Sinds de Venloop heb ik nog niet buiten gerend. Ik heb een aantal keer op de sportschool op de band gelopen maar buiten rennen heb ik even vermeden om de blessure die ik een week voorafgaand aan de venloop opdeed even de rust te gunnen die het verdient. Vandaag doe ik mijn renschoenen aan, oortjes in, leuk muziekje op en ik ga. De eerste twee kilometer ren ik twaalf kilometer per uur en dat is sneller dan ik de afgelopen jaren rende. Twaalf per uur is iets wat ik tien jaar geleden rende. Ik ben dan ook wel blij dat ik na tweeëneenhalve kilometer mijn schoonvader tegenkom en even kan stoppen. Het is warm en ik ben buiten adem. Na een kort gesprek ren ik verder. Nu iets rustiger. De brug over en aan de Blerickse kant ren ik door het gras richting Maas. Er is een mooi, pas gemaaid pad dat ik volg. Ik zie een man lopen met een herdershond en ik hoest een paar keer maar dat hoort hij niet en wanneer ik dichtbij ben roep ik een keer hallo. Ik ben niet bang voor honden maar honden willen wel eens reageren wanneer onverwacht een renner voorbij komt. De man roept zijn hond bij zich en houdt hem vast terwijl ik voorbij kom. Ik ren door, even naar boven en de stoep weer op. Vlak bij de brug zie ik achter de dijkverhoging een enorm veld klaprozen. Ik ren nog een stukje door maar bedenk me dat ik toch een foto wil maken. Ik neem de sprong de verhoging op en ren terug en spring ter hoogte van de bloemen weer naar beneden. Het duurt even voor de wind gaat liggen en ik een foto van al het rood kan maken. Daarna spring ik weer de dijk op en ren deze tot het einde af.
Hondjes…
Het is wat het is, zegt de man die ik met zijn hondje voor de deur van de dierenarts trof. Het hondje snuffelde aan mijn vingers, ik kreeg een likje en toen ging het beestje liggen. Ik vroeg het baasje of het hondje niet mee naar binnen wilde, en hij schudde zijn hoofd, veel te vaak al geweest. Hij vervolgde met, maar vandaag is het de laatste keer, en daarna kwam, het is wat het is. Ik ga op mijn hurken bij het beestje zitten, ze kwispelt terwijl ik achter haar oren kriebel. Het beestje heeft diabetes, vertelt de man, en wat ze ook geprobeerd hebben, ze kregen het niet onder controle. De organen zijn aangetast en inmiddels is het hondje bijna blind. Ze gaan nog een keer het diertje lekker laten eten, en daarna volgt het afscheid. Een galgenmaal in onwetendheid, en dat is maar goed ook. De vrouw van de man komt naar buiten en ze lopen naar de auto. De man blijft de naam van het hondje zeggen zodat het bijna blinde beestje weet waar het heen moet. Ik wens ze sterkte. Hij dankt me en zegt nog een keer, het is wat het is. Toch voel ik me een beetje droevig als ik weer in de auto zit. Als je een huisdier neemt weet je dat ooit het moment van afscheid komt, dat moment wil je zo lang mogelijk vooruit schuiven, daar wil je alles aan doen, maar toch komt ooit dat moment. Voor deze twee is het moment daar. Toen ik thuis vertrok stond er in de deuropening bij de buren een hele kleine puppy die net het nest verlaten had. De gedachte aan dat beestje stemt me een stuk vrolijker. Ook dat is wat het is.
Container…
Een week of twee geleden bestelde ik de container. Zo eens in de twee, drie jaar is er de behoefte om op te ruimen. Het gevaar van een groot pand met veel magazijnen en verdiepingen is de stelling, zet daar maar even neer. Ongemerkt verzamel je enorm veel troep en dus is het tijd om daar, in elk geval deels, een eind aan te maken. Ik bestelde de container, ik regelde, met wat moeite, de vergunningen en ik vroeg aan mijn contactpersoon hoe laat ik de container kon verwachten. Hij schreef voor tienen, maar hij zou navraag doen naar het werkelijke tijdstip. Daar hoorde ik niets meer over dus daags voor de levering bel ik zelf maar met de planning. Tussen zes en negen is het antwoord. Het antwoord op mijn vraag of het niet ietsjes later mag is negatief, we staan als eerste ingepland. Ik geef mijn mobiel nummer door voor het geval de chauffeur vragen heeft bij het plaatsen en laat het daarbij. Uiteraard word ik om zes uur wakker. Ik controleer mijn telefoon maar zie nog geen vragen van een chauffeur. Ik ga koffie zetten die we in bed drinken en ik af en toe kijk. Geen berichtje. Iets na zevenen fiets ik maar naar de winkel, ik verwacht eigenlijk dat de container netjes op de gevraagde plek staat, maar die is nog leeg. Om acht uur komt de klusjesman die ik gevraagd heb om mee te sjouwen binnenlopen. Er is nog geen container en ook niet om half negen en om kwart voor negen bel ik maar eens. De dame die ik aan de lijn krijg weet het ook niet precies. Ze gaat het eens even na en komt terug met de mededeling dat de chauffeur zich verslapen heeft en ze belooft me terug te bellen zodra ze meer weet. Na een half uur, het is inmiddels kwart over negen en we hebben nog niets kunnen doen, bel ik zelf maar weer. Ze klinkt bijna verbaasd dat ik alweer bel. Ik doe nu mijn boos. Ik zeg dat ik al vanaf zes uur sta te wachten op de container, dat vanaf zeven uur mijn collega’s erbij zijn gekomen, overdrijven maakt de zaak soms duidelijker, dat mijn hele planning voor de dag in de soep gelopen is en dat ik me, bij het verslapen van een collega een vertraging van een half uur, of wellicht zelfs een uur had kunnen voorstellen, maar niet dit. Ze zegt dat ze contact gaat opzoeken met de chauffeur. Na een paar minuten is ze terug aan de lijn, over een half uurtje is hij er, zegt ze. Ik kijk op de klok, iets na half tien. Om twintig over tien is hij daadwerkelijk in Venlo. Op de Heilige Geeststraat weliswaar, verneem ik van de chauffeur die van daaruit niet weet hoe hij bij ons moet komen en ik verbaas me vooral over het feit hoe hij daar is gekomen. Ik ren naar hem toe. Leg hem uit wat de route naar mijn winkel is en zowaar. Om half elf. Viereneenhalf uur nadat ik wakker werd, in afwachting van de container, staat het ding naast mijn pand. Ik maak hem open. In de container knerpt het glas onder mijn schoenen en er hangt een alcohol damp die een langdurig verblijf onmogelijk maakt. Ik zet de zijkleppen ook open. Het is niet anders, we kunnen beginnen en we sjouwen het eerste grote meubel naar binnen.
Nickel…
Hij is een jongen die gelooft in het goede van de mens, die dat graag in een mens wilt zien. Een jongen die goed kan leren, die zelfs de mogelijkheid krijgt om door te studeren en hij is een jongen die zwart is. In een tijd in Amerika waar in het Zuiden racisme nog hoogtij viert, en hij is een jongen die zijn duim opsteekt om naar de hogeschool te liften. En dat had hij beter niet kunnen doen. Ik lees een boek uit, ‘de jongens van Nickel’ van de auteur Colson Whitehead, u kent hem wellicht van ‘de ondergrondse spoorweg’. Colson beschrijft het leven van een groep zwarte jongens die het ongeluk treft naar Nickel gestuurd te worden, een kostschool waar fysieke en geestelijke mishandeling onder de noemer tucht worden weggeschreven. Waar niemand zijn leven zeker is, en zeker de zwarte jongens niet. Elwood, de hoofdpersoon die ongelukkigerwijs op Nickel terecht komt, gelooft nog in de goedheid van de mens. Hij luisterde graag, toen hij nog in vrijheid verkeerde, naar een langspeelplaat van Martin Luther King. Je kunt geen haat met haat verdrijven stelt deze, je kunt haat slechts met liefde te lijf gaan. Maar hoe kun je liefde blijven voelen voor hen die jou zo haten, die jou zo mishandelen, die jou je toekomst ontnemen. De jongens van Nickel is een indrukwekkend en prachtig geschreven werk, gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen in een andere kostschool ten tijde van de rassenscheiding in Amerika.
Belletje…
Het is die ene dag in het jaar waar ik tegenop zie, en daar doet het vriendelijke gezicht van de accountant niets aan af. De week voorafgaand aan haar bezoek doorloop ik cijfers, winst- en verliesrekeningen, debiteuren en crediteurenlijsten, grootboekrekeningen en kruisposten. Fouten probeer ik er zoveel mogelijk uit te halen. Dat alles voorkomt niet dat de uren dat ze tegenover me zit een spervuur aan vragen oplevert. Waarom deze boeking, waar komt dat bedrag vandaan, heb je een kopie van dit, heb je een kopie van dat. Het voelt altijd een beetje als twee voor twaalf, alleen heb ik geen belletje om de tijd te stoppen wanneer ik het antwoord op een vraag heb gevonden. Ik heb al geleerd om een hoop notitie papier bij de hand te hebben en de vragen te noteren die ik nog niet beantwoord heb terwijl de volgende vraag zich al weer aandoet. Het is snel schakelen, ordners en dossiermappen er op de juiste momenten bijtrekken en uit de enorme brij aan informatie, die ik een jaar lang heb vastgelegd, de juiste waarden te trekken. Na vier uur spervuur aan vragen is het klaar. De vragen zijn beantwoord. Ik weet dat er nog wel een paar zullen komen. Per mail, dat is makkelijker, dan heb ik de tijd om te zoeken en te antwoorden en heb ik het belletje niet nodig. Stop de tijd.
Douche…
Soms gaat er wel eens iets kapot. In huis resulteert dat in een klusje, wat kan variëren van, eventjes doen, in het geval van een gesprongen lampje bijvoorbeeld, tot, dit moeten we gaan inplannen en een plan van aanpak bedenken. De buis van de regendouche die aan de onderkant afbrak waardoor slechts de handdouche het nog deed, ligt een beetje tussen die uitersten in. Ik weet wel wat ik moet doen om het te repareren of althans, ik denk dat ik dat weet, het is echter niet iets wat ik heel eventjes snel tussendoor kan doen. Ik begin op deze maandagmiddag met het naar boven sjouwen van de gereedschappen en materialen die ik voor de klus nodig heb. Dat is best veel. Ik kijk naar de uitstalling in het halletje. De kist met de boormachine, zo’n zelfde koffer met daarin de elektrische schroevendraaier, gereedschapskist, en nog wat bakjes met pluggen en schroeven. Ik begin met aftekenen. Tape op de tegeltjes om te voorkomen dat ze breken en daar de punten op waar ik moet boren. Boormachine erbij, twee gaatjes zijn snel gemaakt. Het duurt nog een tijdje voor ik het juiste imbussleuteltje heb gevonden om een heel klein schroefje los te krijgen die de lange buis met het kleine bevestigingsstukje verbindt. Daarna is het een kwestie van vastschroeven, teflon tape om de buis en in elkaar schuiven. De buis moet met enige kracht in het bevestigingsstukje aan de muur getild worden. Ik zet de kraan aan. Zet de knop om. De regendouche werkt weer. Ik draai het kleine schroefje met het imbussleuteltje weer aan, spoel het bad na waarmee het gruis van het boren verdwijnt en begin met alle gereedschappen terug in de koffers te stoppen. Het is nog drie keer op en neer lopen naar de schuur om al het materiaal weer op te bergen. Het is benauwd warm, maar ik weet dat ik na afloop van het klusje in elk geval weer kan douchen.
Warm…
En dan is het warm, en het is warm zoals het in Nederland vaak warm wordt, zonder aankondiging, zonder overgangsperiode. Zo is het koud, en bam, zo is het warm. Een week geleden liep ik mijn late avond rondje met de hondjes nog ik mijn winterjas omdat de temperatuur in de nacht naar de nul kroop, als ik mijn best deed, bij het uitademen, kon ik zelfs een voorzichtig wolkje produceren. Nu is die kou ver te zoeken, en dat vind ik prettig. Ik hou van de warmte, de lekker lange avonden waar we buiten kunnen zitten en boeken lezen en drankjes drinken. Heerlijk. Voor de winkel is het minder, die temperaturen. Als het plots heet wordt is het stil in de stad. Dat duurt een paar dagen en dan is iedereen weer gewend aan de nieuwe situatie en dan loopt de winkel weer vol. Komende week wordt het weer wat minder. En daarmee in de winkel weer wat drukker. Het is de wet van de communicerende vaten. Privé heb ik het graag wat warmer, zakelijk niet.
Zwemmen…
Lotje is enthousiast en als ze enthousiast is, en in een bos, dan begint ze zand naar achter te verplaatsen, met passie, dus vliegen zand en bladeren en takjes in het rond en ze draait een beetje terwijl ze troep aan het verplaatsen is en nu staat Izzie precies achter haar en binnen de kortste keren is zij bedolven onder de troep die de enthousiaste Lotje verplaatst. We lopen verder, dit is Izzie’s terrein, hier waren we een paar weken geleden ook en toen wees Izzie Lotje duidelijk de weg, nu weet Lotje op sommige keerpunten de weg ook al. We komen uit op een pad en in de verte zien we een wandelaar. Als we de afgraving bereiken staat de wandelaarster bovenaan het pad met een boekje van het Pieterpad te kijken en ze spreekt ons aan, ze weet niet zeker meer waar ze naar toe moet en ik wijs haar de weg, naar beneden, de andere kant weer omhoog en aan het einde van het pad naar rechts. Dit bos ken ik. Ze loopt met ons mee naar beneden. De hondjes, die het warm hebben gekregen, lopen voor ons uit richting het meertje. Ik vraag of ze al lang aan het wandelen is. Nog niet zo lang, zegt ze, vanaf Venlo en ze moet naar Swalmen. Ik zeg dat dat meevalt, en dat het een fantastisch weertje is om te lopen en dat beaamt ze. In het meertje staan een paar paarden en die slaan met hun hoeven in het water en de hondjes schrikken daarvan en we slaan linksaf en ik groet de wandelaar. Izzie rent door in de normale baan terwijl wij meer naar links afwijken en met een boog komt ze op hetzelfde punt uit als wij. Wel eerder, en het stuk van links naar rechts zwemt ze.
DHL…
We zijn gestopt als serivepunt van dhl en dat vind ik jammer. Jammer omdat ik het wel gezellig vond, de afgelopen jaren, die extra loop in de winkel. Al die, met name jonge vrouwen, de hun pakketjes die ze online besteld hadden op kwamen halen en terug kwamen brengen. Die onze winkel zagen en wisten waarvoor ze ook naar de winkel konden komen als het niet het halen van een pakketje was. Toch nam ik de beslissing om te stoppen. En die beslissing kwam voort uit een klein aantal, en dat zijn dan weer met name mannen, klanten die zonder enig fatsoen collega’s uitscholden omdat hun pakketje niet bij ons lag, iets waar wij geen hand in hebben, of omdat ze een pakketje met een antwoordnummer bij ons willen afgeven en we ze doorverwijzen naar het begin van de straat waar een postagentschap zit, maar ze verlaten de winkel niet voor ze uitgescholden zijn en de balie leeg hebben geveegd. Onmacht is het, denk ik, in combinatie met ontbreken van fatsoen en verstand, om zo te reageren. We zijn waarschijnlijk het eerste fysieke contact in de wereld die online heet geweest, de eerste waar ze oog in oog mee staan en waar ze hun gram kunnen halen. Dat wij er ook allemaal niets aan kunnen doen, niet kunnen nazoeken en slechts een ophaal of afgeefpunt zijn doet daar kennelijk niets aan af. Dat bepaalt deze beslissing. Een beslissing die niet goed is voor ons, niet goed voor de straat en niet goed voor de stad want wij trokken echt heel veel online mensen naar de fysieke straat. Die weren we nu. Een verstandige beslissing voor de rust in de winkel, maar wel eentje die pijn doet.