De klant zegt het een mirakel te vinden dat wij er nog zijn. Hij zegt het terwijl ik bezig ben met uitzoeken waarom we de nieuwe Ilja Leonard Pfeiffer niet in voorraad hebben en Annemiek, die toevallig meekijkt, zegt dat deze net uit herdruk komt en morgen weer in de winkel ligt. Eerder liep ik met de klant naar de tafel met nieuwe non-fictie, overtuigd dat ik de nieuwe Pfeiffer, absolute democratie is de titel, zo van de tafel zou pakken maar dat deed ik dus niet. Terwijl ik met de klant bij de tafel stond wees hij op de nieuwe Maarten van Rossum, een boek dat hij ook nog wil lezen. Omdat de Pfeiffer een dag later pas binnenkomt noteer ik de bestelling voor de klant zodat we een exemplaar zullen reserveren. Hij praat door terwijl ik bezig ben en zegt dat hij al een tijdje niet meer in Venlo is geweest. Ik rond de bestelling af en vraag of hij nu nader wil verklaren waarom hij het een mirakel vind dat wij er nog zijn. Hij doelt op de opkomst van grote online spelers, van e-readers en luisterboeken. Hij zegt de vorige keer op de Klaasstraat te zijn geweest en nu komt hij terug en zitten we hier, twee keer zo groot. We raken met hem in gesprek over het boekenvak, over jongeren die minder zouden lezen en wij die stellen dat dat wel meevalt. Natuurlijk zijn er jongeren die helemaal niet lezen en het is ook erg belangrijk om daar aandacht op te vestigen maar in die aandacht moeten we ook niet vergeten dat er weer heel veel jongeren wel lezen. En veel lezen. Hij woont zelf in Duitsland en we praten over de Duitse jeugd die naar Venlo komt en ook onze boekwinkel bezoekt omdat wij meer Engelse titels hebben liggen dan de gemiddelde Duitse boekwinkel. Hij heeft het over steden waar boekwinkels verdwijnen en een verschraling van de stad betekenen. Een boekwinkel is de ziel van de stad, stelt hij. En dat onderschrijven we maar al te graag.