De wat oudere man staat met zijn e-reader in de winkel. Gisteren belde hij, hij kwam de hele tijd in het scherm met ons logo en hij kon het boek niet meer vinden dat hij aan het lezen was. Ik probeerde telefonische hulp te geven maar ik wist me niet te verplaatsen in zijn werkelijkheid dus vroeg ik hem met de e-reader langs te komen zodat ik het probleem kon aanschouwen. Hij geeft me het apparaat en ik loop er mee naar de leestafel, hij zegt dat hij er niet uitkomt, dat hij steeds in een cirkeltje bij hetzelfde scherm uitkomt. Ik zoek op het apparaat de aan knop. De basis voor het oplossen van veel problemen, zet het apparaat aan. Ik tik op het scherm, ik klop op de achterkant en ik bevoel de zijkanten. Na enig zoekwerk vind ik het knopje aan de onderkant. Ik had het de man kunnen vragen maar zijn vertrouwen in mijn expertise zou een flinke knauw krijgen wanneer ik niet eens wist hoe ik het ding op kon laten lichten. Nu dat gelukt is kom ik verder. Ik zie dat de man gestrand is in het instellingen scherm. Linksboven staat een pijltje. Terug. Ik klik een aantal keer op terug tot ik in een scherm kom waar in de bovenste helft staat, mijn boeken, en in het onderste scherm zie ik onze website. Ik laat de man het scherm zien en ik klik op mijn boeken. Er staan er nog niet zo veel en ik vraag welk boek hij aan het lezen was. Hij kijkt even en wijst de juiste titel aan. Ik klik op het boek en die opent en toont de allerlaatste pagina. Ik schuif met mijn vinger door de pagina’s, ik vraag of hij nog weet waar hij was en dat weet hij niet meer precies maar hij is blij dat hij weer kan gaan lezen.
Tweestrijd…
Het is dinsdag, het is twintig voor zeven en ik zit in alle rust met mijn krantje en een kop dampende koffie aan de eetkamertafel zoals ik elke ochtend rond dit tijdstip zit. Dinsdag is in elk geval ook de dag dat ik ga sporten, of althans, dat is het voornemen. Dinsdagochtend sportschool. Donderdag soms en vrijdag probeer ik buiten de rennen. Voor elk van die momenten is er altijd een moment van tegenzin, zoals ook vanochtend, want rustig blijven zitten, het krantje doorspitten en nog een tweede kop koffie pakken is natuurlijk een aantrekkelijker beeld dan nu op moeten springen, mijn sportspullen verzamelen en weten dat ik iets na zevenen op de loopband zal stappen waar ik me helemaal in het zweet zal rennen. Ik neig naar koffie en krant terwijl in mijn hoofd de tweestrijd tussen sportief en lekker lui wordt gevochten. Uiteindelijk wint sportief. Nipt. De gedachte vooraf, dat ik me achteraf goed zal voelen over het feit dat ik toch ben gegaan, geeft de doorslag, tezamen met dezelfde gedachte maar dan met de insteek dat ik mezelf teleur zal stellen door niet te gaan. Ik loop naar boven, vul mijn sporttas en ben op weg. Iets na zeven sta ik inderdaad op de loopband. Dat valt een beetje tegen, het is best al warm in de sportschool, maar als ik vijftig minuten later bezweet weer op de fiets terug naar huis zit, ben ik toch blij dat ik gegaan ben.
Pen…
De jonge vrouw zoekt een pen voor een vertrekkende collega. Ze spreekt Engels. Het is niet haar moedertaal, ze heeft iets van een Slavisch accent, maar ze spreekt het vloeiend. Er liggen een paar Parker pennen voor haar. Ze zoekt een wat dikkere en ook wat zwaardere pen en ze vraagt wat de verschillen zijn, met name ook in het verschil van prijs. Ik zeg dat het voor het schrijven niet uitmaakt, in alle Parker balpennen zit dezelfde vulling dus ze schrijven allemaal even prettig. Het gaat om hoe de pen er uit ziet, om the looks. Ze kijkt naar de pen die iets meer dan twee tientjes kost en naar een iets duurdere variant. Ik vraag of het een Parker pen moet zijn of dat Shaeffer, Lamy of Cross wellicht ook een optie zijn. Ik laat een aantal andere pennen zien. In verschillende prijsklassen. Een prachtige pen van Cross is bijna vier keer de prijs van de eerste Parker die ze bekeek. Ze maakt foto’s om met haar collega’s te delen en ze verlaat de winkel en zegt dat ze even na gaat denken en later terugkomt. Soms twijfel ik aan zo’n stelling, dit keer niet. Twee uur later is ze er weer en ik zeg dat ik met haar meeloop. Ze gaat voor de zwarte Cross. De duurste pen die ik haar liet zien. Ik pak de pen erbij, feliciteer haar met de aankoop en geef de pen en het doosje aan mijn collega achter de kassa die er een mooi cadeautje van maakt. Als ze de winkel verlaat sta ik net buiten met een kennis te kletsen. Ze dankt me nogmaals voor mijn hulp en ik wens haar veel plezier bij het geven van het cadeau. Dat gaat in Engels, in het Nederlands klets ik verder met de kennis die me steevast in het Venloos antwoordt.
Papa…
Vaderdag. Op de social media is dat kennelijk het moment om een overleden vader te herdenken en dat vind ik mooi hoewel ik het zelf niet direct doe, of wellicht toch, met dit verhaal. Ik zie de foto’s van vaders die er niet meer zijn en bij elke foto voel ik ook mijn eigen verdriet. Vaderdag is niet alleen verwend worden door mijn eigen zonen, het is ook terugdenken aan mijn eigen vader, papa, die veel te vroeg het tijdelijke voor het eeuwige moest inwisselen. Ik mis hem vaak. Op dit soort dagen meer dan anders. Ik mis zijn stem, zijn bedachtzaamheid, zijn intelligentie. Ik moet nu bij mijn zoon te rade gaan bij ingewikkelde Latijnse zinnen waar ik vroeger papa om raad vroeg. Het liefst zou ik hem willen laten zien hoe het nu met ons gaat. Hoe het met zijn kleinkinderen gaat, de kinderen die hij zo graag wat ouder had zien worden. Ik zou zo graag willen laten weten dat het goed gaat. Ik geloof helaas niet in een hiernamaals, niet in een tweede leven, geen reïncarnatie. Voor mij is het leven eindig en de enige manier waarop iemand voortleeft is de herinnering, en wat dat betreft is mijn papa springlevend.
Gast…
Ik neem plaats aan de game tafel om mijn blog te schrijven. Of althans, het was de afgelopen uren de game tafel waar mijn twee zonen en neefje ten strijde trokken tegen anderen in fortnite. Met wisselend succes, als ik de commentaren beluisterde. Een enkele keer moeten we vragen of ze het iets rustiger aan willen doen, wanneer ze gedrieën het gesprek gelijktijdig aan het voeren zijn en wij de televisie in de voorkamer niet meer kunnen horen. Ondertussen ligt, voor de deur, een Berner Sennen hond. Voor een avondje. We hebben er zelf eentje gehad, voor heel wat meer dan een avondje en het voelt direct vertrouwt en dat gevoel lijkt wederzijds ondanks de frictie nu en dan tussen onze twee hondjes en de gast van vanavond. Ik ga met mijn zoon lopen met de drie hondjes en dat werkt prima, ik met onze twee voorop en mijn zoon met onze gast achter ons aan. Een half uur later loop ik nog een keer met onze gast die de eerste keer kennelijk niet alles heeft gedaan wat moest. Ze loopt keurig, makkelijker dan onze jongste telg die in haar enthousiasme nogal aan de lijn wil trekken, vreemde ogen kunnen dwingen, zo blijkt. Ze loopt netjes links langs me, kijkt me aan en wandelt mee, ze valt even uit naar een kat die onder een auto zit en daarbij springt haar badge weg, gelukkig vind ik die. Na enige aarzeling doet ze uiteindelijk toch haar behoefte op het hondenpad nadat ik een paar keer heb gezegd dat het goed is, dat dit de stadse plek is om het te doen, daarna terug naar huis waar de twee andere hondjes inmiddels slapen en even argwanend opkijken wat de grote indringer komt doen maar wanneer die ook weer achter de deur haar plekje vindt, sluiten onze hondjes ook weer de ogen en wordt het stil, op het kabaal van de gamers na.
Banden…
Het is een garage van de oude stempel. Een loods, de geur van olie, overal stapels banden en monteurs waarvan de meesten een redelijke overkapping voor hun eigen gereedschap met zich meetorsen. De vorige keer dat ik hier was liep ik de kantine van de monteurs binnen omdat ik dacht dat daar de wachtruimte was en het was een smoezelige ruimte met een tafel waar kris kras gekleurde boterhamtrommels op gedrapeerd waren en aan de wand hing een kalender die je in een garage verwacht. In de wachtruimte waar ik toen naar verwezen werd en waar ik nu zit hangt, boven een tafel met speelgoed voor kinderen, Donald Duck, en aan de andere kant van de tafel Katrien. Ik ga zitten met mijn boek, pak een kopje koffie en begin te lezen. Er zit nog een andere man in de wachtruimte en die swiped over zijn telefoon en dat blijft hij doen tot een monteur komt zeggen dat zijn caddy klaar is. Er komt een andere man binnenlopen en die komt tegenover me aan de tafel zitten en pakt ook zijn telefoon erbij. Ik voel me een contrast met mijn omgeving. Het geroep, gescheld, gelach en het constante kabaal van gereedschap staat haaks op de rust van mijn lezen. Het duurt een uur, de bandenwissel, zoals het eigenlijk altijd een klein uurtje duurt. Een uur waar ik in alle hectiek in alle rust heb kunnen lezen.
Val…
Ik loop het tweede ochtendrondje met Lotje. Izzie wil die tweede keer zelden mee maar Lotje, jong nog, heeft dat tweede rondje nodig want anders trekt het te lang tot het uitlaten in mijn middagpauze. Al halverwege de straat merk ik dat ze hoge nood heeft en de Hertog Reinoudsingel is nog ver. Te ver. Ik heb altijd zakjes bij me om op te ruimen wat te vroeg valt, maar een andere methode is om te gaan rennen. Daar wordt ze enthousiast van, dan vergeet ze dat ze iets moet en moet ik haar daar later, op de Hertog Reinoudsingel aan helpen herinneren. In haar enthousiasme probeert ze tijdens het rennen in mijn broekspijpen te bijten, dan geef ik een kort rukje aan de riem en zeg nee, dat herhaalt. Ik zie een bekende lopen en ik roep in het voorbijstuiven, we hebben er een behoorlijk tempo in, dat we even de ochtendenergie er uit aan het rennen zijn. De bocht om en halverwege de volgende straat, we zijn inmiddels aan het sprinten, gebeurt het. Lotje schiet opeens recht voor mijn voeten. Ik zag het niet eens gebeuren, maar opeens hoor ik haar schrikkerige blafje en ik val en lig daarna languit op de stoep. Ik krabbel overeind. Mijn eerste reactie is kijken of niemand de onfortuinlijke valpartij gezien heeft. Wonderlijk genoeg is de straat leeg. Als tweede controleer ik Lotje, maar die blijkt alleen geschrokken te zijn. Als derde kijk ik of mijn telefoon niet kapot is en als laatste, toch nog maar eventjes, controleer ik mezelf. Mijn elleboog ligt open, een schaafwond die langzaam rood begint te kleuren. Ik voel mijn knie flink en ik zie twee gaten bij mijn broekzak waar mijn sleutels door naar buiten zijn geprikt. Ik ben blij dat ze niet de andere kant op zijn gaan prikken, dan had ik de gaatjes in mijn been gehad. Buiten die twee gaatjes lijken mijn jas en broek verder geen gaten opgelopen te hebben. Het valt mee, gelukkig. Ik loop verder met Lotje, wandelend nu, en we halen keurig het hondenpad en ook daar is het rustig en kan Lotje in alle rust een goed plekje uitzoeken.
Grens…
Kijk, ik begrijp niet alles. Ik lees veel, boeken, kranten en nieuwsberichten maar dat voorkomt niet dat ik vaak in onzekerheid verblijf. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer iemand tegen me zegt dat de grenzen dicht moeten, iets wat recent weer eens gebeurde, in de winkel en dat vind ik een moeilijke plek om een dergelijke discussie te voeren dus laat ik hem meestal, ook dit keer, maar in zwijgzaamheid aan me voorbij gaan. Ik mijn hoofd dendert de trein echter, de trein met vragen. De eerste, essentiële vraag, hoe dan. De laatste keer dat gepoogd is de grenzen te sluiten was tijdens de eerste wereldoorlog toen er een metershoog hekwerk tussen België en Nederland opgetrokken werd. Het valt me op dat mensen die nu roepen om de grenzen te sluiten dat historische feit veelal niet kennen. Ook niet dat het niet iedereen tegenhield. Mensen zijn creatief wanneer het grenzen betreft, en juist de mensen die je tegen wilt houden passeren hem alsnog. Vorige week sprak ik met Kemal Rijken, de auteur van eigen volk. Zijn stelling, daar waar je een grens trekt, om vluchtelingen te stoppen, ontstaan een humanitaire ramp. Of je dat nu aan de Afrikaanse kant, aan de Zuid-Europese kant of aan de grenzen van ons land doet. Een andere stelling van hem, als mensen zo wanhopig zijn om huis en haard te verlaten, om zichzelf en kinderen in levensgevaar te brengen door op gammele bootjes de oversteek te maken, dan moet de thuissituatie wel echt een hel zijn. Dan vertrekken ze toch wel. Hij voegt daaraan toe dat degene die achterblijven en die in staat zijn om zich te ontwikkelen, een opleiding te volgen en daaruit een inkomen weten te krijgen, uiteindelijk ook niet daar blijven, in de uitzichtloze situatie van een instabiel land. Linksom of rechtsom, stelt Kemal, slaan de inwoners van een door oorlogen of dictatuur getergd land op de vlucht naar landen waar het beter gaat. Hier klinkt steeds vaker de roep tot het sluiten van grenzen, maar voor wie sluit je de grenzen dan en weten degenen die je echt niet in je land wil, die grenzen uiteindelijk niet gewoon te slechten. En, zo gaan mijn gedachten, hebben we de rest van de wereld niet nodig? Een paar weken geleden zat ik op een terras. Een half terras omdat er niet genoeg personeel was om het hele terras te bedienen. Afgelopen zaterdag zag ik een winkel op de Vleesstraat in Venlo die gesloten was omdat er niet genoeg personele bezetting was. Ernaast hing een briefje, personeel gezocht, zoals bij onvoorstelbaar veel winkels en restaurants in de binnenstad hangt. De zorg zit in de zomer met de handen in het haar en de bouw kan al tijden niet meer aan de vraag voldoen. Reden: personeelsgebrek. Pensioenen worden gekort omdat er te weinig werkenden zijn om de generatie die nu pensioneren te betalen. Oplossing, in mijn ogen, is juist het openen van de grenzen. Vrije handel heeft economische voorspoed verzorgd. Dat ging niet zonder slag of stoot, dat zal ook niet met het openen van grenzen gaan. We zullen niet overspoeld worden, is mijn overtuiging. Wij kunnen allemaal alle kanten van de wereld uitzwermen, vanuit een land waar een heel groot deel van de bevolking het niet eens is met hoe het land bestuurd wordt. Toch doen we dat niet, omdat we hier geboren zijn, omdat we het hier kennen en zo geldt het ook voor elk ander land. Zorg voor goede integratie, opleidingen en zorg voor economische ontwikkelingen in de landen waar nu de grootste vluchtelingenstromen ontstaan. Alleen dat mindert uiteindelijk de stroom, de inhumanitaire situaties aan door het westen gecreëerde grenzen. Er moet iets gebeuren. Ik heb er zo mijn gedachten over, maar ja, ik begrijp niet alles.
Water…
Het opnemen van de waterstanden bij Koops was al geen sinecure. Een loodzware plank belet me elk jaar, wanneer ik de kubieke meters vocht moet doorgeven, de doorgang. Elk jaar stelde ik dat moment daarom uit en pas bij de tweede of derde herinnering ging ik aan de slag. Dit jaar is het wederom de tweede herinnering die me doet besluiten aan de slag te gaan in de wetenschap dat het erger is dan andere jaren, want we hebben de loodzware plank niet langer vrij gelaten. Twee molens met notitieboekjes en een stelling met fotokarton vormen nu mijn eerste hindernis. Er zit niets anders op dan de molens leeg te halen. Ik pak dozen uit het magazijn en stapel de boekjes er in. Als de twee molens leeg zijn durf ik de tafel waar de stelling met karton opstaat voorzichtig weg te trekken. Daarna ben ik bij het luik. Zoals elk jaar is het even lastig om mijn vinger in de daarvoor bestemde opening te krijgen en genoeg kracht te zetten om het luik te openen. Dan is de plank eindelijk weg. Voor me de keldertrap, een versleten oude stenen trap. In de kelder is verder niets. Veel spinnen en rag, dat wel, en er loopt één leiding en de waterleidingmaatschappij heeft ooit het onzalige idee gehad om juist hier de meter te plaatsen. Ik loop naar het hoekje waar de meter zit. Open het klepje, maak een foto en loop de kelder weer uit. Mijn hoofd voelt als een ragebol en ik ga mijn handen door mijn haar om spinnen en rag te verwijderen. Daarna begin ik de situatie weer terug te bouwen. Plank op zijn plek, tafeltjes terug en de molens er op en vervolgens alle notitieboekjes stuk voor stuk weer in de molens. Ik ben een behoorlijke tijd bezig voor alles weer staat zoals het hoort, en dat enkel voor een fotootje. Goed. Volgend jaar weer, ik zal denk ik de derde herinnering afwachten.
Fiets…
Als ouder ben je nooit alleen ouder. Naast vader en moeder ben je ook kok, interieurverzorger, run je een wasserette, ben je taxibedrijf, doe je aan huiswerkbegeleiding, ben je mental coach en psycholoog en doe je daarnaast duizend en één dingen waar je niet bij nadacht toen je nog geen kinderen had. Vanmorgen is mijn rol fietsenmaker. Er waren al een tijdje wat problemen met de fietsen van de jongens, bij de een zat de zadel wat los, bij de ander liep de ketting er steeds af, en het moment dat de jongste een beetje verbaasd met zijn hele zadel in de hand stond was het moment dat ik wist dat ik aan de slag moest. Toch nog een paar dagen laten liggen maar in de wetenschap dat hij morgen toch moeilijk zonder zadel op een comfortabele manier naar school kan gaan ga ik nu eindelijk aan de slag en sleep zijn fiets en mijn gereedschapskist naar buiten. Het zadel weet ik vrij snel vast te zetten en ook het fietsrek, waar een schroef ontbreekt weet ik te repareren. Ik draai de schroef van zijn standaard nog even aan en wissel daarna zijn fiets voor die van mijn oudste zoon. Er ontbreekt al een klein stuk van zijn kettingkast, ooit verloren, en de rest is daardoor iets gemakkelijker los te krijgen. Daarna draai ik moeren los, schroeven bij de rem en inbus bij de de Nexus versnellingen. Nog een moer en daarna kan ik het wiel spannen en daarmee ook de ketting. Moeren weer vast, Nexus er op en de schroeven van de remterugslag ook weer aandraaien. Ik fiets een klein stukje op de voor mij te lage fiets. Het lijkt weer prima te werken. Terug in de tuin probeer ik de schroef waarmee de standaard, die rammelt, aan te draaien. Dat blijkt niet mee te vallen. Door roest wil het ding niet. Ik zet de lange inbussleutel vast en timmer met de hamer er tegenaan. Soms schiet de schroef even iets verder. Na een hele tijd zit de schroef weer helemaal vast. Ik zet de fietsen terug in de schuur en neem maar direct de grote heggenschaar mee. Mijn volgende rol is hovenier. Tijdens het fietsenmaken liep ik steeds tegen de uitloop van de haag aan. Tijd om te knippen.