Ik lees een boek uit. Meisjes van krijt, van Lara Taveirne dit keer. Een tijdje terug las ik van haar het prachtige maar beklemmende Wolf en de meisjes van krijt is wederom een fantastisch boek. Het verhaal is het verhaal van Lilith, maar ergens ook het verhaal van Violaine. De twee zijn hartsvriendinnen en de meisjes van krijt beginnen met de sprong van twee meisjes van een klif. Eén van de twee meisjes, Violaine, wordt gevonden en naar het andere meisje start een zoektocht. En het verhaal gaat over Herman. De gepensioneerde huisarts, weduwnaar, die het liefst leest, met een stethoscoop luisterend naar zijn hartslag. Hij ontmoet een jong meisje, met baby en veel plastic tassen, bij een tankstation. Ze vraagt hem of ze met hem mee mogen rijden en een eind verder, midden tussen de weilanden, vraagt ze hem om weer uit te mogen stappen. Beide vragen willigt hij in en thuis gekomen, wanneer het weer volledig is omgeslagen en de regen van de daken gutst heeft hij spijt dat hij haar daar uit liet stappen en hij rijdt terug om te kijken of hij haar nog kan vinden. Meisjes van krijt is een verhaal over verlies, over liefde en over verdriet. Afscheid nemen en opnieuw beginnen. Een verhaal over hoop en over loslaten. Dat laatste is waar het boek over gaat. Over naar die klif rennen, met je hartsvriendin en dan haar hand los durven laten.
Vriend…
We stappen binnen in de kroeg op de Parade waar we van buitenaf al hadden gezien dat er eigenlijk niemand is, behalve de uitbater dan. Het is nog vroeg in de avond en de vriend waarmee ik een avond ga stappen vraagt of ik niet liever naar een kroeg ga waar wat meer mensen zijn, maar ik vind het prima. Mijn gehoor, enigszins gestoord door tinnitus, werkt vooral niet mee als er veel bijgeluiden zijn en in ruimten waar muziek draait en een constant geroezemoes van kletsende mensen kan ik gesprekken moeilijk volgen. Dus nemen we plaats in de kroeg en krijgen ons eerste biertje en we proosten op het feit dat we weer eens samen in een kroeg zitten. In onze jongere jaren ging er geen week voorbij dat we samen in een kroeg zaten, meestal in de Splinter en meestal ook vaker dan één keer in de week. Vanavond kletsen we bij. Over wat er op het moment speelt in onze levens en ook blikken we lachend terug naar het verleden. Kroegverhalen. In deze kroeg, op de Parade, zijn inmiddels ook wat meer mensen binnengekomen. Achter ons zit een stelletje waar later nog iemand aansluit en meer naar de ingang zitten ook wat mensen. Geen drukke vrijdagavond, maar in elk geval wat volk. Op het moment dat de vriend, laten we hem voor het gemak even Harry noemen, opstaat en naar de wc loopt, staat het groepje achter ons op, rekent af en verdwijnt waarna de uitbater met het andere groepje ook naar buiten loopt om een sigaret te roken, waardoor ik opeens alleen in de kroeg zit wanneer Harry weer verschijnt en verbaasd om zich heen kijkt. Ik heb niks gezegd of gedaan, probeer ik nog, maar Harry zegt, ja ja. Pakt zijn glas en we proosten nog maar een keer omdat het al zo lang geleden is, omdat we inmiddels allebei de vijftig gepasseerd zijn en omdat we er allebei ook gewoon nog zijn. Echte vriendschap doorstaat de tand des tijds. Dan hoef je niet meer elke week met elkaar in de kroeg te zitten om er evengoed nog voor elkaar te zijn.