Mirakel…

De klant zegt het een mirakel te vinden dat wij er nog zijn. Hij zegt het terwijl ik bezig ben met uitzoeken waarom we de nieuwe Ilja Leonard Pfeiffer niet in voorraad hebben en Annemiek, die toevallig meekijkt, zegt dat deze net uit herdruk komt en morgen weer in de winkel ligt. Eerder liep ik met de klant naar de tafel met nieuwe non-fictie, overtuigd dat ik de nieuwe Pfeiffer, absolute democratie is de titel, zo van de tafel zou pakken maar dat deed ik dus niet. Terwijl ik met de klant bij de tafel stond wees hij op de nieuwe Maarten van Rossum, een boek dat hij ook nog wil lezen. Omdat de Pfeiffer een dag later pas binnenkomt noteer ik de bestelling voor de klant zodat we een exemplaar zullen reserveren. Hij praat door terwijl ik bezig ben en zegt dat hij al een tijdje niet meer in Venlo is geweest. Ik rond de bestelling af en vraag of hij nu nader wil verklaren waarom hij het een mirakel vind dat wij er nog zijn. Hij doelt op de opkomst van grote online spelers, van e-readers en luisterboeken. Hij zegt de vorige keer op de Klaasstraat te zijn geweest en nu komt hij terug en zitten we hier, twee keer zo groot. We raken met hem in gesprek over het boekenvak, over jongeren die minder zouden lezen en wij die stellen dat dat wel meevalt. Natuurlijk zijn er jongeren die helemaal niet lezen en het is ook erg belangrijk om daar aandacht op te vestigen maar in die aandacht moeten we ook niet vergeten dat er weer heel veel jongeren wel lezen. En veel lezen. Hij woont zelf in Duitsland en we praten over de Duitse jeugd die naar Venlo komt en ook onze boekwinkel bezoekt omdat wij meer Engelse titels hebben liggen dan de gemiddelde Duitse boekwinkel. Hij heeft het over steden waar boekwinkels verdwijnen en een verschraling van de stad betekenen. Een boekwinkel is de ziel van de stad, stelt hij. En dat onderschrijven we maar al te graag.

De overbodigen…

Ik lees een boek uit. De overbodigen van Herman Koch dit keer. Ik lees de boeken van Koch altijd graag. Sterke verhaallijnen en vooral het enorme schuren. Je weet dat er dingen niet kloppen, je weet dat er dingen fout aan het gaan zijn, je weet dat hoofdpersonen enorme klootzakken zijn en toch wil je verder lezen. Koch heeft de gave om zijn verhalen aan je te laten trekken. Het schuurt maar je wil verder. In de overbodigen gebeurt dit ook zo. Twee stellen, ik zeg met nadruk geen vriendenstellen, hebben besloten om samen de Cotswold Way te lopen, een meerdaagse wandeling met overnachtingen die Herbert allemaal geregeld heeft. Herbert, man van Yvonne is een vooraanstaand bioloog. Omstreden ook maar toch kanshebber voor een Nobelprijs. Martin en Alicia, het andere stel, hebben ze leren kennen door de relatie die Ruben, de zoon van Martin en Alicia met de dochter van Herbert en Yvonne, Marianne, heeft. Herbert vindt Ruben maar een lamzak en ziet hun dochter veel liever met de andere zoon van Martin en Alicia. Mark. Ongemakkelijk. Het schuurt. In de eerste zinnen van het boek lees je dat er iets flink mis is gegaan tijdens het wandelen, wanneer Herbert zegt ‘We moeten ons goed realiseren dat dit in de eerste plaats zelfverdediging was.’. Vier volwassenen op pad. Er is iets vreselijks gebeurd en je moet door. Stoppen is jezelf aangeven, jezelf verdacht maken. Dus ga je door, met z’n vieren. Geen vrienden. Dat wordt duidelijk. Het schuurt, zoals het zo vaak doet in de boeken van Koch. Dat is zijn stijl, ik vind het heerlijk. Dat het boek dan ook nog een zeer verrassend einde kent, is al helemaal een kers op de prachtige taart de de overbodigen heet.

De namen van Feliza…

Ik lees een boek uit. De namen van Feliza van Juan Gabriel Vásquez. Het boek is een roman maar volledig gebaseerd op een waargebeurd verhaal, een waargebeurd leven, het leven van Feliza Bursztyn. De vele namen van Feliza gaat qua titel over de vele manieren waarop haar naam verbasterd is maar het boek gaat over haar leven en er zijn levens die meer over rozen gaan. De meeste levens, denk ik. Feliza sterft in een restaurant in Parijs. Op acht januari negentientweeëntachtig. Ze is daar met Pablo, haar man en ook met Gabriel Garcia Márquez, niet de minste literaire naam, die in haar overlijdensbericht schreef, ze is van verdriet gestorven. Ik verklap nu nog niets van het boek. Het staat op de achterflap, het verhaal begint er mee, Feliza stierf op dat moment in Parijs van verdriet. En het verhaal begint vervolgens zoveel eerder. In Colombia. Haar land waar ze terecht kwam in de tijd van de tweede wereldoorlog als dochter van twee Joodse ouders en die het verstandig leek om daar nog een tijdje te blijven. Maar Colombia bleek ook niet altijd de makkelijkste plek om te verblijven met verschuivingen in de macht, maar altijd was er weer Feliza en haar kunst, eerst schilder en daarna beeldend. Groteske monumenten van metaal en beweging die niet altijd tot ieders verbeelding spraken. Huwelijken die geen stand hielden. Het lezen van de namen van Feliza neemt je mee door een geschiedenis en het leven van een kunstenares die geen gemakkelijk leven heeft geleefd. Maar wat een prachtig geschreven boek is dit, hoe fantastisch is het leven van deze markante vrouw beschreven. Annemiek las het als eerst en zei, dit moet jij ook echt lezen. De afgelopen dagen deed ik dat. En wat ben ik blij dat ik met deze krachtige vrouw kennis heb kunnen maken.

Montreuil..

We zijn in Montreuil sur mer, een plaatsje in het Franse district Pas de Calais. Voor mensen met hoogtevrees, wellicht is het beter om dit plaatsje te mijden, voor iedereen zonder hoogtevrees zou ik zeggen, ga er heen. De stadsmuren zijn volledig intact en je kunt er in een wandeling van zo’n drie kilometer overheen lopen. Er loopt een pad, naast een pad een halve meter gras en daarachter een onmetelijke diepte. Tientallen meters gaat het omlaag en er staat nergens een hekje of kantelen. Grassprieten zijn de voornaamste, maar tevens nutteloze versperringen tussen het pad en de diepte. Zodra je er aan gewend bent, en dat gaat vrij snel, er komen continue hardlopers voorbij en dan stap je eventjes in dat gras om ze voorbij te laten en dan wandel je daarna gewoon weer door, ga je pas echt zien hoe hoog dit plaatsje ligt en wat een prachtige vergezichten je hier hebt. Dit plaatsje lag ooit aan zee. Victor Hugo deed er zijn inspiratie op voor Les miserables en als je die film, of de musical ooit gezien hebt, dan zou je in dit plaatsje de setting direct herkennen. De dokken waar vroeger schepen vanaf zee in werden geloodst voor onderhoud of nieuwbouw. Die zee vertrok. En daarmee het nut van Montreuil. Saignant detail is dat Montreuil pas Montreuil sur mer is gaan heten in tweeduizendtweeëntwintig. Toen was er van die zee al lang geen sprak meer. We zagen het eerder ook in de Camargue. Aigus-Mortus. Ook ooit de havenstad van de regio met een belangrijke functie, maar met het terugtrekken van de zee verloor het die functie aan Marseille. Gevolg was dat dit soort vestingsteden verlaten werden, wat ook bij Montreuil gebeurde, en daarmee niet interessant waren voor belegeringen. Gevolg is dat het volledig intacte historische steden zijn gebleven. Fantastisch om te bezoeken. En als je daar bent, en stel je hebt honger. Of beter gezegd. Stel je bent daar in een straal van tweehonderd kilometer. En je hebt honger. Ga er dan heen en ga gewoon naar het restaurant le cocquempot. Daar zitten we en hun menu is simpel. Je kunt een aantal planken met eten bestellen maar hun voornaamste keuze is marmite. Een gietijzeren stoofpan. En die heb je in precies drie versies. Legume, poisson en viande. Annemiek kiest de legume en ik de poisson. Van alle keren dat ik vis heb gekozen is dit met stip de lekkerste keer. Terwijl ik dit tik zit ik niet meer in Montreuil maar in Venlo maar de herinnering aan dat gerecht laat me weer het water in de mond lopen. Montreuil. Prachtig plaatsje, fantastische wandeling langs grote hoogtes en met een heerlijke keuken. Ik zou er heen gaan.

Hoe de zweden het dromen uitvonden…

Ik lees een boek uit. Hoe de zweden het dromen uitvonden, van Jonas Jonasson dit keer. Het boek lag al een tijdje op mijn stapel, de auteur van het bekende ‘De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween’ maar op de een of andere manier kwamen er steeds weer boeken tussendoor die ik eerder wilde lezen. En dat gebeurde niet alleen bij mij, maar duidelijk ook bij de lezers van Venlo want de stapel boeken van deze laatste Jonasson slonk in de winkel niet. En Jonasson is een goed auteur, dus ik besloot het boek toch maar te gaan lezen omdat een goed advies van mijn kant de stapel wellicht iets doet slinken. Ik geef toe, soms pak ik ook een boek op om commerciële redenen. Maar ongeacht de reden waarom ik dit boek heb opgepakt, het is gewoon een fantastisch verhaal. In het voorwoord stelt Jonasson dat in een wereld waarin oorlog en onzekerheden de boventoon voeren hij een luchtig verhaal wil vertellen. Een leuk verhaal. Een happy end. Het wordt je allemaal in dat voorwoord beloofd en Jonasson maakt het waar. Een heerlijk verhaal over de burgemeester van het kleine plaatsje Halstaholm waar jaren geleden een bandenfabriek die de economie bepaalde, gestopt is en daarmee de toekomst van Halstaholm onzeker maakt. Daarnaast hebben we de Duitse beddenfabrikant, Traumbett, die ook de Zweedse markt wil veroveren en moet kiezen tussen Stockholm en het kleine Halstaholm. Een prachtig ontspannen verhaal, veel humor en, zoals verwacht en aangekondigd een happy end. Gewoon even iets om te lezen en de ellende in de wereld eventjes te vergeten…

Komende dagen strijkt Vastelaovend neer over Venlo. Ik liep vandaag door de stad die getransformeerd wordt in een evenemententerrein. Overal zie ik verwijzingen naar de nooduitgangen in een verlaten straat. Een aankondiging voor de drukte die er aan staat te komen. We gaan dicht. Natuurlijk gaan we dicht in die dagen dat de Joeks regeert. Voor iedereen die het feest gaat vieren wens ik hen vanaf hier een fantastische Vastelaovend, en voor iedereen die het niet viert, we zijn nog open tot vrijdag laat in de middag. Koop een stapel boeken, een spel of een puzzel en vier de dagen op je eigen manier.

Vertegenwoordiger…

We zijn net aan het lunchen wanneer een collega aangeeft dat er een vertegenwoordiger in de winkel naar ons vraagt. Altijd wanneer dat gebeurt denk ik in eerste instantie dat ik een afspraak misschien niet genoteerd heb maar deze vertegenwoordiger komt onaangekondigd. Als je bij ons, als vertegenwoordiger, direct met drie nul achter wilt komen te staan, dan kom je onaangekondigd. We hebben veel geplande afspraken en plannen die zorgvuldig om onze dagelijkse werkzaamheden heen om ervoor te zorgen dat ook die de nodige aandacht krijgen. De vertegenwoordiger is van een merk agenda’s waar we net een aantal vraagtekens bij geplaatst hadden of we die nog wel moeten blijven voeren. In agenda land heb je de leveranciers die al, zoals ook deze vertegenwoordiger met trots zegt, honderdvijfentwintig jaar bestaan, en je hebt de leveranciers die nog pas een aantal jaren bestaan en die met hele frisse nieuwe lijnen komen en met automatische herbevoorrading werken waardoor we niet in één keer met een pallet aan agenda’s zitten, maar steeds gedoseerd aangeleverd krijgen. Je kunt raden waar onze voorkeur naar uitgaat. En we zien ook dat die grote merken, die we zeker nog inkopen, jaarlijks enorm in afzet achteruit gaan en we wijzen hen op de nieuwkomers en al die voordelen die zij bieden maar op de een of andere manier lijkt bij de vertegenwoordigers hun vele jaren belangrijker te tellen dan de voordelen die andere de winkels bieden. Wellicht dat dat ook een reden is om ongevraagd binnen te komen vallen, misschien een poging om toch even een order door te drukken. We houden het gesprek kort, geven nogmaals aan dat onze voorkeur echt begint uit te gaan naar een aantal nieuwe, dynamische leveranciers en dat hij zijn voorstel op mail mag zetten. We zullen er kritisch naar kijken.

Vertrek(punt)…

Ik lees een boek uit. Vertrek(punt) van Julian Barnes dit keer. En ik moet zeggen dat het de eerste keer is dat een auteur, die al heel veel boeken op zijn naam heeft staan, de Booker price heeft gewonnen en waarvan ik al aardig wat boeken gelezen heb, op zo’n mooie wijze afscheid neemt van zijn lezers. Of eigenlijk van mij, want hij neemt persoonlijk afscheid. Het is zijn laatste boek en dat weet je nooit echt zeker bij auteurs, ik heb wel vaker een afscheid gehoord die daarna gevolgd wordt door toch nog één boek. Barnes is er wel redelijk stellig in en schrijft het zwart op wit. Hij spreekt de lezer aan: “Twee dingen die ik hier even moet melden. 1. Er volgt een verhaal – of een verhaal binnen een verhaal – maar nu nog niet; en 2. Dit wordt mijn laatste boek.” En er zit een verhaal in dit boek, of wellicht wel heel veel verhalen. Het verhaal van Jean en Stephen komt bovendrijven als ik terugdenk aan het boek. Als studenten verliefd op elkaar en op het keerpunt gekomen om dan maar te gaan trouwen of uit elkaar te gaan kozen ze voor het laatste en veertig jaar later ontmoeten ze elkaar weer, gaan ze wel trouwen maar loopt het huwelijk toch niet helemaal zoals verwacht. Dat is het verhaal maar het gaat over zoveel meer. Over involuntary autobiographical memory. Iets korter gezegd, IAM. Een afwijking in de hersenen waardoor je opeens, bij een prikkel, alles herinnert wat ooit die prikkel veroorzaakte. In je hele leven. Herinneringen maar dan alsof je ze nu weer opnieuw meemaakt. En dat is waar dit boek over gaat. Herinneren. Terugkijken op een leven en toch nog altijd voorwaarts gaan. Een vertrek wordt normaalgesproken gevolgd door een aankomst, behalve één vertrek. Het laatste. Barnes blikt in dit briljante boek terug en vooruit. Hij heeft de leeftijd en hij heeft een chronische ziekte. Hij ziet hoe mensen en dieren om hem heen het laatste pad, of zoals hij het noemt, spoorlijn, nemen en verdwijnen uit zijn leven. Vertrek(punt) is een prachtig en filosofisch relaas van een fantastisch auteur. Het feit dat dit zijn laatste boek is doet pijn, maar dat dít zijn laatste boek is voelt eigenlijk ook wel weer heel erg goed. Wat een prachtige afsluiting.

Dag…

Het is begin februari en dat is normaal gesproken een rustige tijd in de winkel maar het blijft maar gezellig druk. Druk in onze agenda met overleggen, met afspraken met vertegenwoordigers en druk in de winkel. Vandaag heb ik in de ochtend een overleg met onze automatiseerders en in de middag wisselen Annemiek en ik onze afspraken af. Eerst een gesprek met een aanbieder van spellen, vervolgens een gesprek met een vertegenwoordigster van een grote stripboekenuitgever en daarna weer een gesprek met een grote leverancier van kantoorbenodigdheden. Met de spellenleverancier denken we na over spellenmiddagen, gezellige uren met spellenliefhebbers die in onze winkel nieuwe spellen komen uitproberen. De stripleverancier neemt nieuwe uitgaven door en maken we afspraken om ook artbooks, luxe, dure, kunstzinnige stripboeken in ons assortiment op te nemen die we niet in onze indrukwekkende stripboekenwand gaan plaatsen maar juist tussen de kunstboeken. En met de leverancier van kantoorartikelen maken we afspraken over back to school. De periode waarin studenten hun schoolbenodigdheden moeten aanschaffen en hoe wij beter op die vraag aan kunnen sluiten. Hoe we rugzakken in ons assortiment kunnen opnemen en hoe we dat gaan presenteren. Welke lijnen we gaan presenteren en hoe we sommige nieuwe producten gaan uitproberen. Automatisering, spellen, strips en schoolbenodigdheden. Het vult een dag en het is ontzettend leuk om te doen omdat we daarmee de hele tijd naar voren denken. Waar willen we heen, wat willen we zijn, wat willen we uitstralen. Werken aan de toekomst is het mooiste om te doen en het kost ook veel energie omdat je constant verder moet denken dan waar je nu bent. Een dag vol gesprekken, over nu, over gister maar vooral over de mooie weg vooruit.

Teentje…

Dingen die je niet zou moeten doen. Het is een lijst langer dan ik hier zou kunnen typen, maar, ergens in die lijst zou beslist staan, je kleine teentje stoten. En dat kleine, onschuldige lichaamsdeel heeft nogal eens een keer te kampen met een harde aanvaring waar het teentje zelf niets aan kon doen maar vooral de lompe actie van het been debet aan is. En ik heb menige vloek in mijn leven aan mijn lippen laten ontglippen bij zo’n ongewenste aanvaring. Zondag deed ik het grondig. Ik liep vanuit het toilet de kamer in, een onhandige draai maakte ik kennelijk, en dat was precies genoeg om mijn kleine teentje met een ongekende kracht kennis te laten maken met de deurpost van de woonkamer. Die gaf niet mee. Ik stond nog in de gang en Annemiek lag al in bed dus ik verbeet mijn verwensingen en liep snel terug de kamer in waar ik ging zitten met een boek en een verwoed kloppende kleine teen. Soms komt pijn later. Deze zondagavond ging ik nog wandelen met Izzie, dat deed geen pijn, maar op maandagochtend ging die wandeling een stuk moeizamer. Pijnlijk, net als het aandoen van mijn schoenen. Ik had al gezocht, natuurlijk, wat te doen bij kneuzen of breken van een teen, en veel meer dan de ene teen aan de andere vast tapen is kennelijk niet mogelijk. Even uitzingen. Moet vanzelf genezen. Maandagavond ben ik blij dat ik mijn schoen uit kan doen. Ik doe mijn sok uit, kijk naar mijn voet en die is blauw. Geen smurfenblauw, maar toch. Ik kijk naar de kleine teen die de klap opving maar daar lijkt weinig mis mee te zijn. Dinsdag gaat het lopen gelukkig wel wat beter. Ik heb mijn renschoenen aangetrokken, die zijn wat breder en daardoor drukt de schoen minder tegen de gevoelige plekken. Einde dag. Schoen weer uit en nu is mijn voet gelukkig niet meer blauw maar gek genoeg zit er nu een donkere rand, rood blauwig, over al mijn tenen. Ik ga ervan uit dat, nog een dag verder, die kleur gewoon uit de toppen van mijn tenen verdwijnt en pijn en kleur verdwenen is. Mocht mijn voet morgen opeens groen met roze bloementjes kleuren dan meld ik me weer, verder zou ik iedereen aan willen bevelen om voorzichtig te zijn met dat kleine, onbenullige teentje.

Voor Polina…

Ik lees een boek uit. Voor Polina, van Takis Würger. En voordat iemand gaat zoeken in de winkel naar dit boek, het duurt nog even voor dat het daadwerkelijk in de winkel ligt want het boek verschijnt pas op vier maart. En als ook iemand naar aanleiding van dit stukje even enthousiast is als dat ik was na het lezen van het boek dan is het boek in elk geval alvast te reserveren. Hoe dan ook. Voor Polina. Het boek beschrijft het leven van Hannes Prager. Hannes heeft een gave en dat is piano spelen. Hij weet zich in te leven in de werelden van anderen en daar de perfecte piano melodieën op te componeren. Daarnaast is hij bescheiden. Hij hoeft niet in de spotlights te staan, en zijn liefde voor de piano, voor het spel, brengt hem in het verplaatsen van die grote instrumenten. Hij komt te werken bij een bedrijf dat piano’s en vleugels verhuist. Iets wat hij eigenlijk met zijn kleine lijf helemaal niet zou moeten kunnen maar toch doet. Waar het verhaal uiteraard over gaat is zijn liefde. De titel van het boek. Voor Polina. Poli, voor hem. Een liefde die komt en gaat door het boek heen als een ademhaling. In en uit. Een liefde die Hannes volgt en afstoot en die gaat en terugkeert. Een prachtig boek met heerlijke zinnen, fijne verhaallijnen en een bijzonder plot. Het duurt nog iets meer dan een maand. Dan ligt het in de winkel. Ik mocht het al iets eerder lezen en dat voelt ook echt bevoorrecht. Het is een onbekende auteur, maar dit is een boek dat beslist gelezen moet worden.