Maandagavond waren we aanwezig bij de presentatie van het nieuwe beeldmerk van Venlo in de Maaspoort. De presentatie was in de grote zaal en die zaal was ook echt nodig. Ontzettend veel mensen, bedrijven, organisaties, bewoners en wat niet al meer, die de laatste jaren samen hebben nagedacht over de koers van Venlo. Waar Venlo voor staat. Wat Venlo wil uitstralen, kwamen nu bij elkaar voor een onthulling en feestelijke aftrap. Het nieuwe beeldmerk, het logo, blinkt uit in eenvoud, en dat is precies waar een krachtig logo aan moet voldoen. Zeker een logo waarvan het de bedoeling is dat organisaties maar ook bewoners een eigen draai aan kunnen geven en waarmee ze aangeven dat zij ook samen willen werken aan een sterker Venlo. Een mooier Venlo. Een gedragen Venlo. Tijdens de avond, waarbij trots op Venlo bij iedereen de boventoon voerde, klonk ook al een klein beetje de angst voor de reacties van de notoire näölers, die op facebook alles wat positief is met ongenuanceerde negativiteit menen te moeten voorzien. Natuurlijk gebeurde dat vandaag ook. En negatief doen is niet moeilijk. Je kunt overal negatief over doen. Dat is gratuit, goedkoop en, op facebook, ook nog vaak anoniem. Positief doen vergt iets heel anders. Dan moet je je inleven, dan moet je nadenken, proberen te begrijpen waarom iets is wat het is en als je het niet begrijp dan moet je vragen stellen. Positief zijn is harder werken dan het ongefundeerd strooien met bagger. Veel reacties hadden het niveau van bezoekers van een museum voor moderne kunst, die bij een schilderij van Rothko roepen dat een kleuter van drie dat ook kan. Het is niet alleen het beeld, het is de gedachte, het idee erachter dat het waarde geeft. In geval van Rothko betalen verzamelaars gewoon vijftig miljoen euro voor een schilderij. Het nieuwe beeldmerk van Venlo is geen Rothko. Uiteraard niet. Maar het heeft wel waarde. Door het positieve idee er achter. En geen notoir näöler kan die waarde teniet doen. Wij geloven in dat positieve beeld en daarom zochten we de samenwerking op, iets waar dat beeld voor staat, en sinds vandaag hebben we een heel scala aan producten in onze winkel liggen met dat beeldmerk. Voor iedereen die wel gelooft dat we samen van onze stad nog iets mooiers kunnen maken.
Pepernoot…
Oke, het is er de tijd van het jaar voor, maar hoe ging dat liedje ook alweer. Piet ging uit fietsen, toen klapte zijn band. Toen moest hij gaan lopen met zijn fiets aan de hand, hij kwam in een dorpje en zei tegen de smid: ik denk dat er in mijn achterband een pepernootje zit. Aan dat liedje moest ik vanmiddag dus denken, toen ik vanuit huis richting de winkel fietste en niet verder kwam dan de Zandstraat waar, schuin tegenover de sushi bar, waar altijd een aantal rokende koks buitenstaan, mijn band met een enorme knal het begaf. Ik schrok van die knal en de twee rokende koks ook en het duurde heel even voor ik door het schokkerige fietsen, me realiseerde dat het mijn band was die geknald was. Richting de koks roep ik dat het met één knal gedaan is met fietsen en ze lachen hoewel ik niet zeker weet of ze konden verstaan wat ik zei. Dus ik loop terug. Met de fiets in de hand. Het liedje zacht in mijn hoofd aan het zingen en zoekend naar de woorden zoals je wel vaker hebt met liedjes. Elke zin opnieuw vormend, proevend en op een gegeven moment wetend dat het klopt. Op dat pepernootje na dan, dat klopte vandaag dan weer niet.
Boekverkoper…
Ik manoeuvreer de steekwagen met de dozen boeken door de deur en wordt opgevangen en doorverwezen naar de plek waar de signeersessie zal plaatsvinden. Terwijl ik de boeken uit de dozen haal en op de tafel plaats weet ik dat op hetzelfde moment, twee verdiepingen hoger, de boekpresentatie van de nieuwe bundel van Herman Verweij plaatsvindt. Na afloop zullen zijn gasten naar beneden komen, waar koffie en gebak klaar is gezet en ik wacht aan het tafeltje met die boeken op dat moment. In de hoek is een ronde afbakening met boeken gebouwd en daarbinnen spelen kindjes. Ik had die ronde muur van boeken nog niet eerder gezien maar die is mooi. Ik was wat vroeg dus moet ik wachten en ik zit daar achter dat tafeltje met boeken en het is natuurlijk wachten op die vraag, u bent de auteur van dit boek en die vraag komt. Ik leg uit dat ik de auteur niet ben, dat die dadelijk volgt, maar even later komt nog iemand met diezelfde vraag en opeens voel ik het ongemak van auteurs die in boekwinkels en bibliotheken achter een tafeltje met wél hun boeken zitten en slechts twee keer gevraagd worden of ze de auteur van het betreffende boek zijn. Even later komt het gezelschap naar beneden en begint ook snel de verkoop van de bundels en komt Herman erbij om de boeken te signeren en te voorzien van een persoonlijke noot. Een man vraagt aan mij, terwijl hij zijn boek afrekent, of ik de penningmeester ben. Ik antwoord, naar waarheid, dat ik de boekverkoper ben. Maar alleen vanmiddag, toch, zegt hij en ik zeg dat ik ook morgen gewoon een boekverkoper ben. Hij kijkt me aan terwijl hij wegloopt een een duim opsteekt.