Het is lekker druk in de winkel, de meeste boeken verdwijnen in een Sinterklaas papiertje de winkel uit en wanneer er drommen mensen voor de balie staan moet je goed uitkienen wanneer er tijd is voor een gesprekje. Een vrouw legt een boek op de balie en ik zeg, ha, de nieuwe Kepler, en ik vraag of het een kadootje is maar dat is het niet en ze zegt dat ze zag dat er ook al een nieuwe Arlidge lag en dat ze die komt kopen zodra de Kepler uit is. Ik zeg dat het goede tijden zijn voor spannende boeken lezers en dat beaamt ze maar ze zegt ook dat ze net de laatste nieuwe Samuel Bjork heeft uitgelezen en dat het einde van dat boek haar een beetje tegenviel. Ik zeg dat het einde van het boek het belangrijkste deel van het boek is, want zelfs een briljant boek kan een bittere smaak nalaten wanneer het einde niet in lijn is met de rest van het boek. Ik zeg tegen de vrouw dat ik zelf meer literatuur dan spanning lees en ik vraag of ze Dimitri Verhulst kent. Nu bemoeit haar vriend zich met het gesprek want hij heeft Verhulst gelezen, dat boek dat daarna ook zo mooi verfilmd is, zegt hij en hij kijkt me vragend aan en ik weet welk boek hij bedoelt maar ik kom ook even niet op de titel. We besluiten dat het ons dadelijk wel te binnen schiet. Hij noemt nog een boek van Verhulst dat hij gelezen heeft en ik vraag of hij Kaddisj heeft gelezen. Dat heeft hij niet. Driekwart briljant, zeg ik, het laatste kwart tenenkrommend. Ik vraag of hij het boek Mevrouw Verona daalt de heuvel af, wellicht heeft gelezen en dat moet hij ook ontkennen en ik zeg dat ik dat een van de meest prachtige boeken van Verhulst vind. Dun, maar elk woord raak.In Kaddisj vond ik een gelijkwaardig boek. Prachtig. Tot het laatste kwart. Ik weet dat recensenten het hier niet allemaal mee eens zijn, er zijn er die het laatste kwart juist de kers op de taart vinden. Dat waren er niet veel, maar toch, ook hun mening telt. Ik zeg dat het voor mij moeilijk wordt om zo’n boek nog te verkopen, want door aan de kassa te stellen dat het boek fantastisch is maar het laatste deel wat mij betreft er uit gescheurd mag worden doet de verkoop geen goed. Daar moeten ze om lachen. Ik reken de Kepler af, het begint weer druk te worden dus moet ik het gesprek afronden. Helaasheid der dingen, zeg ik nog als antwoord op de titel van het boek waar we eerder niet op konden komen en de man knikt, dat was hem. Ik bedank hen en zij mij, ik geef het boek mee en zeg tot ziens terwijl ik een stapeltje boeken aanneem van een volgende klant en vraag, cadeautjes?