Eritrea…

De vrouw aan de balie vraagt me goedlachs in gebrekkig Nederlands wat verkopen in onze winkel precies betekent. Pas later kom ik er achter dat ze al zesentwintig is, in mijn eerste indruk schat ik haar zestien of zeventien. Schuin achter haar staat een andere vrouw die de vraag even verduidelijkt. Ze komt uit Eritrea, de vraagstelster, en zijzelf, de vrouw die nu spreekt is haar taalcoach. Ik vraag hoe lang ze al in Nederland is en ze zegt dat ze al drie jaar hier is. Ik denk dat in die drie jaar veel tijd verloren is gegaan met allerlei procedures en dat de taal pas recenter op het programma is komen te staan. Ik leg uit wat we in de winkel doen, dat we altijd proberen om de juiste titels op het juiste moment in de winkel te hebben, dat we klanten adviseren en aan het eind van elke dag opnieuw beslissen wat we opnieuw inkopen en wat niet. En de volgende dag begint datzelfde spel opnieuw, zeg ik. Ze knikt, haar taalcoach vraagt of ze mijn verhaal begrepen heeft en ze knikt opnieuw. Ze komt uit Eritrea. Hoe onnozel is mijn verhaal in het licht van wat zij waarschijnlijk heeft meegemaakt voor ze hier in mijn winkel deze vraag kon stellen. Ze vraagt wat er nodig is om goed te zijn in dit vak. Ik zeg dat veel lezen absoluut helpt. Wat we lezen kunnen we aanbevelen, zeg ik haar en haar taalcoach zegt dat dat dan nog misschien wat hooggrepen is. Ze bedankt me voor het gesprek en zegt dat ze nog even naar achter lopen, daar hebben ze ook andere spullen en wanneer ik een tijdje later naar achter loop zie ik dat ze bij een collega staan te praten. Terug voor in de winkel zie ik ze richting de uitgang lopen. De begeleidster spreekt me nog even aan. Ze heeft gehoord dat we ook met stagiaires werken, ze kijkt naar de stagiaire naast me en zegt, het is jouw laatste dag toch, hetgeen mijn stagiaire beaamt. De begeleidster kijkt weer naar mij en vraagt of we stagiaires aannemen via school of dat het ook op een andere manier mogelijk is. Ik begrijp haar vraag en worstel even met mijn antwoord. Natuurlijk wil ik haar pupil een kans bieden, maar ik zie het gewoon niet. Iemand die net Nederlands begint te leren en nog niet in staat is om een boek te lezen. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wat ik haar de hele dag zou moeten laten doen. Ik zeg dat we normaal gesproken werken met scholen en met stagebegeleiders en dat we een duidelijk plan hebben over wat de stagiaire moet bereiken gedurende de periode dat ze bij ons zijn. De begeleidster bedankt me voor mijn tijd en haar pupil geeft me nog een keer haar mooie glimlach. Ik zou haar zo graag helpen om haar eerste stappen in het veilige Nederland te zetten. Maar voor een stageplek in onze winkel is het nog eventjes te vroeg.

Kastje…

Door omstandigheden sta ik een tweede dag op rij om zeven uur in de sportschool. Ik ren dertig minuutjes op de loopband die ik op een vaart van twaalf kilometer per uur zet en daarna nog een kwartiertje op de fiets. Even uittrappen. Ik heb mijn oortjes in en dat is ook de reden dat ik mijn telefoon bij me heb en ik, na afloop wanneer ik na het omkleden de trappen naar beneden loop, de telefoon aan kan nemen wanneer die gaat. Het is mijn collega en ze zegt dat ze een wat ongewone vraag heeft. Er is een kastje op de eerste verdieping en dat moet naar beneden omdat het verkocht is en later op de dag opgehaald wordt. Ik zeg dat ik die kant op kom en ik ben blij dat ik slechts aan mijn conditie heb gewerkt op de sportschool en geen verzuring in armen of benen voel. In het huis van mijn collega blijkt het kastje niet door het trappengat te passen dus stelt haar man voor om het kastje over het balkon te tillen. Eentje moet de pootjes tussen de spijlen van het balkon door vasthouden, daarna zal de ander naar beneden gaan om het kastje daar op te vangen. Dat klink niet moeilijk. Het kastje is ook niet heel zwaar maar toch is het wat onhandelbaar en nadat we het ding door de deur en over de balustrade hebben weten te krijgen zonder dat het kastje opeens de diepte in verdwijnt pak ik de eerste poot over door de spijlen en dan zit er niets anders op dan de tweede poot ook maar vast te pakken en langzaam te zakken. Hij laat los en het gewicht is niet enorm maar in deze positie, hurkend op het balkon met mijn armen wijd uit elkaar slechts twee kleine pootjes vasthoudend, waaronder de kast bungelt, hoeft wat mij betreft niet heel lang te duren. Dat doet het gelukkig ook niet. Ik hoor van beneden dat ik los kan laten, maar ik voel nog geen tegenwicht dus ik vraag voor de zekerheid of dat echt kan. Daarna laat ik los en loop snel naar beneden waar we het kastje in de gang zetten. Klaar om opgehaald te worden.

Geklets…

Ik fiets met mijn jongste zoon in het donker door de miezerende regen. We passeren het pad waar we altijd met de hondjes wandelen en ook nu wandelen er al een paar baasjes met hun viervoeters. Geen van de hondjes lijkt er erg veel zin in te hebben zoals ook onze hondjes, die ik drie kwartier geleden uitliet hun tegenzin duidelijk lieten blijken toen ze zagen dat het buiten nat was. We plaatsen onze fietsen bij de sportschool, scannen met het pasje de draaideur open en lopen de trap op naar de kleedruimten. Omkleden. Flesje water vullen wat lang duurt omdat uit de kraan eerst een tijdlang warm water stroomt voordat het koud wordt en dan naar beneden. Ik begin zoals altijd op de loopband. Er staan een stuk of zes wat oudere sporters al op de banden en die zijn aan het wandelen en ondertussen luid aan het converseren. Als ik in de sportschool iemand langdurig hoor praten met een andere sporter dan bekruipt me altijd de gedachte dat je dan niet hard genoeg aan het sporten bent, als je nog zoveel adem over hebt. Dat vind ik flauw van mezelf, maar na een tijdje begint het geluid links van me toch te storen en ik besluit mijn looptraining af te breken en ergens anders verder te gaan. Ik neem me ook voor om de volgende keer mijn oortjes mee te nemen zodat ik in alle rust tijdens het sporten naar muziek kan luisteren in plaats van naar kletsende wandelaars.

Druk…

Het is lekker druk. Aan het eind van de dag blijkt dat we met z’n drietjes in totaal meer dan tweehonderd klanten aan de balie hebben gehad in de vijf uurtjes die we op zondag open zijn. Klanten die meestal meer dan één  boek overhandigen en die vrijwel allemaal ingepakt moeten worden. Er zijn daardoor maar weinig momenten om even iets anders te doen, of even een kleine interactie met klanten te hebben. Soms lukt het toch. Een vrouw vraagt me of we in het nieuwe jaar, na de btw wijziging van zes naar negen procent, de boeken allemaal moeten omprijzen. Ik zeg dat dat inderdaad nodig zal zijn. Ik nuanceer mijn antwoord onmiddellijk, de prijzen van boeken worden door de uitgevers bepaald en er zijn uitgevers die de reeds uitgebrachte titels de oude prijs laten behouden en pas vanaf nieuwe titels rekening houden met de nieuwe btw. Ze vraagt hoe we dat dan gaan doen, en ik begrijp dat ze er iets meer van weet dan de gemiddelde klant en ze zegt dat ze ook kinderboeken verkoopt. Ik zeg dat we bordjes gaan neerzetten dat de prijs op de boeken kan afwijken van de prijs aan de kassa en dat we zo snel mogelijk gaan zorgen dat de boeken de juiste prijs hebben. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Om en nabij de vijfentwintigduizend titels controleren op de juiste prijs doe je niet op een maandagochtend. Ik vraag aan de vrouw wat voor winkel ze heeft waar ze kinderboeken verkoopt en ze zegt dat ze net een kinderboekenwinkel in Tegelen heeft geopend en ik zeg dat ik daar inderdaad iets over gelezen heb op facebook. Ze vertelt over de problemen waar ze als startende boekverkoper tegenaan loopt en ik zeg dat ze me gerust een keer kan bellen als ze vragen heeft en dat ik wel een keer langs wil komen om haar wat zaken duidelijk te maken over het boekenvak. Niet in deze maand, voeg ik er aan toe, nu is de focus op de eigen winkel. In het nieuw jaar wil ik graag een nieuwe collega helpen.

Puzzel…

De kerstpuzzel van de AIVD is er weer. Vijftien pagina’s met schier onmogelijke hersenkrakers. Bij de meeste puzzels is het volstrekt niet duidelijk wat er moet gebeuren en bij andere puzzels wordt daar uitleg aan gegeven maar zodra er uitgelegd wordt wat er gedaan moet worden weet ik zeker dat de puzzel al helemaal onmogelijk is. Voor mij. Ik geef een voorbeeld uit de puzzel van dit jaar. Gegeven is KERST = REKENEN + MET * TIEN – LETTERS. De eerste vraag na dit gegeven luidt: welk getal hoort bij MINSTREEL. Het is bijna lachwekkend. Het is zoeken naar een mogelijke oplossing. Letters omrekenen in cijfers en zoeken naar logica. Het mooie aan de puzzels is dat je niet weet welke kant je de oplossing moet zoeken. Zevenentwintig opgaven, veel gesplitst in a, b en c. Als ik in de vijf weken die je hebt om de puzzel op te lossen en in te leveren er drie opgelost heb ben ik tevreden. De kans dat dat niet lukt is ook zeer aanwezig. Voor iedereen die de puzzels niet kent en denkt dat ze toch niet zo enorm moeilijk kunnen zijn, zoek even op kerstpuzzel en aivd op internet en begin.

Garage…

Ik parkeer mijn auto en loop bij de receptie naar binnen waar een man aan het telefoneren is achter de balie, en zonder me aan te kijken zegt, de poort is open, en hij wijst achter me waar de poort nu inderdaad omhoog aan het gaan is.  Ik loop terug naar de auto en rijd naar binnen waar een hoop mannen staan met een kop koffie in de hand en eentje ervan houdt zijn wijsvinger in de lucht richting mij. Ik neem aan dat hij bedoelt dat ik de auto bij werkplaats één moet plaatsen wat ik dan ook maar doe. Ik stap uit en loop een kamer in waar ik stoelen zie staan en koffie en twee mannen in overalls staan binnen en zeggen dat dit hun kantine is en ze wijzen naar de wachtruimte een eindje verderop waar ik naartoe loop, koffie pak en de televisie uitzet, en met koffie en het meegebrachte boek zak ik in een van de twee kuipstoeltjes. Ik lees terwijl op de achtergrond de geluiden van een werkplaats klinken. Zoemende apparaten en vaak metaal op metaal en daartussen door naar elkaar roepende mannen die vervolgens weer heel vaak, hè, en wat terugroepen. Ik was de eerste van de dag, het was nog net niet licht toen ik aan kwam rijden en de groene lasers die van en naar de hoge toren schijnen waren nog heel goed zichtbaar. Als de auto klaar is en ik weer wegrijd is het licht en zijn de lasers weg.

Werk…

Mijn afspraak komt de winkel binnen wandelen om half elf. Gisteravond om kwart voor twaalf stuurde hij een mailtje om te vragen of hij op donderdag op dat tijdstip langs kon komen en ik twijfelde. Bedoelt hij morgen of volgende week donderdag. Ik reageerde op de mail en zei dat hij morgen welkom is. Precies daar hebben we het over in de smalltalk die meestal vooraf gaat aan het echte gesprek. Twee ondernemers om de tafel in drukke tijden. Werken stopt niet met het sluiten van winkel- of bedrijfsdeuren, het gaat door tot middernacht, of erna. We herkennen het in elkaar, bekijken elkaars wallen onder de ogen en het resulteert in een gevoel van respect en begrip. Als ondernemer ben je altijd vrij of nooit vrij, het is net waar je de klemtoon zet. Je moet niets maar doet alles. Zoiets. Het is moeilijk uit te leggen. Je steekt er heel veel uren in maar het voelt nooit als werk. Ik zeg ook nooit dat ik naar mijn werk ga, ik ga naar de winkel of naar de zaak maar niet naar mijn werk want naar het werk hoef ik niet te gaan, dat is er. Ook in de avond en daarom lees ik zijn mail die hij stuurt vanuit zijn werk of zijn zaak en maken we een afspraak en zit hij in de ochtend bij mij aan de tafel. Hij wil geen koffie. Ik wel.

Sfeer…

Het is vijf voor zes en ik sta op de ladder met de laatste kersttakken, die ik met een ijzerdraad aan elkaar heb verbonden en met hamer en een spijker. Ik tik de spijker in de muur en draai het eindje van het ijzerdraad eromheen waardoor het blijft hangen. Steek de stekker in het stopcontact en kijk tevreden naar de brandende lampjes. Vorige week begonnen we met het verwijderen van alle Sint uitingen uit de winkel. De mijters en pietjes werden vervangen door bomen en lichtjes. Deze week ging ik met de stagiaires verder aan het optuigen van de winkel. Veel deden ze zelf, bij timmerwerk hoog bij het plafond hielp ik. Op de tafel liggen nog twee goudkleurige, rieten kerstklokken. Die ga ik nog links en rechts van de zojuist opgehangen kersttakken hangen, dan is het klaar. Ik heb nu al ideeën over hoe we volgend jaar de winkel gaan versieren. Daar is nu geen tijd meer voor en we hebben de materialen niet. Direct na de kerst die er nu aan zit te komen gaan we beginnen met de voorbereidingen voor volgend jaar. Kerst is sfeer. Naar mijn mening moet die sfeer niet beperkt blijven tot de muziek en verlichting in de straten maar juist ook als je als bezoeker van de stad de straat verlaat en een winkel bezoekt. Winkelen moet een verlengstuk zijn van de beleving in de stad. Hoe meer winkels dat idee omarmen, hoe meer uitstraling een stad krijgt. Per winkel is het een kleine moeite en geringe investering, maar in totaliteit levert het zo veel op.

Vlees…

Ik ben opgegroeid in Belfeld, in een groot huis met daarachter een enorme tuin waar helemaal achterin, rechtsachter de kas, een ren stond met hoge hekken om de katten buiten te houden, met daarin rustig scharrelende kippen. Naast de ren een schuur en daar hadden we hokken met konijnen. Bij een vriendje waar ik vaak kwam hingen de gestroopte konijnen met enig regelmaat aan de waslijn uit te druppen, bij ons hupten ze in hun hokje of in de ren die ik nu en dan voor de diertjes optrok. Het gaas diep in de grond stekend om de gravers te beletten ervandoor te gaan. We hebben een keer een kip geslacht. Het diertje werd al een tijd lang door haar soortgenoten gepikt waardoor er uiteindelijk een kale kip overbleef, ineengedoken in een hoekje. We plaatsten de kip apart van de anderen, in een kleiner hok en na een tijdje ging het wel wat beter met het beestje maar eenmaal terug bij de rest begon het pikken opnieuw. Dieren zijn soms net zo gemeen als mensen. Die kip verdween in de soep en ondanks het feit dat je weinig terugziet van kip in kippensoep kon ik er toch geen hap van door mijn keel krijgen. Ik zag het arme en beschadigde diertje nog altijd in het kleine hokje en mijn verdriet dat we haar niet konden redden voorkwam dat ik de soep kon eten en ook bij de rest van mijn familie smaakte de soep wrang. Zodra een dier een gezicht krijgt wekt het meelij op, onbekend maakt onbemind en graag gegeten. In de Oostvaardersplassen is volgens mij hetzelfde gaande. Ik heb de film gezien, de nieuwe wildernis, en die film is prachtig. Dieren spelen de hoofdrol en als kijker ga je volledig met de paarden en herten meeleven. Het moment dat een paardje de winter niet overleeft is hartverscheurend en het enige wat je je voor kunt houden is, zo is de natuur, daar sterven de zwakken. Afschot is een lelijk woord en daarmee waarschijnlijk het enige juiste woord om te gebruiken bij wat er nu gebeurt in het natuurgebied. Achttienhonderd herten gaan een beslissing van een rechtbank niet overleven en daar zijn heel veel mensen boos over. Ik ben er niet boos over. Of laat ik het even nuanceren, ik ben niet specifiek hier boos over. In Nederland worden, als je het totaal aantal per jaar over de dagen uitspreid, één komma zeven miljoen dieren per dag gedood. Dat zijn er meer dan zeventigduizend per uur, twaalfhonderd per minuut. Waar heel veel actiegroepen zich nu druk over maken in de Oostvaardersplassen gebeurt jaar na jaar, elke anderhalve minuut in Nederland. De kippen en varkens die in terechte doodsangst vrachtwagens in gejaagd worden zijn anoniem, die zien we pas in een plastic bakje met folie in de supermarkt of in de vitrine van de slager, ontdaan van gezicht en emotie. De dieren in de Oostvaardersplassen hebben het geluk dat ze filmhelden zijn, en een filmheld dood je niet, eet je niet zoals ik de kip in de soep in mijn jeugd ook niet at. Ik zou graag stoppen met het eten van vlees maar ook mijn vlees is zwak en ik zwicht voor het lapje vlees dat nu en dan op mijn bord verschijnt. Vier tot vijf dagen in de week eten we thuis zonder vlees en daarmee heb ik in elk geval het gevoel bij te dragen aan het welzijn van dieren en het milieu. Niet door kwaad te worden op wat er nu gebeurt in de Oostvaardersplassen.

Lui…

Het is in de avond, net voor het slapengaan, dat ik besluit om in de ochtend te gaan sporten. Dat doe ik vaker, lekker een uurtje sportschool tussen zeven en acht en je begint heerlijk opgeladen aan de dag. Net zo snel als het idee ontstaat torpedeer ik het ook weer vanwege iets wat ik tussen zeven en acht in de ochtend nog moet doen. Met die wetenschap doe ik de lichten uit en sluit ik mijn ogen. Wanneer ik de andere ochtend wakker word weet ik nog dat ik niet kan sporten omdat ik iets moet doen tussen zeven en acht, ik kan me alleen totaal niet herinneren wat het is dat zo belangrijk is. Ik doe mijn normale dingen, laat de hondjes uit, zet koffie, lees de krant. Het wordt zeven uur. Ik publiceer mijn blog en kijk naar mijn mail, naar reacties op social media en probeer me even terug te verplaatsen naar het korte moment, gisteravond, tussen het plan om te gaan sporten en het inzien van de onmogelijkheid ervan. Niets. Zeven uur verdwijnt en acht uur verschijnt zonder dat me te binnen is geschoten waarom ik dit uur niet sportiever kon indelen. Ook de rest van de dag kom ik niets tegen wat ik in de ochtend had moeten regelen. Misschien loop ik de komende dagen er nog tegenaan maar ik begin steeds meer te geloven dat er niets was, slechts het gevoel iets te moeten zonder concrete invulling en dat gevoel heeft me een lekker luie start van de dag opgeleverd.