Als ik de straat in fiets zie ik dat de grote machines die de laatste tijd steeds weer op andere plekken in de stad opdoken en binnen de kortste keren grote gaten in de straat veroorzaken die vervolgens met hekjes er omheen een tijd lang ogenschijnlijk ongemoeid worden gelaten, mijn winkel bereikt hebben. Ik wist dat ze vandaag zouden komen, daar heb ik eind vorige week een schrijven van ontvangen maar soms weet je iets pas echt wanneer het voor je neus staat. Ik ben zelf nog niet goed en wel binnen of er staat al een monteur aan mijn gaskraan te schroeven. In de brief stond dat we enkele uren geen gas zouden hebben, de monteur zegt direct wat enkele uren echt betekent: de hele dag. Een groot deel van de dag staat er een enorme vrachtwagen een meter voor de winkeldeuren die we dicht houden om de warmte een beetje binnen te houden maar die we anders ook niet open hadden gezet omdat het lawaai van buiten elk gesprek met klanten die toch de winkeldeuren gevonden hebben onmogelijk maken. De afgelopen maanden waren de mannen met hun grote, lawaaierige, machines bezig aan de randen van het centrum. Nu de echte feestdagendrukte de binnenstad weer vol laat stromen met koopbeluste klanten wordt het die klanten bijna onmogelijk gemaakt om de winkels die ze willen bezoeken te bereiken. Uiteraard weet ik niet precies wat de werkzaamheden inhouden en ook de werklui die ik ernaar informeer kennen het grotere plaatje niet. Ze zijn een sok in de oude gasleidingen aan het leggen, zegt er eentje. Of er een logische reden is dat ze in de rustige tijd voor de binnenstad op plekken bezig waren waar weinig overlast werd veroorzaakt en juist nu, de periode waarin het voor veel ondernemers moet gebeuren de straten voor winkels openleggen weet hij niet. Hij haalt zijn schouder op, hij kan er verder ook niets aan doen. Dat snap ik ook en ik ga met hen de discussie niet aan, zij hebben opdracht om vandaag voor de deur van mijn winkel een gat te graven, dus graven ze dat gat. Degenen die de beslissing hebben genomen om tegen eind november winkelstraten open te leggen en dat een logische of onvermijdelijke beslissing vonden hebben in elk geval het inlevingsvermogen van een eikenhouten deur, wat mij betreft.
Zondag…
De zondag begint met het schminken van pietjes, een gesprek met een goede kennis die een boek heeft geschreven en die ik adviezen geef hoe ze haar boek zo goed mogelijk landelijk kan laten landen en een echtpaar dat naar aanleiding van een opnieuw uitgebracht kookboek een bakdemonstratie in de winkel komt houden. De eersten zijn wat laat, de tweede precies op tijd en de derde veel te vroeg. Gevolg, alles komt tegelijkertijd waardoor de start op zondag wat chaotisch is omdat ik nog niet de tijd heb voor het gesprek omdat mijn collega’s nog niet klaar zijn om in de winkel te staan en zodra ze dat wel zijn, komt het echtpaar van de workshop die niet weten hoe ze met hun auto bij de winkel moeten komen. De pietjes gaan op stap, het echtpaar gaat met de richtlijnen die ik hen meegeef op pad om de auto dichter bij de winkel te krijgen, wat uiteindelijk niet echt lukt waardoor we de spullen over een afstand naar de winkel moeten dragen, en ik heb het gesprek dat ik had ingepland. Het eerste half uur van de zondag. Vanaf daar gaat het beter. Het echtpaar van de workshop heeft de spullen in de winkel en bereiden voor. Een extra ingeplande collega zorgt ervoor dat de twee aan niets tekort komt en waar nodig geholpen wordt en ondertussen staan we met twee man voor, eentje achter en de extra collega die bijspringt waar nodig. De winkel geurt heerlijk naar al het gebak dat het echtpaar uit hun oven weet te toveren en achter de balie pakken we cadeautjes in. Het is weer de tijd van het jaar. Af en toe zegt een klant, nee, gewoon voor mezelf op de vraag, is het een cadeautje, maar vrijwel alle andere keren horen we, ja graag, vijf december alstublieft.
Doe Maar…
Toen ik zes jaar oud was, werd ergens in Nederland een bandje gevormd met de simpele naam ‘Doe Maar’. Het zou vanaf dat moment nog vier jaar duren voor de echte doorbraak van het bandje zou komen na wat wisselingen in de bezetting en het kiezen van de huisstijl. Ik liep achter de rage aan, was net te jong voor de doelgroep. Ik heb volgens mij twee buttons gehad die ik niet op een spijkerjack kon spelden omdat ik die toen nog niet mocht van mijn ouders en de eerste plaat van Doe Maar, ook mijn allereerste plaat die ik kocht, kocht ik op het moment dat de band aankondigde te stoppen. Maar de muziek, de ska, de reggae en de uitdagende teksten wisten me altijd weer te pakken dus ook in de jaren na hun afscheid bleef het roze en groen in mijn gedachten en de muziek in mijn hoofd. Toen in 2000 de eenmalige reünie tour werd aangekondigd, waren wij er bij. Terwijl in Enschede daadwerkelijk het dak eraf knalde, deed het dat ook in de zaal waar ik voor het eerst een concert van mijn jeugdhelden bijwoonde en ook in de jaren die volgden zagen we ze bij steeds weer een volgende tour. Steeds met hetzelfde enthousiasme, hetzelfde plezier. Vanavond niet anders. We zijn dit keer in de RodaHal en vinden onze weg naar het balkon waar we een perfect zicht op het podium hebben. De vier bandleden worden ondersteund door drie blazers en weer is het een feestje. Ik kijk naar Vrienten, zijn pasjes over het podium op zijn witte schoenen, sluipend als een kat naar het publiek en dan weer terug. Ik kijk naar het jongetje, een metertje links van ons, een jaar of zes, zeven schat ik hem. Hij zingt elk liedje mee. Als ik rond kijk zie ik vooral veel ouderen. Ik liep met mijn leeftijd een jaar of tien achter de doelgroep aan toen ik op de lagere school zat, we lopen nu nog altijd tien jaar achter. Ik voel me nog jong, als ik om me heen kijk zie ik mensen die ik al redelijk op leeftijd vind, ik ben benieuwd hoe ik daar over tien jaar in sta. Ik kan me niet voorstellen dat ik dan nog altijd bij een concert van Doe Maar zal staan. Niet voor mezelf maar voor de band, want ze zijn nu inmiddels zeventig. Ik gun ze met hun tachtigste wel hun verdiende rust.
Hal…
Nu de terrazzo vloer in al haar schoonheid is teruggebracht in de hal zijn er nog twee klusjes die gedaan moeten worden. Er moet een verwarming teruggehangen worden en de plinten moeten nog tegen de muur. De verwarming gingen we gisteravond kopen. Uiteraard was er geen verwarming waar de afstand tussen de buizen gelijk aan die van de oude en pas bij de derde bouwmarkt vinden we een verwarming die we mooi vinden en passen bij de stijl van de gang. Daarna is het nadenken. Een verwarming heeft vier gaten, daar moet een afdichtstop, een ontluchtstop, thermostaatkraan en afvoer op. Daarnaast moet de buis verlegd worden dus daar zijn wat hoekjes en buizen voor nodig. Vanmorgen kijkt mijn zoon naar de verwarming en zegt, aanklikken maar, daarna ziet hij alle doosjes liggen met benodigd materiaal en is hij stil. Als iedereen weg is begin ik, eerst met moed verzamelen. Nog maar eerst een kopje koffie. Daarna begin ik met de voorbereidende werkzaamheden. Pomp van de ketel uit, water uit de ketel laten lopen en weggieten in de badkuip, terug naar beneden. Ik haal de tuinslang uit de tuin maar zie dat de slang precies even breed is als de buizen, dus mijn plan om de afstopschroef los te draaien en snel de slang aan te sluiten gaat niet werken. Dan maar emmertjes. Ik houd de emmer met links vast terwijl ik met rechts de stop los schroef. Eerst begint het te druppelen, daarna spuiten dunne straaltjes en dan schiet de dop los en spuit een stevige straal water uit de leiding. Met mijn duim stop ik het water wanneer de emmer vol is en ik ben blij met de stapel emmers die ik neer heb gezet. Daarna kan ik pas echt aan de slag. Ik richt me op de aanvoerbuis. Daar zit een knik ik en door die bij de basis los te schroeven kan ik de knik draaien en de afstand tot de muur verkleinen tot de buis op de afstand van de nieuwe verwarming staat. Dat viel mee. Bij de afvoerbuis is het meer werk. Eerst moet ik de buis doorzagen en dat valt niet mee net boven de vloer en dicht tegen de muur. Ik Leg schuimrubber op de vloer om te voorkomen dat ik deze beschadig en na een tijdje merk ik dat het het best werkt wanneer ik de zaag vasthoud en mijn lijf op en neer beweeg en zo gelijkmatig een zaagbeweging veroorzaak. Na een tijdje valt het buisje op de grond. Daarna is het een kwestie van hoekjes plaatsen, buisjes op maat zagen en uitmeten. Ik plaats de puntjes met een potlood op de muur waar de bevestigingspunten van de verwarming moeten komen te zitten en haal alles weg. Eerst boren, eerst met een zesje en daarna met een acht. Daarna de beugels monteren. Nu begint het wat te worden want nu kan ik de verwarming hangen en de buizen aansluiten. Daarna alles aandraaien en dat zijn nog heel veel knelkoppelingen maar na een tijdje zit alles vast en loop ik naar boven om de verwarming weer te vullen. Ik kijk naar de teller op de ketel van de hoeveelheid bar en ik stop net voor de twee. Ik weet dat na het ontluchten, straks wanneer de ketel even gedraaid heeft, de druk terug zal vallen naar bijna één en dan zal ik weer aan gaan vullen tot één punt zeven. Ik loop naar beneden. Voel aan alle aansluitpunten. Droog. Nu nog de plinten. Het voorboren, pluggen plaatsen en vastschroeven zijn de laatste klussen in een hal waar we de laatste maanden veel tijd gespendeerd hebben. Ik voel de warmte van de verwarming en die is prettig nu het buiten toch kouder aan het worden is. Ik ruim om, poets alles nog eens goed en zet de kast op zijn plaats en kijk ik om me heen. Het was toch weer een hele klusdag, maar het resultaat, na heel veel van dit soort klusdagen, mag er zijn.
Boef…
Ik praat met de man die zijn hele leven al in de binnenstad woont en hij vertelt over de tijd dat het betalen voor het parkeren van een auto werd ingevoerd. Daar had hij dus mooi geen zin in, zegt hij, iets wat altijd als vanzelfsprekend voor niets kon en waar nu opeens voor betaald moest worden. Het resulteerde in bekeuringen. Eerst één, toen twee en uiteindelijk het mooie aantal van eenendertig. En dat aantal pikte justitie niet, dus het werd eenendertig keer de bekeuring betalen of eenendertig keer een dag in het gevang. Hij mocht kiezen. Geen dag in de cel, zo bezweert hij me, dat gaat hij echt niet doen en betalen is dus de enige optie maar een vriend van hem verzekert hem dat hij gewoon naar het gevang moet gaan. Geen sprake van, zegt hij nog eens tegen mij, maar zijn vriend is overredend en heeft er ervaring mee gehad dus begeeft hij zich uiteindelijk op de dag dat hij zich moet melden naar het gevang, waar hij wordt ontvangen en waar de bewaarder hem vraagt of hij weet waar een gevangenis voor is. Voor misdaden en wat hij gedaan heeft hoort daar niet bij. Er uit moet hij, als nep misdadiger, dus hij verlaat het gevang waarmee zijn straf voldaan is maar hij wel besluit om zijn auto niet langer in het gebied te parkeren waar het niet meer mag. Hebben ze zonder hem te straffen toch voor elkaar wat ze wilden, zegt hij.
Gevecht…
Het rumoer buiten op straat klinkt door in de ruimte waar we zitten en de laatste les Duits volgen. Het klinkt alsof een groep voetbalsupporters op luide toon commentaar geeft bij een wedstrijd, een hoop geschreeuw heen en weer. Wanneer we na de cursus naar buiten lopen klinkt het lawaai op de parade nog altijd. Ik loop richting de straat zodat ik kan zien wat er aan de hand is en bij een kroeg op een meter of twintig van ons vandaan is een groep bezig met wat duw en trekwerk onderling en wordt er naar elkaar geschreeuwd. Aan de overkant van de straat staan twee agenten de consternatie met schijnbaar weinig interesse gade te slaan. Dan slaat de vlam opeens in de pan. Van een afstand zien we hoe er geslagen wordt en er tegen iemand aan geschopt die al op de grond ligt en we lopen door en zien vanaf de andere kant vier agenten op mountainbikes aan komen vliegen die zich in het gevecht mengen. De twee agenten aan de andere kant van de weg bekijken het allemaal en doen niets. We lopen door, na een leuke laatste les Duits waar we hard hebben moeten lachen, laat het gevecht opeens een vervelend gevoel bij ons achter, zeker de man die bleef trappen naar degene die al op de grond lag. Als ik er even later weer voorbij fiets zie ik dat er nu ook politieauto’s voor de kroeg staan en dat een flinke hoeveelheid agenten de situatie inmiddels wel onder controle hebben. Thuis gekomen stuur ik een kennis van de omroep een berichtje, er is een flinke matpartij op de parade gaande. Wellicht is dat nieuws. Ik krijg al snel een berichtje terug. Het blijkt een oefening van de politie. Opeens vallen wat stukjes op hun plek. De man in het gevecht die au, au, au, bleef roepen, de politie die bleef staan aan de andere kant van de straat en de vier agenten op fiets die precies op het moment dat de vlam in de pan sloeg aan kwamen racen. Natuurlijk was het een oefening. Ik stuur mijn twee collega’s die erbij waren nog even een berichtje, dan kunnen zij ook rustig slapen.
Vloer… (dag 2)
Iets voor half negen is hij er weer, onze vloerenman. Vandaag begint hij met minder zware machines. Gisteren heeft hij het grove werk gedaan, lijmresten weg geslepen en ongelijkheden in de vloer geëffend. Vandaag is het vooral mooi maken. Hij wijst op gaatjes die ik eerder niet zag en die ontstaan door luchtbubbeltjes bij het gieten van de vloer, bijna honderd jaar geleden. Nu hij me er op gewezen heeft zie ik ze overal maar hij lacht en zegt dat ik er straks geen een meer zie. Hij gaat aan de slag, ik ook. Ik werk aan administratie, online uitdagingen en onze klantenkaart. Ik zit achter mijn laptop met mijn koptelefoon op om het constante geluid van de machines te dempen en af en toe ga ik kijken. Dan zie ik een stoffige vloer, een volgende keer lijkt de hele gang met een dikke laag blubber bedekt te zijn, tien minuten later kijk ik weer en is de vloer weer kraakhelder, van blubber geen spoor meer. Steeds als ik ga kijken lacht hij, soms vraagt hij om koffie. De randen bijwerken duurt lang, zegt hij, en het is de periode dat het eventjes stiller is in huis, maar na een tijdje hoor ik toch weer de machines starten, voel ik de vloer licht trillen en weet ik dat de volgende fase van mooi worden is ingezet. Dan is het vijf uur en loopt hij de kamer binnen. Klaar, zegt hij en ik spring op vanachter mijn twee laptops en loop met hem mee naar de gang. De vloer ligt erbij alsof er een laag water opstaat, zo glanst hij. Onze vloerenman loopt gewoon de gang in terwijl ik voorzichtige pasjes zet, bang om iets van de prachtige vloer te beschadigen. Het resultaat is ongekend. Het maakt de gang helemaal af. Om het resultaat nog beter uit te laten komen zet ik de plinten alvast tegen de muur. Vast maken komt later wel. Het geeft een beter beeld van het geheel. Een geheel waar we zo’n twee maanden naar toegewerkt hebben en het resultaat is beter dan ik had durven dromen. Het is slechts de hal, maar het is wel een hal met een wauw factor.
Vloer… (dag 1)
De verbouwing van de hal gaat haar laatste fase in en deze fase is voor ons het minst belastend, want deze laatste fase wordt gedaan. De vloer. Een paar weken geleden tikte ik de saaie witte tegels er uit waardoor de terrazzo vloer die er onder lag deels zichtbaar werd tussen de achtergebleven tegellijm door. Laten zitten die lijm, had de man van het vloeren bedrijf gezegd, dat slijpen we er zo mee af en het zelf wegtikken zorgt enkel voor beschadigingen op de Italiaanse vloer. Rond half negen komt hij aan, ik zorg voor de parkeerkaart en hij begint zijn zware machines uit te laden. Hij zoekt naar een plak waar het afzuigsysteem droog buiten kan staan en ik stel een parasol voor en na zijn goedkeuring sleep ik de zware voet van de parasol naar de voortuin. Ik zorg voor koffie en neem plaats in de kamer terwijl de man de juiste diamanten onder zijn slijpmachine plaatst. Daarna stijgt een geluid uit de gang op alsof je in de ruimte onder de machinekamer van een zeevaarder zit. Een zwaar brommen en knarsen terwijl de machine zich door de lijmresten bijt waardoor het huis trilt en ik bang ben dat de onlangs aangebrachte ornamenten alsnog van het plafond zullen lazeren, ze blijven zitten. Het is het snelste resultaat in de metamorfose tot nu toe. Na een uur is de lijm weg en kom ik kijken. Er ligt nog een dun laagje stof maar de vloer ligt er prachtig bij. Zo, zegt hij grappend, klaar. Ik weet dat het niet zo is, dat hij de rest van de dag nog bezig zal zijn met schuren en met het repareren van de randjes en de twee scheurtjes, dat hij morgen de hele dag zoet zal zijn met polijsten en coaten. Dat er dan een vloer als een glasplaat zal liggen. Dat weet ik. Maar zelfs als ik nu de plinten terug tegen de muur zou schroeven zou ik al veel blijer zijn met deze vloer dan dat ik was met de witte tegels.
Elf…
Het is zondagochtend, iets na negen en ik wandel met de hondjes richting uitlaatplek wanneer ik de twee mannen zie lopen. Verkleed. En zoals elk jaar moet ik eventjes schakelen, duurt het heel even voor ik denk, o ja, elfde van de elfde. En natuurlijk wist ik dat vandaag er aan zat te komen, heb ik er over gedacht of ik het wel of niet zou vieren en zoals de meeste jaren gesloot ik van niet. Wanneer het ongemakkelijk voelt om je huis verkleed te verlaten ben je nog niet toe aan vastelaovend, lijkt mijn stelregel. Als drank nodig is om het feest leuk te maken kun je beter niet gaan, is er nog zo een. Twee keer vierde ik de elfde van de elfde. De eerste keer toen we een legendarische boekpresentatie hielden van Jan van Mersbergens ‘naar de overkant van de nacht’ in de winkel, waar we drie vaten bier wegtapten en verschillende joekskapellen de sfeer opluisterden. Dat was fantastisch en ook het vervolg, voor het stadhuis, waar iedereen de gratis verkregen biertjes tijdens de boekpresentatie leek te vergoeden en ik geen enkele keer met minder dan drie glazen bier in mijn handen stond, was prachtig. Het jaar daarop besloot ik het geheel eens mee te maken bij het stadhuis. Ik fietste met mijn pekske in een tas naar Koops waar ik het pas aandeed en nadat ik naar buiten liep voelde ik me de gehele Begijnengang ongemakkelijk. Pas na wat glazen bier en het vinden van vrienden voor het stadhuis werd het beter, maar goed bereikte het niet dus ik moet me er bij neerleggen: November is voor mij een maand of drie te vroeg voor het vastelaovends gevoel dus open ik gewoon in mijn normale kloffie de winkel en begroet de eerste klanten en ik kijk en geniet de rest van de dag van de vele prachtig uitgedoste mensen die langs komen en die lachen en genieten want voor hun is vastelaovend vanaf vandaag weer begonnen.
Station…
We staan op het perron van het station van Venlo te wachten op de trein naar Eindhoven die tien minuten vertraagd is. Het is lang geleden dat ik de trein nam, zeker naar Eindhoven. Er was een tijd dat ik vrijwel dagelijks hier stond en in Eindhoven uitstapte. We kijken naar de overkant van het station waar een trein naar Duitsland is aangekomen om de bezoekers van de stad weer terug naar huis te brengen. Eerst stond er een meute mensen te wachten tot de trein kwam, daarna komen af en toe mensen aanlopen. Eerst rustig, daarna wat meer gehaast en ten slotte zien we de mensen die het perron betreden hard rennen om hun trein nog tijdig te halen. Een blonde jonge vrouw rent als laatste achter een groepje andere hollers aan maar stopt daarmee als ze driekwart van de afstand heeft afgelegd en het bord met de dienstinformatie leest. Even staat ze stil, dan rent ze net zo hard het hele eind terug. Het kan niet anders of ze moet op ons perron zijn, hemelsbreed misschien twintig meter oversteken maar niet als je een heel perron af moet rennen, terug naar de trappen en via de tunnel onder het spoor door. Ik zeg dat het mooi zou zijn wanneer we met z’n allen gaan applaudisseren als ze de trap op komt gerend. Dat doen we niet. Haar gezicht is rood gekleurd wanneer ze de laatste treden neemt en direct een conducteur die uit de trein stapt aanspreekt maar die onverschillig reageert en doorloopt. Zijn dienst zit er op, kennelijk, voor vragen loop je maar naar een ander. De deuren van de trein gaan dicht en ik denk dat ze haar trein gemist heeft maar ze rent en duwt op de knop en de deur gaat toch nog open. Ze springt de trein in en vraagt aan de eerste de beste die ze ziet op luide toon, Roermond, en diegene knikt dus blijft ze in de trein waar ze in de eerste klasse gaat zitten terwijl de deuren weer sluiten en de trein rijdt weg.