Poep…

De man staat naast zijn auto en rookt een sigaret. Waarschijnlijk zijn momentje van de dag omdat hij niet in huis en niet in de auto wil roken. Ik kom met Lotje aanlopen en hij wijst naar de stoep, een paar meter voor hem en hij zegt, pas op, poep. Lopend met een hondje vind ik het moeilijk om zijn vriendelijke waarschuwing slechts met een dankje af te doen. Ik stop en we hebben het over poepende hondjes en met name over de baasjes die het niet opruimen. Ik zeg dat ik het extra vervelend vind dat de poep op de stoep ligt omdat ik meerdere malen per dag over diezelfde stoep loop met mogelijke veroorzakers van de overlast. De man wijst naar de poep op de grond en naar mijn hondje en zegt dat hij ook wel snapt dat dát, en hij wijst, niet uit dát, hij wijst opnieuw, komt. Hij zegt er over te denken een camera op te stellen, hij heeft er nog eentje liggen, zegt hij en hij vervolgt dat hij weet dat dat eigenlijk niet mag maar dat hij graag wil weten wie met regelmaat de stoepen bevuilt. Ik zeg dat ik mijn ogen ook open zal houden maar om te voorkomen dat mijn hondje zich ook schuldig gaat maken loop ik door naar uitlaatplek.

School…

Voor de derde avond deze week zitten we in de schoolbanken. Maandagavond ging ik met mijn oudste zoon naar Fontys Hogescholen waar informatieavonden waren en universiteiten van Nederland zich presenteerden. Er waren drie sessies gepland, de middelste viel uit en de laatste konden we op de middelste plaatsen dus waren we twee sessies later net iets eerder klaar. Op dinsdag was de tweede sessie bij Fontys en dit keer nam Annemiek de honneurs waar omdat ik naar mijn cursus Duits moest. Vanavond zitten we met mijn jongste zoon op oudergesprek. Tien minuten gesprek en het is het enige contact dat we nog hebben met school en dat blijft wennen, zelfs nu hij er al twee jaar rond loopt denk ik nog vaak terug aan de lagere school en al die momenten waarop je contact had met leraren en andere ouders. Je wist van wie je zoon les kreeg en kende de kinderen en de ouders daarvan. Vanaf de middelbare school weet je niets meer. De mentor zegt dat het goed gaat. En dat is eigenlijk het begin en direct ook het einde van het tien minuten gesprek want we praten de tijd wel vol maar dat gaat meer over de manier waarop ze het vak Frans mogelijk heeft weten te maken voor de drie leerlingen, waaronder onze zoon, en een aantal jongens in de klas die wat meer aandacht vergen en doelenboekjes hebben die ze na moeten streven maar dat gaat eigenlijk allemaal buiten de prestaties van onze zoon om want daar is ze tevreden over. Op Duits na, dat is niet zijn sterke punt. Ik denk  dat hij dat niet van een vreemde heeft. Duits was ook nooit mijn sterke kant en ik liet het vallen zodra ik kon. Nu ben ik een cursus Duits aan het volgen omdat het erg onhandig is dat ik het niet spreek in een winkel waar toeristen de vloer frequenteren en Duits met enige regelmaat de voertaal blijkt.

Woensdag…

Een half uur voor de winkel open gaat loop ik met fiets het magazijn binnen. Meestal ben ik wat eerder, op woensdag echter pas rond negen uur omdat Annemiek op woensdag meestal niet werkt en ik dan even wat langer thuis blijf, de ochtendrituelen wat meer tijd krijgen. Het magazijn staat nog vol met boeken die gisteren zijn ontvangen maar nog niet de tijd hebben gekregen om in de winkel te belanden. Voordat ik daar toe overga wil ik eerst de pakbon invoeren anders kunnen klanten boeken af willen rekenen die de kassa nog niet kent dus ik zet computers aan, net als de koffie en ik maak de deur open voor de chauffeur die altijd tijd heeft voor een praatje en dat praatje duurt soms tien minuten tot een kwartiertje en dat is de helft van de tijd die ik had voor de winkeldeuren open gaan waardoor ik uiteindelijk niet verder kom dan het invoeren van de pakbon maar nog geen boek in de winkel heb geplaatst. Mijn collega’s komen binnen en ik spreek de wens uit om de gehele uitpaktafels aan het eind van de dag leeg te hebben. Dat is een mooi streven. Opruimen. Netheid. Dan komt de dag en die steekt daar een stokje tussen. Druk in de winkel, druk met telefoontjes en alle online activiteiten, vertegenwoordigers die langs komen en die ik alvast waarschuw, twee weken later en ik laat ze niet eens binnen. De dag trekt voorbij en de tafels in het magazijn worden niet veel leger. Na vieren moet ik erkennen dat het er niet meer in zit. Het blijft druk, ook administratief moet ik nog een aantal zaken afronden en tien voor zes verlaat ik de winkel met mijn fiets, langs een nog altijd niet lege uitpaktafel. Snel naar huis, snel eten en daarna door naar de puppycursus waar ik om zeven uur met Lotje geacht wordt te zijn.

Duurder…

Soms verbaas ik me over de werking van het geheugen, van mijn geheugen. Met vakgenoten hebben we het over vroeger en over de prijs waarmee een boek in guldentijd geïntroduceerd werd. In mijn hoofd heb ik altijd negenentwintig gulden vijfennegentig gegrift staan, en voor een gebonden boek precies een tientje meer. Ik vergis me, zo wordt me verzekerd en om te bewijzen dat ik me vergis sturen ze later advertenties door van het guldentijdperk. Het blijkt te kloppen. Boeken met slappe kaft werden geïntroduceerd met een prijs van negenendertig vijfennegentig en de gebonden versie een stuivertje onder de vijftig. Jarenlang dacht ik een tientje goedkoper en die jarenlange gedachte was in mijn hoofd een zekerheid geworden. Het is onderwerp van de discussie. Bij de introductie van de euro zijn de prijzen van de boeken min of meer gedeeld. Van net geen vier tientjes naar net geen twee. Toen de euro achttien jaar geleden haar intrede deed hebben we als vak de magische boekengrens net onder de twintig euro gesteld en nu blijkt hoe star en vasthoudend het vak is want ondanks achttien jaar aan indexatie waarbij aan alle kanten de kosten jaarlijks met gemiddeld anderhalf procent zijn gestegen zit de prijs van de boeken, bepaald door de uitgever, in veel gevallen nog altijd krampachtig onder die twintig euro grens. Achttien jaar maal anderhalf procent indexering en eenzelfde boekenprijs en toch verbazen we waarom in elke laag van ons mooie vak partijen het moeilijk hebben. Ga met je gezin van vier op een terrasje zitten en bestel koffie met vlaai en je tikt gemakkelijk vijfentwintig euro af, zonder blikken, zonder blozen. Maar een boek van één en twintig euro is duur. Omdat het de grens heeft gepasseerd. Als ik even de indexering van anderhalf procent over achttien jaar doortrek op de prijs van boeken dan zou een boek nu bij verschijnen zesentwintig euro moeten kosten om de prijs van het boek in lijn te houden met de gestegen kosten. Zover zijn we nog niet, zo snel zullen we de stap niet kunnen maken maar hoewel ik pleit voor de beschikbaarheid voor het boek voor iedereen, zal de prijs van ons cultuurproduct meer in lijn moeten zijn met de indexatie van de kosten. Gaan we die slag niet maken dan verdwijnen met de jaren, vrees ik, steeds meer auteurs, uitgevers, boekhandelaren en drukkerijen uit de branche. Zoals alle prijzen in de loop van de jaren gestegen zijn zal de boekenprijs hierin niet achter kunnen blijven. Dat klinkt vreemd, pleiten voor hogere prijzen, maar als boekenliefhebber hoop ik hier heel erg op.

Patricia…

Ik lees een boek uit, Patricia van Peter Terrin dit keer. En dat is een vreemd boek. Het verhaal begint bij Astrid, een succesvolle eventmanager, en ze is thuis waar ze haar zoontje van vijf in bad doet terwijl ze in de tussentijd haar bedrijf aan het runnen is, problemen aan het oplossen en verschillende gesprekken aan het voeren waar plots een einde aan komt wanneer haar mobiel in het badwater van haar zoontje valt. Weg zijn de gesprekken, weg haar vermogen om de problemen die haar voorgehouden werden op te lossen, weg het contact met buiten. Astrid doet het meest onvoorstelbare. Ze gaat zelf weg, terwijl haar zoontje nog in bad zit. Die redt zich wel houdt ze zichzelf voor terwijl ze met de auto over de snelweg schiet. Tot ze in paniek raakt en snel de weg terug naar huis kiest maar voor hun huis staat de auto van David, haar man en nu durft ze niet meer naar huis. Bang voor zijn woede en haar onvermogen om het uit te leggen. Tot hier is het verhaal nog wel logisch. Begrijpelijk. Ook dat ze een vriendin opzoekt, dat ze tijdens haar vlucht mensen leert kennen en dat ze telkens weer terugkeert naar het huis om van een afstand een band met het huis en haar zoontje te houden. Allemaal voorstelbaar. Echter dan slaat ze de krant open. Vanaf hier ga ik niet meer over de inhoud van het boek schrijven. Hierna ga ik dingen verklappen die je zelf in het boek moet ervaren, waar je pagina’s terug gaat lezen in een poging te begrijpen wat er gebeurt. Terrin heeft hier iets prachtigs van gemaakt. Een boek die nog een tijd door je hoofd blijft spelen omdat ik ook na het uitlezen van het boek niet zeker ben dat ik het heb begrepen. En misschien is dat wel precies de bedoeling geweest van de auteur. Een absolute aanrader voor de wat meer literaire lezer.

E-reader…

Het echtpaar komt de winkel binnen, loopt op me af en zegt dat ze volgens hen mij moeten hebben. Op dat moment weet ik waar ze voor komen want mijn collega heeft me vooraf ingelicht. Ze willen een nieuwe e-reader en hebben daar wat vragen over die mijn collega niet wist te beantwoorden. Ik geef als eerst antwoord op de nog niet gestelde vraag die mijn collega me reeds doorspeelde dat die zou komen, kunnen de boeken die ze op hun oude reader hebben staan overgezet worden op de nieuwe. Dat kan, zeg ik, en ik leg uit hoe. Het blijkt een voordeel dat ze al een e-reader hebben die helaas na meer dan twee jaar niet reparabele kuren begon te vertonen met het opladen. We stuurden de oude reader op, kregen het ding terug maar na een paar dagen trad het oude probleem weer op, de batterij bleef leeglopen. Dan maar een nieuwe en de oude, die het op zich nog wel doet maar die erg vaak aan de stroom moet, gaat naar de man. Die gaat er andere boeken opzetten, zegt hij, vieze boekjes, vervolgt hij met een lach waarop de vrouw antwoord dat hij dan niet haar account moet gebruiken. Bij haar bijna honderdvijftig boeken zitten geen ondeugende exemplaren. De man en de vrouw zijn een jaar of zeventig, schat ik zo, en ik vind het fantastisch hoe ze met elkaar en met mij omgaan, een gesprek met een knipoog. De vrouw geeft toe eerst een kobo aan te hebben geschaft bij de mediamarkt maar daar kreeg ze haar eerder aangekochte boeken niet op. Ook vond ze de vraag van de medewerker of ze de inloggegevens van haar bol.com account mocht vreemd. Ze wil niet daar kopen, ze wil vrij zijn in waar ze wil kopen of het nu bij bol of bij Koops is. Ik zeg dat ik dat ook zo fijn vind aan de keuze van Libris om te stoppen met kobo en door te gaan met tolino. Op de laatste kun je alles lezen. Zelfs eigen teksten die je als pdf of txt opslaat. Vrijheid blijheid, alhoewel, en dat voeg ik ergens tussen de regels door toch maar even toe, zijn we natuurlijk wel erg blij wanneer de boeken bij ons gekocht worden.

Rennen…

De afgelopen twee maanden waren we aan het klussen, een nieuw project, de hal, en die hal leverde meer werk op dan vooraf bedacht waardoor in de afgelopen twee maanden elke vrije dag besteed werd aan breken en bouwen, strippen en schilderen. Sporten schoot er vaak bij in. Een enkele keer ging ik met de jongens mee naar de sportschool terwijl mijn lijf, dat toch al krom gebogen ging van de spierpijn van een belasting die het niet gewend is, protesteerde. Soms heel luid. Maar vandaag worden we wakker, in de woonkamer want de trap is gisteren in z’n geheel gelakt en we kozen ervoor om niet in de nacht via de lange ladder en het platdak naar boven en beneden te klauteren in geval van een toiletaire noodzaak, en vandaag hoeven we niets. Uiteraard moeten we boodschappen doen en wachten een paar huishoudelijke klusjes, maar that’s it. Geen beitels, geen kwasten, geen schuurmachines. Dus besluit ik, nadat we de boodschappen hebben gedaan, om maar weer eens mijn renschoenen op te zoeken in de wetenschap dat rennen nog wel eens tegen kon vallen. Ik kleed me om, stel mijn telefoon in en kies mijn running playlist op spotify en open vervolgens mijn nike app. Start, blinkt er onderin, en ik druk er op terwijl ik de deur uit loop. Drie, twee, een, telt de app af en ik begin te rennen. De straat uit en naar rechts de Kaldenkerkerweg op, rotonde om en over de Koninginnensingel langs de winkels, de pizzeria’s en restaurants richting Maas. Ik luister naar de eerste melding van mijn snelheid op mijn koptelefoon. Vijf minuten en zesentwintig seconden. Dat is zesentwintig seconden trager dan ik zou willen rennen maar na maanden niet trainen ben ik er content mee. Ik ren langs de Maas en krijg de tweede melding, nu is het vijf minuten en zevenentwintig seconden en er komt bij de volgende kilometer nog een seconde bij maar die begrijp ik wel omdat bij kilometer drie ik de nieuwe brug omhoog moet rennen. Bij kilometer vier haal ik wat in, en ook vijf en zes zijn goed wat heel wat meer is dan wat ik had verwacht want de laatste twee keer rennen kwam ik niet verder dan vijf kilometer voor ik besloot op te geven en te wandelen. Ik ren door, de brug over en ik twijfel nog even of ik de trapjes aan het einde van de brug naar beneden moet rennen, pijnlijk voor mijn vermoeide beenspieren, of dat ik de weg moet vervolgen met het risico van moeten stoppen bij het stoplicht. Ik neem het risico, ik heb geen zin in trapjes maar ik blijk de verkeerde keuze te hebben gemaakt. Het stoplicht is rood en het duurt even voor ik verder kan, met stramme benen nu. Ik ren verder tot over het zeven kilometer punt. Een telgrens, eenderde halve marathon, zoals vijf een kwart is en tien, slechts drie kilometer verwijderd van de zeven die ik vanmiddag rende, de helft.

Splinter…

Ik lees in de krant dat de Splinter stopt te bestaan. Vorige week las ik al op facebook dat de huidige uitbater stopt maar wat ik niet begreep was dat mijn stamkroeg haar naam verliest aan Club77. Ik kom er al heel lang niet meer. Toen ik veertien was liep ik er voor het eerst binnen, dronk ik er mijn eerste biertje met een paar vrienden en leerde ik in de jaren daarna steeds meer vrienden kennen. Bij sommigen kwam ik thuis en voor anderen was de Splinter onze huiskamer. Puck en Maril waren mijn reserve vader en moeder, als het even niet lekker liep privé dan hadden zij altijd een luisterend oor en een goed advies. Ik heb de meest fantastische bandjes gezien en de meest dramatische, de herfstfeesten waren legendarische en gevaarlijk, het schommelen door de kroeg met een glas bok zal ik niet vergeten. Ik heb genageld, gekaart en gedronken, muziek geluisterd en gepraat. En ik heb vrienden voor het leven gemaakt. Toen ik veertien was en de Splinter inliep stonden er een aantal oude knarren aan de tap, in de hoek bij de vaste telefoon. Jaren later betrapte ik mezelf op het feit dat ik een van de oude knarren aan de bar in de hoek bij de telefoon aan het worden was. De jeugd haalt je snel in en dan wordt het tijd om je plaats te kennen. Nu de Splinter haar naam verliest kijk ik terug op een fantastische tijd waar ik pagina’s vol aan anekdotes en herinneringen kan vullen. Dat doe ik niet. Die deel ik met de vrienden die er bij waren toen ze gemaakt werden, toen we dertig jaar jonger waren maar die we nog altijd zien en de herinneringen houden ons jong. De naam van een kroeg kan van een gevel worden gehaald maar niet uit heel veel harten. Dag Splinter, je was een fijne Splinter.

Qbit…

Annemiek komt thuis na een dag op een beurs en ze vertelt over haar dag, over informatiebeveiliging, over quantum computers en over qbits. Ik luister naar wat ze vertelt en mijn simpele hersenen proberen het een plaats te geven, het te duiden maar dat lukt niet, het gaat mijn pet te boven. In de ochtend zoek ik op internet naar uitleg. Zodra ik naar qbits zoek kom ik op wikipedia pagina’s uit waar al een opmerking op staat dat het geschrevene onderwerp is van discussie. Misschien wel niet waar dus. Ik sluit de wikipedia pagina en zoek verder en kom uit op een film van een professor van Oxford die in anderhalf uur gaat uitleggen wat quantum computers zijn en wat een qbit is. Na een half uur leg ik mijn hoofdtelefoon af. Ik heb niet de tijd om het hele verhaal af te luisteren, ik moet naar de winkel. Wel weet ik inmiddels iets meer. Toen ik leerde programmeren leerde ik dat met nullen en enen. Een bit was een nul of een één en een byte vormde een string van acht bits. Ik heb nog daadwerkelijk door het intikken van een gigantisch lange volgorde van nullen en enen een floppydisk geformateerd. Ons programmeerwerk ging lineair, zoals je een boek leest zeg maar. Je begint bovenaan en bij de uitvoer van het programma wordt regel voor regel gelezen en verwerkt. Alle nullen en enen, een voor een. Nu de qbit. Een qbit heeft als eigenschap dat het een één en een nul tegelijkertijd is en dat de werkelijke status, namelijk is het een één of een nul, zich pas openbaart op het moment dat we er naar kijken. Dat is een bizar gegeven. Maar ook een gegeven dat computers exponentieel sneller kan maken, kennelijk. Iets waar supercomputers nu jaren over rekenen kan met een quantum computer in seconden gebeuren. Dat is een eenvoudig gegeven. Een mooi gegeven en misschien ook wel een gevaarlijk gegeven. Extreem veel sneller. Ondertussen blijf ik een beetje hangen bij de qbit. Wetenschappers noemen het feit dat de qbit zowel een één als een nul kan zijn een superstatus. Bij mij heerst vooral het onbegrip, zoals ik oneindigheid ook niet begrijp. De komende dagen ga ik de uitleg van de Oxford professor afkijken, wellicht volgen er nog wat andere professoren en heel misschien ga ik het nog wel een heel klein beetje begrijpen.

Training…

Ik gooi twee bakjes brokjes in mijn broekzak, de hele avondmaaltijd van Lotje die naast me staat te stuiteren omdat ze de brokjes eigenlijk liever in haar eetbakje wil dan in mijn broekzak. Ze moet wachten. Ik heb geleerd dat ze bij de training zo vaak beloond zal gaan worden dat er een hele avondmaaltijd doorheen gaat. Trainen op basis van belonen. Zodra ik de riem pak heeft ze het door, nu weet ze wat er gaat gebeuren en aangelijnd loopt ze naar de auto waarin ze zich ook weer aan laat lijnen zodat ze niet van de achterbank kan schieten. Bij de manege, de locatie van de puppycursus, wordt ze wild van enthousiasme. Ze blaft en rent over de achterbank heen en weer tot ik haar losmaak en meeneem naar binnen. Er zijn al andere hondjes en dat vindt ze eng. Ze trekt een beetje richting het allerkleinste hondje, die is het meest veilig maar zodra het beestje een stap richting Lotje zet schiet ze toch weer achter mijn benen, om daarna heel voorzichtig toch weer richting het hondje te trekken. Het is de voornaamste reden om de cursus te lopen, haar angst voor andere hondjes en mensen verminderen. Daar beginnen we de vruchten van te plukken, tijdens de cursus zijn er veel oefeningen waarbij de andere honden om ons heen moeten lopen of wij om de andere honden. Gedurende die oefeningen moet Lotje het vertrouwen blijven behouden en de aandacht op mij. Die oefening lukt steeds beter, haar aandacht goed op mij. Het is daarom dat Lotje, naast het kleine hondje, de enige is die los mag tijdens de volgoefening waarbij we om de andere honden moeten lopen.