Ze speelt met Izzie, dat doen ze veel en in die tijd hopen we dat ze moe worden en een keer gaan slapen maar dat gebeurt zelden maar als het gebeurt kruipt Lotje vaak voorzichtig naar Izzie en slaapt ze in haar armen of poten. En als Izzie moe genoeg is dan staat ze dat ook toe en het gebeurt niet heel vaak dat beide hondjes op hetzelfde moment moe zijn dus houden ze elkaar en ons bezig en roepen we heel vaak nee waardoor we denken dat Lotje inmiddels denkt dat dat haar naam is. Maar uiteindelijk valt ze toch een keer in slaap en dan kijken we naar haar en weten we dat het alle moeite waard is.
Denver…
“Country roads”, ik rijd met mijn jongste zoon terug vanuit Malden richting Venlo “take me home”. In Malden gingen we op bezoek bij mijn moeder en na afloop van het bezoek gingen we nog even langs bij de begraafplaats waar mijn vader ligt “to the place” en dat is altijd emotioneel, zijn naam te lezen op een steen met een geboorte en sterfdatum erbij. “I belong” we schreeuwen het nu echt in alle vrolijkheid mee in de auto uit met z’n tweeën op de terugweg en mijn raampje staat open en ik zie mensen kijken want de I belong is erg hoog in het liedje en klinkt behoorlijk vals door ons maar bij “West Virginia” weten we ons te herpakken en de rest van de regels zijn wat lager dus ook de “Mountain mamma” komen er vloeien uit en ik sla rechtsaf richting de snelweg, richting Venlo en nog een keer zingt John Denver “take me home” en we brullen mee en ik vind het zo fijn dat hij ook meebrult en lak heeft aan wat mensen om ons heen wellicht denken van het feit dat we zingen, samen, en we eindigen met een ingetogen slot van het couplet “country roads”
Regen…
Ik fiets weg onder een helder blauwe lucht waar, op de een of ander manier, toch een lichte regen uit valt. Ik speur de lucht af en zie geen wolken. Dat wordt anders wanneer ik de dijk richting Tegelen op fiets en ik tegen een bijna zwarte lucht aankijk. Ik kijk naar de mensen die me tegemoet komen fietsen, zij fietsen met de zon in het gezicht, met hun blik op blauw en ik zou bijna willen roepen dat ze even achterom moeten kijken en door moeten fietsen. Dat doe ik niet, zelf fiets ik wel stevig door, ik bezorg de doos boeken bij het ziekenhuis en wanneer ik weer bij mijn fiets kom is het nog steeds niet aan het regenen maar wel zie ik dat de zwarte wolken naar beneden gesluierd zijn. Ik stap op de fiets en begin aan de terugtocht, met de regen op de hielen. Ik zie de fietsers die me nu tegemoet komen met een andere blik, ze lijken te beseffen dat een nat pak onvermijdelijk is. Ik hoop nog droog terug te komen en trap de pedalen nog steviger in. Ter hoogte van de spoorbrug voel ik een paar druppels, negeren, doortrappen. Ik neem de snelste route en sla de Jodenstraat in en daarna de Heilige Geeststraat . Ik step het stukje Vleesstraat en Klaasstraat omdat je daar niet mag fietsen en ik voel de regen toenemen. Pas een seconde of tien nadat ik de deur van het magazijn achter me dicht laat vallen begint het pas echt. De regen valt met bakken uit de lucht. Ik kijk naar de paar druppels op mijn jas, ik was net op tijd.
Start…
Rond negen uur loop ik de winkel binnen. Laat voor mijn doen, meestal ben ik er tussen acht en half negen waarmee ik een uur tot anderhalf uur heb waarin de telefoon nog niet rinkelt en klanten nog niet geholpen hoeven worden, een tijd waarin ik meer vooraf gepland werk gedaan krijg dan de rest van de dag. Ik zet de koffie aan, altijd het eerste wat ik doe, daarna loop ik naar het fietsenhok om de kranten te halen en de zending boeken blijkt er ook al te staan. Dat geeft de start van de dag al een andere wending. Ik haal de steekwagen en breng de dozen in twee keer naar het magazijn, verwerk de pakbonnen in de computer en print de klantenlabels uit. Daarna uitpakken. Het uitpakken van de boeken leveringen vind ik heerlijk. Ik doe het niet heel erg vaak maar het is als cadeautjes uitpakken. Elke doos bevat weer verrassingen. Nieuwe boeken die ik voor het eerst zag op de beurs, een paar maanden geleden, van sommige boeken slechts de kaft omdat het binnenwerk nog niet klaar was. Collega’s komen binnen, de telefoon begint te rinkelen, de deuren moeten open, er staan klanten te wachten, de dag is begonnen.
Cursus…
I almost died, verzucht de jongeman die de winkel net voor sluitingstijd binnen komt stuiven en hij vervolgt direct met, i ran. Het is de combinatie van zijn vermoeidheid en zijn accent, ik vermoed Pools Engels, dat het zo grappig maakt. Even voor zijn binnenkomst zei een klant dat ze voort zou maken zodat we de winkeldeuren konden sluiten en ik vertelde haar dat we de deuren nooit voor zessen sluiten omdat er altijd nog iemand op het laatste moment binnen kan rennen en deze Poolse man bevestigt mijn gelijk. Hij gooit een informatieboekje op de balie en wijst naar twee boeken, studieboeken, cursus nederlands voor beginners en ik zeg hem, in het Engels, dat ik zal kijken of ik die boeken heb en loop naar achter, kijk in de schappen van de taalboeken en loop terug met de twee gewenste boeken. Het levert me twee geheven duimen op. Ik sla de boeken aan, noem het bedrag en hij kijkt even in zijn portemonnee en vraagt dan om te pinnen. Terwijl de transactie loopt vraagt hij of we notitieboeken hebben, en pennen en ik zeg sure, en wijs hem naar de achterkant van de winkel en laat hem het gevraagde zien. Hij vraagt of hij het bij de balie achterin de winkel of voor af moet rekenen en ik zeg dat dat niet uit maakt. Ik blijf voor, hij betaalt achter, loopt vervolgens naar voren met uitgestrekte hand die ik schud en dankt me voor de hulp. Ik wens hem een fijne avond en succes met zijn cursus Nederlands. Second attempt, roept hij me toe vanaf de straat, en hij lacht.
Curry…
Ik snijd de bloemkool in kleine roosjes, zoals beschreven in het recept waarbij ik dan in mijn hoofd wel weer de kanttekening maak wat nu eigenlijk kleine roosjes zijn. Klein of groot zijn nogal rekbare begrippen. Na de bloemkool maak ik een pond wortelen schoon die ik in stukjes snijd, dit keer val ik niet over de term klein of groot maar over de term blokjes wat in het recept gebruikt wordt, in mijn hoofd zijn blokjes namelijk vierkant en doe dat maar eens met een wortel. Ook de twee uien gaan in blokjes en het bosje lenteuitjes in rondjes. Al die groente gooi ik in de wok waar ik olie in heet heb laten worden en ik bak de groente tot de bloemkool lichtbruin wordt. Dan de currykruiden en een blik kokosmelk erbij en daarin kan het geheel gaar sudderen. In een tweede pan breng ik water aan de kook waarin ik de basmati rijst kook. Dan nog twee blikken linzen bij de curry groenten en daarna schep ik de rijst erdoor, nog een bosje koriander en ik knijp een limoen boven de pan uit. Goed omscheppen en klaar. Iets meer werk dan gedacht met al de groenten die gesneden moesten worden. Geen vlees, zoals we, sinds mijn jongste zoon aangaf op vegetarische voet door te zullen gaan, steeds vaker doen. Het merendeel van onze maaltijden zijn tegenwoordig vleesvrij en dat werkt prima. Daar waar ik vroeger altijd dacht dat vlees een onmisbaar deel van het avondeten vormde, blijkt dat dit een misvatting was en dat je heerlijke maaltijden kunt serveren zonder vlees. Wellicht dat ik het stukje vlees dat af en toe toch op onze borden ligt hierdoor juist meer weet te waarderen.
Boek…
Ik fiets nog even de stad in. Het is vroeg in de avond en ik heb een boek nodig en het is heerlijk om zo dichtbij de stad te wonen dat je denkt, ik fiets wel even die vijf minuutjes voor dat boek. Aan het eind van de Zandstraat sla ik rechtsaf en een meter of vijftig voor me zie ik een bekende maar pas bij het Limburgs museum, waar ik bij de oversteekplaats direct rechts schiet terwijl zij de officiële route neemt die wat langer is waardoor ik net voor haar eindig en we elkaar zien groeten we. Net zoals ik de kennis groet die voor het voormalige postkantoor groet en de vrouw die me tegemoet komt fietsen over de parade. Venlo is een stad maar een heerlijk dorp waar je elkaar kent. Ik sla linksaf de Klaasstraat in maar er rennen veel kinderen rond bij Milk and Cookies dus ik stap af en terwijl ik loop hoor ik mijn naam en ook zie ik een kennis en die groet ik en dan kijk ik naar de mensen en op het terras en ik zie heel veel bekenden maar niet zo bekend dat ze mijn naam zouden roepen en ik zie wel mensen zwaaien maar nu twijfel ik of ze naar mij zwaaien of naar mijn kennis die me net gepasseerd is. Ik loop door, volgens mij roept iemand nog een keer mijn naam maar ik weet het niet zeker en wil niet langer speurend het terras afkijken. In de winkel zoek ik het gewenste boek, ik zorg ervoor dat het administratief klopt dat ik het meeneem en ik fiets met boek boek weer terug naar huis, door een stralend Venlo met volle terrassen.
Stort…
Op de stort. Alweer. Wellicht voorlopig de laatste keer. We hebben een busje vol die we uit moeten sorteren en terwijl ik rondloop tussen de verschillende bakken kijk ik om me heen. De medewerkers van de stort zijn altijd leuk om naar te kijken. Soms, vaak, zitten ze ergens samen en bemoeien ze zich nergens mee, andere keren juist met alles. Een van de jongens die ik in het verleden vaak zag maar de afgelopen weken niet staat er nu weer. Goed gebruind dus ik denk dat hij vakantie heeft gehad en hij staat tussen alle auto’s met zijn kin omhoog, zijn armen vol tatoeages en hij knikt naar een man een stukje achter mij. Waarom die man niet op een terras zit in plaats van op een zaterdag naar de stort te rijden, hij zou toch beter moeten weten, roept de medewerker met de tatoeages. Even later leer ik uit het gesprek dat volgt dat de man een oud collega is van de mensen op de stort. Hij loopt vertrouwd ronde met zijn spullen en niemand die hem zegt in welke container hij zijn spullen moet stoppen.
Stort…
Ik sta weer aan het loket bij het milieustation en reken de zoveelste keer vier euro af voor wederom een auto vol met puin. We zijn er bijna doorheen. Ik stap de auto weer in en rijd naar boven, naar de containers en ik weet inmiddels precies waar elke container staat. Het begint met een container voor bitumen, daarnaast papier, dan hout, daarna restafval, hard plastic, metaal, piepschuim, nog een restafval, wederom een hout, dan tapijt en tenslotte geïmpregneerd hout. Als je dat weet om elf uur ’s avonds dan kom je te vaak op de stort. Ik kom er te vaak. Ik zet mijn auto links bij het restafval en hout wat niet handig is want ik heb veel hard plastic maar de man voor me parkeert zijn auto zo ongeveer midden op het terrein het blokkeert de hele rechterhoek. Dan maar wat meer op en neer lopen met spullen. Ik verdeel de inhoud van mijn auto over de verschillende containers tot de auto leeg is en ik wil net instappen wanneer ik zie dat een auto met aanhanger de doorgang naar beneden blokkeert. Op de aanhanger ligt een behoorlijke hoeveelheid hout, een tuinhek lijkt het en dat moet naar geïmpregneerd. Daar staat al een man zijn aanhanger leeg te laden dus nu staan ze dubbel. Er staat een flinke rij auto’s te wachten tot ze verder kunnen, iemand drukt op de claxon. Ik loop naar de twee mannen die het net van de aanhanger af aan het halen zijn en vraag waar het spul in moet. Ze wijzen naar de container waarvan ik vermoedde waarvoor het bestemd was. Ik zeg dat ik wel even help. Een man voegt zich bij ons met hetzelfde plan en hij zegt dat ze dat wel slim hebben aangepakt, alles blokkeren dan komt er vanzelf hulp. We beginnen met sjouwen en negeren de boze man die zegt dat we alles blokkeren en zeggen dat hij beter mee kan helpen dan is de blokkade eerder weg maar dat doet hij niet dus tillen we deel voor deel met twee man tegelijk uit de aanhangwagen, daarna de planken en dan is de wagen leeg en loop ik terug naar mijn auto terwijl de mannen mij en de andere man nog bedanken. Ik stap in de auto terwijl het verkeer weer op gang komt en ik rijd langs de andere man, een oudere man, die in zijn eentje zijn aanhanger leeg aan het tillen is en ik krijg bijna medelijden en ik stop bijna om hem te helpen maar ik doe het uiteindelijk toch net niet.