Voor de derde avond deze week zitten we in de schoolbanken. Maandagavond ging ik met mijn oudste zoon naar Fontys Hogescholen waar informatieavonden waren en universiteiten van Nederland zich presenteerden. Er waren drie sessies gepland, de middelste viel uit en de laatste konden we op de middelste plaatsen dus waren we twee sessies later net iets eerder klaar. Op dinsdag was de tweede sessie bij Fontys en dit keer nam Annemiek de honneurs waar omdat ik naar mijn cursus Duits moest. Vanavond zitten we met mijn jongste zoon op oudergesprek. Tien minuten gesprek en het is het enige contact dat we nog hebben met school en dat blijft wennen, zelfs nu hij er al twee jaar rond loopt denk ik nog vaak terug aan de lagere school en al die momenten waarop je contact had met leraren en andere ouders. Je wist van wie je zoon les kreeg en kende de kinderen en de ouders daarvan. Vanaf de middelbare school weet je niets meer. De mentor zegt dat het goed gaat. En dat is eigenlijk het begin en direct ook het einde van het tien minuten gesprek want we praten de tijd wel vol maar dat gaat meer over de manier waarop ze het vak Frans mogelijk heeft weten te maken voor de drie leerlingen, waaronder onze zoon, en een aantal jongens in de klas die wat meer aandacht vergen en doelenboekjes hebben die ze na moeten streven maar dat gaat eigenlijk allemaal buiten de prestaties van onze zoon om want daar is ze tevreden over. Op Duits na, dat is niet zijn sterke punt. Ik denk dat hij dat niet van een vreemde heeft. Duits was ook nooit mijn sterke kant en ik liet het vallen zodra ik kon. Nu ben ik een cursus Duits aan het volgen omdat het erg onhandig is dat ik het niet spreek in een winkel waar toeristen de vloer frequenteren en Duits met enige regelmaat de voertaal blijkt.