Bon…

De man komt zijn bestelde boek ophalen. Hij zegt erbij dat het boek er al eventjes ligt, dat hij een beetje vergeten was om het op te halen en dat hij ook niet meer precies weet wat er voor hem nog klaarligt. Hij geeft zijn naam en ik loop naar de kast met bestelde boeken en kom even later met het bestelde boek terug. Hij zegt dat hij een paar weken geleden ook naar Venlo was gereden om het boek te halen, dat hij zijn auto parkeerde en terwijl hij naar de parkeermeter was gelopen om een kaartje te kopen had hij een bekeuring gekregen van tweeënzestig euro omdat er geen kaartje in zijn auto lag. Terwijl hij het vertelt wordt hij er weer kwaad over. Hij was daarna direct in zijn auto gestapt en naar huis gereden, niet van plan om ooit nog met zijn auto naar de stad te komen. Ik zeg dat ik het met hem eens ben, dat er heel wat vriendelijkere manieren zijn om iemand te wijzen op regels dan direct te beboeten. Er zijn steden in Nederland waar Venlo wat dat aangaat veel kan leren over gastvrijheid, toch de basis van het succes van een stad. Na eBen paar weken was de boosheid bij de man wat weggeëbd en vond hij ook dat niet de ondernemers moesten lijden onder de acties van het bestuur en daarom haalt hij vandaag het boek alsnog bij me op. Voor de boete had hij drie boeken kunnen kopen, ik zeg dat hij daar ook beslist langer van had kunnen genieten. Precies, zegt hij, heerlijk cultuursnuiven. Ik steek zijn boek in een papieren zakje en geef het hem mee en doe er eerst nog een boekenweekgeschenk bij.

Voor…

Ik ben er inmiddels wel een beetje klaar mee. Met die Brexit. Hoewel ik een groot voorstander ben van een verenigd Europa, ik de voordelen en de noodzaak inzie en begrip voor de samenwerking, denk ik nu langzamerhand, ga maar weg dan. Zonder deal. Ik kijk graag naar de bbc voor de levendige debatten in het Engelse lagerhuis. John Bercow, wat onderuitgezakt in de grote groene zetel die het huis onder controle houdt met zijn veelvuldig gebezigde order, order. Of eigenlijk slaat hij de r over, en is het meer odder, odder, wat hij roept, in volle overtuiging en met het beoogde effect. Daarnaast mag hij de laatste weken ook telkens de uitslag van de stemming roepen en dat is telkens, the no’s have it. Nee. Ik vind het een negatief woord. Tegen, is ook zo’n woord. Toch zijn het die woorden die de overhand hebben gekregen in het Engelse lagerhuis. De leden zijn tegen en ze stemmen tegen. Ik vraag me af of ze vergeten zijn dat ze ook ergens voor kunnen zijn. Dat ze voor hun land kunnen stemmen, voor economische belangen en voor hun inwoners. Zowel voor en tegenstanders van de Brexit in Engeland zijn het nu over een ding eens. Neem een beslissing. Ben ergens voor en laat een land niet langer bungelen in onzekerheid met alle negatieve gevolgen vandien. Ik zou willen dat er nog een keer aan het volk gevraagd wordt of ze een Brexit willen. Iedereen weet wat daar de uitslag van zou zijn. Ik vind het ook gerechtvaardigd. Als je tig keer in het lagerhuis iets in stemming kan brengen is een tweede keer aan het volk iets vragen toch niet een actie tegen een democratisch genomen beslissing. Maar linksom of rechtsom, stem ergens voor. Verlos het land uit zijn lijden zodat het volk door kan, in een oude of nieuwe werkelijkheid, maar stem voor.

Onmogelijk…

Ik kijk naar de man die zojuist de bibliotheek uit kwam lopen. Het is een lange, slanke, donkere man en hij drentelt wat op en neer op zijn benen terwijl hij witte wolken rook uit zijn elektrische sigaret blaast. Dan steekt hij zijn rechterbeen vooruit in een hoek van bijna negentig graden ten opzichte van zijn andere been en vervolgens zakt hij, heel rustig, door zijn hurken tot zijn billen op zijn enkel rust en daarna komt hij weer overeind om hetzelfde trucje met zijn andere been te herhalen. Dat doet hij een aantal keer. Links, rechts, links rechts. Het ziet er gemakkelijk uit. Later probeer ik het. Het blijkt niet gemakkelijk. Voor mij zelfs onmogelijk. Niet alleen het strekken is een probleem, zelfs met een half gebogen been lukt het me niet om op de hurken te gaan zitten, ergens halverwege blokkeert mijn been. Verder ga ik niet zolang jij je been strekt, lijkt mijn andere been te bevelen. In de avond vraag ik het mijn zonen om hetzelfde te proberen. Zelfde resultaat. Het lukt niet, been strekken en rustig door de hurken gaan lijkt onmogelijk. Toch bewees de lange slanke man het ongelijk. Het is mogelijk, alleen niet door iedereen.

Doelgroep…

De auteur maakt zijn opwachting via het kleine deurtje in het oude pand waar ik even daarvoor op het belletje had gedrukt en op het vragende hallo, mijn naam noemde en zei dat ik hem naar Venlo ging brengen. Daarna bleef het even stil tot het deurtje openging en de auteur in al zijn omvang door het deurtje naar buiten trad. Het is een flamboyante verschijning, precies zoals ik verwacht dat hij zal verschijnen. Perfect verzorgd, strak in pak, lange haren, keurig geschoren snor en potverdommetje, sieraden op zijn handen en om zijn pols en hij maakt het af met een uitbundige bontjas. Donkere zonnebril op zijn neus. Ik geef hem een hand en stel me voor. Daarna lopen we naar mijn auto die ik langs een gracht moest inparkeren en wat ik niet goed durfde. Iets te ver en mijn band zou over de rand gaan of ik zou na het uitstappen zelf direct in het groene nat zijn verdwenen. Ik zie de andere auto’s wel strak langs de rand staan en vraag me af hoe de bestuurders van die auto’s hun bolide hebben verlaten. Ik maak er een opmerking over, dat ik niet verder durfde te gaan, en daar moet hij om lachen. We leggen onze jassen achter in de auto en hij geeft me tips hoe ik het meest eenvoudig weer uit de stad waar ik nooit eerder was kan vertrekken. Hij voert een gesprek met zijn uitgever en even later een gesprek in het Italiaans en verder voeren wij gesprekken, veelal over het boekenvak, over zijn nieuwe, zeer succesvolle boek, en over zijn leven in Italië. De weg naar Venlo duurt lang. We belanden midden in de avondspits en zijn een uur later dan verwacht in Venlo waar we net nog tijd genoeg hebben om een hapje te eten met de andere auteur en daarna door naar Domani voor een prachtige avond. Een klik heb je, of heb je niet. Zoiets kun je niet afdwingen. In de afgelopen edities van Domani Literair was die klik er soms wel, en soms ook niet. Vanavond volledig wel. Tussen de auteurs en tussen de auteurs en de interviewer die feilloos bruggetjes weet te slaan tussen de qua onderwerp toch wel zeer uiteenliggende boeken van beide auteurs. Na afloop van de avond wordt er gesigneerd, gepraat en gedronken. Ik drink nog een koffie. Dadelijk zal ik de auteur nog naar Leiden terugbrengen dus het biertje na afloop van Domani Literair laat ik deze editie achterwege. Dan de auto in. Ik breng nog even samen met de auteur Annemiek naar huis, zeg, nadat we haar voor de deur hebben afgezet dat ik het toch niet zo prettig vind, als ze laat in de avond nog alleen naar huis loopt. Hij zegt dat het vanzelfsprekend is, het even thuis brengen. Daarna zijn we weer op weg. Hij belt met zijn vriendin in Italië. Een lieve, verliefde auteur klinkt door mijn auto. Ik versta het niet. Hij spreekt de taal vloeiender dan een gemiddelde Italiaan. We keuvelen over verscheidende onderwerpen tot ik voor de tweede maal vandaag in Leiden arriveer waar we afscheid nemen. Nu is het laat, en voor deze gelegenheid heb ik dropjes gehaald. Mijn remedie tegen slaap. Ik eet driekwart van de zak leeg in de tijd dat het me kost om Venlo weer te bereiken. Op de Hertog Reinoudsingel, vijftig meter voor de afslag de wijk in, word ik staande gehouden door een politiewagen die me al een stukje rustig achterna reed. Politie, stop, knippert er op het dak. Ik ben nog nooit eerder aangehouden en ik moet zeggen, het is best een spannend gevoel. Heb ik iets fout gedaan, reed ik te hard, reed ik door rood, reed ik ergens over heen, reed ik over iemand heen. Allerlei absurde gedachten schieten door mijn hoofd terwijl een agent met een fel zaklampje naar mijn auto loopt. Hij kijkt me aan, zegt dat hij het al ziet. Dat ik niet tot de doelgroep hoor waar ze naar op zoek zijn. Hij noemt nog wat gegevens over mijn auto, die ze kennelijk reeds opgezocht hebben en ik knik en zeg dat dat klopt. Hij wenst me nog een fijne avond en ik hem ook terwijl ik de laatste meters naar huis rijd en me toch een beetje afvraag wie die doelgroep nu eigenlijk is.

Otmar…

Ik lees een boek uit. Otmars zonen, van Peter Buwalda. Buwalda’s literaire loopbaan leest als een jongensboek. Elf, twaalf jaar geleden kreeg hij een beurs van uitgeverij de Bezige Bij, de Bij onder vakbroeders, om een roman te schrijven. Tot dat moment had hij nog niet veel laten zien waar de Bij de beslissing op kon baseren maar toch investeerden ze in een onzeker vervolg. Het bleek een van de beste keuzes van de uitgeverij, want negen jaar geleden was het debuut van Buwalda een oorverdovend succes. Het gejubel rondom Bonita Avenue hield zeker een jaar aan, daarna werd het weer stil en begon literair nederland te wachten op een tweede roman uit de pen van Buwalda. Het wachten werd op de proef gesteld. Niet dat hij in de tussentijd niets deed, hij schreef met regelmaat columns in gerespecteerde kranten maar een tweede roman bleef uit. Elk jaar stuurde ik Buwalda een mail, een maand of vier voor de boekenweek, met de vraag of er een nieuwe roman op het punt van uitbrengen stond. Elk jaar kreeg ik niet het gewenste antwoord. Dit jaar wist ik dat ik geen mail hoefde te sturen want er stond iets op stapel. In september zou de langverwachte tweede roman van Peter Buwalda verschijnen. Ik kon niet wachten. In die tijd kwam ik ook bij zijn broer thuis, waar het manuscript, keurig netjes met de titel op het frontblad, op zijn bureau lag, zo dichtbij. De verschijning werd uitgesteld. Het zou december worden, en Peter en zijn broer werkten de klok rond om het manuscript naar de wensen van Peter te voltooien. In Amsterdam sloten ze zich een week op en las zijn broer het manuscript van het eerste deel van de trilogie aan Peter voor. Een verhaal moet je soms horen om te weten waar de zinnen niet ritmisch lopen of verhaallijnen spaak lopen. December werd niet gehaald. Nog een keer uitstel, nu naar half februari en dit keer lukte het wel. Op aswoensdag, een beetje suf nog van de vastelaovend, had ik het boek in handen waar ik al negen jaar op aan het wachten was. Ik begon er dezelfde avond aan maar hield het niet zo lang vol. Niets ten nadele van het boek maar het slaaptekort van de gepasseerde heerlijke dagen noopten me tot bed. Op donderdag viel het nrc als eerste met een recensie op de vloer. Vijf sterren. Fantastisch. Wat een heerlijk gevoel moet het zijn geweest voor Peter en zijn naasten. Een bevestiging, geen one day fly, wederom een knaller. Nu heb ik het uit. Zo’n negen jaar heeft hij er over gedaan om het te schrijven. Het kost me iets meer dan twee weken om het te lezen, en dat dan ook omdat ik het wat druk had af en toe, in de avond. Vind ik het ook vijf sterren? Dat niet. Viereneenhalf, omdat er altijd wel iets beter kan, maar wat een prachtig boek is dit. En ik kan niet wachten tot deel twee uit deze trilogie verschijnt, want het open einde nodigt uit om verder te lezen. Dat lukt nog niet, er zullen geen negen jaar overheen gaan, maar eventjes wachten moet weer wel.

Kuit…

Het laatste trainingsrondje voorafgaand aan de Venloop. Ik begon voor deze editie wat laat met buiten trainen. Pas eind januari liep ik de eerste kilometers over asfalt, maar de trainingen in de sportschool bleken toch voldoende resultaat te hebben achtergelaten om direct tien kilometer te rennen en het al vrij snel op te bouwen waardoor ik de afgelopen twee weken al twee keer nagenoeg een halve marathon gerend heb. Dat geeft vertrouwen. Vandaag nog één keer een wat langere afstand, daarna een week rust. Ik begin thuis in de woonkamer met de warming-up. Wat dribbelen op de plaats en rek en strek oefeningen. Daarna naar buiten, de telefoon instellen en rennen. Ik besluit de route van de Venloop maar weer te gaan lopen en dan kan ik altijd op de terugweg beslissen of ik de brug nog over ren en Hout-Blerick meepak of rechtstreeks naar huis ren. De eerste optie is toch weer een afstand van twintig kilometer, de tweede iets meer dan vijftien. Het is warm, daar heb ik altijd snel last van en ik ren met een redelijk tempo Venlo uit en schiet de saaie Natteweg op, lekker door richting Tegelen, onder het viaduct van de snelwegen door en dan ben ik in Tegelen en voel ik opeens een flinke steek in mijn rechter kuit. Ik neem snelheid terug en loop rustiger door maar het steken blijft en ik begin te wandelen maar ook dat voelt niet prettig dus stop ik helemaal. Ik kijk op mijn telefoon. Vier komma zeven kilometer. Ik voel aan mijn kuit, ik voel geen pijnlijke plek, het voelt alsof mijn kuit zeer plaatselijk enorm verkrampt is. Ik besluit terug naar Venlo te wandelen met een hoofd vol onrustige gedachten. Ten eerste weet ik niet wat er mis is met mijn kuit. Kramp tijdens het rennen heb ik nog nooit gehad, bovendien heb ik de afgelopen dagen heel veel water gedronken wat juist kramp zou moeten voorkomen. Het feit dat het zo plots op kwam zetten voelt ook niet goed. Is het een scheurtje of iets anders. Wat als het volgende week tijdens de Venloop ook gebeurt. Dan is het snel einde oefening en zou het de tweede Venloop zijn die ik door een blessure moet opgeven. Ik heb nog een week en het lijkt mij dat rust het best is aangezien ik kan knijpen en duwen wat ik wil zonder dat het pijnlijk voelt. Na wat googelen lees ik dat kramp in de kuit vaak voorkomt bij warm weer. Dat geeft me weer wat moed. Misschien was het gewoon de warmte en het verlies aan vocht waardoor een relatief onschuldige kramp mijn kuit in geschoten is. Toch voelt het niet echt fijn, deze laatste voorbereiding, en gaat dat natuurlijk vooral tussen de oren zitten, zoals ik altijd net voor een wedstrijd overal pijntjes begin te voelen. Hoe dan ook zal ik de volgende week aan de start staan, en als mijn kuit een beetje beter zijn best gaat doen, kan ik na afloop een volgende medaille bij de groeiende stapel in mijn sportlade leggen.

Vlinder…

Ik kijk naar de prachtig gele vlindertjes die voor me uitvliegen terwijl ik met de hondjes over het hondenpad loop. Citroenvlinders, denk ik, teken dat het voorjaar er nu echt aan zit te komen. Het zijn de vlinders, het is de Japanse kers aan de overkant van de straat waar de bloemen al een hele tijd op knappen stonden. Ik zag de roze witte kelken, gesloten nog en de dagen bleven koud en de bloemen dicht. Nu, eindelijk een warme dag zijn de bloemen opengesprongen net als de bomen met de witte bloesem een eindje verder in de straat. Alles staat in het teken van de lente, voor mijn gevoel altijd de echte start van het nieuwe jaar. Weg met de kou, de sneeuw en de gure wind. Nu is het weer tijd voor een warme zon, een zomerjas of zelfs geen jas en buiten zitten, buiten lunchen, misschien ook weer eens de barbecue. Dat schiet door mijn hoofs terwijl ik wandel over het hondenpad op de Hertog Reinoudsingel, terwijl de hondjes vrolijk met me mee rennen aan de lange lijn en de vlindertjes een eindje voor me dansen in de lucht.

Stipt…

Ik sta voor het zwarte afzetlint op de eerste verdieping van de Ikea in Eindhoven. Op een plakkaat, dat uit een apparaat aan het plafond is gerold, staat dat de winkel om tien uur open gaat. De winkel is er nog niet klaar voor, de koffie wel, staat er en dat de koffie tot tien uur gratis is. Dat verklaart wellicht de enorme hoeveelheid mensen die al in het restaurant zitten. Ik kijk op mijn klok. Het is net voor tienen dus ik blijf wachten en laat het gratis bakje leut aan me voorbijgaan. Net na tienen slurpt het apparaat aan het plafond het plakkaat naar binnen en komt een medewerker het afzetlint weghalen en kan ik de winkel in. De Ikea doorlopen zonder mensen tegen te komen is vreemd en je mist direct een element wat volledig hoort bij het shoppen in een winkel als dit: ergernis. Ik kan overal direct naartoe, ik hoef niet op te letten of ik tegen iemand aan bots en op het moment dat ik even hulp nodig heb bij een product heb ik de keuze uit zes Ikea meisjes. Ik zoek alles bij elkaar en ben direct aan de beurt bij de kassa. Nadat ik alles in de auto heb geladen is het iets na elven. Ik zou het moeten kunnen halen, twaalf uur terug bij de winkel. Dat zou handig zijn want dan is de poller nog omlaag en kan ik doorrijden en anders moet ik alle spullen van een behoorlijke afstand af sjouwen. Het zit niet mee, truuk nao Venlo. De rechterweghelft zit vol vrachtwagens en steeds weer begint er eentje aan het trage inhalen waardoor ik weer kilometers traag achter zo’n kolos hang. Uiteindelijk ben ik in Venlo en als ik langs het oude postkantoor rijd hoor ik Gijs Staverman zeggen, het is tweeëntwintig seconden over twaalf, dit is het nieuws. Tweeëntwintig seconden. Daar komen er nog een aantal bij want ik moet de Spoorstraat nog door. Ik sla rechtsaf en van een afstandje zie ik het al, de poller staat omhoog, de gemeente is stipt. Het wordt toch sjouwen.

Training…

Ik sta met Lotje, ons jongste hondje, een metertje of twee achter de rest van de groep waar vandaag veel nieuwe, grote, honden bij zitten. Puppy’s nog, maar wel vijf keer zo groot als Lotje en dat maakt indruk. Dat merkte ik al bij de simpele loopoefeningen waar ze constant voor en achter haar keek omdat zowel voor als achter een nieuwe hond liep die ze nog niet vertrouwt. Het gaat wel al een stuk beter. Ze blaft niet de hele tijd en loopt ook wel mee maar echt aandacht voor mij heeft ze niet. Na het speelkwartiertje, waar ik even buiten de groep haar los kan laten en met een touw gooi waar ze hard achteraan rent lijkt ze de andere hondjes even te vergeten en is ze het blije hondje zoals we haar kennen. Enthousiast. Onbevreesd. Na het spelen loop ik terug naar de groep en blijf er dus een metertje of twee achter staan. De trainster spreekt tegen de nieuwe baasjes, geeft uitleg. Dan ziet ze mij en Lotje en vertelt tegen de nieuwelingen dat ‘hae’ nog erg onzeker is en dat ‘hae’ wat bangig is en dat ‘hae’ niet te direct benaderd moet worden omdat ‘hae’ dan schrikt. Ik kijk naar Lotje, die toch echt een ‘het’ is en ik zeg tegen de groep dat de opmerkingen betrekking hebben op mijn hondje, dat het met mezelf nogal meevalt met mijn schrikachtigheid. Even is het stil in de groep dan begint een baasje met een prachtige grote witte herder te proesten. De trainster begint ook te lachen en roept, om de pionnen, en we beginnen allemaal weer het vierkantje om de pionnen te lopen. Rechtsomkeert, roept de trainster en we draaien allemaal en de hondjes draaien mee.

Uitslag…

Het Forum voor Democratie is de grote winnaar van deze verkiezingsronde. Daar moet ik me bij neerleggen, zoals ik me al jaren moet neerleggen bij het feit dat er hele volksstammen in Nederland partijen aanhangen die onverdraagzaamheid prediken, angst aanpraten en polarisatie in de hand werken. Persoonlijk vind ik Thierry Baudet een beetje een eng mannetje, iemand die het niet zo nauw neemt met de feiten maar die behoorlijk goed in staat blijkt om zijn eigen werkelijkheid als de waarheid te verkopen. Iemand die glashard de gevolgen van klimaatverandering ontkent verliest bij mij geloofwaardigheid. Dat er meerdere wegen naar een oplossing voor deze problematiek leiden, onderschrijf ik direct. Dat je kunt bediscussiëren of een klein landje als Nederland het verschil gaat maken op globaal niveau door voorop te lopen in maatregelen zelfs redelijk, maar dat je een gehele wetenschap die aan heeft getoond wat de opwarming van de aarde nu en in de nabije toekomst teweeg brengt als lariekoek terzijde schuift vind ik onvoorstelbaar. Toch trekt het heel veel stemmen, die mening, en ik kan me niet voorstellen dat al die stemmers er ook zo over denken. Of over hun buurman die toevallig een ander geloof aanhangt. Waar of op wie ze dan wel hebben gestemd is in het hele politieke landschap onduidelijk, zo bleek vanavond op televisie. Bij de verschillende provinciën wisten de senatoren niet wie de politici van het Forum dan wel waren. Ze hadden ze niet gezien tijdens de campagnes, ze hadden ze niet gezien tijdens de vele politieke overleggen en ook vanavond, bij de uitslagen waren er in de provinciën geen politici van het Forum aanwezig. Op de vraag aan de gevestigde politiek of ze samenwerking zagen zitten was eigenlijk overal het antwoord, eerst maar eens kennismaken met de mensen achter het Forum en zien waar ze voor staan. Als de politiek het al niet weet, hoe heeft de kiezer het dan geweten. Wat gaan de nieuw gekozen senatoren in Limburg doen voor onze prachtige provincie. Welk geluid gaan zij verkondigen buiten het populistische geblaat van Baudet. De komende tijd gaan we het merken. Misschien valt het wel heel erg mee. Toch houd ik mijn hart vast.