Het is zondagochtend, iets na negen en ik wandel met de hondjes richting uitlaatplek wanneer ik de twee mannen zie lopen. Verkleed. En zoals elk jaar moet ik eventjes schakelen, duurt het heel even voor ik denk, o ja, elfde van de elfde. En natuurlijk wist ik dat vandaag er aan zat te komen, heb ik er over gedacht of ik het wel of niet zou vieren en zoals de meeste jaren gesloot ik van niet. Wanneer het ongemakkelijk voelt om je huis verkleed te verlaten ben je nog niet toe aan vastelaovend, lijkt mijn stelregel. Als drank nodig is om het feest leuk te maken kun je beter niet gaan, is er nog zo een. Twee keer vierde ik de elfde van de elfde. De eerste keer toen we een legendarische boekpresentatie hielden van Jan van Mersbergens ‘naar de overkant van de nacht’ in de winkel, waar we drie vaten bier wegtapten en verschillende joekskapellen de sfeer opluisterden. Dat was fantastisch en ook het vervolg, voor het stadhuis, waar iedereen de gratis verkregen biertjes tijdens de boekpresentatie leek te vergoeden en ik geen enkele keer met minder dan drie glazen bier in mijn handen stond, was prachtig. Het jaar daarop besloot ik het geheel eens mee te maken bij het stadhuis. Ik fietste met mijn pekske in een tas naar Koops waar ik het pas aandeed en nadat ik naar buiten liep voelde ik me de gehele Begijnengang ongemakkelijk. Pas na wat glazen bier en het vinden van vrienden voor het stadhuis werd het beter, maar goed bereikte het niet dus ik moet me er bij neerleggen: November is voor mij een maand of drie te vroeg voor het vastelaovends gevoel dus open ik gewoon in mijn normale kloffie de winkel en begroet de eerste klanten en ik kijk en geniet de rest van de dag van de vele prachtig uitgedoste mensen die langs komen en die lachen en genieten want voor hun is vastelaovend vanaf vandaag weer begonnen.

Plaats een reactie