Lotje…

In de polder, in dat nestje, bijna acht jaar geleden, koos Lotje ons. De foto’s die we van dat moment hebben zijn de foto’s met haar, maar, eigenwijs als wij waren, wezen we een ander hondje aan. Een hondje met prachtige goudbruine haren terwijl die van het hondje in onze handen donkerbruin waren. Lotje. Hoe ze het voor elkaar kreeg weten we niet, maar het gekozen hondje werd niet aan ons toegewezen en we kregen toch Lotje mee naar huis, het hondje met de donkerbruine haren die, naarmate ze wat ouder werd, exact de prachtig goudbruine kleur kreeg waar we bij het andere hondje voor vielen. En we vielen voor Lotje. Keihard. En het was niet het meest gemakkelijke hondje. Ze was vaak bang. Bang voor mensen, bang voor dieren, zeker voor honden. Toch een aparte angst als je zelf een hondje bent. Ik ging met haar op training, puppycursus, daarna door naar de vervolgcursussen en later het agility, poortje springen noemden we dat en dan stuiterde ze door de kamer want ondanks de aanwezigheid van de andere honden die ze eng vond rende ze zo graag met mij door het gras of, bij slecht weer, door het rulle zand van de manege. Lotje stond altijd aan. Zolang wij de ogen open hadden, Lotje ook. Als we naar de vakantiebestemming reden en twaalf uur in de auto zaten zat Lotje in het midden, rechtop, kijkend naar waar we heen gingen en als een van ons even omkeek leverde dat een lik in het gezicht op. Lotje vond het niet leuk om alleen gelaten te worden. Als we in de ochtend naar de winkel gingen protesteerde ze uit alle macht. En als we weer terugkwamen sprong ze in de rondte van blijdschap. Dan moest er gespeeld worden, met de bal gegooid of touwtrekken met haar touw. Lotje was altijd bij ons. Als ik stond te koken zat ze achter me op de mat. In de avond lag ze met een speeltje tegen de benen van Annemiek. Wij allebei hebben het idee dat Lotje altijd bij ons was omdat ze zo snel de aandacht wisselde zodat we altijd het gevoel hadden haar bij ons te hebben. De enkele keer dat we Lotje konden laten slapen was door haar bij ons te pakken, tegen ons aan, dat ze onze ademhaling voelde en onze warmte. Dan kon ze even heel diep wegzinken om even later weer de ogen open te slaan en verder te willen spelen. Lotje was overal, en vooral zat Lotje in ons hart.
Dit stukje is geschreven in de verleden tijd. Afgelopen zondag gingen we wandelen, een proefwandeling van een speurtocht die we ergens in het voorjaar gaan uitrollen en Lotje ging mee. Natuurlijk ging Lotje mee. We kwamen bij de winkel en zoals altijd sprintte ze naar het kassagebied omdat ze wist dat daar de koekjes liggen. We gingen wandelen. Lotje enthousiast als altijd. Andere honden die we tegenkwamen ging ze blaffend tegemoet, zoals altijd. We kwamen een keer terug in de winkel voor een puzzel en ze at nog een extra koekje, voor de wandeling. We gingen verder en, net voor het einde van de wandeling wilde ze niet meer lopen. Ze ging liggen. Heel ongewoon voor Lotje, onze kleine stuiterbal. Maar ik tilde haar op, terug naar de winkel, daarna terug naar huis en ze bleef maar liggen. We werden ongerust en gingen bellen met de dierenarts wat op een zondag betekent dat je naar het dierenziekenhuis moet rijden en dat deden we. Het bleek volledig foute boel. Twee opties werden op tafel gelegd. Een zeer zware operatie waar ze waarschijnlijk niet door zou komen en dat haar vervolgens een levensverwachting van maximaal drie maanden zou opleveren, of haar die lijdensweg besparen en vanavond nog afscheid van haar nemen. Ik wachtte op de derde optie. Die waarin ze na een lang ziektebed en vervelende operaties toch weer gewoon Lotje zou kunnen zijn, onze kleine spring in het veld. Die optie kwam niet. De twee opties boden slechts een verstandige keuze, de meest pijnlijke die we ooit moesten maken. Ons hondje die ’s middags nog enthousiast de wandeling meeliep, is er in de avond niet meer.
Als ik in de avond mijn stukjes tik komt Lotje direct naast me op het bankje liggen en legt haar kopje op mijn linkerbeen. Dat kopje ligt er nu niet. Het is een heel klein stukje van het grote verdriet wat ons ten deel kwam. We moeten verder zonder Lotje en dat gaat natuurlijk lukken, we hebben duizenden prachtige herinneringen, maar voor nu is het vooral het verdriet en de pijn van het gemis. Ik kon een paar dagen niet schrijven, geen stukjes tikken omdat ik toch vond dat ik eerst iets over Lotje moest schrijven omdat ik het zo regelmatig over de hondjes heb gehad hier. En Lotje verdient het ook om nog een laatste keer in een stukje te worden genoemd want ze was zo lief, zo aanwezig en ze zit voor altijd in ons hart. We gaan haar zo ongelofelijk missen maar zijn haar ook voor eeuwig dankbaar dat ze ons gekozen heeft.

Intimiderend…

Ik heb even getwijfeld over de titel boven het stukje. Sukkeltjes, kwam in me op, rotjochies was ook al zo’n woord maar laat ik het maar even houden op intimiderend ondanks het feit dat het dat eigenlijk helemaal niet was. Wat er gebeurde. Ik liep met de hondjes over het hondenpad aan de Hertog Reinoudsingel. Dat is niks bijzonders, dat doe ik met de hondjes vier keer op een dag. Dit keer begon ergens in de verte gejoel te klinken en getuuter. Geen serieuze TOET, maar zielige kleine tuutjes klonken en het gejoel en getuut kwam dichterbij. Nu zijn er beslist in mijn jongere jaren momenten geweest dat ik hier van zou schrikken maar die jaren heb ik gelukkig achter me gelaten. Ook toen de groep van, ik denk iets meer dan tien, fatbikers om de hoek kwam scheuren, joelend schreeuwend en nog steeds op dat sneue tuutje drukkend, voelde ik daar eigenlijk niet zoveel bij. De jongens, ik denk dat het jongens waren, hadden hun gezicht bedekt en dat vind ik nog extra sneu want als je zo stoer probeert te zijn laat dan ook zien dat je dat doet, maar goed, ons jongste hondje vond het dus minder grappig. Zij is eigenlijk bang voor alles en zeker voor een groep schreeuwende fatbikers die nog harder begonnen te schreeuwen door het angstige blaffen van ons jongste hondje. En dan begin ik toch te denken. Ik groeide op in Belfeld. Ik was zeker niet de braafste maar de grootste schrik bezorgde ik toch over het algemeen mijn ouders, als ik weer eens ongein had uitgehaald. Nooit probeerden we omstanders schrik aan te jagen en dat deden andere vriendjes ook niet. Nu hadden we ook geen fatbikes in die tijd, dus wellicht is dat het verschil. Maar hoewel het mij niets deed kan ik me voorstellen dat het anderen wel iets doet. Dus, als vader, zou ik graag een oproep doen aan ouders om toch af en toe iets alerter te zijn op dat wat je kinderen doen. Misschien is een stukje sturing soms toch wel nodig. Ook op een fatbike.

Beurs…

Het is vroeg en we rijden naar Apeldoorn. Beurzen en vergaderingen spelen meestal in het midden van het land af en dus is Amersfoort of Apeldoorn vaak de bestemming. Vandaag dus die laatste. En de ervaring heeft geleerd dat deze bestemmingen meestal niet zonder hinder of oponthoud gaan maar vandaag zit alles mee. Het loopt niet vast bij Nijmegen, Ewijk, toch wel vaak in het nieuws zorgt niet voor problemen, over de A50 passeren we de Waal, een punt met een vierbaansweg die toch heel vaak stil valt en ook de overgang naar de A12 gaat probleemloos. Zo soepel dat we zelfs even controleren hoe laat de inkoopbeurs opengaat en dat blijkt om half tien te zijn en vijf minuten na half tien zijn we er. We lopen de inmiddels bekende setting bij Omnisport op. Melden ons aan en kijken naar de enorme rij voor de koffiebar en besluiten toch maar direct door te lopen. Dat blijkt een goede keuze want we kunnen direct aan de slag bij de Bezige Bij. Prachtige uitgeverij, fantastische titels dus een mooie plek om de dag te beginnen. Boek na boek wordt besproken, we maken aantekeningen en noteren de aantallen van de boeken die besproken zijn die we gaan bestellen. Daarna door naar Ambo/Anthos en Atlas/Contact. De twee zijn individuele uitgeverijen maar op beurzen worden ze door elkaar vertegenwoordigd. Dat is efficiënt maar daarmee zijn het ook direct heel erg veel titels om te bespreken. Een uur of drie verder pauzeren we. Even lunchen en uitkijken over de indrukwekkende fietsbaan waar we al zo vaak olympisch goud overheen zagen razen maar vandaag wordt er helaas niet gefietst. We bespreken welke uitgevers we nog willen spreken. Uiteindelijk worden het Park uitgevers en HarperCollins. We zijn een aardig eind. Stel je voor, in onze winkel vraag je om advies over een titel en we vertellen het verhaal van het boek, waar het over gaat, waarom we er enthousiast over zijn en waar je het mee kunt vergelijken. Al snel een gesprek van een minuutje of vijf. Doe dat keer drieduizend en dat is wat wij nu doen. Heerlijk. Waanzinnig inspirerend maar ook dodelijk vermoeiend. Ik kijk nu al uit naar de volgende ronde.

Wat we kunnen weten…

Ik lees een boek uit. Wat we kunnen weten van Ian McEwan.


Ik sla een paar regels over. Want ik ben er stil van. Wat een adembenemend mooi boek. Urgent, zou een uitgever het kunnen noemen vanwege de vele maatschappelijke thema’s in het boek. En die zijn er. Een verhaal dat speelt in twee tijdlijnen. Het nu, waarin we leven en het leven een honderd jaar verderop waarin we terugkijken waarin we het nu, over een jaar of twintig, dertig, volledig laten ontsporen. Met kleinschalige kernoorlogen. Met milieurampen en overstromingen. Een totale ontwrichting en toch ook weer de hoop op iets beters. Centraal in dit verhaal staat Vivienne. Voor haar schreef Francis Blundy, een vermaard schrijver van romans en poëzie, een gedicht voor haar verjaardag. Een gedicht over de natuur, over vlinders, over zwemmen in een rivier. Hij werkt er maanden aan, vernietigt alle eerste probeersels en aantekeningen en schenkt haar het gedicht nadat hij het heeft voorgedragen ten overstaande van een hele groep vrienden. Die vrienden vertellen er over. Hoe alles omvattend dit gedicht was. Hoe fantastisch de voordracht en daardoor. Heel veel jaren later, in een wereld die er totaal anders uitziet, gaat Tom Metcalfe, op een zoektocht naar dat gedicht. Wat we kunnen weten is in alle opzichten, zeker nu, een fantastisch boek. Een boek over het nu, over liefde en over loslaten. Een boek over de schoonheid van literatuur en bovenal een waarschuwing voor onze generatie.

Krap…

Het is een restaurant waar we al heel vaak het heerlijke eten van genoten hebben, maar het is de eerste keer dat we daadwerkelijk in het restaurant eten. Alle voorgaande keren kwam er een verveelde bezorger een tasje met een niet gemeende eet smakelijk bij ons thuis afgeven. Een overblijfsel van corona tijd. Met een compliment naar sommige restaurants, want bij de een haakten we af na een eerste bezorging en bij anderen, zoals deze, bleven we bestellen, ook toen het bezoek van het restaurant gewoon weer mogelijk was. Maar hoe fijn is het om, af en toe, bij thuiskomst te denken, ik heb geen zin om te koken en iets te bestellen wat overdadig is, gezond en gewoon heel erg lekker. Alle drie aspecten waar dit restaurant aan voldoet. En nu zitten we er voor de eerste keer. Het eten is bekend. Ze tappen een lekker biertje, dat wist ik nog niet en we hebben een gezellige avond waarin ik op een gegeven moment even naar het toilet moet gaan. En dat is toch een belevenis. Ik geloof niet dat ik ooit in een kleiner toilet ben geweest. Bij binnenkomst sta ik met mijn schenen tegen de pot, die er verder wel fris en schoon uitziet. Als ik wil gaan zitten moet ik me in mijn eigen cirkel omdraaien en ben ik bang, nadat ik mijn broek laat zakken, dat ik met mijn knieën de deur weer zal open stoten. Dat gebeurt gelukkig niet. Na afloop kan ik aan de ene kant, in het kleinste wasbakje dat ik ooit heb gezien, mijn handen wassen, om aan de andere kant, schuifelende pasjes om mijn as draaiend, de doekjes te pakken en mijn handen te drogen. En voor de duidelijkheid, dit alles in deze kleine ruimte is geen kritiek op dit heerlijke restaurant, het is een extra ervaring. Een krappe toevoeging aan een geslaagde avond.

Koopsavond…

De koopavond op Kerstavond waren we uiteraard gesloten en een week later op oudejaarsavond eveneens. Weer een week later was er wel een koopavond maar was ik er niet omdat ik met een aantal collega’s op herhalingscursus BHV was. Vanavond is het dus voor het eerst in een maand dat ik, samen met Annemiek, de koopavond mag draaien. En het is januari en dus is het rustig maar er is zoals eigenlijk elke koopavond een gestage toestroom van mensen. Veel bezoekers van de winkel klagen dat het in de rest van de stad zo rustig is en dat er zoveel collega’s gesloten zijn. In de corona jaren werden de koopavonden afgeschaft, tijdelijk dachten we toen en na de coronaperiode, in tweeduizendtweeëntwintig, besloten wij om de koopavonden weer in ere te herstellen en bleken, in onze straat, een van de weinigen te zijn. We hielden vol. Ondanks dat één geopende winkel in een voor de rest vrijwel volledig gesloten straat niet echt succesvol was. Op onze nieuwe locatie is dat anders. Nu staan we veel meer op onszelf. Zijn zichtbaar op onze hoek en het licht van de winkel trekt mensen aan. De draaideur doet de rest. Niet iedereen die binnen komt wandelen koopt iets. Sommige bezoekers lopen heerlijk langs de boeken, spellen en tekenboeken te neuzen. Doen ideeën op, wellicht voor verjaardagen en groeten ons terwijl ze weer naar buiten lopen. Anderen leggen een stapeltje boeken neer om zichzelf eens fijn te verwennen. Wij helpen klanten. Praten over boeken en doen klusjes in de winkel waar we door de dag heen geen tijd voor hebben gevonden. Het zijn maar twee uurtjes en die vliegen voorbij. Weer een Koopsavond afgesloten. Het was weer gezellig en volgende week staan we er gewoon weer.

Laatste…

De laatste klant die we de winkel binnen laten komen doet dat via de nooduitgang omdat de draaideuren inmiddels afgesloten zijn. Het is na zessen en een collega die de afvalcontainer aan de straat zet laat de klant met haar sleutel nog even binnen. Ze is niet de laatste klant in de winkel overigens. Twee heren struinen nog wat langs onze kasten en een dame zoekt een kado. De laatst binnenkomende klant zoekt de reisboeken. Specifieker zoekt ze een reisboekje voor Rome. Ik loop met haar mee en ze pakt als eerste de time-to-momo reeks. Superhandig voor een stadsbezoek met voorgestelde wandelingen en zeker niet slechts langs de meest toeristische hoogtepunten maar juist ook die kleinere achterafstraatjes waar je normaal niet zou komen maar die soms zo mooi kunnen zijn. Ik leg haar nog een paar boekjes voor en al snel zie ik dat we zeker een stuk of zes boekjes over Rome hebben dus ik laat haar maar even haar eigen keuze maken. Ze kiest, rekent af en ik vraag wanneer de reis begint en ze zegt dat ze morgenvroeg vertrekt, dat ze opeens had bedacht nog geen reisboekje te hebben en dat ze in joggingbroek, op sloffen, naar de winkel is gerend. Ik zie dat de andere dame is aan het afrekenen en loop naar de twee heren om aan te geven dat we gaan sluiten. Ze vragen me of ik wellicht weet wat het vorige boek van Ian McEwan is en ik zeg Lessons. Zo, zegt één van de twee mannen als blijk van waardering dat ik dat direct weet. En natuurlijk is dat toeval. Vraag me wat de vorige Karin Slaughter is, ook niet een al te kleine naam in boekenland en ik zou het niet weten. McEwan is meer in mijn straatje dus weet ik dat antwoord. Probleem is wel dat we die niet meer hebben liggen. Ik kijk bij onze Engelse sectie en daarna bij de Nederlandse literatuur maar lessons, of lessen, staat niet meer in de kast. Geen probleem zeggen de mannen, die nu ook naar de nooddeur lopen, volgende keer komen we wel weer terug. Prachtige winkel trouwens, zegt de ene man en de ander wijst naar de bak met aanbiedingsboeken en zegt dat hij de ander daar ook al op gewezen heeft en dat hij daar al geregeld mooie boeken in gevonden heeft. Ze lopen naar buiten, richting station en ik sluit de deur. Eind van de dag. Toch al een stukje na zessen en de laatste klant is zonder boek maar toch tevreden naar buiten gegaan.

Druk…

We rijden naar Amersfoort voor een bestuursvergadering en het is druk op de weg. De afgelopen weken waren er codes van alle kleuren die werden afgegeven als waarschuwing maar groen hoorde daar niet bij. Vandaag is het de eerste dag dat het weer overal kan en mag, iets wat de radiopresentatoren in de vroege ochtend ook luidskeels door de auto schreeuwen: het is code groen. Gevolg is dat er in de ochtend negenhonderdenvijftig kilometer file staat in Nederland. Ik zoek het even op, en lees dat het meest zuidelijke puntje in Nederland het plaatsje Kuttingen, what’s in a name, is en het meest noordelijke puntje heet de Noordkaap. Wel toepasselijk. Hoe dan ook is dat een afstand van driehonderd kilometer. Dus je kunt een lijn van auto’s trekken van dat zuidelijke plaatsje met de bijzondere naam tot aan de Noordkaap, dan weer terug en weer heen met allemaal stilstaande auto’s en dat is het verkeersbeeld in Nederland deze ochtend. Eigenlijk waanzin. Maar goed, wij zijn er ook schuld aan want we moeten naar Amersfoort. Na afloop van de vergadering daar gaan we door naar Montfoort, volgende vergadering en uiteraard is deze vergadering zo gepland om te voorkomen dat we twee keer op en neer moeten rijden terwijl Amersfoort en Montfoort relatief dicht bij elkaar liggen. De tweede vergadering is bij de leverancier van onze automatisering en de vraag is hoever ze zijn met de implementatie van ai. Wij werken met gigantische bestanden, alleen onze voorraad beslaat al vele duizenden producten, boeken en anderzijds, en het is best lastig om alle data die we hebben, de verkopen, de inkopen het inventariseren en de voorraad, om er maar eens een paar te noemen, allemaal goed te kunnen beoordelen. Dat doen we wel, maar dat kost tijd, en nu en dan een vergissing ontstaat ook. Ai inzetten zou het interpreteren van al die data veel eenvoudiger moeten kunnen maken. We krijgen een inzicht waar onze automatiseerders naar toe aan het werken zijn en dat maakt gretig. Tools die nu nog op de tekentafel liggen en wellicht pas over een jaar beschikbaar komen zouden we nu al zo goed kunnen gebruiken maar het feit dat ze er mee bezig zijn en op een goede manier stelt gerust. Na afloop rijden we weer terug naar huis. We schieten nu de namiddag drukte in en nu zijn de files opgelopen tot negenhonderdennegentig kilometer. Op tien na duizend kilometer file in een klein landje als Nederland. Wellicht kunnen we ai vragen om ook hier eens naar een oplossing te kijken.

Glad…

Nu ik dit stukje tik, in de avond, is het grootste deel van de sneeuw en ijs weg. Her en der zijn nog wat laatste overblijfselen zichtbaar van wat eerst een trotse sneeuwpop was en de gladheid is gelukkig verdwenen. Vanmorgen was dat anders. Het regende waardoor de sneeuw en het ijs minder goed zichtbaar werden, maar nog altijd aanwezig. Bij het naar buiten lopen glij ik al direct bijna uit over het afstapje van onze tuin naar de stoep. Spekglad. Het vervelende van de regen is dat het ijs zo doorzichtig is geworden, dat je het niet meer kunt zien. Op de stoep hetzelfde verhaal. Daar waar de afgelopen duidelijk zichtbaar was waar je wel en niet moest lopen, is het nu niet meer te zien. Elke stap een kleine verrassing of het glad is of niet. Zelfs ons jongste hondje glijd op een gegeven moment weg en kijkt verbaasd om. Voorzichtig lopend kom ik heelhuids weer terug waar een moeder met een kinderwagen ook moeite heeft met de gladheid en bijna onderuit gaat. Het kindje in de kinderwagen ziet het gebeuren en giert het uit van het lachen. De moeder kan daar ook weer mee lachen. De regen en de voorspelde hogere temperaturen van de komende dagen lijken in elk geval een eind te maken aan het witte winterse seizoen. Vind ik prima. Ik vond de witte deken van sneeuw een prachtig beeld voor een dag of twee, maar de gladheid en daarmee gepaard gaande rust in de winkelstraten hoeven niet te lang te duren. Het contrast met de heerlijk drukke feestperiode die we net hebben afgesloten was erg groot. Nu weer terug naar een heerlijk normaal. Ik ben wel blij dat veel van de kerstlampjes aan de huizen nog branden. Dat geeft, ook halverwege januari, een gezellig beeld. In tegenstelling tot de sneeuw mag dat van mij nog wel even duren.

Uitvaart…

We rijden Ulvenhout binnen. Ik herken de laan met bomen terwijl het zeker vijftien jaar geleden is dat we hier reden. De rotonde naar links en dan direct rechts het huis waar we zo vaak kwamen. Fijne herinneringen en vandaag komt daar een verdrietige bij. We parkeren de auto bij de supermarkt en we lopen langs een heel erg glad paadje om de kerk heen om over eveneens gladde traptreden de kerk te betreden. Een dienst. Een afscheid. Mooie woorden, mooie herinneringen. We kwamen iets later aan dan de rest van de Knipscheren familie die op de eerste drie rijen plaatsnamen. Dat geeft ons wel de gelegenheid om, weliswaar op achterhoofden, iedereen te bekijken. Ooms, tantes, neven en nichten. Mensen die we niet vaak zien maar die we wel volgen. Na afloop van de dienst lopen we met z’n allen naar een restaurant iets verderop. Het is allemaal Dorpstraat. De kerk, het huis waar mijn tante woonde, en het restaurant. Ulvenhout is niet zo groot en de Dorpstraat is dat wel. In het restaurant worden onze jassen aangenomen en krijgen we een glas bubbels overhandigd. Dat is op z’n Knipscheers. Natuurlijk zijn we verdrietig, is er gelegenheid voor een traan, maar we proosten op het leven van degene die ons heeft verlaten en op het leven in het algemeen. Een uitvaart is niet enkel verdrietig maar, zoals een oom die me altijd aan mijn vader doet denken zegt, het is een reünie. Elkaar weer even zien, even vasthouden en vragen hoe het is, wat de jaren hebben gebracht. De neef die ik altijd ontmoette in Ulvenhout maar die als chef-kok de wereld rondreisde en nu in Manilla is beland. Ik volg hem met bewondering op facebook maar schud hem vandaag voor het eerst in een jaar of vijfentwintig de hand. Een uitvaart. Verdriet en blijdschap gaan zelden zo gepaard.