Podium…

Ik neem de drie treden het podium op en neem plaats op de meest links stoel achter de jurytafel. De andere twee stoelen zijn nog leeg, net als het podium op de muzikale opstelling van drumstel, gitaren en microfoons na. Ik ben jurylid van iets muzikaals. Er komen wat mannen die ik niet ken het podium op voor de soundcheck en wat ik nog niet wist is dat een grote box precies achter de jurytafel staat en het geluid dreunt in mijn oren waardoor ik direct na de soundcheck opsta en de lege zaal uit ren naar buiten. Daar zie ik links een grote tent die helemaal leeg is en die ren ik binnen en ik vind iemand die in het restaurant gedeelte wijnglazen aan het poleren is. Ik vraag hem of hij misschien oordopjes verkoopt en hij zegt me dat dat tegenwoordig toch helemaal niet meer nodig is. Hij houdt een glas tegen het licht een steekt daarna de droogdoek weer in het glas. Ik zeg hem dat ik precies voor een box geplaatst ben en hij haalt zijn schouders op, hij heeft geen oordopjes. Ik loop terug en zie verder niemand dus loop de zaal weer in. De zaal is inmiddels gevuld met een uitzinnig publiek en ik zie dat de gordijnen bij het podium gesloten zijn en ik hoor het scanderen van mijn naam. Omdat ik ontbreek kan het programma nog niet gestart worden dus ren ik door het middenpad richting podium waar ik weer de drie treden op ren en ik roep dat ik er ben en ik probeer me een weg door de gordijnen te banen en dat lukt niet waardoor het publiek begint te lachen en ik stop met mijn poging en loop naar het midden waar een microfoon staat en ik haal diep adem en ik zing, la belle histoire d’amour van Edith Piaf. Ik zing het met haar stem. Gelukkig. Niet de mijne, en de zaal is stil en ik zing het lied en als ik stil word na de laatste woorden is het nog even stil in de zaal en dan barst een applaus los en door dat applaus schrik ik wakker. Kijk ik naar de wekker. Het is iets na drie in de nacht. Ik draai me om en droom nog even verder.

Elf…

Ik stap de deur uit. Korte broek. Shirt. De wind waait. Hard. Ik begin te rennen, de straat uit terwijl de wind aan mijn kleren trekt. Aan het eind van de straat naar rechts en daar krijg ik de wind van opzij waardoor het af en toe mee en af en toe tegen waait. Bij het nieuwe kunstwerk aan de Maas kom ik mijn schoonvader- en moeder tegen met hun hondjes en eventjes stop ik om hallo te zeggen en de hondjes te aaien en daarna ren ik door richting Tegelen. Nu vol de wind in en zeker op de dijk is er geen enkele beschutting en voelt de wind als een constant duwen in de verkeerde richting. Een meter of tien voor me fietst een man en ik probeer hem in te halen om vlak achter hem wat meer beschut te rennen maar het lukt me niet dichterbij te komen. Als hij bij een bocht opeens van de dijk geblazen wordt en het hem even kost om weer op weg te zijn ben ik bij. Nu zit ik achter hem maar is zijn vaart er volledig uit dus haal ik hem in en ren verder. Hoofd iets omlaag in de wind. Het is zwaar maar ergens ook wel lekker, een beetje vechten tegen de elementen. Het is daarom dat ik aan het eind van de nieuwe brug besluit om nog richting Baarlo af te slaan en pas in Hout-Blerick weer de weg terug te kiezen. Nog een lange weg wind tegen en daarna de draai en de wind in de rug, de teller inmiddels op zeven kilometer maar terug gaat altijd sneller dan heen, gevoelsmatig. Terug is fijner, over de helft is beter. En daardoor is het tien kilometer wanneer ik de brug over draaf. Nu weer vol de wind in, aan het eind het trapje af strompel want mijn benen voel ik inmiddels wel flink en ik ren door, over het voetgangersbruggetje en daarna richting parade. Het voelt een beetje als het einde van de Venloop en waar de finishlijn van de Venloop is stop ik mijn hardloop op de telefoon. Elf.Elf staat er op de teller. Een mooi moment om te stoppen in het hartje van Venlo. De laatste kilometer rond ik wisselend af tussen wandelen en rustig rennen. Ik heb weer meer dan de helft van een halve marathon gelopen. In deze drukke tijd meer dan ik van mezelf had verwacht dus tevreden. In mijn hoofd ren ik volgende week vijftien, maar of dat haalbaar is vraag ik me tevens ten zeerste af.

Snoeien…

Ik haal de ladder uit het schuurtje en zoek een snoeischaar. Ik probeer de vier scharen die we hebben liggen in mijn hand uit en neem er uiteindelijk twee mee. Met scharen en ladder loop ik door het huis naar voor en in de voortuin zet ik de ladder bij het rechtse boompje. Ik begin met wat lage takjes waar ik de ladder nog niet voor nodig heb, knip ze dicht op de stronken af en leg de takjes een beetje geordend net achter het muurtje waar de stevige wind die er waait er geen vat op heeft. Als de lage takjes op zijn stap ik op het trapje en begin hoger. Ik loop naar de schuur om een zaag te halen waar ik de dikkere takken mee vel. Het rechter boompje begint steeds kaler te worden. Een man loopt langs met zijn twee kleindochters en hij zegt tegen de meisjes, kijk, een struikrover en dat vind ik gezien mijn bezigheid wel een grappige opmerking. Een tijd later ben ik klaar met de boompjes en ik pak de hondjes voor de middagwandeling en loop net de voordeur uit wanneer de man weer voor me staat met de twee meisjes. Hij vraagt of hij iets mag vragen. Ik zeg dat dat uiteraard mag en kijk naar de twee meisjes die zichtbaar plezier hebben. Vindt u dat mijn oren op konijnenoren lijken, vraagt hij en hij beweegt zijn hoofd zodat ik zijn twee oren goed kan inspecteren. De meisjes gieren het uit en ik zeg nou, een beetje wel, inderdaad. Dat levert gejuich bij de meisjes op en de man loopt hoofdschuddend weg met aan elke hand een kleindochter. Ik loop er op een meter of tien achteraan en af en toe draait het rechter meisje om en zwaait naar de hondjes.

Glas…

Hij is een bijna buurman. Hij woont aan de andere kant van de straat die een andere straatnaam heeft als de onze maar hij woont zo dichtbij dat ik hem altijd buurman noem wanneer hij in de winkel is. Ik vraag hem, de buurman, wat ze aan het doen zijn in de straat waar hij woont. Hij zegt dat hij het niet weet. Stoepen gingen open, een dikke groene kabel ging in de grond en de stoep ging weer dicht. Ik vraag of hij weet waar de groene kabel voor dient en hij zegt, vragend, glasvezel misschien en ik vraag terug of er niet al glasvezel ligt in onze wijk en hij zegt dat dat wel is maar dat dit misschien nog beter glas is. Glas in lood kabel zeg ik waarop hij zegt te verwachten dat hij nu ook internet in kleur krijgt. Dat vind ik erg grappig. De klant blijft zijn stoïcijnse zelf, ook dat is mooi en grappig en hij rekent zijn stripboeken af en steekt ze in de meegebrachte tasjes. Twee. Eerst in de ene en daarna omgekeerd in de andere. Zo blijven ze zeker droog. Net als zijn humor.

Kassa…

Kassa één valt uit, en het is uiteraard altijd vervelend wanneer dat gebeurt maar op vijf december kunnen we dat helemaal niet gebruiken. Ik kom kijken en zie dat het probleem een volle harde schijf is. Dat is vreemd. Er staat geen software op de kassa, dat staat op de server en het enige wat geïnstalleerd is, is windows. Ik kijk en zie dat de vijfenzestig gigabyte inderdaad geheel in gebruik zijn. Ik gebruik de schijfopruimer, dat levert zo’n vijftig megabyte op waardoor de kassa weer even functioneert en tussen de klanten door kijk ik waar alle ruimte van de schijf door op gesoupeerd wordt en ik zie een map waar vijftig van de vijfenzestig gigabyte in zit en dat lijkt een backup. Ik word weggeroepen voor een andere vraag en vergeet het probleem op de kassa even tot ik word gehaald omdat de kassa het weer niet doet. Nu bel ik met mijn automatiseerder en die kijkt met me mee en ik wijs op de map met de vijftig gig en hij zegt dat dat klopt. Het is de backup van de server. Ik zeg dat je toch geen backup draait op de belangrijkste computer die er staat, dat dat toch ook had gekund op een van de andere pc’s en hij zegt dat het nu eenmaal de manier is waarop het is geïnstalleerd. Dat is wel fijn aan automatiseerder zijn, je hoeft niet meer te denken over de vraag of iets al dan niet logisch of gewenst is, je kunt je verschuilen achter het feit dat het zo is. Zelfs als je het zelf heb veroorzaakt. Terwijl ik hem aan de lijn heb gooit hij een map leeg die niet belangrijk is, zo heb ik weer 5 gigabyte zegt hij en wenst me een fijne dag. Een half uur later loopt de kassa voor de derde keer vast. Ik kijk en zie dat de vrijgemaakte ruimte weer is gevuld door de backup vanaf de server. Ik kijk in de mappen, zie er eentje met de naam backup dus die gooi ik leeg waarna de kassa het weer doet. Inmiddels ben ik geërgerd. Ik bel weer met mijn automatiseerder en stel opnieuw de gekozen manier van het maken van een backup ter discussie. Een backup is belangrijk maar niet op een kassa, zeg ik de man die ik aan de lijn krijg. Hij kijkt met me mee, is het nu wel met me eens en begint meer ruimte vrij te maken en wil ook nog wat instellingen wijzigen. Op het moment dat hij daarmee bezig is loopt mijn hele server vast. Waarschijnlijk is het toeval, of bestaat dat niet, maar nu moet ik alles herstarten, twee kassa’s die niet werken en klanten die gelukkig alle begrip tonen en een geschreven bonnetje in de handen gedrukt krijgen. Het duurt nog eens tien minuten voor alles weer werkt. Problemen met computers kunnen altijd voorkomen, maar er zijn dagen waarop je ze liever niet hebt.

Gedicht…

Ik ga achter mijn laptop zitten met slechts één doel: er moet een gedicht komen. Vanavond is het dinsdagavond, morgen kan ik het op het werk nog uitprinten en morgenavond moet het bij de surprise gestoken worden waar ik ook vanavond nog de laatste hand aan leg. Ik was vroeg begonnen dit jaar. Inspiratie voor surprises blijft bij mij normaal gesproken bijna even lang uit dan het dichten maar dat was dit jaar anders, eigenlijk had ik direct na het lootjes trekken al wel een idee over wat ik ging maken en ik begon daar ook redelijk vroeg mee. Nu ik zie dat her en der tape en lijm beginnen los te laten en ik ook in de surprise, waar ik niet meer bij kan, iets hoorde vallen, begrijp ik ook het nut van laat beginnen. Dat houdt beter. Ik kijk naar het lege scherm zoals ik ook anderhalve week geleden naar het lege scherm staarde. Toen kwam er niets. Geen idee waar het gedicht over zou moeten gaan, geen enkele inspiratie tot een eerste regel, en toen het regeltje ‘Sinterklaas liep eens te denken…’ in mijn hoofd opdook klapte ik de laptop dicht. Voor dichten heb je druk nodig, zoals Paulien Cornelisse laatst op televisie uitlegde waar een goed Sinterklaas gedicht aan moet voldoen, tijdens pakjesavond de laatste zinnen schrijven en het dan onder het knutselwerk schuiven. Het hoeft ook niet te rijmen, vindt ze. Ik begin te tikken en er rijmt in mijn gedicht echt helemaal niks. Er zit een lekker ritme in en ik vind het zelf wel leuk bedacht. Of het gaat werken merk ik morgenavond wel. Pakjesavond, altijd de gezellige afsluiter van een heel erg drukke periode.

Super…

Ik loop met mijn winkelwagentje door de gangen van de supermarkt waar ik niet zo heel vaak kom waardoor ik niet de meest logische routes neem en ook een paar keer tegen de stroom in terug moet omdat ik iets vergeten ben. Ik moet eten voor twee dagen kopen en in de supermarkt ben ik aan het verzinnen wat ik vandaag zal koken en wat morgen op het menu staat. Ik kies voor twee gerechten die niet al te veel tijd kosten. Het is erg druk in de winkel en na een dag rondrennen is het wel prettig om niet al te lang in de keuken te hoeven staan. Ik leg mijn spullen op de band en plaats het beurtbalkje en voel in mijn jaszak naar mijn portemonnee. Daarna in mijn linker jaszak, dan mijn broekzakken. De caissière is nog niet begonnen met het scannen van mijn boodschappen, ik voel nog een keer snel al mijn zakken na. Geen beurs. Snel pak ik de boodschappen weer van de band en loop terug de winkel in waar ik mijn zoon bel en vraag of hij eventjes mijn beurs wil brengen. Dat wil hij en tien minuten later kan ik andermaal mijn boodschappen op de band leggen en afrekenen dit keer.

Koud…

Hemelsbreed wonen we zo’n vijf kilometer verwijderd van ons vorige huis. Als ik wil stap ik in de auto en ben ik met een kwartiertje bij het bos dat achter dat huis ligt om daar nog eens lekker te wandelen. We wonen nog steeds in Venlo maar nu net iets dichter bij het centrum. Dat verandert veel, maar wat ik niet verwacht had dat zou veranderen is het water. Maar vijf kilometer verschil voegt behoorlijk veel kalk toe, zo hebben we gemerkt en wekelijks ben ik bezig met het verwijderen van de aanslag van kranen en muren. Wat ook is veranderd is de temperatuur. Ik zou verwachten dat de stad warmte zou brengen. Toen ik nog vijf kilometer verderop woonde was het ook voelbaar wanneer ik de stad naderde. De huizen hielden de warmte meer vast dan de open velden waar ik doorheen fietste om er te komen. Het water in de stad is echter extreem koud en dat merk ik wanneer ik in de ochtend aan het eind van het douchen de warme kraan dichtdraai, de koude vol open en de drie seconden wacht tot het koude water door de leidingen de douchekop heeft bereikt. Slechts in  Leerdam, in een authentiek huis midden in de winter heb ik het idee gehad dat de temperatuur van het water lager was dan dat het is in het centrum van Venlo. Dus zucht ik me mijn koude douchebeurt door. Eerst op mijn hoofd, daarna een seconde of tien mijn rug, draaien en met gezicht en voorlijf de striemende stralen trotseren en nog een keer draaien en het koude water op mijn hoofd. In totaal een minuut straf ik mijn lijf met het koude water. Het is gezond, dat is bewezen en het is totaal niet prettig en daardoor blijf ik, rood als een kreeft van de kou, uit de douche uit stappen. Want het is als sinaasappelsap. Als het zo zuur is dat de haren op mijn arm overeind komen heb ik het gevoel dat het gezonder is. Zuurder is meer vitaminen, kou is gezond.

Krant…

Al mijn ochtenden starten hetzelfde. Ik loop naar beneden, zet koffie, ga lopen met de hondjes, kom terug, geef de hondjes te eten, schenk twee mokken koffie in, waarvan eentje met melk, en daarna ga ik zitten en pak de krant erbij. Ik blader door het mondiale nieuws. Dat is nieuws wat ik in de meeste gevallen al eens op de nieuwszenders voorbij heb horen komen dus is het oud nieuws. Daarna komt katern Venlo en dat lees ik helemaal en vervolgens blader ik door sport om te zien of er iets ander vermeld wordt dan voetbal en dat is meestal niet dus ben ik snel klaar en daarna lees ik het katern leef! waardoor ik elke dag begin met het liedje van André Hazes jr. in mijn hoofd. Sinds een week is de krant anders geworden. Het werd aangekondigd alsof er veel meer de focus op lokaal zou worden gelegd, wat ik toejuich, maar wat niet vooraf duidelijk was, is dat ze met lokaal heel noord limburg bedoelden. Gevolg is dat er nauwelijks meer iets echt lokaals in de krant staat. Pak ik de krant van vandaag erbij dan kan ik lezen dat een miljoeneninvestering in het Floriade terrein wellicht op de tocht staat, oke, dat Vera Tax wel gekozen is om op de lijst te staan maar dat de kans dat ze daadwerkelijk in het Europees parlement komt nihil is en een flink artikel dat de column blônd en bril stopt. Het derde lokale nieuws gaat dus over het stoppen ervan. Voor de rest zou ik artikelen kunnen lezen over Beesel, Roermond of Venray, maar die artikelen hebben mijn interesse niet dus leg ik mijn krant op zaterdag, behoorlijk teleurgesteld veel eerder weg dan normaal. De krant heeft het woord lokaal niet begrepen. Als er een krant zou verschijnen over alles wat er in mijn straatje gebeurt zou ik het interessanter vinden dan wat er in Venlo Oost gebeurt, in elk geval interessanter dan wat er in heel Venlo plaats aan het vinden is en dan noem ik het nog niet eens groot Venlo want daarmee bereik je toch echt de grenzen van mijn interesse gebied. Lokaal is klein. Ik loop na mijn krant voor de tweede keer met het hondje naar buiten, de jongste heeft een tweede keer nodig en ik loop direct door naar de bakker. Daar word ik aangesproken door een vrouw die zich tegen mij beklaagt over de krant. Zelfs de column van Frans en Sef is weg, zegt ze. Ze gaat de krant opzeggen, er staat nu toch niks meer in. Dat doe ik nog even niet, ik gun ze even de tijd om zichzelf te hervinden, maar als het zo blijft dan moet ook ik gaan nadenken over een andere start van de dag.

Klemtoon…

Ik sta in de rij te wachten tot ik aan de beurt ben en frietjes kan bestellen. Een vrouw tikt me op de schouder en vraagt of ik al besteld heb en dat heb ik nog niet, zeg ik haar. Dan sta ik vooraan in de rij en op de vraag wie hij kan helpen stap ik op de man achter de kassa af, maar ik word net rechts ingehaald door een vrouw met een geel papiertje waarop een nummer genoteerd is. Ze heeft een internetbestelling gedaan, zegt ze, en ze wil weten of het al klaar is. De man zoekt in de bestellingen, ik zie hem de briefjes nakijken en daarna op het scherm turen en hij vraagt zijn collega’s en dan weet je eigenlijk al, ergens is iets niet goed gegaan. Ondertussen heb ik het pasje dat ik naar voren zette om de bestelling door te geven maar weer terug naar achteren gezet en ik ben blij dat ik na een tijdje aan de andere kassa alsnog mijn bestelling mag doorgeven, ik moet elf dingen doorgeven die ik wil bestellen en ik vertrouw wel op mijn geheugen maar op een gegeven moment moet het er uit. Terwijl ik wacht zie ik een bekende in de rij staan. Hij heeft me niet gezien en ik heb geen zin om in de drukte te roepen. De man achter de kassa vraagt wie hij kan helpen en de kennis loopt naar voren en iemand haalt hem in en zegt dat hij aan de beurt was, en de kennis zegt dat dat volgens hem niet het geval is en de man zegt, ik dacht het dus wel. Nadat de kennis even later zijn bestelling heeft kunnen plaatsen neemt hij naast me plaats en ik noem zijn naam en nu pas kijkt hij op en pakt me bij mijn arm. Hij vertelt over de drukte hier en over een andere frietkraam waar hij liever naar toe gaat omdat ze daar alles vers maken maar deze is dichter bij. Hij woont, hij wijst naar buiten, daar. Heeft altijd op de Hertog Reinoudsingel gewoond maar in zijn huis woont nu zijn zoon en hij woont nu hier. Hij vraagt of ik ook in de buurt woon en ik zeg dat ik op de Rooddorpstraat woon. Hij vraagt, waar? Ik zeg nogmaals Rooddorpstraat en hij haalt zijn schouders op. Ik zeg tussen de Zandstraat en Schelbergenstraat in. Ik zie hem denken en dan glimlacht hij opeens. Jij zegt het anders, zegt hij. Hij noemt ook de straatnaam. De klemtoon ligt bij hem compleet op dorp, rood wordt ingekort tot een korte klank, de r en de d bijna aan elkaar geplakt, terwijl ik rood en dorp gelijkwaardig aan elkaar uitspreek. Hij zegt dat hij het wel kent. Hij is daar opgegroeid zegt hij. De huizen daar werden toegewezen aan ambtenaren of machinisten, zegt hij. Als hij bij vriendjes ging spelen in onze straat dan wist je dat de vader één van die twee beroepen uitoefende, ambtenaar of machinist. Achter de balie hoor ik mijn nummer omgeroepen worden en ik haal mijn bestelling op. Smakelijk eten, zegt hij en ik zeg hetzelfde, alvast.