Richer…

Het is druk. De tijd van het jaar waarop in de ochtend de eerste klanten al voor de deur staan te wachten tot we de winkel in gereedheid hebben gebracht om ze te kunnen ontvangen. Systemen opgestart, kassalades uit de kluis gehaald, kaartmolens en boekenbak buitengeplaatst en daarna kan de draaideur van het slot. Het geluid in de ochtend waarop we beginnen en de eerste klanten binnen komen lopen. In deze tijd van het jaar een redelijk constante stroom. Een paar meter naast de draaideur de deur van ontvangst, ook een veelgebruikte ingang voor de leveranciers die met pallets en steekwagens de producten naar binnen rijden die vervolgens verwerkt worden naar klantbestellingen en winkelvoorraad. Ik ben bezig met het inruimen van boeken wanneer een klant vraagt hoe ze kan weten hoeveel de boeken kosten. Ze heeft er vier in haar hand. Ik loop met haar mee naar een prijsscanner twee meter verderop en wijs naar de andere prijsscanners op de pilaren in de winkel en bij de boekenwand. Ik scan één van de boeken en laat haar achter tussen de Engelse boeken. Een tijdje later staat ze toevallig weer voor me bij de kassa. Ze heeft haar keuze gemaakt en geeft me haar keuze in handen om af te rekenen. Ze zegt dat ze verbaasd is over ons assortiment aan Engelse boeken. Eigenlijk alles wat ze op insta langs ziet komen vindt ze ook wel op onze planken terug. Ze moet afrekenen en straalt bij het betalen. Een vriend stuurde me onlangs een foto van een stoepbord van een boekhandel. Er stond: Books: the only thing that you can buy that makes you richer. Deze klant bewijst dat die uitspraak klopt.

Baba…

Ik moet heel eerlijk bekennen. Ik kende de naam Babangida niet. Ik volg het voetballen niet, bied me duizend euro om één speler van het Nederlands elftal te benoemen en ik zal de duizend euro aan me voorbij moeten laten gaan. De naam Babangida zal een keer langsgekomen zijn, een aantal maanden geleden, toen we de boeken die in het najaar verschijnen aan het beoordelen waren. Welke kopen we wel in en welke niet. Zeker als het om voetballers gaat zijn we hier wat terughoudender in geworden omdat zoveel voetballers hun verhaal vertellen in boeken. Daarmee lijkt de markt op dat gebied een beetje verzadigd maar, van Babangida hadden we er vier ingekocht. Toch in elk geval niet overgeslagen. Recent kwamen we er achter dat Babangida, liefkozend vaak verkort tot Baba, nogal groot was in Venlo, publiekslieveling, en daarna nog groter werd bij Ajax, en dat hij bij Nedinscoplein zou komen en de uitgever contact met ons opnam om te vragen of hij daaraan voorafgaand wellicht bij ons kon komen signeren. En het was kort dag, iets meer dan een week, om er genoeg aandacht voor te vragen, maar op deze dag, vrijdag, komt om exact één uur in de middag de eerste fan binnengelopen. Uit Boxmeer. Ik zeg dat de signeersessie pas om twee uur begint maar dat weet hij. Hij wil alleen zorgen dat hij vooraan staat. Ook andere fans volgen vroeg en tegen de tijd dat Baba binnen komt lopen, samen met de schrijver, Roberto Pennino, van zijn toch wel tragische levensverhaal, is er een hele groep fans in de winkel. En het is ook niet zo moeilijk om fan te worden van Baba. Een bescheiden, sympathieke man die het Nederlands niet heel goed beheerst maar er wel zijn best voor doet. Het wordt weer een gezellige middag met heel veel leuke reacties en we zijn blij hem, hen, in onze winkel te hebben mogen ontvangen.

Het lichaam is onschuldig…

Ik lees een boek uit. Het lichaam is onschuldig van Gaite Jansen dit keer. Als we tijdens aanbiedingsgesprekken verteld krijgen over de boeken die gaan verschijnen dan zijn er boeken bij die er nog niet zijn maar die we heel graag willen lezen. Dit boek was er zo een. Annemiek las het een tijdje terug en dan kan het nog zijn dat degene die het boek als eerst leest tegen de ander zegt dat het boek wel mooi is maar niet direct een must-read. In dit geval gebeurde dat zeker niet. Annemiek was enthousiast en nadat ik mijn vorige boek uit had, pakte ik de roman van Gaite Jansen op. Het boek gaat over Margaret. Een balletdanseres die aan het einde van haar carrière nog één keer wil stralen en uitgenodigd wordt om te dansen in New York bij het prestigieuze The National. Om dat te doen laat ze haar leven in Nederland en met name haar relatie met Noah achter. Ik New York probeert ze er bij te horen in het dansgezelschap, maar vooral raakt ze in de ban van de choreografe Olivia. Olivia heeft een relatie met David en de liefde die Margaret voelt voor Olivia schakelt alle alarmbellen uit die zouden moeten afgaan naarmate Margaret meer in een driehoeksverhouding klem begint te zitten. Het lichaam is onschuldig is een heel beklemmend boek. Spannend, erotisch maar het ongemak voert continue de boventoon. Het is een boek over verlies, over schaamte en over een donkere zelfkant. Maar vooral is het een boek over jezelf verliezen. Jezelf niet meer zien in het licht van die ander. Het lichaam is onschuldig is gewoon een heel goed boek dat gelezen moet worden.

Plank…

We rollen. De kaartmolens, de tafels, de kunstpyramides en het grote scherm. Alles op wieltjes om op zekere momenten even een andere bestemming aan te kunnen nemen. De kaartmolens het magazijn in, de tafels deels de koffiecorner in en eentje in het verlengde ervan. De pyramides een stuk weggedraaid en het grote scherm tegen de zwarte achtergrond van de wand waar normaal de kaartmolens staan. De koelkast is gevuld en is er klaar voor, de statafel met de twee microfoons er op is er klaar voor. Er staan stoelen en de winkel loopt, deze zaterdag na sluitingstijd, al snel vol met mensen. We hebben een boekpresentatie en dat is dit keer het boek ‘Je bent maar een plank’ van Candy Jacobs. We zaten de laatste tijd een aantal keer met Candy om de tafel en zij is een fantastische vrouw, sterk, stoer, ze had een droom, het hoogst haalbare en dat bleek gewoon in haar bereik maar ze is daarnaast een vrouw met onzekerheden, een schaduwkant die haar treft op de momenten dat ze alleen is. Ze schreef er over. In eerste instantie om maar van zich af te kunnen schrijven maar dat van zich af schrijven vormde een boek. Een boek over diepe dalen, grote hoogten en over die ene zekerheid in haar leven, de plank. De winkel staat vol. Frans neemt het woord, kondigt aan en het wordt een prachtig gesprek, een fantastische avond en een lange signeersessie. Het boek ligt in de winkel en het is een belangrijk boek. Een belangrijk verhaal voor al die jongeren die mentaal met zichzelf in de knoop zijn geraakt. Of ze gevonden heeft wie ze is, vraag Frans, en Candy schudt ontkennend. Waarschijnlijk zal ze dat wel nooit vinden, is haar eerlijke antwoord.

Milieu…

Er brandt een rood lampje op de oplader van de Tripl. Wat het lampje precies moet zeggen weet ik niet, maar dat de Tripl in de nacht niet werd opgeladen is duidelijk. Ik trek de stekker los, steek hem er daarna weer in en nu begint het opladen wel. Het is even na negen uur in de ochtend en het opladen van de Tripl duurt zo’n vier à vijf uur en de bezorger vertrekt om twee uur in de middag dus het moet net lukken. Nadeel is dat de Tripl in de weg staat voor leveringen hetgeen direct duidelijk wordt wanneer de leverancier met kratten en dozen voor de deur staat. Ik zeg dat hij de dozen maar even voor de deur moet plaatsen en dat ik ze wel verder til omdat onze bezorgscooter nog aan de oplader hangt. Hij kijkt naar binnen, ziet de Tripl staan en is direct geïnteresseerd. Wat het precies voor een ding is, hoeveel kilo er in kan, of die op stroom gaat en of we zonnepanelen op het dak hebben liggen. Hij kwam zelf aan rijden met een dieselbus dus ik zeg, na zijn laatste woorden over stroom en zonnepanelen, dat het elektrisch rijden ook nog goed is voor het milieu. Hij begint een beetje schamper te lachen en zegt, nou, milieu, daar geloof ik niet in. Dat vind ik op zich erg grappig. Ergens niet in geloven wat wel een gegeven is. Lucht, water, bodem, dat vormt milieu en dat bestaat nu eenmaal. Waar hij wellicht niet in gelooft zijn de effecten van stikstof, van verontreiniging, op ons milieu. Vind ik ook vreemd maar dat kan, er zijn wel meer mensen die vinden dat wetenschap ook maar een mening is. Maar iemand die zegt dat hij niet gelooft in iets waarop hij staat, grond, daar kan ik niet zoveel mee. En in de laatste jaren heb ik geleerd om dit soort opmerkingen niet te pareren, niet in discussie te gaan met wat feiten als munitie. Want je kunt niets met argumenten wanneer die onderuit geschoffeld worden met opmerkingen als, en jij gelooft in die linkse propaganda, of slaap verder, ik heb het op internet zelf opgezocht. Hoe zwak ook, mijn tactiek is tegenwoordig negeren en hopen dat ze zelf een keer, op facebook wellicht, er achter komen dat je niet niet in milieu kunt geloven.

Stukjes…

Ik schrijf ze al lang. Stukjes. Tien jaar of vijftien jaar, ik weet eigenlijk inmiddels niet meer hoe lang, maar in de avond, rond elf uur ga ik achter mijn laptop zitten en denk ik na over de dag en begin ik te tikken. In de eerste jaren tikte ik zeven stukjes per week, elke dag eentje en de afgelopen, ik denk vijf, jaren schreef ik er vijf per week. Soms met een kleine pauze tijdens vakantie en in al die jaren ben ik een aantal keren een tijdje gestopt, een pauze om weer even op te laden en met hernieuwde zin weer om elf uur in de avond achter mijn toetsenbord te kruipen. De laatste tijd merk ik vaak dat, wanneer ik een stukje publiceer, wordpress er een cijfertje achter plaatst, omdat ik de naam van het stukje al eerder gebruikte. Ik weet eigenlijk zeker dat wordpress dat met dit stukje ook gaat doen. Soms lopen die cijfers op, dan zie ik opeens rennen-8, of avondwandeling-4 en dan begin ik toch het gevoel te krijgen dat ik in herhalingen begin te vervallen. Dus ik ga het anders doen. Ik stop met de dagelijkse stukjes en ik schrijf wanneer ik vind dat ik iets bijzonders heb meegemaakt of heb gezien, of wanneer ik een boek uit heb gelezen dat ik mooi vond of wanneer we een spel hebben gespeeld dat we leuk vonden. Dat zal betekenen dat er ook dagen tussen zitten zonder stukjes in de ochtend. Ik blijf schrijven. Soms wellicht zeven stukjes in de week en soms misschien geen. Iets minder regelmaat en daarmee voor mij wellicht ook iets minder herhaling, hoewel ik zeker weet dat er nog wel een keer een stukje over een avondwandeling met de twee hondjes zal volgen. Ik zie de vijf met plezier tegemoet.

Ambassadeur…

We werden uitgenodigd om de ambassadeursvergadering van uitgeverij Meulenhoff bij te wonen. Sinds kort zijn we ambassadeur van deze uitgeverij wat zoveel betekent dat wij geloven in de boeken die zij uitbrengen en ze dus ook inkopen en dat zij ons vervolgens in de verkoop ondersteunen. Een wederzijds belang en dat wordt jaarlijks bekrachtigd met een bijeenkomst op de uitgeverij voor een bijzondere middag. Een middag die begint om twee uur in Venlo waar we de trein nemen richting Utrecht waar we overstappen naar de trein richting Amsterdam. Als boekverkoper krijgen we veel uitnodigingen. Voor boekpresentaties, voor meet and greets met internationale auteurs, signeersessies en borrels of etentjes. Allemaal heel erg leuk, en vrijwel allemaal in of rond Amsterdam. Een flinke reistijd hebben die bezoekjes echter wel dus zijn we selectief maar soms moeten we ons ook wat gunnen en deze bijeenkomst willen we niet missen. We zoeven in de lift naar de zestiende verdieping en gunnen onze oren even de tijd om weer bij te komen van de snelheid waarmee dat ging. We worden warm onthaald, zien bekenden van de uitgeverij en collega’s boekverkoper en met een kop koffie zoeken we een plekje. De middag is heerlijk, we krijgen een sneakpreview te zien van titels die in de loop van volgend jaar gaan verschijnen en van een aantal titels wordt wat breder verteld waarom het zo’n bijzondere titel wordt. We doorlopen wat cijfers maar het meest kijken wij toch uit naar de komst van de auteurs. Voor het diner is dat Olivier Guez, die vertelt over zijn onlangs verschenen boek Mesopotamië. Een boek waarbij Guez het spoor volgt van Gertrude Bell een bijzondere, invloedrijke vrouw. Guez vertelt daar fascinerend over en het nodigt enorm uit om het boek te gaan lezen, maar eigenlijk zie ik nog meer uit naar de auteur die na het diner plaatsneemt in de stoel, Ahmed Aboutaleb. Hij gaat niet zozeer vertellen over zijn boek thuis, maar vertelt een verhaal aan de hand van vier verschillende foto’s. Foto’s die ook in het boek voorkomen en die de personen laten zien die een richting aan zijn leven hebben gegeven, een leven dat hem op zijn vijftiende leidde van Marokko naar Nederland. Waar hij aan de LTS ging leren, in de horeca werkte en later de journalistiek opzocht. Waar hij in tweeduizendvier de bekendheid intrad als wethouder van Amsterdam en later natuurlijk faam maakte als zeer gewaardeerde burgemeester van Rotterdam. Als Aboutaleb spreekt, luister ik. Een prachtige middag en avond en tegen de tijd dat we weer in de trein zitten, met een tas vol boeken, gesigneerd en wel door Aboutaleb en Guez, weten we dat we op een volgende uitnodiging gewoon weer ingaan.

Herfst…

Mijn favoriete jaargetijde is met stip de lente. Opkomende natuur, het lichte groen in bomen en struiken en de eerste warmere dagen van het jaar. De tuinkussens die van de zolder naar beneden worden gehaald en de eerste keren weer lekker buiten zitten na een periode van kou. De tegenhanger van de lente is daarmee precies de herfst. Bladeren die juist wel van de bomen vallen en de temperatuur die langzaam aan steeds verder daalt en de eerste herfststorm, guur en koud, ons al diep in onze jassen liet verdwijnen. En toch heeft ook dit jaargetijde haar betere kanten, zoals vandaag. Ik wandel met de hondjes, zoals ik vaak doe, en ik kom aan op de Hertog Reinoudsingel dat baadt in het zonlicht. Dat doet de straat uiteraard vaker maar nu is het hele hondenpad van het begin tot het einde bedekt door een goudgeel bladerdek waar de hondjes even verbaasd naar lijken te kijken. Want waar is het gras gebleven waar ze toch altijd zo graag hun plas op doen. Het pad waar ik op loop is ook lastig te volgen, sinds een paar jaar is het een kronkelend pad en door het dikke bladerdek is de kronkel amper te zien. Het beeld blijft echter prachtig. Zoveel kleurrijker dan het lichte groen van de lente. En ondanks dat, blijf ik daar ook gewoon weer naar verlangen.

Collega…

Hij is een oud collega boekverkoper, inmiddels een jaar of zes gepensioneerd maar nog altijd gepassioneerd over ons vak en hij wil ons even complimenteren met onze mooie winkel. Ik vraag hem of hij een dagje Venlo aan het doen is en hij knikt naar een man die naast hem staat en zegt dat hij zo ongeveer eens in de twee jaar in Venlo is. We praten over het boekenvak alsof hij er nog middenin zit. Over wat goed gaat, wat minder en waar de kansen en risico’s liggen. Ik vertel over de manier waarop wij de boeken bezorgen, en de man die naast de oud boekverkoper staat, zegt direct, de bezorg driewieler. Ik zeg dat onze bezorgscooter, de tripl, één van de bekendste voertuigen in Venlo is. Dat we er vijf dagen in de week mee door de stad rijden om al de pakketjes te bezorgen en dat ik de tripl niet kan laten zien omdat onze pensionado die ermee aan het bezorgen is nog niet terug is. Tegen de tijd dat de twee heren vertrekken, ze gaan ergens een biertje drinken, is onze bezorger inmiddels wel terug en ik loop nog even mee met de heren om de tripl te laten zien. Er worden foto’s gemaakt en dan lopen de heren toch nog echt even de stad in om het aangekondigde biertje te nuttigen.

Stoel…

Ik lig te wachten in de tandartsstoel. Of eigenlijk is het de stoel van de mondhygiëniste, maar het zijn dezelfde kamers het is dezelfde stoel en ik kijk naar hetzelfde instrumentarium, dus in die zin is het in deze ruimte de persoon achter je die bepaalt in wat voor stoel je ligt. Mondhygiënistestoel dus. En daar heb ik in mijn drieënvijftig jaar dat ik al op deze wereld mag rondlopen nog nooit in gelegen. Er waren wel soms waarschuwingen, aangehoord al liggend in de tandartsstoel. Beter flossen, anders… Zachtere tandenborstel, want anders… Geen flosdraad gebruiken maar raggertjes, want anders… In de loop der jaren zijn de adviezen rondom het verzorgen van het gebit meegegaan met hun tijd en daarmee vaak ook tegenstrijdig. Maar goed, zolang ik niet te horen krijg dat ik een afspraak bij de mondhygiënist moet maken, voel ik geen intrinsieke urgentie om dit uit eigen overwegingen te bewerkstelligen. Maar toen de tandarts bij mijn laatste bezoek opperde dat ik beter een afspraak kon maken, deed ik dat braaf. En nu lig ik hier en ik kijk naar al die instrumenten waarvan ik vermoed dat de meeste niet gebruikt zullen gaan worden. De stoel wordt naar achteren gekanteld en de mondhygiëniste gaat aan de slag. Het is een hoog snerpend geluid en het spettert vocht en ondanks de afzuigslang die in mijn mond hangt moet ik vaak slikken en dat is nog niet zo eenvoudig met alles wat in mijn mond plaatsvindt. Ik merk ook dat ik me opeens erg bewust ben van mijn tong. Ik geloof dat ik dagen, misschien wel weken voorbij laat gaan zonder dat ik nadenk over mijn tong. Tot je er een keer op bijt of te warme thee op giet, dan denk je er aan maar hier, in de stoel, ben ik me er heel erg bewust van en ook van het feit dat het ding niet opeens tegen dat boortje, of wat het ook is dat het gierende geluid maakt, moet gaan duwen. Ik vermoed dat ik me dan ook weer dagenlang bewust ga zijn van mijn tong. Ik ben dan ook blij dat ze op een gegeven moment klaar is met de onderkaak en doorgaat met de bovenkant zodat ik de tong veilig weg kan drukken. Bij het weggaan krijg ik nieuwe adviezen. Ander raggertje, andere tandenborstel. Ik krijg voorbeelden mee en ik weet dat ik ze zal kopen, zal gebruiken en ik weet dat het ook niet mijn laatste keer in deze stoel zal zijn.