Ik lees in de krant dat de Splinter stopt te bestaan. Vorige week las ik al op facebook dat de huidige uitbater stopt maar wat ik niet begreep was dat mijn stamkroeg haar naam verliest aan Club77. Ik kom er al heel lang niet meer. Toen ik veertien was liep ik er voor het eerst binnen, dronk ik er mijn eerste biertje met een paar vrienden en leerde ik in de jaren daarna steeds meer vrienden kennen. Bij sommigen kwam ik thuis en voor anderen was de Splinter onze huiskamer. Puck en Maril waren mijn reserve vader en moeder, als het even niet lekker liep privé dan hadden zij altijd een luisterend oor en een goed advies. Ik heb de meest fantastische bandjes gezien en de meest dramatische, de herfstfeesten waren legendarische en gevaarlijk, het schommelen door de kroeg met een glas bok zal ik niet vergeten. Ik heb genageld, gekaart en gedronken, muziek geluisterd en gepraat. En ik heb vrienden voor het leven gemaakt. Toen ik veertien was en de Splinter inliep stonden er een aantal oude knarren aan de tap, in de hoek bij de vaste telefoon. Jaren later betrapte ik mezelf op het feit dat ik een van de oude knarren aan de bar in de hoek bij de telefoon aan het worden was. De jeugd haalt je snel in en dan wordt het tijd om je plaats te kennen. Nu de Splinter haar naam verliest kijk ik terug op een fantastische tijd waar ik pagina’s vol aan anekdotes en herinneringen kan vullen. Dat doe ik niet. Die deel ik met de vrienden die er bij waren toen ze gemaakt werden, toen we dertig jaar jonger waren maar die we nog altijd zien en de herinneringen houden ons jong. De naam van een kroeg kan van een gevel worden gehaald maar niet uit heel veel harten. Dag Splinter, je was een fijne Splinter.